“Indien dan jullie tezamen werden opgewekt met Christus, zoekt dan de dingen boven, waar de Christus is, zittend aan de rechterhand van God. Weest gezind naar de dingen boven, niet die van de Aarde, want jullie stierven, en het leven van jullie werd verborgen, samen met Christus, in God. Wanneer Christus, jullie leven, openbaar mag worden, dan ook zullen jullie, samen met Hem, openbaar gemaakt worden, in heerlijkheid."
(Kolossenzen 3:1-4;SW)
Paulus vertelt ons twee dingen te doen in verband met “die dingen die boven zijn.” Eerst vertelt hij ons ze te zoeken – er zijn een paar heerlijke “dingen die boven zijn.” Dan, nadat we ze gevonden hebben, zegt hij ons er naar “gezind” te zijn, onze aanhankelijkheid er op te richten.
Ons woord “zoeken” heeft de betekenis van …
Zoeken naar of op zoektocht gaan; er naar uitzien; er naar zoeken door van plaats tot plaats te gaan. *1)
De etymologie er van betekent…
Volgen; zoeken is er achteraan gaan; en de primaire betekenis is: voortgaan, doorduwen, voort drijven.*2)
Ons woord “vastleggen” heeft de betekenis van …
Plaatsen of vastleggen in iedere situatie.
Wie onder de hemelen bouwt, bouwt te laag |
In de King James vertaling wordt het Griekse woord (phroneo), hier vertaald met “zet”, ook vertaald met “savor”*4)(smaken), “think”*5)(denken), “mind”*6)(denken in de zin van denkzin), “regard”*7)(achting) en “care”*8)(zorg).
Natuurlijk laat Paulus ons niet in het duister over “de dingen die boven zijn.” Hij heeft ze aan ons onthuld, ze doorheen zijn brieven plantend zodat wij ze kunnen zoeken. Dit is hier ons doel: in Paulus’ brieven een paar van de “dingen die boven zijn” te zoeken, zodat we de aanmoediging van de apostel kunnen opvolgen om te zoeken en te zetten. Vijf daarvan zijn juist hier, in onze “zoek en zet” passage (Kolossenzen 3:1-4).
“waar Christus zit…” (Kolossenzen 3.1;SW)
Onze Here Jezus Christus is het voorwerp van ons zoeken en zetten. Hij is gezeten aan de rechthand van God. We kunnen nooit de rijkdom van Zijn Persoon en werk uitputten. Dit was de passie van Paulus, terwijl hij zijn hart openbaarde aan de heiligen van Filippi.
“Maar al wat voor mij winst was, dezen heb ik vanwege Christus schade geacht. Maar zeker ook acht ik alles schade te zijn vanwege het superieure van de kennis van Christus Jezus, mijn Heer, door Wie ik het al zuiver, en ik acht het vuilnis, opdat ik Christus zou winnen en in Hem gevonden moge worden, niet mijn rechtvaardigheid hebbend, die uit de wet, maar die door het geloof van Christus, de rechtvaardigheid van God, door het geloof, om Hem te kennen en de kracht van Zijn opstanding en de deelname aan Zijn lijden, gelijkvormig wordend aan Zijn dood.”
(Filippenzen 3:7-10;SW)
“aan de rechterhand…” (Kolossenzen 3.1;SW)
Het beschaven van de wereld … en verkrijgen van aardse macht en weelde – zulke ideeën zijn gefundeerd op Israëlische Oud Testamentische beloften.
C.I. Scofield |
Wij moeten zoeken en onze aanhankelijkheid vastleggen aan Gods rechterhand troon. Niet alleen is daar de Here Jezus Christus gezeten, maar dit is de plaats van onze huidige positie in Hem, alsook in de toekomstige en uiteindelijke bestemming in Hem. Omdat wij zonen van God zijn, zijn wij ook Zijn erfgenamen, en, uiteraard, de mede-erfgenamen met de Here Jezus Christus. Wij zijn gezamenlijke bezitters van alles wat Vader bezit. Wij delen in deze rijkdommen met onze Redder en Hoofd.
“Maar indien kinderen, dan ook lotdeelgenieters; jazeker, gezamenlijk lotdeelgenieters van God en van Christus.”
(Romeinen 8:17;SW)
“en Hij wekt ons tezamen op en zet ons tezamen in Christus Jezus te midden van de hemelingen”
(Efeze 2:6;SW)
“… van God” (Kolossenzen 3.1;SW)
De God van het universum moet de focus van ons zoeken en zetten zijn. Hij is niet slechts de Almachtige van het universum, Hij is onze liefhebbende en kostbare Vader.
“Genade aan jullie en vrede van God, onze Vader, en de Heer, Jezus Christus.”
(Efeze 1:2;SW)
“Nu dat jullie zonen zijn, vaardigt God de geest van Zijn Zoon uit, die in onze harten roept: Abba! Vader!”
(Galaten 4:6;SW)
“Want jullie hebben niet een geest van slavernij gekregen, om opnieuw vrees te hebben, maar jullie hebben de geest van zoonschap gekregen, door welke wij roepen: ABBA, Vader!” (Romeinen 8:15;SW)
Omdat onze identiteit in de Here Jezus Christus is, kunnen we nu de taal van een zoon spreken! De intieme term die onze Here Jezus Christus voor de Vader gebruikte was “Abba.”
“Hij zei ‘Abba, Vader’” (Markus 14:36)
“en het leven van jullie werd verborgen, samen met Christus, in God. Wanneer Christus, jullie leven… ”
(Kolossenzen 3:3,4;SW)
Wij moeten onze aanhankelijkheid zoeken en vastleggen in ons echte leven. Christus is ons leven. Wij leven met een goddelijk leven, door Hem.
“Ik werd samen met Christus gekruisigd, toch leef ik. Niet langer leef ik, maar Christus in mij; en wat ik nu leef in het vlees, leef ik in geloof van de Zoon van God, Die mij liefheeft en Zichzelf voor mij overgeeft”
(Galaten 2:20;SW)
“dan ook zullen jullie, samen met Hem, openbaar gemaakt worden, in heerlijkheid.”
(Kolossenzen 3:4;SW)
Het laatste voorbeeld dat Paulus ons in deze passage geeft over waar wij onze aanhankelijkheid moeten zoeken en aan vastleggen is “heerlijkheid.” Ook dit is onze uiteindelijke bestemming. Wij die gebrek hebben aan de heerlijkheid van God (Romeinen 3:23), zullen met Hem verschijnen in heerlijkheid (Kolossenzen 3.4).
“door Wie wij ook, door het geloof, toegang hebben in deze genade, waarin wij staan en wij roemen, in de verwachting van de heerlijkheid van God.”
(Romeinen 5:2;SW)
“Zo is het ook met de opstanding van de doden; het wordt gezaaid in vergankelijkheid, het wordt opgewekt in onvergankelijkheid, het wordt gezaaid in oneer, het wordt opgewekt in heerlijkheid. Het wordt gezaaid in zwakte, het wordt opgewekt in kracht.”
(2Korinthe 15:42,43;SW)
“Om deze reden wil ik alles verdragen om wille van de uitverkorenen, opdat ook zij de redding mogen verkrijgen in Christus Jezus, met aionische heerlijkheid.”
(2Timotheüs 2:10;SW)
“Want ik reken er op dat het lijden van de tegenwoordige tijd niet op kan tegen de heerlijkheid die in ons geopenbaard* zal worden”
(Romeinen 8:18;SW)
“Want de momentele lichtheid van onze verdrukking bewerkt voor ons, overstijgend in overstijging, een aionisch gewicht van heerlijkheid”
(2Korinthe 4:17:SW)
“en dat Hij de rijkdom van Zijn °heerlijkheid bekend zou maken aan voorwerpen van genade, die Hij tevoren gereed maakt tot heerlijkheid”
(Romeinen 9:23;SW)
“maar wij spreken wijsheid van God in een geheim, dat God tevoren beschikt had, vóór de aionen, voor onze heerlijkheid”
(1Korinthe 2:7;SW)
“verlicht zijnd de ogen van jullie harten, in jullie waarnemen van de verwachting van Zijn roeping, wat de rijkdom van de heerlijkheid van Zijn lotdeel onder de heiligen is”
(Efeze 1:18;SW)
“aan wie God wil bekendmaken wat de rijkdom is van de heerlijkheid van dit geheim onder de natiën. Dat is: Christus in jullie, de verwachting van de heerlijkheid”
(Kolossenzen 1:27;SW)
“en getuigen tot jullie God waardig te wandelen, Die jullie roept in Zijn °koninkrijk en heerlijkheid.”
(1Thessalonicenzen 2:12;SW)
“waarin Hij ook jullie roept door ons evangelie, tot verkrijging van de heerlijkheid van onze Heer”
(2Thessalonicenzen 2:14;SW)
Wordt niet afgeleid van wat echt is door de schijn van deze wereld, haar systeem en gang van zaken. Zoek in plaats daarvan de “dingen die boven zijn”, uw aanhankelijk daaraan vastleggend, want wij hebben “de hoge roeping van God in Christus Jezus.”
Noot.
1. Noah Webster, American Dictionary of the English Language, 1828.
2. Ibid.
3. Ibid.
4. Mattheus 16:23; Markus 8:33.
5. Handelingen 28:22; Romein 12:3, 1Korinthe 4:6; Filippenzen 1:7.
6. Romeinen 8:5; 12:16; 2 Korinthe 13:11; Galaten 5:10; Filippenzen 2:2,5; 3:15,16, 19; 4:2.
7. Romeinen 14:6
8. Filippenzen 4:10.
Terug naar de index.