“Waarom briesen natiën” - (Handelingen 4:25;SW)
Ons woord “natie” is een vertaling van verscheidene Hebreeuwse en Griekse woorden (zoals gowy in Psalm 2:1 en ethnos in Handelingen 4:25), die ook gebruikt worden voor het vertalen van woorden als “volken” en “heidenen” in vele Bijbelvertalingen*1). De sleutel tot nationalisme heeft te maken met het verstaan van de plaats er van in Gods plan. Wanneer iemand Gods doelstellingen kent, is men beter in staat te weten hoe er tegenover te staan. Nationalisme is een goddelijk oordeel over de mensheid dat in Babel*2) werd geïntroduceerd(Genesis 10 en 11), en is Zijn instrument voor ijdelheid; want, echt, “de natiën briesen” en de volken “mediteren … over holle frasen”(Psalm 2:1; Handelingen 4:25).
Twee maal wordt ons zeer specifiek in de Schrift verteld dat het tijdens het leven van Peleg was dat de aarde werd verdeeld (Genesis 10:25; verg, 1 Kronieken 1:19). In feite betekent de naam Peleg “verdeling”. Het was tijdens zijn leven, in Babel, dat het volk van de aarde werd verdeeld in verschillende taalgroepen en werd verstrooid.
De geschiedenis van de wereld
is niets anders
dan het verbreken van regeringen,
systemen, idealen en programmas
M.R. de Haan
|
Gods oordeel over de rebellie van de federatie van de mensheid tegen hun familie-heerschappij was de introductie van het nationalisme. Tot op dit punt was de hele mensheid één van taal. Bij Babel vermenigvuldigt God hun talen, hen dwingend om in verdeeldheid verstrooid te worden. Deze verdeelden regeerden als regionale, politieke allianties (dwz. natiën). A.E.Knoch definieerde een natie als “een organisch politieke eenheid”*3).
Nationalisme is slechts een verder instrument in Gods hand om de mensheid te onderschikken aan ijdelheid (Romeinen 8:20)*4). Mensen kijken naar hun regering voor het antwoord op hun problemen, en zelfs Christenen proberen tevergeefs de voorbestemde koers van de natiën te beïnvloeden. De geschiedenis van het nationalisme is er een van een opeenvolgend falen. Men hoopt op een “goede” regering, en vindt alleen dat het “kwaad” opnieuw de overhand heeft: de ene natie na de andere, het ene koninkrijk na het andere, werpt elkaar omver; de ene partij verslaat de andere, het ene streven overwint het andere, alles in nutteloze kringlopen. God staat in het centrum van dit alles, “want er is geen gezag dan onder God. En die er zijn? Zij zijn gesteld onder God”(Romeinen 13:1;SW). Farao was Gods dienaar (Romeinen 9:17), net als Cyrus dat was (Jesaja 45:1).
Dit betekent uiteraard dat wij nooit moeten vergeten dat “de Allerhoogste het gezag heeft in het koninkrijk van de sterveling. En Hij geeft het aan wie Hij wil” (Daniël 4:17,25;SW), en “Naar Zijn wil doet Hij door Zijn hemelse leger en met die verblijven op de Aarde. En niemand zal in feite in zijn handen klappen en tot Hem zeggen: Wat doet U?”(Daniël4:35;SW). Het is God Die heerst “over alle koninkrijken van de natiën”(2Kronieken 20:6;SW).
Wij weten dat “Het hart van een koning is als waterbeekjes in de hand van JAHWEH, Hij doet ze keren waarheen Hij wil”(Spreuken 21:1;SW), en in feite is Hij “een grote Koning over heel het land” (Psalm 47:2;SW).
God heerst over alle natiën, stelt hun tijden en hun grenzen vast. Het wie, hoe, wanneer en waar worden alle door Hem bepaald voor Zijn Eigen doelstellingen.
Kwaad moet er zijn
en God controleert het om zo
Zijn weldadige doelstellingen te bereiken.
A.E.Knoch
|
“Hij maakt uit één iedere natie van de mensheid, om te wonen op heel het oppervlak van de Aarde, specificerend de vaststelling van de seizoenen en de grenzen van hun woongebied”
(Handelingen 17:26;SW).
Satan is op dit moment aangesteld als “god van deze aion” (2Korinthe 4:4;SW). God gebruikt hem als instrument om de koninkrijken en de heersers van deze wereld aan te stellen en te verwijderen om Zijn goddelijk doel met de tijden te vervullen.
“Hij veranderde de eras en de bepaalde tijden; Hij deed koningen voorbij gaan en doet koningen opstaan”
(Daniël 2:21;SW).
God controleert de wielen van de regering
en de raad van koningen om Zijn eigen
grote ontwerpen tot stand te brengen.
C.H. Mackintosh
|
“Eloah de Allerhoogste is in gezag over het koninkrijk van de sterveling. En wie Hij wil stelt Hij er over aan”
(Daniël 4:17, 25, 32; 5:21;SW)
Het is God Die de zaken van deze aarde regelt, inclusief het publieke gebied, en Hij gebruikt de werking van de Tegenstander om Zijn doelstelling onder de natiën te bewerkstelligen, ze allemaal tot ijdelheid brengend.
“Zij zullen beschaamd worden en zij zullen verschrikt worden voor de toekomst, en zij zullen schaamrood worden en zij zullen vergaan. En zij zullen weten dat U, Uw Naam, JAHWEH, alleen de Uwe, allerhoogst is in heel het land.”
(Psalm 83:17,18;SW)
“En allen die op het land verblijven worden als niets gerekend. Naar Zijn wil doet Hij door Zijn hemelse leger en met die verblijven op de Aarde. En niemand zal in feite in zijn handen klappen en tot Hem zeggen: Wat doet U?”
(Daniël 4:35;SW)
Daarom zei de Here Jezus Christus tegen Pilatus:
“U heeft geen enkel gezag tegen Mij, indien het niet van boven aan u was gegeven”
(Johannes 9:11;SW)
“En Hem omhoog leidend, toont hij Hem in een oogwenk al de koninkrijken van de Aarde. En de duivel zei tot Hem: "Ik zal u al dit gezag geven en hun heerlijkheid, die aan mij werd gegeven. En aan wie ik maar wil geef ik het. Indien u dan voor mij zou aanbidden, zal het allemaal van u zijn."
(Lukas 4:5-7;SW)
Gregory A. Boyd schreef over deze passage.
In Lukas 4 verleidde de Tegenstander Jezus door Hem “alle koninkrijken van de wereld” te tonen, terwijl hij zei: “Ik zal u al dit gezag geven en hun heerlijkheid, die aan mij werd gegeven. En aan wie ik maar wil geef ik het”. Jezus wilde uiteraard de Tegenstander niet aanbidden om deze koninkrijken te verkrijgen; maar let op: Hij vecht de claim van de Tegenstander, dat hij ze bezit, niet aan!
Kennelijk is het gezag over alle koninkrijken van de wereld aan Satan gegeven. Het wordt uit deze tekst niet duidelijk of wij mensen de Tegenstander dit gezag hebben gegeven toen we ons aan hem overgaven in de Hof (Genesis 3), of dat God hem in het begin al dit gezag had toevertrouwd. Wat duidelijk is, ongeacht hoe het tot stand kwam, is dat Gods kosmische aartsvijand nu het gezag bezit over alle soorten van koninkrijken van de wereld en dit gezag doorgeeft aan wie hij maar wil.
Alle kennis is relatief;
ze is gebaseerd op contrasten
A.E. Knoch
|
Deze leer is in verschillende vormen te vinden doorheen het Nieuwe Testament. Dit koninkrijk wordt gesymboliseerd as “Babylon.” Zeker, sommige regeringen zijn beter dan andere; maar geen enkel aards koninkrijk, hoe goed ook, is uitgesloten van de Schriftuurlijke leer dat het deel uitmaakt van “Babylon,” een wereldwijd koninkrijk dat door Satan wordt beheerst.
Langs deze lijnen verwijst Jezus drie maal naar Satan als de “prins [heerser] over deze wereld” (Johannes 12:31; 14:30; 16:11). De uitdrukking “prins[heerser]” was een politieke die werd gebruikt om het hoogst heersende gezag in een bepaalde regio aan te duiden – en Jezus paste het over de hele wereld toe op Satan! Feitelijk is Satan de CEO van dienst van alle aardse regeringen. Paulus stemt hiermee in, want hij verwijst naar Satan als “de god [magistraat] van deze wereld”(2 Korinthe 4:4) en als de “prins [heerser] van de macht van de lucht” (Gregory A. Boyd – The Myth of a Christian Nation, 2005, pag. 21-22).
Het gebeuren van dingen die vele eeuwen
tevoren zijn voorzegd … is een overtuigend argument dat de wereld wordt geregeerd
door voorzienigheid
Sir Isaäc Newton
|
God “probeert” een groot aantal – ik zou niet willen zeggen “experimenten, maar een grote verscheidenheid van demonstraties – er van uit om de mond van de mens toe te sluiten,*5) zodat hij niet kan zeggen dat hij niet voldoende gelegenheid heeft gehad om te bewijzen dat hij buiten God om kan regeren … Zonder dat allen onderschikt zijn aan God kan en zal er geen perfecte regering zijn. (A.E. Knoch, 1874-1965, Unsearchable Riches – jaargang 38, 1947).
God, in Zijn wijze en liefdevolle soevereiniteit, leert ons dat de mensheid niet het vermogen heeft om, buiten Hem om, zichzelf te regeren. Hij schiep de mens om te heersen, en dat zal hij op een dag ook zeker doen, maar hij zal nooit in staat zijn dit buiten Hem om succesvol te doen. Dit is de goddelijke les van menselijke heerschappij, en Hij laat geen steen op z’n plaats bij het ons leren van de les. Er zal geen excuus*6) zijn dat de mens geen faire poging heeft kunnen doen. Uiteindelijk zal God meer dan afdoende hebben aangetoond dat onder alle denkbare omstandigheden, hoe gunstig ook, de mensheid niet in staat was, buiten God om, zijn eigen zaken succesvol te regelen.
Het is interessant hoe God de mensheid door de verscheidene cycli van regeren heeft meegenomen, doorheen verschillende perioden van menselijke geschiedenis, en dat de uiterste inspanning door de mensheid is geweest: “een regering van het volk, door het volk, en voor het volk,”*7) die ook zal uitlopen op een totale ramp. De mensheid is er bij alle eerdere pogingen niet in geslaagd om anderen over hen te doen regeren, maar uiteindelijk zullen zij zelfs niet in staat zijn zichzelf te regeren. Ja, zelfs het “Grote Amerikaanse Experiment” zal in complete vernieling eindigen.
Met ieder detail van de lange en lage geschiedenis van het nationalisme, bouwt God een groot contrast op met Zijn heerlijke Koninkrijk van rechtvaardigheid – een dat heel Zijn schepping zal omvatten, in de hemelen en op de aarde. Wat een stralend contrast zal dat zijn!
Dit zal bereikt worden door de enig aangestelde Koning van koningen, Heer van heren, en de Prins van vrede: Jezus Christus.*8)
Als gelovigen, Gods eerstelingen, hebben wij het heerlijke voorrecht dat we dit contrast al eerder mogen zien. Paulus vertelt ons dat God Degene is …
“Die ons redt uit het gezag van de duisternis en ons overbrengt in het koninkrijk van de Zoon van Zijn liefde”
(Kolossenzen 1:13;SW)
Nationalisme is slechts “het rechtsgebied van de duisternis,”*9) maar wij zijn dankbaar dat wij er uit zijn “overgeplaatst”*10) in Zijn Koninkrijk. Wij hebben nu dit: “ons burgerschap behoort in de hemelen, waaruit ook wij de Redder verwachten, de Heer, Jezus Christus”(Filippenzen 3:20)
Noten.
1. “Maar in de Schrift is naar mijn mening de betekenis heel duidelijk … U zult zien dat ik altijd met natie en natiën vertaal, wanneer ik heel goed meer oorkietelende taal zou kunnen gebruiken door “volken” en “heidenen” te gebruiken.” – A.E. Knoch, What is a nation? Unsearchable Riches, Jaargang 36, 1946.
2. “Wanneer begonnen de natiën?” – A.E. Knoch, What is a nation?, Unsearchable Riches, Jaargang 36, 1946.
3. A.E. Knoch, “Wgat is a Nation?”, Unsearchable Riches, Jaargang 36, 1945.
4. Het Griekse word dat hier met “ijdelheid” wordt vertaald is mataiotes, en wordt door Joseph Thayer (Thayer’s Greek-English Lexicon of the New Testament) gedefinieerd als: “Wat is gespeend van waarheid en gepastheid; slechtheid, verdorvenheid, zwakheid, gebrek aan kracht.” B.W, Johnsons (People’s New Testament) definieert het als “zoeken zonder vinden”.
5. “Dat iedere mond gesloten moge worden en heel de wereld aansprakelijk zal worden aan God” (Romeinen 3:19; James Moffatt vertaling).
6. “opdat zij geen excuus hebben” (Romeinen 1:20)
7. Abraham Lincoln, The Gettysburg Address.
8. Zie Appendix 6: De ware basis voor wereldvrede
9. SchriftWoord vertaling
10. SchriftWoord vertaling
Terug naar de index.