“Wij zijn ambassadeurs voor Christus” (2Korinthe 5:20).
Als gelovigen is niet alleen ons burgerschap in de hemelen, maar we hebben ook de hoge eer van het functioneren als afgevaardigden van ons hemels thuisland hier op aarde. Wij zijn hemelse ambassadeurs.
Ons ambassadeurschap is een echt verwaarloosd gebied. Een paar andere auteur delen met ons een paar waarnemingen over ambassadeurschap waar die verband houden met onze goddelijke missie.
Waar is de Koning vandaag? Hij is in de hemel, een Koninklijk ballingschap, ongewenst in de wereld. En waar is vandaag het koninkrijk? Ook dat, net als vele regeringen sindsdien, is in ballingschap. Het wordt door de Koning Zelf bekleed. Het blijft in de hemel terwijl de vestiging op aarde uitgesteld is. En waar is vandaag het geestelijk burgerschap van de gelovige? In de hemel!
Waarom zijn wij hier dan achter gelaten? Om Christus te vertegenwoordigen – en de titel van Christus betekent “de Gezalfde”, de Koning!
“Wij zijn ambassadeurs voor Christus” (2Korinthe 5:20).
Laten we, om onze positie als ambassadeurs voor Christus beter te begrijpen, de positie van het ambassadeurschap zelf eens overdenken
1. Een ambassadeur is een officiële afgevaardigde van een heerser of staat. Het zou ons allen goed doen als we ons opnieuw bewust worden dat God ons hier heeft om Zijn Zoon te vertegenwoordigen.
2. Een ambassadeur wordt altijd naar een andere natie gezonden, nooit naar zijn eigen natie. Het zal eerst onnodig schijnen dit aan te duiden, maar het is hier van groot belang; want het feit dat onze Heer ambassadeurs zendt naar heel de wereld, houdt in dat Hij op aarde geen natie heeft die Hij de Zijne noemt.
Wij spreken van Christelijke natiën, maar in werkelijkheid is er geen regering op aarde waarvan ook maar gezegd kan worden “Dit is het koninkrijk van God. Hier heerst Christus!” Israel was ooit op weg om het koninkrijk van God te worden, maar het weigerde de Koning uit de hemel en het koninkrijk uit de hemel, en is uit Gods gunst geworpen tot “de dag van Zijn macht”, wanneer Hij hen “gewillig” zal maken (Psalm 110:3).
3. Een uitwisseling van ambassadeurs duidt een toestand van vrede aan.
4. Ambassadeurs worden teruggetrokken wanneer de oorlog is verklaard.
Cornelis Stam (1909-2003)
Ambassadors for Christ
Een ambassadeur neemt niet deel aan de regering van het land waarin hij dient, maar hij vertegenwoordigt veeleer zijn eigen land dat hem zond, met het oog op haar beste belangen. Zijn wij hier dan minder echte buitenlanders omdat het de hemel is dat het land van ons burgerschap is (Filippenzen 3.29) en de heiligen onze mede-burgers zijn? (Efeze 2:19).
Als wij dan weigeren ons te bemoeien met de politiek, is dat niet omdat we denken dat politiek zelf verkeerd is, maar omdat we behoren tot een ander land, dat wil zeggen, een hemels land; en we zien dat het wereldsysteem kwaad is (Johannes 17:15) en de Ene verwerpt die wij liefhebben. Daarom wensen wij ervan gescheiden te zijn en ons lot bij dat van Hem te werpen. Wij worden naar boven getrokken, boven en voorbij dit toneel, door de eenheid met Christus in den hoge, gewillig om veracht te worden, ja liever schande te lijden voor Zijn naam, terwijl wij wachten op Zijn komst.
E.V.W.
Help and Food (1912)*1)
Onze relatie met de regeringen van de aarde wordt duidelijk afgebakend door één woord. Wij zijn ambassadeurs. Gezonden uit het hemelse hof vertegenwoordigen wij op aarde de goddelijke regering, zolang de vrede die de verzoening brengt mag duren. Voordat God de oorlog verklaart aan de aarde zullen wij, als Zijn ambassadeurs, teruggetrokken worden. In de tussentijd zou verzoening onze vaste politiek moeten zijn. De bezigheid van een ambassadeur heeft alleen met vrede te maken. Zijn werk eindigt wanneer de oorlog is verklaard. Daarom zouden we ons tot het uiterste moeten inspannen om vrede te hebben met de regeringen waarmee we in contact komen, leunend op God om hen te weerhouden om ons te dwingen dat te doen wat Hem geen genoegen doet. Hij zal er op toezien dat een frank en vrije belijdenis van ons geloof een overweging zal ontvangen in de handen van de heersende machten, die, zoals eerder gezegd, Zijn dienaren zijn, Zijn doelstelling uitwerkend, ook al zijn ze dit in het geheel niet bewust. Wij staan voor vrede, niet alleen met andere natiën, maar ook met de regering waaronder wij leven.
Unsearchable Riches
Jaargang 10 (1918).
Wij zijn geroepen om bij deze huidige aardse regeringen ambassadeurs te zijn voor onze hemelse regering. Het woord “burgerschap” in Filippenzen 3:20 is een interessant woord. Het is het Griekse woord “politeuma” en betekent “gemenebest van burgers.” Het is interessant dat wij in onze taal het woord politiek nemen van dit Griekse woord. De politieke taal die hier wordt gebruikt is zeer zeker geen toeval … Het Lichaam van Christus heeft zijn “burgerschap in de hemelen”. Als burgers van de hemel, dienen we, terwijl we op aarde zijn, als ambassadeurs van Christus.
Paulus’ gebruik van de term “ambassadeur”, om daarmee de rol van gelovigen te omschrijven, was een uitstekende keuze. Wij leven onder een buitenlandse regering – de menselijke regeringen die onder controle staan van Satan. Net zoals aardse ambassadeurs niet deel moeten nemen aan aardse regeringen waar zij hun eigen land dienen, zouden gelovigen niet deel moeten nemen aan aardse regeringen. In plaats daarvan, (h)erkennend dat ons burgerschap in de hemel is, zouden wij moeten dienen als vertegenwoordigers voor hen die rondom ons zijn; wij zouden moeten dienen als ambassadeurs voor Christus.
William Petri
Government, War and the Christian (2008), pages 11-13)
Wij, die Christus vertrouwd hebben, zijn burgers van de hemel (Filippenzen 3:20 – kantlijn KJAV, Darby, Young). Wij zijn hier op vreemde grond – “met een opdracht”. Zouden we in ons eigen land zijn, dan zouden we niet onderworpen worden aan de zorgen en het verdriet van dit leven: maar als ambassadeurs voor een wereld die op dit moment vijandig staat tegenover God, worden we voortdurend geconfronteerd met de lasten van zo’n goddelijke “opdracht.”
“opdat niemand zou wankelen in deze verdrukkingen van ons, want jullie hebben waargenomen dat wij daartoe zijn bestemd”
(1Thessalonicenzen 3:3;SW)
Wij zijn hier om ons volle deel te nemen in de beproevingen waaronder “de hele schepping, tot nu toe, tezamen kreunt en tezamen zwoegt” (Romeinen 8:22;SW). Ieder van ons maakt deel uit van wat Job sprak: “Want de mens is geboren om te zwoegen en de zonen van de hete wind gaan omhoog om te vliegen” Job 5:7;SW). Wij, in identiteit met Christus, lijden zodat anderen mogen weten van Zijn wonderlijke en volle genade. Naast onze redding zouden wij als ons grootste verlangen moeten hebben dat God ons zal gebruiken als Zijn vaten van genade. Wij lijden de gevaren van een gebroken mensheid ten behoeve van Hem.
“Zoals geschreven werd: dat wij vanwege U de hele dag gedood worden; wij worden gerekend als slachtschapen”
(Romeinen 8:36;SW)
Elke dag dat Hij vrije genade uitdeelt aan de mensheid is niet anders dan een andere dag van uitbreiding van onze “missie,” maar Hij zal het ons vergoeden.
“Maar als wij het goede doen zouden we niet moedeloos mogen zijn, want op onze tijd zullen wij oogsten, als wij niet verslappen”
(Galaten 6:9;SW)
“Daarom, mijn geliefde broeders, weest standvastig, onwrikbaar, overvloedig in het werk van de Heer, altijd wetende dat uw °werk in de Heer niet vergeefs is”
(1Korinthe 15:58;SW)
Als we onszelf terugvinden in “in zwakheden, in schandelijkheden, in gebreken, in vervolgingen, in benauwenissen, alles ten behoeve van Christus” (2Korinthe 12:10;SW), laten we dan niet vergeten dat wij “daartoe zijn bestemd” (1Thessalonicenzen 3:3;SW).
Blijf denken aan onze eervolle opdracht! Wij zijn op goddelijke missie! Wij zijn hemelse ambassadeurs.
Noot.
1. Gelezen in Can Consistent Christians Mingle in Politics? Uitgegeven door Moments With The Book.
Terug naar de index.