Wereldzaken en nationale politiek
de hoge roeping door God in Christus Jezus


"Hoofdstuk 5 - Bijwonende vreemdelingen

door Clyde L. Pilkington Jr.

“ons burgerschap behoort in de hemelen” (Filippenzen 3:20;SW)
“ons gemenebest heeft z’n bestaan in de hemelen” (Darby vertaling, 1890)

Het verleden van de gelovige

Toen we in deze wereld werden geboren, werden we geïdentificeerd met Adam en met alles wat zijn ongehoorzaamheid voortbracht. Wij maakten deel uit van deze “huidige boze aion” (Galaten 4:3). Wij waren “geslaafd onder de beginselen van de wereld” (Galaten 4:3;SW). Wij wandelden “overeenkomstig de aion van deze wereld” (Efeze 2:2;SW). Met andere woorden, wij waren aardse inwoners. Maar het sleutelwoord hier is waren!

“toen jullie nog de natiën waren” (1Korinthe 12:2;SW)
“dat ooit jullie, de natiën in het vlees … genoemd werden” (Efeze 2:11;SW)

Het heden van de gelovige

God plaatste ons in Christus, “door Wie de wereld voor mij werd gekruisigd en ik voor de wereld”(Galaten 6:14;SW). Wij zijn nieuwe scheppingen, “Het oude ging voorbij. … Het is nieuw geworden!” (2Korinthe 5:17;SW). Wij zijn heiligen, verlost “uit het gezag van de duisternis” en overgebracht “in het koninkrijk van de Zoon van Zijn liefde” (Kolossenzen 1:13;SW). “Hij wekt ons tezamen op en zet ons tezamen in Christus Jezus te midden van de hemelingen” (Efeze 2:6;SW).

Want ons burgerschap behoort in de hemelen, waaruit ook wij de Redder verwachten"
Filippenzen 3:20

Koninkrijken in conflict

Nu deel uitmakend van het hemelse koninkrijk, worden we in een conflict tussen koninkrijken geworpen. De koninkrijken van deze wereld, hoewel door God in leven geroepen en Zijn doelstelling uitvoerend, zijn op dit moment in een relatieve rebellie tegen de God van de hemel. Toch heeft Hij ons een nieuwe en andere roeping gegeven, een heerlijke oproep, als Zijn ambassadeurs voor Hem en Zijn koninkrijk; onze taak is nu te schijnen als lichten “te midden van een verkeerd en verdorven geslacht”(Filippenzen 2:15;SW). Wij wachten nu op de “volheid van de natiën” (Romeinen 11:25;SW).

Het is eenvoudig gegrepen te worden in de maalstromen van de nationale politiek, want “Waarom briesen natiën en mediteren volken over holle frasen?” (Psalm 2:1; Handelingen 4:25;SW). God echter heeft ons overgebracht uit het nationalisme. Het thuis van de gelovige en zijn burgerschap zijn nu in de hemel.

Met dankzegging kunnen we het feit omarmen dat we goddelijk overgebracht zijn van de ijdele koninkrijken van deze wereld naar het heerlijke, hemelse koninkrijk van Zijn geliefde Zoon (Kolossenzen 1:13). Zo zijn wij “medeburgers van de heiligen” (Efeze 2:19) – hier vreemdelingen, daar burgers van het hoge gebied. Deze wereld is niet ons thuisland, omdat wij burgers zijn van het gemenebest van de hemel.

Met betrekking tot Filippenzen 3:20 schreef J.C. O’Hair (1876-1958)…

Het burgerschap en de politiek van ieder vertegenwoordiger van Christus is in de hemel…. De gelovige is in de wereld, maar niet van de wereld. Aan hem is het Woord van de verzoening toevertrouwd. Aan hem is de bediening van de verzoening gegeven.*1)

Ook Bill Petri voegt zijn stem toe aan deze discussie…

Het woord “burgerschap” in Filippenzen 3:20 is een interessant woord. Het is het Griekse woord politeuma en betekent “het gemenebest van burgers.” Het is interessant dat wij in onze taal het woord “politiek” van dit Griekse woord nemen.*2)
Het burgerschap en de politiek van iedere
vertegenwoordiger van Christus is in de hemel
J.C. O’Hair

Ook David C. Pack deelt in de betekenis van het woord politeuma en de toepassing er van op Paulus’ gebruik van de zinsnede “Lichaam van Christus”:

Het Griekse woord voor burgerschap is politeuma. “Politiek” komt van dit woord! Christenen hebben zeker een “politiek agenda”, maar die is niet van deze wereld.*3)

Dan Hadden neemt waar…

Een Griekse stad stond bekend als een “polis”. De oorspronkelijke betekenis lag dichtbij het idee van “stad”, maar werd uiteindelijk gebruikt om de het heersende politieke centrum aan te duiden van een district of gebied. In feite werd polis een nogal complex woord om heel het idee van regering te omvatten en was daarom een meer uitgebreid woord dan alleen maar “stad.” Wij hebben ons woord “politiek” van dit woord – de kunst of wetenschap van het besturen van een groep mensen.
Uw belang in de politie is echt en God-gegeven.
Uw daden zijn voorbarig.
Uw gebied is onlosmakelijk in de hemelen

Een politicus is een persoon die betrokken is bij het runnen van zaken van de polis; een politiek is een weerspiegeling van wijsheid in het regeren van de polis; en politie zijn zij die de activiteiten van de polis controleren en reguleren. Zoals u kunt zien is dit Griekse woord de basis voor veel van onze woorden die verbonden zijn met regeringszaken.
Op soortgelijke wijze werd het Griekse woord polis door de Grieken gebruikt als een basis voor vele andere Griekse woorden die verbonden zijn met regeringsfuncties. Een politarches was een burgerlijk magistraat (Handelingen 17;6,8); een polites was een burger van de staat (Handelingen 21:39); een politeia was het woord dat werd gebruikt voor burgerschap (Handelingen 22:28); en ploiteuomai was een woord om te beschrijven hoe mensen zichzelf moesten gedragen als burgers van de staat. Er dan was er het woord dat we hier overdenken, politeuma – een woord dat werd gebruikt om de staat zelf te beschrijven of een gemenebest.*4)

Paulus leert ons dat, als ambassadeurs van Christus’ Lichaam, wij al een burgerschap hebben, en het is in de hemel. Onze regering is daar; onze Koning is daar; onze politiek is daar. Wij horen niet bij een aards koninkrijk; het onze is een hemels koninkrijk.

Hoewel we ons aan hen onderschikken, zijn de aardse heerser niet de onze. Christus is onze Koning en enige Potentaat.

onze Heer, Jezus Christus, Die de blije en enige Potentaat op Zijn tijd zal tonen: de Koning van de koningen, en de Heer van de heren”
(1 Timotheüs 6:14,15;SW)

Dit hemels koninkrijk is onze roeping!

en getuigen tot jullie God waardig te wandelen, Die jullie roept in Zijn °koninkrijk en heerlijkheid”
(1Thessalonicenzen 2:12;SW)

Wij zijn verlost uit de aardse koninkrijken en overgeplaatst in het Zijne…

“Die ons redt uit het gezag van de duisternis en ons overbrengt in het koninkrijk van de Zoon van Zijn liefde”
(Kolossenzen 1:13;SW)
Ik verlang niet langer naar een aards burgerschap,
want ik heb een hemels burgerschap gevonden.
A.E. Knoch

Hij is onze enige Potentaat (“only ruler” – Darby vertaling 1890), de Koning van koningen en Heer van heren.

onze Heer, Jezus Christus, Die de blije en enige Potentaat op Zijn tijd zal tonen: de Koning van de koningen, en de Heer van de heren
(1 Timotheüs 6:14,15;SW)

Lloyd Hartzler stelt dat,

Zoals een vreemdeling in een vreemd land uitgesloten is van deelname aan de politiek, zo sluit de hemelse burger zichzelf uit met het oog op zijn hogere verwantschap.*5)

Wat nu volgt is een verzameling citaten over ons ware burgerschap.

Burgers van de hemel

Wij zijn niet een aards volk dat hemelse ervaringen heeft;
wij zijn een hemels volk dat aardse ervaringen heeft.
Martin Zender

Wij zijn niet burgers van deze wereld die proberen ons een weg te banen naar de hemel; wij zijn burgers van de hemel die proberen ons een weg te banen door deze wereld. Dit radicale Christelijke inzicht kan levensveranderend zijn. Wij moeten niet leven opdat wij Gods liefde kunnen verdienen, de hemel erven en onze redding kopen. Al deze dingen worden ons als geschenken gegeven, geschenken die ons aan het kruis worden gebracht door de Here Jezus Christus en aan ons worden overhandigd. Wij leven als Gods verlosten, als erfgenamen van de hemel en als burgers van een ander land: het Koninkrijk van God. Wij leven als zij die op weg naar huis zijn – een huis waarvan we weten dat alle lichten branden en de deur open staat en waar onze Vader wacht wanneer we aankomen. Dat betekent dat ondanks alle tegenstand, onze aanbidding van God vreugdevol is, ons leven hoopvol en onze toekomst zeker. Er is niets dat we op aarde kunnen verliezen dat ons kan beroven van de schatten die God ons heeft gegeven en aan ons zal geven.
The Landisfarne Magazine

Wij zijn burgers van de hemel

Wij zijn in deze wereld, maar we horen hier niet. We zijn alleen maar vreemdelingen, pelgrims. We reizen in het buitenland. We bezoeken steden, kijkend naar mooie dingen, onder de indruk van wat we zien, maar we zijn slechts toeristen. Iets trekt voortdurend aan ons hart - “thuis.” Daarom zijn wij, ook zolang we nog in deze wereld leven, burgers van de hemel. Christus is onze Koning (1Timotheüs 1:17). Wij zijn Hem onze trouw schuldig, onze gehoorzaamheid. Wij dienen die dingen te zoeken die boven zijn, waar Christus is.
J.R. Miller (1840-1912)
The Wider Life (1908)

De agenda van het Koninkrijk van God

De kerk die bij Jezus hoort maakt geen deel uit van de agenda van wie dan ook. In feite leveren de mensen die tot Hem behoren de enige agenda die uiteindelijk telt. Het is de agenda van het Koninkrijk van God die inbreekt in de menselijke geschiedenis – het centrale thema van de geschiedenis van de wereld. Het is de enige kracht die van een vriend een vijand kan maken, van een crimineel een heilige, van een biologische vader een echte ouder. En hij maakt de meest ambitieuze politieke agenda die we ons maar kunnen indenken tot een onbeduidende zaak.
Cal Thomas (with Ed Dobson)
Blinded by Might: Can the Religious Save America? (1999), p. 97.

Ik verlang niet langer naar een aards burgerschap,
want ik heb een hemels burgerschap gevonden
A.E. Knoch

Onze trouw

De Schrift leert dat wij onszelf moeten zien als soldaten die in een vreemd land gestationeerd zijn, en we ons daarom niet mogen toestaan teveel betrokken te zijn bij burgerlijke zaken (“the affairs of this life” – 2Timotheüs 2:4). Tot welk land we ook van nature behoren, Paulus zegt dat we ons altijd dienen te herinneren dat ons echte burgerschap in de hemel is (verg. Filippenzen 3:20). Welke meningen we ook hebben over hoe de problemen van de samenleving opgelost kunnen worden, we dienen ons altijd te herinneren dat we niet twee heren kunnen dienen (Lukas 16:13).

Onze trouw, daarom, kan nooit aan enige versie van het koninkrijk van de wereld zijn, hoeveel beter we denken het ook is dan andere versies van het koninkrijk van de wereld.

Onze trouw is aan onze hemelse Vader, tot Wiens land wij behoren en in Wiens familie we zijn geadopteerd (Romeinen 8:29; Galaten 1:2; 6:10; Efeze 1:4,5) … We dienen onszelf te zien als “bijwoners”.
Gregory A. Boyd
The Myth of a Christian Nation (2005), page 70,71.

Vriendelijke vreemdelingen in een vreemd land

De Christen word geroepen om pelgrim te zijn en vreemdeling. Hij moet stilletjes lijden onder de huidige ongemakken en riskeren in een andere versnelling te staan dan de machtige machinerie van de wereld, nationaal en internationaal.

De volgeling van Christus moet gericht zijn op “de dingen boven, niet die van de Aarde” (Kolossenzen 3:2;SW). Niemand kan tegelijk een pelgrim zijn die door een bepaald land gaat en er een burger van zijn. In relatie tot dit huidig wereldsysteem nemen we blij van hart de eerste status aan. Aan het einde van zijn bijwonen zal de verstandige vreemdeling, waar hij ook mag zijn, zijn uiterste best doen om hen die om hem heen zijn van voordeel te zijn; maar zijn activiteiten moeten geregeld worden door zijn vreemdelingschap.

Het hart van een vreemdeling zou gericht moeten zijn op de dingen van zijn vaderland, waar zijn soeverein is, zijn thuis en zijn permanente bezittingen, en zou niet gericht moeten zijn op het land waar hij alleen maar een vreemde en bijwoner is. Nu is een ambassadeur nooit burger van enige staat, behalve van die welke hem zendt.
G.H. Lang (1874-1958)
The Christian – a Friendly Alien

Doe goed aan allen*6)

“als we de gelegenheid hebben, werken wij het goede voor allen”
(Galaten 6:10;SW)

In plaats van kruistochten te houden en te staken tegen alle mogelijke kwaden in onze cultuur, zouden gelovigen beter Christus verheerlijken door vriendelijkheid en liefde te tonen.

In plaats van te klagen over de neiging van de regering om geld te verkwisten aan nutteloze programmas, zouden gelovigen beter hun harten en portemonnees openen om te zorgen voor hen die behoeftig zijn.

In plaats van de deuren te blokkeren (of erger) van abortusklinieken, zouden zij de deuren van hun huizen moeten openen voor vrouwen die in verwachting zijn, die geen “pro-life” lectuur nodig hebben, maar een liefdevolle aanvaarding en hulp bij het volledig uitdragen van hun zwangerschap.

Dit zijn maar een paar praktische manieren waarop gelovigen de liefde van Christus kunnen tonen in plaats van voorwerpen van bespotting te worden door voortdurend bezig te zijn met al de negatieve retoriek over hoe slecht onze samenleving wel is.

Verloren onderscheid

Tot in een hoge graad hebben wij ons zicht verloren op het Koninkrijk van God en hebben we onze missie in de steek gelaten. We hebben de wereld toegestaan ons te leiden, onze agenda te bepalen, en onze voorwaarden om er mee om te gaan. We hebben de beperkte en verdelende opties van het koninkrijk van de wereld aanvaard en weerspiegelen daarom de conflicten van het koninkrijk van de wereld.
Gregory A. Boyd
The Myth of a Christian Nation, page 64


Noot.

1. J.C. O’Hair , Ambassadors of reconciliation.
2. William (Bill) Petri, Government, War and the Christian (2008), p11
3. David C. Pack, Do Christians Vote?
4. Dan Hadden, Truth in Grace.
5. Lloyd Hartzler, The Christian and the State, p.6.
6. Dit deel “Doe goed aan allen” is genomen uit Bible Students Notebook #223, overgenomen uit een aangepast aan de geschriften van Jon Zens en Cliff Bjork, God and Country; the Dangers of Contemporary Christian Americanism.



Terug naar de index.



Dit artikel is hier geplaatst met de toestemming van Clyde L. Pilkington Jr.
© www.hetbestenieuws.nl