Paulus begreep wat het betekent Christus te volgen toen hij Timotheüs vertelde:
“Maar boze mensen en oplichters zullen vooruitgang boeken, van kwaad tot erger, misleidend en misleid wordend”
(2Timotheüs 3:12;SW)
Toch schijnen veel Christelijke leiders ongelovig te zijn wanneer onze regering iets doet dat zij interpreteren als vervolging. We moeten er aan herinnerd worden dat de overgrote meerderheid van de Christenen doorheen de geschiedenis hebben moeten functioneren onder de schaduw van vijandige, zelfs wrede overheden. Men kan in feite de bewering opstellen dat dit Gods ontwerp is. Onder Zijn soevereine hand is vervolging juist het instrument geweest dat Zijn volk versterkte en de verspreiding van het evangelie voortbracht.
Eerder dan te protesteren en te klagen, zouden we daarom,
“roemen ook in de verdrukkingen, waargenomen hebbend dat verdrukking volharding voorbrengt, en volharding beproefdheid, en beproefdheid verwachting”
(Romeinen 5:3,4;SW)
De strijdkreet om te vechten voor onze “wegslijtende” burgerlijke vrijheden, is daarom misleidend. Onze burgerlijke vrijheden kunnen en mogen van ons afgenomen worden, maar onze evangelie vrijheid in Christus kan niet van ons afgenomen worden.
Zoals Paulus heel goed wist, is een gelovige die geketend is in eenzame opsluiting nog steeds “vrij” in de Heer. Hij is vrij om te bidden voor hen die hem verkeerd gebruiken en de gelegenheid aangrijpen om heerlijkheid te brengen aan Jezus Christus door zijn goddelijke gedrag met het misbruik voor ogen. Hij is vrij om niet kwaad met kwaad te vergelden en zegen terug te geven wanneer er vervloekt wordt. En hij is vrij, als de gelegenheid zich voordoet, zijn vijand te voeden en voor hem te zorgen (Romeinen 12:20).
Wij moeten de fout vermijden van het gelijkstellen van enige burgerlijke vrijheden die we mogen genieten of verliezen met de geestelijke vrijheid die we altijd bezitten in Christus.
In 2 Korinthe 3.17 verwees hij niet naar de burgerlijke vrijheden die ons door “goddelijke” overheden toegestaan worden, maar veeleer naar de echte, onvervreemdbare geestelijke vrijheden die het erfdeel zijn van allen in wie de Geest van de Heer verblijft.
Een algemeen gebruikte uitdrukking die ik van Christenen hoor in verband met de politiek is “mijn recht” om veiligheid te hebben, of het is “mijn recht” om goedkope gezondheidszorg te hebben, of het is “mijn recht” om lagere belastingen te hebben, of het is “mijn recht” om godsdienstige vrijheid te hebben, enz.
Het is helemaal niet ons recht!
Als Christenen hebben we geen rechten. De apostel Paulus gebruikt andere woorden als het verband houdt met de zogenaamde “vrijheid” van de Christen. In 1 Korinthe 4:1 gebruikt Paulus het Griekse woord huperetes om onze roeping te beschrijven. Dit woord werd gebruikt om een 2e of 3e rangs gallei-slaaf te beschrijven die geen rechten had. Als u ooit de film Ben Hur heeft gezien dan zult u begrijpen dat de laagste niveau roeiers als waardeloos werden behandeld en in het geheel geen rechten hadden. In Efeze 3:7 gebruikt Paulus het woord diakonos, wat een “nederig tafeldienaar” betekent. Een tafeldienaar staat ter dienste van die hij dient. In Romeinen 1:1 noemt Paulus zichzelf een doulos van Jezus Christus. Dit was iemand die in de totale dienst van een ander stond. Datzelfde idee wordt besproken in Exodus 21, wanneer een dienaar zijn oor doorboorde om hem zo voor altijd te verbinden aan zijn meester. Als Christenen staan we volledig in dienst van onze Meester, de Heer Jezus Christus. De dagen dat we persoonlijke rechten hadden zijn voor altijd voorbij.
Wanneer zogenaamde “godsdienstige rechten” van ons worden weggenomen, zijn we geschokt als we denken dat dit in Amerika zou kunnen gebeuren. Opgepord door radioprogrammas als “Focus on the Family” schrijven we naar ons Congresslid en onze Senatoren en schreeuwen dat onze rechten zijn geschonden. Beste Christen, wij hebben geen rechten! O, u zult zeggen dat wij rechten hebben als Amerikaanse burgers? Maar geliefden, we moeten een keuze maken. We kunnen niet en God en Amerika dienen. Of we zijn vreemdelingen in deze wereld, of we zijn dat niet. Ons burgerschap is of in de hemel of het is hier in Amerika.
Wij zijn niet eerst Amerikanen, en dan, op de tweede plaats, Christenen. We zijn zelfs niet in de eerste plaats Christenen, en in de tweede plaats Amerikanen. We zijn Christenen, punt, uit! Het “rood, wit en blauw” is niet ons thuis. Amerika is niet onze voorziener, en we zouden niet moeten verwachten dat de overheid ons rechten toedeelt – dat voorrecht behoort alleen God toe. Worden we gezegend, laten we dan God danken. Zij we in een periode van verdrukking, laten we dan God zoeken en ons onderschikken aan het werk dat Hij op onze weg heeft gebracht. Toen rampspoed Job trof, begreep hij Wie de Bron was van alle dingen. Hij reageerde door te zeggen,
“JAHWEH gaf en JAHWEH nam, de naam van JAHWEH zal gezegend zijn”
(Job 1:21;SW)
-Ken Eckerty
God is Not a Republican
Noot.
1. Dit deel, “We verliezen onze rechten en vrijheden,” is uit Bible Student’s Notebook #223, overgenomen en aangepast uit de geschriften van Jon Zens en Cliff Bjork, God and Country: The Dangers of Contemperary Christian Americanism.