Wereldzaken en nationale politiek
de hoge roeping door God in Christus Jezus


"Hoofdstuk 14 - Belasting en andere kopzorgen

door Clyde L. Pilkington Jr.

Paulus en belastingen

Christenen zijn geen parasieten die de voordelen van tolwegen, post enz. genieten, zonder te helpen voor ze te betalen. Noch zijn wij verantwoordelijk voor de manier waarop de regering onze belasting gebruikt, net zo min als we dat zijn voor de manier waarop de luchtvaartmaatschappijen of de kruidenier het geld gebruikt dat wij voor hun diensten betalen. Er zitten geen addertjes onder het gras aan de opdracht in Romeinen 13:6-7.

“Want daarom ook betalen jullie belastingen, want zij zijn dienaren van God, juist op dit punt volhardend. Betaalt aan allen het verschuldigde, de belasting aan wie de belasting toekomt, de tol aan wie de tol toekomt, het ontzag aan wie het ontzag toekomt, de eer aan wie de eer toekomt” (SW)

Jezus en de Romeinse belastingen

Voordat we het belang overwegen van wat we op het punt staan te lezen uit het evangelie naar Lukas, zal het ons goed doen ons bewust te worden dat de Romeinen de overweldigers waren van de regering die aan de natie Israel was gegeven. Zij waren hun onderdrukkers en buitenlandse vijanden. Indien er ooit één groep is geweest die aanleiding hadden voor het niet betalen van belastingen, dan waren dat zeker wel de Joden. Zij waren Gods natie. Een heidense natie onderdrukte hen.

Jezus werd ondervraagd over het betalen van belastingen aan Caesar. Zijn antwoord is te vinden in alle synoptische evangeliën:

“Is het ons toegestaan aan Caesar belasting te geven of niet?" Nu hun slimheid overwegend, zei Hij tot hen: "Toont Mij een denarius. Van wie heeft die een beeld en inscriptie?" Zij nu zeiden: "Van Caesar!" Hij nu zei tot hen: "Nu dan, geeft dat van Caesar aan Caesar, en dat van God aan God." En zij waren niet krachtig genoeg om een uitspraak van Hem te krijgen voor de ogen van het volk. En zich verwonderend over Zijn antwoord, zwegen zij.”
(Lukas 20:22-26; verg. Mattheüs 22, Markus 12)

Belastingzaken doen niet ter zake – Betaal ze!

Jezus maakte een zaak voor het betalen van belastingen: geen uitzonderingen!

Op gelijke wijze leven wij onder, onderschikken we aan en genieten we van de voordelen van een monetair systeem (hoe verdorven ook) waarvan het beeld en onderschrift is van een heidense natie. Zullen wij dan weigeren minder te doen dan Christus leerde?

Feitelijk deed Jezus zelfs nog een sterker beroep op het betalen van belastingen in Mattheüs 17:24-27. In deze passage stelt Jezus iedere zaak van wettelijke verplichting terzijde en leert dat er iets hogers aan de hand is.

“Bij hun komst nu in Kapernaüm, benaderen zij die de dubbele drachma ontvingen Petrus en zij zeggen: "Jullie leraar, draagt hij de dubbele drachma niet bij?" Hij zegt: "Jawel." En in het huis komend, houdt Jezus hem tegen, zeggend: "Wat denk je, Simon? De koningen van de Aarde, van wie krijgen zij bijdragen of gemeentebelasting? Van hun zonen of van de vreemdelingen?" En Hij zegt: "Van de vreemdelingen." Jezus beweert tot hem: "Dientengevolge zijn de zonen zeker vrijen. Maar opdat wij hen niet zouden valstrikken, ga, werp een vishaak in de zee en neem de eerste opstijgende vis en open zijn °mond. Jij zal een stater vinden. Neem die. Geef hem voor Mij en jou."(SW)

Christus’ boodschap was aanvallend genoeg zonder enige verdere aanval toe te voegen in een niet ter zake doende zaak. Paulus herhaalt dit principe:

“Worden jullie geen struikelblok, noch voor Joden, noch voor Grieken, noch voor de ecclesia van God”
(1Korinthe 10:32;SW)

C.R. Stam (1909-2003) schrijft over het onderwerp van belasting betalen,

Zij die, in onze dagen, klagen over een corrupte regering en zich het voorrecht aanmeten om te beslissen of zij wel of geen belastingen zullen betalen, zou zich moeten herinneren dat Paulus leefde onder de boosaardige Nero*1) en diens corrupte regering, en hij gebiedt ons onze belastingen te betalen (Romeinen 13:6-7) en onze Heer, ook levend onder heidens Rome, leerde Zijn discipelen hun belastingen te betalen (Mattheüs 22:16-21; 17:24-27). Dit is Gods Woord in deze zaak.*2)

Paulus’ leer is voor het Lichaam van Christus
“Want de reddende genade van God verscheen aan alle mensen, ons opvoedend, zodat, de oneerbiedigheid en de wereldse verlangens verloochenend, wij verstandig en rechtvaardig en godvruchtig zouden leven in de huidige aion”
(Titus 2:11-12;SW)

Het onderwijs van Paulus is duidelijk gereserveerd voor de heiligen. De leer van de genade (dwz. door genade gemotiveerd leven) wordt alleen aan de gelovige geleerd. Er is geen ongelovige ingeschreven in de school van de genade. Het religieuze systeem biedt slechts een goedkope imitatie (verg. 2 Timotheüs 3:5). Ze probeert het gedrag van de wereld te hervormen; maar de wereld is gewoon wie ze is in Adam. Wat ze nodig hebben is Goed Nieuws!

Aangezien Paulus’ instructies voor ons zijn, hoe zouden we dan de volgende verzen toepassen op toestand van oorlog?

“Want wandelend in het vlees, strijden wij niet naar het vlees. Want de wapenen van onze oorlog zijn niet vleselijk, maar krachtig voor God voor het afbreken van bolwerken”
(2Korinthe 10:3-4;SW)

“Doet de wapenuitrusting van God aan, opdat jullie kunnen standhouden tegen de krijgslisten van de Lasteraar, want aan ons is niet de worsteling tegen bloed en vlees, maar tegen de soevereiniteiten, tegen de autoriteiten, tegen de wereldmachten van deze duisternis, tegen de geestelijke machten van de boosheid onder de hemelingen”
(Efeze 6:11,12;SW)

“Maar indien uw vijand zou hongeren, geef hem de bete, indien hij dorst heeft, geef hem te drinken, want dit doende zul jij vurige kolen ophopen op zijn hoofd”
(Romeinen 12:20;SW)

Denk er aan hoe tegengesteld deze verzen zijn aan het doden van een ander in de strijd. Is dit ons goddelijk doel? Zouden wij betrokken moeten zijn bij het afslachten van de heiden? Is dit de rol waartoe God ons heeft geroepen? Of … zouden we hen moeten uitnodigen om “met God verzoend te zijn” door het “goede nieuws van de blije God”?

Wat nu indien, terwijl wij actieve deelnemers zouden zijn in een oorlog, wij een mens zouden doden die een medegelovige was? Moeten wij de wapens opnemen tegen medeleden van het Lichaam van Christus voor het veronderstelde nationale goed? Zou zoiets kunnen gebeuren? Gebeurde het niet tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog? Broeder tegen broeder, niet alleen in biologische zin, maar ook in de geestelijke? Men zou er serieus over deze zaak moeten nadenken voordat de gelovige patriottisch ten oorlog trekt.

Of, hoe zouden we het volgende vers moeten toepassen op een politieke campagne?

“niemand lasterend, vredelievend te zijn, mild, zachtmoedigheid tonend aan alle mensen”
(Titus 3:2;SW)

Of, hoe zouden we dit vers toepassen op een rechtszaal?*3)

“maar wordt vriendelijk tegen elkaar, zacht medelevend, met elkaar genadevol omgaand, zoals ook God in Christus genadevol met jullie omgaat”
(Efeze 4:32;SW)

Of, hoe zouden we dit vers toepassen op de doodstraf?

“vergeldt niemand kwaad met kwaad, voorzie in het goede met het oog op alle mensen”
(Romeinen 12:17;SW)

En de lijst zou nog door kunnen gaan.

Moeten we ons leven compartimentaliseren – heilig leven en werelds leven? Moeten we het leven van Christus in ons “aan” en “uit” schakelen? Moeten we de instructies van onze Redder door Paulus alleen volgen wanneer het ons past? `

Hoe zouden we deze verzen kunnen toepassen op de contexten die we hebben aangedragen? Eenvoudige gezegd zie ik niet hoe we dan zouden kunnen. Het zal niet werken! We opereren in een geheel ander gebied!

Zouden we moeten proberen het nationalisme te “Christianiseren”? Misschien zouden we hen moeten vragen die leefden in de vierde eeuw, onder de “Christelijke” Constantijn; of hen die leefden in de donkere Middeleeuwen, onder het Rooms Katholicisme; of hen die leefden in Johannes Calvijn’s “Christelijke Geneve”*4)of, ja, zij die leefden in de Puriteinse kolonie van Massachusetts.*5)

De “religieus rechtsen” zijn niet meer vrienden van Paulus dan de “niet-religieus linksen”.*6) Denk er aan dat de boom in de hof de boom van kennis van goed en kwaad was! Pas net zo goed op voor het goede van de mens als voor het menselijk kwaad!

Lloyd Hartzler merkte op,

De staat zou niet effectief kunnen werken door de principes van de ethieken van het Nieuwe Testament. Stel dat wetshandhavers zouden proberen de ethiek van genade te gebruiken bij het hanteren van dieven, moordenaars en verkrachters?*7)

Zou, zo mogen we vragen, de gelovige ook in het systeem van de overheid kunnen werken op basis van de principes van Paulinische waarheid?

Luister naar wat John Saunders te zeggen heeft over onze identificatie met menselijke regering:

In werkelijkheid zijn Amerikaanse Christenen, Russische Christenen – alle Christenen – geroepen om te leven als vreemdelingen en buitenstaanders, zelfs in de landen waarin we geboren zijn (2 Korinthe 6:16-18) …

Wanneer de vijand het volk van de Heer er toe kan krijgen te worstelen met vlees en bloed, dan is zijn doel bereikt, want dan hij heeft de kerk ontwapend. Hoe dwaas zijn wij dat wij onze goddelijk krachtige wapens van de Geest neerleggen ten gunste van de nietige wapens van slechts mensen. Indien wij onze ogen wegkeren van ons Hoofd, de Here Jezus, en ons vertrouwen stellen in menselijke instituten en de kracht van het vlees, dan hebben we de slag verloren (zelfs al schijnt het voor een ogenblik dat wij gewonnen hebben), en wat nog erger is, we hebben ons getuigenis verloren!

Wij houden deze waarheden als voor vanzelfsprekend, dat alle mensen door hun Schepper begiftigd werden met bepaalde, onvervreemdbare rechten, waaronder het recht op leven, vrijheid en het najagen van geluk.

Dit zijn zeker aantrekkelijke, hoogdravende woorden, maar ze hebben geen punt of komma aan Schriftuurlijke onderbouwing. De ongelovige die ze schreef haalde zijn ideeën zeker niet uit de Schrift. Dat is waarom hij zei dat het “vanzelfsprekend” was – met andere woorden, het klonk hem goed in de oren. En van dat wankele fundament zijn wij die vandaag in Amerika wonen zo verslaafd aan onze afgoden van vrijheid en materialisme, dat we ze regelrecht in de kerk en onze Christelijke praktijk hebben ingebakken.

“Leven, vrijheid en het najagen van geluk” mogen dan wel samenvallen met het Christendom dat door de Kruisvaarders werd gepraktiseerd in de Middeleeuwen, maar het heeft zeker niets gemeen met het koninkrijk waarvan onze Heer de Koning is ….

Begrijp me niet verkeerd. Ik geef er de voorkeur aan te leven in een vrije samenleving boven het alternatief. Maar indien mijn lust naar vrijheid mij verblindt met de koninkrijken van deze wereld, dan zou het beter zijn te leven onder een tirannie dan mijn geboorterecht in Christus te verkopen voor de materialistische losbandigheid van het democratische kapitalisme. Leven in Amerika doet ons van de wereld houden, omdat we het hier het beste er van hebben. Op de een of andere manier vertellen wij Christenen onszelf dat ons land, boven alle anderen, door God verordend is en is geroepen om voor Hem een speciale natie te zijn. Dit idee is net zo deugdelijk als de “vanzelfsprekend” gedachte.

Het gevolg van dit alles is dat de meeste Christenen is Amerika zichzelf identificeren met het wereldsysteem en, feitelijk, er mee getrouwd zijn. Wij zijn geroepen vreemden en buitenlanders te zijn, zelfs in het land van onze geboorte.

Waarom zeggen we steeds “wij” als we naar ons land verwijzen? God bracht ons uit het koninkrijk van de duisternis en in het Koninkrijk van Zijn wonderlijke licht. Toch wil de grootste beweging van Christenen in het Amerika van vandaag de controle over de regering en haar noodzakelijke instituten grijpen, opdat we “opnieuw” een Christelijke natie hebben. Deze natie is zo Christelijk als een potje (Amerikaans) voetbal waarbij de toeschouwers een paar ogenblikken stil worden terwijl de een of andere geestelijke een afsmeking uitspreekt. Wat de vijand doorheen de eeuwen niet in staat is geweest te doen, daar is de kerk van Amerika in geslaagd te doen door losbandigheid.

Ik ben me niet onbewust van de talrijke boeken die geschreven zijn over de stichting van Amerika en over onze “speciale” relatie met God en onze “heilige” erfenis. Het probleem is dat geen steek van dit denken naast de Schrift gelegd kan worden. Nergens heeft de Heer Zijn volk opdracht gegeven er op uit te gaan en een natie te grondvesten die gebaseerd is op Bijbelse of soortgelijke principes. Het feit dat mensen zoiets hebben gedaan in de naam van God is helemaal geen verzekering dat Hij het meer verlangde dan toen Hij bij Herodes stond toen die de tempel “verfraaide.” Wij Amerikanen begrijpen dit niet, omdat, diep geworteld in onze harten, het waanidee zetelt dat God o zo dankbaar is voor iedereen die het een of andere hoogvliegende idee wil lanceren – als zij het alleen maar doen in Zijn Naam.*8)



Noot.
1. “De Romeinse regering … vergoddelijkte Nero, runde een welzijnsstaat, en sponsorde vele heidense praktijken. Rome gebruikte haar belastinggelden zeker niet zoals Christenen het zouden verlangen. De belastingontvangers van Jezus’ tijd, die gewoonlijk geen salaris ontvingen maar veeleer rijk werden door te overvragen en de mensen te bedotten, gebruikten zeker niet faire methoden van belastingheffing. Maar Jezus en Paulus spraken beiden zeer duidelijk over het onderwerp: de Christen behoort zijn belastingen te betalen.” – John Eidsmor, God and Caesar; Christian Faith & Political Action (Westchester,Il; Crossway, 1984), p. 37.
2. Cornelius R. Stam, Commentary on the Epistle of Paul to the Romans (Chicago: Berean Bible Society. 1981). P. 310.
3. Zie Appendix 3, Jury taak.
4. Zie Appendix 2: Johannes Calvijn’s Geneve
5. “De Puriteinen ontvluchtten niet religieuze vervolging door zich in Amerika te vestigen, maar paradoxaal vestigden die. De historicus Miller verklaarde terecht: ‘De regering van Massachusetts, en ook die van Connecticut, was een dictatuur, en pretendeerden nooit iets anders te zijn; het was een dictatuur, niet van een enkele tiran, of van een economische klasse, of van een politieke groepering, van de heiligen en wederborenen.’ Hij stelt verder: ‘Zij handhaafden hier precies wat zij in Engeland handhaafden, en als zij hen die in New England hen die het met oneens waren verjaagden, in het gevang wierpen, geselden of ophingen, dan zouden zij hetzelfde in Engeland gedaan hebben als zij daartoe de macht hadden gehad.’” Laurence M. Vance, The other side of Calvinism (Pensacola: Vance Publications, 1991) p. 9
6. Het religieuze rechts is gevuld met hen die gemotiveerd zijn met overheersings- en reconstructietheologie. Zij schijnen de goede strijd te strijden, maat bent u zich bewust van de leer en doelstellingen van hen die er zulke gedachten op na houden? Als u dat zou zijn, dan zou u geschokt zijn! Indien zij die zulke gedachten hebben de controle hadden, dan zouden ze niet uw vriend zijn. Voor een blik op deze leer, uit het werk van hun eigen leiders, zie Vengeance Is Ours, door Albert James Dager (Redmond, WA; Sword Publishers, 1990).
7. Lloyd Hartzler, The Christian and The State, p. 7
8. John Saunders, The Tiger is Dead (Memphis; Guardian Books, 1989). Pp.- 74-79.



Terug naar de index.



Dit artikel is hier geplaatst met de toestemming van Clyde L. Pilkington Jr.
© www.hetbestenieuws.nl