Als je op aarde was geweest met Petrus in de dagen toen Jezus vijgen at en naast jou bij het kampvuur sliep en je had tegen Petrus gezegd: "Hé man, zal het niet helemaal te gek zijn als we in de hemel komen?" dan had Petrus je aangekeken alsof je je verstand verloren had.
Petrus wilde nooit naar de hemel. In feite had niemand in die tijd ooit iets gehoord over naar de hemel gaan. Het Christendom is zo smoorverliefd op dit idee van "naar de hemel gaan" dat ze vergeten te overdenken wat Gods Woord erover zegt.
Herinner je je Gods belofte aan Abraham, lang geleden in Genesis, hoofdstuk 12? Ik zal ervoor zorgen dat je het niet vergeet:
"Ga weg uit uw land en weg van uw familie en uit het huis van uw vader, naar het land dat Ik u wijzen zal. Ik zal u tot een groot volk maken, u zegenen en uw naam groot maken; en u zult tot een zegen zijn; en Ik zal zegenen wie u zegenen en wie u vervloekt, zal Ik vervloeken. En in u zullen alle families van de aarde gezegend worden."
Weet je nog wat één van de beroemdste regels is uit de Bergrede?
"Zalig zijn de zachtmoedigen, want zij zullen de aarde beërven" (Mattheüs 5:5).
Wat zullen zij beërven? De aarde. Volledig in overeenstemming met de roeping van Abraham. Als het de bedoeling is dat Israël de volkeren op aarde zal gaan hoeden en zegenen, waarom zouden zij dan naar de hemel willen gaan?
Openbaring 5:10 beschrijft duidelijk de toekomst van een Israëliet: "Gij hebt hen voor onze God gemaakt tot een koninkrijk en tot priesters, en zij zullen heersen op de aarde."
Valt je hier een bekend thema op? En nu terug naar Petrus.
De discipelen stelden onze Heer een paar eerlijke vragen. Normale mannen met normale ambities, ze hadden alles achtergelaten om Jezus te volgen en wilden nu investeren in hun toekomst. Ze wilden allemaal aan Jezus vragen: "Neem me niet kwalijk, maar wat gaat mij dit opleveren?"
Een legitieme vraag. Natuurlijk was Petrus de enige die brutaal genoeg was om hem uit te spreken.
Laten we het eens even in scene zetten. Een jongeman benaderde Jezus en vroeg Hem wat hij moest doen om het ware leven te vinden. Jezus zei: "Onderhoud de geboden..." enz. enz. De man zei: "Heb ik allemaal gedaan. Maar ik wil volmaakt zijn. Dus wat nu?" Jezus antwoordde: "Verkoop al je bezittingen en volg Mij." Dit was het laatste wat de jongeman wilde horen en dus liep hij weg. Als rijke man kon hij het niet aanhoren om al zijn goederen te moeten ontmantelen. Jezus en de discipelen zagen de man weglopen en toen zei Jezus:
Voorwaar, Ik zeg jullie dat een rijke moeilijk het koninkrijk der hemelen kan binnengaan. Nogmaals zeg Ik jullie: Het is gemakkelijker dat een kameel door het oog van een naald gaat, dan dat een rijke het koninkrijk van God binnengaat.
- Mattheüs 19:23-24, Concordant Literal New Testament. Zie ook www.schriftwoord.nl
Wat is het "koninkrijk van God"? Beter gezegd: "Wat betekende die uitdrukking voor een Israëliet?" Vandaag de dag neemt iedereen aan dat het de hemel betekent. De uitdrukking "koninkrijk der hemelen" verschijnt meerdere malen in het boek van Mattheüs en de meeste mensen denken (en ik begrijp waarom) dat het "koninkrijk der hemelen" hetzelfde is als de "hemel". Je weet al dat het voor een Israëliet onmogelijk was geweest om ook maar iets te begrijpen van het hemelse gebied. Alles wat een Israëliet kende was de roeping van Abraham, die het hoeden en zegenen van volkeren op aarde inhield.
Zoals ik eerder al zei, het koninkrijk van de hemelen is een koninkrijk dat hemels van karakter is (het is van de hemel), maar de locatie ervan is op aarde. We zullen dit in het kort bevestigen met de vraag van Petrus en het antwoord van onze Heer. Onthoud, deze serie vragen betreft het koninkrijk van de hemelen.
Toen de Heer zei hoe moeilijk het was voor een rijke man om er binnen te gaan, waren de discipelen verbijsterd. Ze vroegen Hem:
Wie maakt er dan überhaupt nog een kans? Jezus keek hen strak aan en zei: 'Geen enkele kans als je denkt dat je het zelf voor elkaar krijgt. Alle kansen van de wereld als je erop vertrouwt dat God het doet.' Toen kwam Petrus ertussen: 'Wij hebben alles achtergelaten en zijn U gevolgd. Wat levert dat ons op?'
- Mattheüs 19:25-27, The Message
Petrus komt direct ter zake. De concordante versie heeft: "Zie, wij laten alles achter en volgen U. Wat zullen wij dan zijn?" Onze Heer antwoordde:
Voorwaar, Ik zeg tot jullie, dat jullie, die Mij volgen, in de wedergeboorte, wanneer de Zoon van de Mensheid zal zitten op de troon van Zijn heerlijkheid, ook jullie zullen zitten op twaalf tronen, oordelend over de twaalf stammen van Israël.
- Mattheüs 19:28, Concordant Literal New Testament - Zie ook www.schriftwoord.nl
Twaalf tronen; twaalf stammen van Israël. Waar hoort Israël? Waar is haar terrein van bediening? Nergens, behalve op aarde. Israëls gebied was altijd op aarde, waar zij niet alleen maar zal oordelen over verloste Israëlieten uit alle twaalf stammen, maar ook over mensen uit alle aardgebonden volkeren.
Israël zal oordelen over aardse mensen. In tegenstelling daarmee, over wat voor soort wezens oordeelt het lichaam van Christus? Hou je goed vast en ik zal het je vertellen: "Weten jullie dan niet dat wij over engelen zullen oordelen?" (1Korinthiërs 6:3).
Totdat Paulus het boek Efeziërs schreef (rond 61 na Chr.) had niemand ooit gehoord van "naar de hemel gaan." Dit was één van de andere geheimen, verborgen in God - alleen aan Paulus geopenbaard - dat de lichamen van een selecte groep mensen nog radicaler veranderd zouden worden dan de opgewekte lichamen van Israëlieten, hen geschikt makend voor een omgeving, die nooit eerder bezocht was door mensen, namelijk, het gebied boven de sterren.
1Korinthiërs 15:35-42, uit het Concordant Literal New Testament [zie ook www.schriftwoord.nl].
Nu zal iemand aanmerken: 'Hoe worden de doden opgewekt? En met wat voor soort lichaam komen zij?' Dwaas! Wat jij zaait wordt niet levend gemaakt als het niet zou sterven. En wat jij zaait is niet het toekomstige lichaam, maar een kale graankorrel, zoals van tarwe of van één van de andere graansoorten. Maar God geeft er een lichaam aan zoals Hij wil en aan elk van de zaden zijn eigen lichaam.
Niet alle vlees is hetzelfde, want het vlees van mensen is verschillend, en het vlees van dieren is verschillend, en dat van vogels is verschillend, en dat van vissen is verschillend. Er zijn hemelse lichamen en er zijn aardse lichamen, maar de heerlijkheid van de hemelse is verschillend, en die van de aardse is verschillend. De glans van de zon is verschillend, en de glans van de maan is verschillend, en de glans van de sterren is verschillend, want de ene ster verschilt in glans van de andere ster. Zo is het ook met de opstanding van de doden.
Let op de wisselwerking hier: "Er zijn hemelse lichamen en er zijn aardse lichamen. Zo is het ook met de opstanding van de doden."
Na Zijn opstanding verscheen onze Heer aan Zijn discipelen, zoals is opgetekend in Lucas, hoofdstuk 24. De discipelen, die met de verrezen Heer naar Emmaüs liepen, keerden terug naar Jeruzalem om de elf discipelen het wonderbaarlijke nieuws te vertellen. Toen ze met elkaar spraken "stond Jezus Zelf in hun midden en zei tegen hen 'Vrede zij met jullie!'" (Lucas 24:36). En Jezus zei:
Waarom zijn jullie zo in de war? Kijk naar Mijn handen en voeten en zie dat Ik het ben. Raak Mij aan en zie dat een geest geen vlees en beenderen heeft, zoals jullie zien dat Ik wel heb. En terwijl Hij dit zegt toont Hij hun Zijn handen en voeten. Maar toen zij van vreugde en verwondering nog niet geloofden, zei Hij tot hen: 'Hebben jullie hier wat voedsel?' En zij gaven Hem een stuk gebakken vis en Hij nam het en at hen voor hun ogen.
Concordant Literal New Testament, zie ook www.schriftwoord.nl
Dit leek wel een circusact. Jezus trad op voor Zijn discipelen. "...toont Hij hun Zijn handen en voeten." Onze Heer had een lichaam, maar het was een lichaam dat geschikt was voor de aarde. Denk erom, het was wel een fantastisch lichaam.
Als je bedenkt dat de tekst ons vertelt dat Hij plotseling "in hun midden" stond, dan kunnen we aannemen dat dit verbazingwekkende, nieuwe lichaam van Jezus geen moeite had om door muren heen te gaan - zonder noodzaak van een deur. Waarom zouden de discipelen zich anders te pletter zijn geschrokken? Waarom hadden ze anders gedacht dat Hij een geest was? Maar Hij was geen geest; Hij was een lichaam. "Er zijn hemelse lichamen en er zijn aardse lichamen" (1Korinthiërs 15:40).
Het lichaam waarmee de discipelen die dag omgingen was een heerlijk lichaam. Zo heerlijk als het was, het had nog steeds handen en voeten. Het was een heerlijk, geestelijk lichaam. Het was geen geest, maar een geestelijk lichaam. Een geestelijk lichaam is een lichaam dat geactiveerd wordt door de kracht van geest. Een geestelijk lichaam sluit niet uit dat het lichaam van vlees is, of ruimte inneemt, of handen en voeten heeft en een spijsverteringsstelsel dat het in staat stelt om gebakken vis te verwerken.
Het lichaam van onze Heer dat Paulus zag op de weg naar Damascus was echter een heel ander lichaam. "Er zijn hemelse lichamen en er zijn aardse lichamen" (1Korinthiërs 15:40). Anders dan toen Jezus op aarde was, was het hemelse lichaam van Christus niet Joods.
Het hemelse lichaam van onze Heer Jezus Christus glansde helderder dan de middagzon, in feite zo helder dat de heerlijkheid ervan Saulus tegen de grond wierp. Dat zien we niet gebeuren bij de discipelen in Lucas, hoofdstuk 24. Hier zien we een man een vis eten en elf mannen die "Hmm" zeggen.
Er zijn hemelse lichamen en er zijn aardse lichamen, maar de heerlijkheid van de hemelse is verschillend, en die van de aardse is verschillend. De glans van de zon is verschillend, en de glans van de maan is verschillend, en de glans van de sterren is verschillend, want de ene ster verschilt in glans van de andere ster.
- 1Korinthiërs 15:40-41, Concordant Literal New Testament, zie ook www.schriftwoord.nl
Verschil is er alleen in de mate van heerlijkheid, het lichaam dat binnenkwam in de bovenkamer was niet minder geestelijk dan het lichaam dat Paulus onderuit haalde. "En wij allen, met onbedekt gezicht, weerspiegelend de heerlijkheid van de Heer, worden veranderd in hetzelfde beeld, van heerlijkheid tot heerlijkheid, zoals van de Heer, Die geest is" (2Korinthiërs 3:18).
Maar óns vaderland is in de hemelen, vanwaar wij ook een Redder verwachten, de Heer, Jezus Christus, Die het lichaam van onze vernedering zal omvormen tot het lichaam van Zijn heerlijkheid, overeenkomstig de werking waardoor Hij zelfs alle dingen aan Zichzelf kan onderwerpen.
- Filippenzen 3:20-21, Concordant Literal New Testament, zie ook www.schriftwoord.nl
Stel je de heerlijkheid hiervan voor. Leden van het lichaam van Christus zijn voorbestemd - niet om lichamen aan te nemen zoals toen Jezus vis at in de bovenkamer - maar om lichamen te krijgen zoals van de verheerlijkte Christus. Nadat Christus Zijn nieuwe, hemelse waardigheden had aangenomen, openbaarde Hij Zichzelf aan het eerste lid van het lichaam van Christus... aan het eerste lid van een lichaam van mensen van wie het vaderland niet op aarde is, maar in de hemelen. "Maar óns vaderland is in de hemelen" (Filippenzen 3:20).
Waarom? Omdat we daar naartoe gaan. Eindelijk, na duizenden jaren heeft God ervoor gekozen om Zijn manier van de hemelen te verzoenen met Zichzelf te onthullen.
Ik begon dit boek met Genesis 1:1 - "In het begin schiep God de hemelen en de aarde. Wat de aarde betreft..." en vanaf dat punt ging het allemaal over de aarde. Beginnend in Genesis, hoofdstuk 12, ging het allemaal over de roeping van een man, Abraham, wiens nakomelingen de volkeren van de aarde zouden hoeden en onderwijzen.
Maar, zoals je je nog wel herinnert, we leerden dat het doel van het kruis van Christus Jezus niet alleen maar was om de aarde met Hem te verzoenen, maar ook de hemelen.
En Hij is het hoofd van het lichaam, de ecclesia [zij die geroepen zijn], Die Soeverein is, Eerstgeborene uit de doden, opdat Hij in alles eerste mag worden, want in Hem verheugt heel het complement zich te wonen en door Hem alles met Zich te verzoenen (vrede makend door het bloed van Zijn kruis), door Hem, zowel op aarde als in de hemelen.
- Kolossenzen 1:18-20, Concordant Literal New Testament; zie ook www.schriftwoord.nl
Wie wist dat de hemelen vijandig waren naar God? Toch schrijft Paulus zelf in Efeziërs 6:12 - "Want wij hebben niet te worstelen tegen bloed en vlees, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers dezer duisternis, tegen de geestelijke machten van boosheid onder de hemelingen."
Onder de hemelingen! Ons vaderland, waar we van nature behoren, is in de hemelen (Filippenzen 3:20).
De taak van Israël: worstelen met bloed en vlees. Israëls taak is en was altijd het beheren en onderwijzen van de volkeren op aarde en hen tot volgelingen maken. Om hen voor deze taak geschikt te maken zal God hun lichaam omvormen tot een geestelijk lichaam (hoewel nog steeds fysiek) zoals dat wat onze Heer aannam op aarde in Lucas, hoofdstuk 24.
Maar aan hen die engelen zullen oordelen... aan gelovigen die in Hem waren uitverkoren voor een taak, die geheim was - om de geestelijke machten van boosheid onder de hemelingen te verzoenen - zullen andere lichamen gegeven worden die geschikt zijn voor onze taak.
"Want er zijn hemelse lichamen en aardse lichamen" (1Korinthiërs 15:40).
"Als Ik u aardse dingen heb verteld en u niet gelooft, hoe zult u geloven als Ik u hemelse dingen vertel?" (Johannes 3:12).
Om het punt te benadrukken, onze Heer verscheen aan het eerste lid van dit wonderlijke, gezegende en zeldzame gezelschap van mensen - niet als een wezen dat vis at, maar als een licht helderder als de middagzon.
Wat had je dan anders verwacht van een waarheid, zo nieuw, zo onbekend en voor een Israëliet nauwelijks te geloven? Wat is er meer in overeenstemming met een boodschap van totale genade dan een man als Paulus die een geheim uit de hemel bekend maakt waarvan niemand ooit nog had van gehoord?
Paulus vertelde aan de Korinthiërs:
Zie! Ik vertel u een geheim! Wij zullen niet allen ontslapen, maar wij zullen allen veranderd worden, in een ogenblik, in een oogwenk, bij de laatste trompet. Want Hij zal op de trompet blazen en de doden zullen onvergankelijk worden opgewekt en wij zullen veranderd worden.
- 1Korinthiërs 15:51-52, Concordant Literal New Testament; zie ook www.schriftwoord.nl
Aan de Thessalonicenzen schreef Paulus:
Want dit zeggen wij tot u door het Woord van de Heer, dat wij de levenden, die overleven tot de aanwezigheid van de Heer, in geen geval zij die rusten zullen voorbijstreven, want de Heer Zelf zal afdalen van de hemel, met een commando, met de stem van de Aartsengel en met de trompet van God en de doden in Christus zullen eerst opstaan.
Daarna zullen wij, de levenden, die overblijven, tegelijkertijd, samen met hen weggegrist worden in wolken, om de Heer in de lucht te ontmoeten. En zo zullen wij altijd samen met de Heer zijn. Troost daarom elkaar met deze woorden.
- 1Thessalonicenzen 4:15-18, Concordant Literal New Testament; zie ook www.schriftwoord.nl
"Zie! Ik vertel u een geheim!" De opwekking van de doden was geen geheim. Daniël had al jaren eerder geprofeteerd (Daniël 12:1-3) dat er een opwekking van de doden, van de waardigen, in Israël zou zijn. Eeuwen voor Paulus had God aan Daniël de wonderbaarlijke waarheid gegeven dat menselijke lichamen, die allang vergaan waren, uit het graf zouden komen. Tijdens het verblijf op aarde van onze Heer zagen we dit gebeuren toen Hij Lazarus en anderen opwekte. De Schrift vertelt ons dat er meer dan 500 mensen uit de graven kwamen na de opwekking van Jezus.
Wonderlijk, absoluut. Maar toen kwam Paulus.
Als deze waarheden uit 1Korinthiërs en 1Thessalonicenzen een geheim waren, dan kunnen ze niet dezelfde waarheid onderwijzen die Daniël leerde - en dat doen ze ook niet. Deze geheime opwekking die Paulus onderwees zal plaatsvinden voordat de heiligen van Israël worden opgewekt. Nogmaals, als deze opwekking waar Paulus naar verwijst, dezelfde opwekking is als waar Israël naar uitkeek, dan zou het geen geheim genoemd kunnen worden.
Waar we hier mee te maken hebben is een andere opwekking van een ander volk met een ander evangelie - gelovigen die uit de doden zullen opstaan met andere lichamen om naar een ander gebied te gaan waar zij een andere taak zullen hebben dan die van Israël.
Ik beself hoezeer het geestelijk in de mode is onder vele "gelovigen" vandaag de dag om deze duidelijke gedeelten van de Schrift niet te geloven (1Korinthiërs 15:51-52; 1Thessalonicenzen 4:15-18). Nogmaals, dat komt door een algehele onbekendheid met het verschil tussen het evangelie van de Besnijdenis en dat van de Onbesnijdenis: Onbekendheid met de aanwezigheid van een ander lichaam van onderwijs aan een ander lichaam van mensen (niet-Joden), met een andere bestemming, waarvoor ze een ander lichaam nodig hebben.
De Christelijke religie verklaart dat allen die in Jezus Christus geloven naar de hemel zullen vliegen bij "de opname". Dit zal oplopen tot honderden miljoenen mensen, zeggen zij.
Stel je de chaos even voor. Zou een Christelijke piloot tijdens de opname een vliegtuig besturen dan zal zijn of haar plotselinge afwezigheid een jammerlijk voorteken zijn voor alle onkerkelijke passagiers. Met een beetje geluk zal de copiloot een afvallige Christen zijn die de vrijgekomen plaats van de piloot in zal nemen en het vliegtuig veilig zal doen landen. Geen enkele passagier zal echter God danken want ze zullen allemaal atheïsten zijn.
Het is niet nodig om je dit alles voor te stellen, want Christelijke filmproducenten hebben dergelijke, traumatische scènes al vastgelegd in de film "Left Behind" [gebaseerd op de gelijknamige boekenreeks (Nederlands: "De Laatste Bazuin") van de Amerikaanse schrijvers Jerry B. Jenkins en Tim LaHaye.] Zie de shock. Voel de pijn. Kijk naar de verdwaasde gezichten van de kaartenmakers van Rand McNally als zij aan elkaar vragen: "Hé! Wat is er met Colorado Springs gebeurd?"
Dit is waarom ik niet in de "opname" geloof. Maar ik geloof wel in de "weggrissing".
Ik geloof de gedeelten die onze apostel Paulus schreef. Ik geloof dat Jezus Christus zal afdalen van de hemel, want 1Thessalonicenzen, hoofdstuk 4, zegt duidelijk dat Hij dat zal doen. Ik geloof dat de doden in Christus eerst zullen opstaan. Ik geloof dat degenen die op dat moment in leven zijn weggegrist zullen worden.
Dit is de Schriftuurlijk term: "weggegrist." Deze mensen zullen dus worden weggegrist, niet "opgenomen."
Deze mensen zullen opstaan (wat betekent "omhoog komen") om de Heer in de lucht te ontmoeten (datgene wat we inademen), in wolken (dat zijn "massa's van zichtbare damp").
Het Schriftgedeelte is duidelijk genoeg. Wat weerhoudt volwassen gelovigen ervan om het te geloven?
Drie dingen. Door wat de Christelijke religie met dit gedeelte gedaan heeft (er een wereldwijde ramp van gemaakt), kunnen veel serieuze heiligen simpelweg geen letterlijke vertaling aannemen. Ten tweede stellen sommige heiligen langs dezelfde lijn "letterlijk" gelijk aan "ongeestelijk." Daarom zoeken deze serieuze mensen voortdurend naar geheime, symbolische betekenissen achter duidelijke, letterlijke Schriftgedeelten.
Bijvoorbeeld, alhoewel wolken vaak in de lucht voorkomen en hetzelfde Griekse woord, nephele, door Jezus wordt gebruikt in Lucas 12:54 om te beschrijven wat een stortbui voortbrengt, nemen deze symboolgerichte mensen aan dat de wolken van 1Thessalonicenzen wolken van heiligen zijn.
Slechts één keer wordt nephele figuurlijk gebruikt in het Nieuwe Testament. In Hebreeën 12:1 lezen we over een wolk van getuigen. Maar een vuistregel voor Schriftuurlijke interpretatie (voor hen die houden van regels) is: letterlijk als het mogelijk is. Als de heiligen van 1Thessalonicenzen omhoog komen om de Heer in de lucht te ontmoeten, dan is een letterlijke lezing van nephele (wolken) niet alleen mogelijk, maar waarschijnlijk.
Vertel me eens even, hoezo is dit niet geestelijk?
Hoewel de wolk fysiek was, die Israël in de wildernis leidde, was zij zo geestelijk als maar zijn kan. Ze was geestelijk (maar niet in moleculaire structuur) in de zin dat God haar gebruikte voor Zijn doelen. Deze wolk fungeerde als een goddelijke wegwijzer. De wolken van 1Thessalonicenzen? Deze wolken verbergen hemelse zaken voor de starende blik van aardbewoners. Het is zo geestelijk als maar zijn kan.
Voor wat betreft het omhoog gaan in de lucht om de Heer te ontmoeten, de doden die eerst opstaan, en de heiligen die altijd samen met de Heer zullen zijn, ben ik niet ingewijd in de "geheime, symbolische betekenissen" van deze tekstgedeelten. Noch heb ik enig idee waarom men teleurgesteld zou kunnen zijn over de letterlijke lezing, of meer zou verlangen naar een geestelijke serie gebeurtenissen.
Ten derde maken veel gelovigen geen onderscheid tussen het lichaam van Christus en de bruid van het Lam. Anders gezegd: zij hebben geen besef van de verschillende bestemmingen van Israëls heiligen en proselieten (zij die Israëliet willen zijn) - die het evangelie van de Besnijdenis huldigen - en de mix van Joden en Grieken die Paulus' evangelie van de Onbesnijdenis aanhangen (zie Galaten 2:7). Zonder deze sleutel zullen veel deuren gewoonweg niet opengaan. Eén van deze is de deur naar de heerlijkheid van 1Thessalonicenzen, hoofdstuk 4.
Niet alle levenden die in Jezus geloven wanneer Hij neerdaalt van de hemel zullen worden weggegrist van de aardse Verdrukking om Hem in de lucht te ontmoeten. (Als het aantal mensen dat vandaag het evangelie van Paulus aanhangt enige aanwijzing is van de hoeveelheid die het op die dag zal aanhangen, dan zal het een klein aantal zijn en de gebeurtenis zal stil en rustig verlopen; de meerderheid van de gelovigen van vandaag behoort tot de Besnijdenis gelovigen, zoals ik in hoofdstuk 14 uitleg. Dus vergeet, als je kunt, het eerdergenoemde, pilootloze vliegtuigscenario. Vergeet "Left Behind.")
De Schrift vermeldt duidelijk (in Openbaring, hoofdstuk 7) dat er 144.000 uit Israël zullen zijn, verzegeld aan hun voorhoofd, die God zal bewaren door (niet uit) de Dag van de Verontwaardiging [Toorn], anders aangeduid als "de Grote Verdrukking." Tegelijkertijd zullen sommige heiligen het martelaarschap hebben bereikt ("Een grote menigte... uit iedere natie, stam, volk en taal" - Openbaring 7:9), iedere mogelijkheid uitsluitend om te worden weggegrist uit het gevaar.
Indien men nu aanneemt dat de heiligen van Openbaring, hoofdstuk 7, dezelfde heiligen zijn als van 1Thessalonicenzen, hoofdstuk 4, dan moet men het duidelijke onderwijs van 1Thessalonicenzen "weg vergeestelijken" om het passend te maken met het duidelijke onderwijs van Openbaring.
Dat de lezer van deze zinnen nu moge beseffen dat deze twee gedeelten niet bedoeld zijn om overeen te stemmen, maar dat ze juist de verschillende bestemmingen van twee verschillende, afzonderlijke volkeren, of groepen gelovigen beschrijven. Israël zal "een koninkrijk en priesterschap voor God" worden en "zij zullen regeren op aarde" (Openbaring 5:10). Zij zijn het "bruidsgezelschap," de "heiligen van het koninkrijk," de "Overwinnaars," hoe je ze ook maar wilt noemen. Maar diegenen, die van het lichaam van Christus zijn, zullen "de alles overtreffende rijkdom van Zijn genade tonen onder de hemelingen" (Efeziërs 2:6-7). Een totaal ander gebied.
Alles zou nu moeten kloppen. De heiligen van Christus' lichaam worden weggegrist, de lucht in en overgebracht naar het gebied van hun bediening. ("Want ons vaderland is in de hemelen" - Filippenzen 3:20.) Het is gewoon praktisch.
Koninkrijks heiligen (gelovigen van het Besnijdenisevangelie), die door de Dag van de Verontwaardiging (de Grote Verdrukking) heen leven, blijven op aarde want de aarde wordt hun werkgebied gedurende het koninkrijkstijdperk.
Klinkt dit niet logisch? Is dit niet praktisch?
Ja. En het is ook hartstikke geestelijk.
U kunt meer van Martin Zender vinden, op deze website:
Martin Zender
the world's most unorthodox Bible Scholar