Wereldzaken en nationale politiek
de hoge roeping door God in Christus Jezus


"Hoofdstuk 10 - Zijn de Verenigde Staten een Christelijke natie?

door Clyde L. Pilkington Jr.

Gedurende de voorbije twee decennia, terwijl de waarheid van onze “hoge roeping van God in Christus Jezus” op mijn hart werd gedrukt, begon ik een actieve zoektocht naar anderen die geschreven hadden over deze waarheid betreffende het nationalisme. De volgende hoofdstukken zijn voornamelijk samenvattingen van uittreksels van verscheiden schrijvers die ik opspoorde. Hoewel slechts een handvol van deze uit bronnen zijn die we van harte onderschrijven, zijn ze ondanks dat toch zeer verbazingwekkende getuigenissen van de waarheid.

De mythe van een Christelijke natie

Ik geloof dat een belangrijk deel van het Amerikaanse evangelisme schuldig is aan nationalistisch en politiek overspel. Tot een schrikwekkende hoogte, denk ik, voegen de evangelischen het koninkrijk van God samen met een door hen gewenste versie van het koninkrijk van de wereld.

Wat geeft de verbinding tussen Christendom en de politiek in de Verenigde Staten zo’n sterke emotionele kracht? Ik geloof dat het de al lang bestaande mythe is dat Amerika een Christelijke natie zou zijn.

Doorheen onze geschiedenis hebben de meeste Amerikanen aangenomen dat de doelen en oorlogen van onze natie rechtvaardig en juist waren, en dat God aan onze kant stond. In ons denken – zoals zo vaak in onze heiligdommen – staan het kruis en de Amerikaanse vlag zij aan zij. Onze trouw aan God neigt er toe hand in hand te gaan met onze trouw aan het land. Dientengevolge zien veel Christenen die hun geloof serieus nemen, zichzelf als de religieuze bewakers van een Christelijk thuisland. Amerika, zo geloven zij, is een heilige stad, “geplaatst op een heuvel”, en de taak van de kerk is om die schijnend te houden.

Voor velen in Amerika en rondom de wereld, heeft de Amerikaanse vlag de heerlijkheid van het kruis verstikt en de lelijkheid van onze Amerikaanse versie van Caesar heeft de stralende liefde van Christus doen verstommen. Omdat de mythe dat Amerika een Christelijke natie is velen er toe heeft verleid Amerika te verbinden met Christus, horen velen nu het goede nieuws van Jezus alleen als Amerikaans nieuws, kapitalistisch nieuws, imperialistisch nieuws, explorerend nieuws, of Republikeins nieuws. Of dat nu gerechtvaardigd is of niet, veel mensen willen er niets mee te maken hebben.
Gregory A. Boyd
The Myth of a Christian Nation (2005), paginas 11-13

De verlosser natie

Luisterend naar het nieuws, hoorde ik een presidentskandidaat naar de Verenigde Staten verwijzen als “de hoop voor de wereld.”

Donald B. Kraybill benadert deze manier van denken in zijn boek, Our Star-Spangled Faith:

Diep weggestopt in onze nationale mythologie is de gedachte dat Amerika een verlosser-natie is. We worden er toe gebracht te geloven dat de Amerikaanse Messias redding brengt aan de rest van de wereld. De Amerikaanse manier van leven verlost de culturen van andere landen. God zal de Amerikaanse natie gebruiken om Zichzelf onder de natiën te verhogen.
Donald B. Kraybill
Our Star-Spangled Faith (1976, Herald Press) achterflap.

Nationaal overspel

Amerika’s “God en land” priesters houden van ereplaatsen bij presidentiële ontbijten, voetbalwedstrijden, parades en politieke conventies. Amerika plaats vrome zinsneden in openbare plaatsen (“In God We Trust” – Op God vertrouwen wij), verpakt het goede nieuws van redding doorheen Jezus Christus in de sterren en strepen [van de Amerikaanse vlag; vert.], zo haar burgers tot een soort nationaal overspel brengend.

Jezus heeft geen voorkeur voor de Verenigde Staten. Hij houdt van de hele wereld.
Donald B. Kraybill
Our Star-Spangled Faith (1976, Herald Press) achterflap.

“God en land” propaganda

Hoe ver reikt deze “God en land” propaganda? Luister naar wat een voormalig voorzitter van de “National Council for the Encouragement of Patriotism” (nationale raad voor de aanmoediging van patriotisme) te zeggen had:

Wanneer, als die heerlijke Amerikaanse vlag voorbij komt, ik mijn rechterhand op mijn hart leg, dan voel ik mij erg dicht bij God.
Newsweek
15 juni 1970, pagina 30.

Een genationaliseerd evangelie*1)

Een zeer vocaal element binnen de hoofdstroom van het Christendom moedigt een genationaliseerd evangelie aan – een evangelie dat verpakt is in een Amerikaanse vlag. On-Bijbelse ideeën over patriottisme en Amerika’s “speciale” plaats in Gods plan zijn overvloedig aanwezig in boeken, weekbladen, radio en tv programmas, die door deze religio-politieke zeloten geproduceerd worden, alsook vanaf hun preekstoelen.

Nationalisme, Amerikaans of welk ander ook, gelijk stellen aan trouw aan het evangelie, is een misleid perspectief dat alleen kan dienen om ons getuigenis van de reddende genade van God door Jezus Christus te verzwakken. Wanneer zulke nationalistische strijdkreten onze agenda domineren, zal de ware boodschap van het evangelie onontkoombaar aangetast worden, als het al niet helemaal vergeten wordt. Het is voor ons tijd de “geesten te testen” die er bij ons op aandringen “Amerika terug te brengen naar God en naar traditionele “Judeo-Christelijke waarden.”

Christus riep ons niet op ons land te hervormen, maar om de enige boodschap te verspreiden die de kracht heeft levens te veranderen. Indien we echt geloven in de kracht van het evangelie, moeten we niet toestaan dat het in gewicht verminderd wordt door zulk een on-Bijbelse bagage.

Het gaat als volgt …

De veronderstelling dat Amerika als natie een speciale plaats bezet in Gods aardse doelstelling (wat zou inhouden dat Amerika beter is dan andere natiën) is over het algemeen gebaseerd op argumenten zoals die welke uiteengezet worden in het volgende citaat:

De Verenigde Staten zijn een gezegende natie, gefundeerd op goddelijke principes, door devote, God vrezende mannen en vrouwen. Uit de persoonlijke geschriften van de samenstellers van onze grondwet leren we dat zij naar God keken voor de wijsheid om de zaken van ons land te leiden. God heeft een blauwdruk waarmee ons land groot gehouden kan worden en het is te vinden in 2 Kronieken 7:14.

Dit is typerend voor het soort redeneren dat gebruikelijk is onder de advocaten van zulke agendas. Het probleem is dat het gebaseerd is op beweerde feiten die gewoon niet waar zijn. Er wordt bijvoorbeeld herhaaldelijk gesteld dat Gods zegen over Amerika als natie z’n wortels heeft in de “goddelijke” perspectieven en doelen van de “founding fathers.” Het maken van zo’n bewering toont óf een complete onwetendheid aan over de vroege geschiedenis van Amerika, óf, nog erger, een daad van opzettelijk revisionisme.

Is er een natie die ‘beter’ is dan een andere?

Het idee dat Amerika meer gezegend is dan andere natiën vanwege haar beweerde “goddelijke” begin, is niet alleen zonder fundament, maar het heeft ook een andere verkeerde leer doen ontstaan. Bouwend op die valse veronderstelling wordt ons verteld dat de goddelijke “zegen” die Amerika heeft genoten, vervangen zal worden door “oordeel” als Christenen niet hun deel doen bij het tot stand brengen van een nationale morele hervorming. Ons wordt verteld dat God natiën meet naar hun zich houden aan de Tien Geboden, en zegent ons er in overeenkomst naar.

“Blij is de natie van wie JAHWEH de Elohim is, het volk dat Hij voor Zich koos als lotdeel” (Psalm 33:12;SW)

Psalm 33:12 toepassen op de Verenigde Staten is totaal ongepast. Het is een typische interpretatie die er niet in slaagt Paulus’ onthulling in overweging te nemen, voordat men zo’n toepassing maakt. Voorafgaand aan het evangelie van de genade van God, was de staat Israel de onverdiende, maar goddelijke gekozen ontvanger van Gods speciale gunst en zegen. Alle anderen waren vreemdelingen voor de verbonden van de belofte, zonder hoop en zonder God in de wereld (Efeze 2:12).

Geen land op aarde – inclusief, zo niet in het bijzonder, de Verenigde Staten – is een “goddelijke natie”. Noch kan enige geopolitieke eenheid goddelijke voorkeur opeisen boven welke andere dan ook. Met het einde van de Joodse era kwam het einde van al zulk nationaal handelen in Gods verlossende doelen.

Het hele idee van een “Christelijke natie” is gebaseerd op Heers en Reconstructie theologiën.*2)

Amerika: niet méér begunstigd door God dan enig andere natie

Religieus rechts beweert dat, gegeven hun rijke Europese en Christelijke erfenis, Amerika door God gezegend is geworden vanwege haar vasthouden aan Judeo-Christelijke waarden. Zij zetten Amerika buiten en boven alle andere natiën. Dit is een ketterij. Wij zijn niet meer gezegend dan Rusland, Cuba of Brazilië. Zulk denken is overspelig. Leiders van het religieuze rechts hebben welsprekend uitgewijd over hun geloof dat Amerika werd gegrondvest als een “Christelijke” natie. Maar Amerika was nooit een Christelijke natie, en zal het zeer waarschijnlijk ook nooit zijn.

“Amerika opeisen voor Christus” veronderstelt dat Amerika op een gegeven moment grondig Christelijk is geweest, en dat Christus het terug wil. Beide veronderstellingen zijn verkeerd.

Bestudeer het onderwijs van Jezus en je zal ontdekken dat Hij nooit bedoeld heeft dat Zijn discipelen natiën voor Hem zouden opeisen of terug eisen.

De Christenen in Oezbekistan verwachten niet dat hun regering hun waarden weerspiegelt. De gelovigen in Equador en elders verwachten niet dat hun regering hun waarden weerspiegelt. De enige volken die verwachten dat hun regering hun religieuze waarden weerspiegelt, wonen in landen waar religie en politiek synoniem zijn. In Iran verwachten de religieuze zeloten dat de regering Moslim waarden weerspiegelt. Maar in Amerika, waar geen systematische verbinding is tussen religie en staat, verwachten gelovigen op de een of andere manier dat de regering hun waarden weerspiegelt. Zien we uit naar een Christelijke versie van een Moslim staat? Willen we dat religieuze leiders dicteren wat we dragen en doen?

Wij zouden nooit moeten verwachten dat onze regering onze waarden weerspiegelt. We zouden van hen vijandigheid moeten verwachten. Dit is wat Jezus voorzegde.
Ed Dobson
Blinded by Might: Can the Religious Right Save America? (1999), paginas 165-168.

Wanneer behoorde Amerika bij God?

Indien wij “Amerika terug moeten nemen voor God,” moet het eens bij God gehoord hebben, maar het is in het geheel niet duidelijk wanneer deze gouden eeuw was. Waren deze God-verheerlijkende jaren vóór, tijdens of nadat Europeanen Amerika “ontdekten” en hun leerstelling van “duidelijke bestemming” ten uitvoer brachten – het geloof dat God blanke Christenen had voorbestemd de daar geboren bewoners te veroveren en hun land te stelen?

Waren de God-verheerlijkende jaren die waarin blanken de inboorlingen met miljoenen afslachtten, zowat ieder verdrag verbraken dat zijn met hen hadden gemaakt, en vervolgens de overlevenden dwongen te leven in geïsoleerde reservaten?

Waren de God-verheerlijkende jaren vóór, tijdens of nadat blanke Christenen vijf tot zes miljoen Afrikanen ingeladen hadden in vrachtschepen om ze naar hun nieuw gevonden land te brengen, zo drie miljoen of zo, die de gruwelijke reis hadden overleefd, tot slaven makend? Was het tijdens de twee eeuwen waarin Amerika opmerkelijke weelde verzamelde door het bloed en zweet van hun slaven? Was dit de tijd dat wij werkelijk “één natie onder God” waren, de gezegende tijd waar zo vele evangelischen ons naar toe terug willen nemen?
Gregory A. Boyd
The Myth of a Christian Nation, pagina 98,99

De Mayflower overeenkomst

In verband met dit onderzoek naar een “Christelijke natie”, helpt Albert James Dager ons als het ware “de lucht te zuiveren.” Over het bekende “Mayflower compact” schrijft hij:

Sommigen van hen aan boord van de Mayflower waren protestantse separatisten die van Engeland naar Holland waren gevlucht om te ontsnappen aan de hervormde Anglicaanse Kerke prelaten (een voorbeeld van theonomie*3) in actie), maar de leiders waren mannen die de opdracht hadden gekregen om de zakenbelangen te behartigen van de Virginia Company.

De Mayflower overeenkomst was een later gekomen gedachte, ontworpen om de kolonie intact te houden nadat ze van hun koers waren geblazen. In plaats van te landen in de monding van de Hudson Rivier, kwamen ze aan land wat later Massachusetts zou worden. Toen zij wegzeilden waren ze oorspronkelijk niet van plan de Mayflower overeenkomst op te stellen en een Christelijke kolonie te vormen onder deze voorwaarden.

Hoewel het document dat de Mayflower passagiers opstelden enige invloed had op de handvesten van een paar koloniën die vooraf gingen aan de Revolutionaire Oorlog, had het geen officiële band met de federale regering of met enige van de koloniën of staten die of voor of na de Amerikaanse Revolutie tot stand kwamen. Indien we Amerika een Christelijke natie gaan noemen, moeten we zien of het grondvestend lichaam, het Continental Congress, zich tot doel had gesteld het als zodanig te vestigen. Vormde het lichaam, in feite, een “verbond” met God om deze natie vorm te geven?

Toen het Continental Congress de Declaration of Independence opstelde en, later, het Congress, gevormd onder de Articles of Confederation, de grondwet van de Verenigde Staten van Amerika maakte, werd er geen melding gemaakt van Jezus Christus. Nee, de enige verwijzingen naar godheid in de Declaration waren naar “God”*4); geen ervan is in de grondwet. In feite waren veel van de opstellers van deze documenten anti-Christelijk, samengesteld uit Vrijmetselaars, en deïsten van vele overtuigingen.

Het is duidelijk dat de west-Europese invloeden die Amerika vormden, deel waren van wat bekend was geworden als het “Christendom.” Maar de geschiedenis van het Christendom is een lelijke geschiedenis, doorwrocht van tirannie en slavendwang door hen die “verlicht” waren. Als God de kennis en middelen gaf om de Aarde te onderschikken en heerschappij op te nemen in de naam van Jezus Christus, dan is dat privilege verschrikkelijk misbruikt. De vrucht van de westerse beschaving, ondanks al haar verlichte verdiensten, laat zien dat geen poging om het Koninkrijk van God op Aarde te vestigen kan slagen voordat Jezus Christus terugkeert. Daarom is het idee van een verbond tussen enige natie en God een fantasie.*5)


Wie plaatst echt presidenten en koningen aan de macht?

Zij die beïnvloed zijn door de advocaten van dit genationaliseerde evangelie, zijn vaak geleid te geloven dat zij hun God niet volgen als zij niet deelnemen aan campagnes en stemprocedures en dat dan een “goddeloze” kandidaat zou kunnen winnen.*6)

De gevolgtrekking, zo niet de feitelijke leer, is dat het altijd Gods plan is om leiders met de juiste “waarden” aan de macht te hebben, en dat wanneer Zijn volk er niet in slaagt hem verkozen te krijgen, Zijn perfecte wil voor die natie niet bereikt kan worden.

Het plan van Hem Die alles uitwerkt in overeenstemming met het doel van Zijn wil (Efeze 1:11) wordt niet zo gemakkelijk gedwarsboomd, en dat houdt ook de rol in die wereldleiders spelen in het ontvouwen van Zijn eeuwige doelstellingen in Christus.

Of hij nu een kampioen van het goede is, of de belichaming van het kwaad (bv. Hitler), geen enkele natie – inclusief de Verenigde Staten – heeft ooit een president, dictator, koning of keizer gehad die niet door Gods soevereine hand op die plaats was gezet. En geen enkele van die leiders, goed of kwaad, is ooit uit de macht verwijderd als het niet Gods eeuwige doelstelling diende.

Het kan misschien moeilijk zijn de onderdrukte Joden er van te overtuigen dat het God was Die Farao op zijn troon plaatste; en toch, God verkondigde:

“tot dit wek Ik u op, opdat Ik in u Mijn kracht zou tonen en zodat Mijn Naam verkondigd zou worden op de hele Aarde.” (Romeinen 9:17;SW)

Nebukadnessar roemde dwaas:

"Is dit niet het grote Babylon dat ik bouwde tot het huis van het koninkrijk, door de macht van mijn bescherming en tot achting van mijn eer?" (Daniël 4:30;SW)

We zouden nooit moeten verwachten dat onze regering onze waarden weerspiegeld. We zouden moeten verwachten dat ze ons vijandig zijn.
Ed Dobson

Maar de trotse koning werd gedwongen als een dier gras te eten om hem te leren dat de Allerhoogste soeverein is over de koninkrijken van mensen en ze geeft aan wie Hij wil (Daniël 4:25). De les die Nebukadnessar op de harde manier moest leren is er een die u en ik nederig zouden moeten aanvaarden:

“de levenden zullen weten dat de Allerhoogste het gezag heeft in het koninkrijk van de sterveling. En Hij geeft het aan wie Hij wil en de lage van de stervelingen stelt Hij er over aan” (Daniël 4:17;SW)

Terwijl verkiezingen en andere politieke mechanismen de secundaire oorzaken zijn in verband met het aan de macht plaatsen van leiders, is het uiteindelijk God Zelf Die koningen aanstelt en ze afzet.

“Want Hij veranderde de eras en de bepaalde tijden; Hij deed koningen voorbij gaan en doet koningen opstaan” (Daniël 2:21;SW)

Vanuit een relatief perspectief zijn de natiën van de Aarde de vijanden van Christus’ Koninkrijk en onder de onherroepelijke vloek van eventuele vernietiging. Geen fysieke natie is uitgesloten van die beschrijving, inclusief de Verenigde Staten. Ondanks alle menselijke inspanningen kan de gevallen mens geen vrede bereiken binnen of tussen natiën, noch zichzelf verheffen tot een rechtvaardig staan voor God, want God Zelf heeft falen zeker gemaakt.

Het succes van het evangelie

Het succes van Paulus’ evangelie is nooit verbonden geweest met de externe morele waarden van enige natie. In tegendeel, zijn evangelie is altijd het meest overwinnend geweest als het stond tegenover zware vervolging, en gelovigen zijn het sterkst geweest wanneer ze tegenover, niet regeringsgoedkeuring, maar veeleer verdrukking stonden. We zouden mensen nooit moeten misleiden door ze te laten denken dat het succes en de kracht van het evangelie van genade afhankelijk is van de morele rechtschapenheid van een natie. De kracht van dit evangelie zit hem in z’n ware boodschap, en in onze vrijmoedigheid – in alle mogelijke externe omstandigheden – om die boodschap te verkondigen aan een ieder die wil luisteren.

Tot Jezus terug komt zullen de inspanningen van de mens niets anders dan oorlogen en geruchten van oorlogen voortbrengen en kunnen we verwachten dat natie zal opstaan tegen natie en koninkrijk tegen koninkrijk (Mattheüs 24:6-7).

Als Christus’ ambassadeurs hebben wij niet de opdracht om morele verbanden op te dringen aan een dodelijk gewonde samenleving, maar eenvoudig er bij zondaren op aan te dringen verzoend te zijn met God (2 Korinthe 5:20). Paulus had niet lang en ver hoeven kijken om een protest tegen de morele- en regeringsstank in Korinthe op te rakelen, noch om het afzetten van boosaardige politici aan te moedigen ten gunste van leiders met betere “waarden,” maar hij deed bewust geen van beiden. In plaats daarvan ging hij naar die stad, vastberaden niets te weten dan Jezus Christus en Hem gekruisigd (1 Korinthe 2:2).

“Traditionele waarden”

Het aanbrengen van de Tien Geboden op de muur van een openbaar gebouw of gerechtsgebouw doet denken dat zij rechtsmacht hebben boven de zaken die in dat gebouw worden behandeld. Het houdt ook een toewijding in om zich te voegen naar de wetten er van en ze te handhaven. Zijn wij in een multiculturele samenleving die is samengesteld uit hen die Allah, Buddha, Mammon en een duizendtal materiële afgoden dienen, echt voorbereid om het gebod “Jullie zullen geen andere goden voor Mijn aangezicht hebben!” te handhaven? Zij wij er klaar voor hen te vervolgen en op te sluiten die “de Naam van de Here, jullie God” misbruiken?

De Tien Geboden maakten deel uit van een exclusief verbond met Israel. Noch de beloofde zegen voor het houden er van, noch de zekere vloeken voor het verbreken er van werden, toen en nu, aangeboden of opgelegd aan de rest van de natiën.

De Tien Geboden hebben ook geen rechtsmacht over het Lichaam van Christus, want Christus schafte de geschreven code af, met haar regelgeving, die tegen ons was en die tegenover ons was opgesteld. Hij nam ze weg door ze aan het kruis te nagelen (Kolossenzen 2:14).

Het feit dat de Tien Geboden algemeen aanvaard zijn geworden in dit zogeheten “Judeo-Christelijk erfgoed”, verraadt een tragische paradox. Als gelovigen moeten we het trieste feit onder ogen zien dat er voor het evangelie gewoon geen ruimte is in zo’n beweerd erfgoed. In de mate dat het “Judeo” wordt benadrukt, moet het “Christelijk” onderdrukt worden. En andersom. Waar “Christelijk” wordt benadrukt, moet “Judeo” onderdrukt worden. De enige manier waarop “Judeo” en “Christelijk” verenigd kunnen worden is dan ook wanneer men een gezamenlijke religieus-politieke morele code aanvaardt, minus Christus. Hoe kan welke ware gelovige dan ook denken dat God een genoegen wordt gedaan door de inspanningen om de Verenigde Staten te kneden naar een samenleving die een “Judeo-Christelijk erfgoed” omhelst, wanneer, om dat misleidende doel te bereiken, Zijn Zoon buiten gesloten moet worden om de tegengestelde elementen er van overeind te houden? “God en land” of Christus’ Koninkrijk?

“Die ons redt uit het gezag van de duisternis en ons overbrengt in het koninkrijk van de Zoon van Zijn liefde” (Kolossenzen 1:13;SW)
“en getuigen tot jullie °God waardig te wandelen, Die jullie roept in Zijn °koninkrijk en heerlijkheid” (1Thessalonicenzen 2:12;SW)

Paulus spreekt gelovigen niet aan in termen van nationale identiteit, maar als zijnde overgebracht “in het koninkrijk van de Zoon van Zijn liefde”. Zij die door één Geest in Zijn ene Lichaam(1Korinthe 12.13) zijn Jood noch Griek(Galaten 3:28). Wij zijn het Lichaam geworden van het verhoogde en opgestane Hoofd, Jezus Christus.

Omwille van ons heeft God alle dingen onder de voeten van Zijn Zoon geplaatst en Hem aangesteld als Hoofd over alles, voor ons, de kerk, die Zijn Lichaam is (Efeze 1:22-23). Christus’ huidige heerschappij heeft niet de aardse natiën als eerste belang, maar veeleer het Koninkrijk dat door Zijn Vader aan Hem is gegeven. Ook Zijn mensen hebben niet de zaken van deze wereld als hun eerste belang, maar veeleer de belangen van het Koninkrijk van hun Heer en Redder. Het is niet hun zaak menselijke nationale agendas te promoten, maar de doelstellingen van “het Koninkrijk van de Zoon van Zijn liefde,” waarin wij overgebracht zijn.

Hoeveel dagen God van gelovigen mag verwachten door te brengen als vreemdelingen en bijwoners in deze door zonde vervloekte wereld, deze zouden doorgebracht moeten worden als een levend offer, geheel toegewijd aan het uitvoeren van de gevolgen van het “Koninkrijk van de Zoon van Zijn liefde.” De agenda om “ons land terug te brengen naar haar Judeo-Christelijk erfgoed,” die door zo vele kerkleiders wordt omhelsd, is daarom nog geen mandaat van Christus, en kan alleen dienen om Zijn mensen te weerhouden van de verantwoordelijkheden die Hij aan hen heeft onthuld en toevertrouwd.

Politieke hervormingen

Vele lieve heiligen uit het verleden en heden voelen zich geroepen hun leven in te zetten voor het fysieke welzijn van hun medemensen, in het bijzonder door het introduceren van hervormingen in de regering, en zelfs tegen regelgeving in gaan waarvan zij denken dat die schadelijk is. Maar zodra we Gods grote doel met menselijk regeren zien - dat is om de mensheid nederig te maken en hen zo te leiden dat ze alleen op Hem vertrouwen - dan zien we de reden waarom we opgeroepen worden ons te onderschikken aan de hogere gezaghebbers en begrijpen hoe het komt dat er geen gezag is buiten God om (Romeinen 13.2).

In de Verenigde Staten gaan er luide stemmen op die Christenen aansporen samen te werken om zo de regering onder controle te houden en die te redden van corruptie en goddeloosheid. Zij wijzen naar het falen van de kerk in Europa om een actieve rol te spelen in het tegengaan van onderdrukking en het voorkomen van oorlog, en doen een beroep op het religieuze volk om hun invloed te gebruiken bij het scheppen van een nieuwe wereld. Hoe weinig zijn zij er zich van bewust dat dit zal uitlopen op de ergste van alle wereldmachten die ooit de mensheid gekweld hebben! Aards heersen is niet voor ons. Ons gebied is in de hemelen.
A.E. Knoch
Unsearchable Riches, Jaargang 38, paginas 220, 221, 230.

Tot welke politieke partij behoort God?

Nu we deze zaken overdacht hebben, zijn we in toenemende mate er van overtuigd geraakt dat het een serieuze fout van gelovigen is zich te identificeren met enige politieke partij of “isme” in deze wereld. In plaats van een betrokkenheid aan te tonen bij bepaalde zaken, of identificatie bij een bepaalde politieke partij, heeft dit als gevolg dat de effectiviteit van Christus’ evangelie wordt ingeperkt.

Politieke betrokkenheid is over de hele wereld een bron van veel twist en strijd. Zouden wij dan daarom niet beter onnodige verbondenheid uit de weg moeten gaan door zulke politieke overtuigingen uit te dragen?

Door ons op één lijn te stellen met een bepaalde politieke partij, vervreemden we ons vaak onbedoeld van hen die een andere partij aanhangen, zo onnodig een struikelblok oprichtend dat alleen maar de geloofwaardigheid van het evangelie van onze Heer Jezus Christus hinderend.

Voor de Joden werd Paulus als een Jood om Joden te winnen. Voor de zwakken werd hij als een zwakke om de zwakken te winnen. Hij werd alles voor alle mensen, opdat hij enkelen zou redden. Dit deed hij ten behoeve van het evangelie dat aan hem was toevertrouwd (1Korinthe 9:20-23).

Zou, zelfs onder gelovigen, politieke polarisatie onze bereidheid helpen of hinderen om iedere inspanning te doen om de eenheid van de Geest te houden door de band van vrede (Efeze 4:3)?

Ons vertrouwen

Veel Christenen zijn beetgenomen door het denken dat er een of andere soort nationale vernieuwing zal komen als gewoon meer mensen registreren(*7) om te stemmen, de juiste kandidaten te verkiezen en wetgeving goed te keuren die overeen komt met het “Jude-Christelijk erfgoed”. Christelijk politiek activisme wordt gezien als absoluut noodzakelijk voor de toekomst van ons land. Dat de Christen enige hoop plaatst op politieke systemen is op z’n best naïef, en zal alleen maar teleurstelling en ontgoocheling brengen. Ons vertrouwen moet niet rusten op zulke menselijke middelen, maar op de kracht van het evangelie om in alle culturen harten om te vormen.

“want wij zijn de besnijdenis, degenen die, in geest van God, goddelijk dienstbetoon bieden en roemen in Christus Jezus en niet in vlees vertrouwd hebben”
(Filippenzen 3:3;SW)




Noot.
1. Dit deel is het eerste van zeven in dit hoofdstuk die genomen zijn uit Bible Student’s Notebook #223, aangepast uit de geschriften van Jon Zens en Cliff Bjork, God and Country: The Dangers of Contemporary Christian Americanism. De delen zijn: “A nationalize gospel”, “Is any nation ‘better’ than another,” “Who really places Presidents and Kings in power?”, “ The success of the gospel,” “Traditional values,” “To which political party does God belong?” and “Our Confidence.”
2. Dit zijn dezelfde theologiën die de “verchristelijking” van de Amerikaanse revolutie beïnvloed hebben. Als wortel hebben ze het Calvinistische beeld van regering, die leert: “De missie van de kerk is de wereld te herstellen, inclusief de staat, in overeenkomst met Christelijke concepten. En de staat moet de kerk helpen in het verchristelijken van de wereld. Dientengevolge diende Calvijn net zo goed als politiek leider en als kerkleider in Geneve, en hij zag geen probleem in het gebruiken van de machinerie van de staat om zijn versie van het Christendom te bevorderen door ketters te straffen, etc.” Eidsmoe, p 14.
3. Dwz, heers en reconstructie theologiën.
4. De term “God”, op zichzelf staande in een context, past goed bij alle godsdiensten van de wereld. Het bewijst niet dat het iets met “Christelijk” van doen heeft.
5. Albert James Dager, Vengeance is Ours (Redmond, WA: Sword Publishers, 1990) pp. 220-221(abridged)
6. Zie Appendix 3: Jury Duty
7. In de Verenigde Staten moet je eerst laten registreren om te kunnen stemmen. Het bevolkingsregister is daar anders dan in Nederland, waar je automatisch een oproep krijgt om te gaan stemmen.



Terug naar de index.



Dit artikel is hier geplaatst met de toestemming van Clyde L. Pilkington Jr.
© www.hetbestenieuws.nl