De bewapening die ons door Paulus, onze apostel, auteur van Efeze 6:10-17, wordt gepresenteerd, is niet ingewikkeld. Het is geen moeilijk, inspannend proces van geestelijk touwtjespringen. Nee, het is echt eenvoudig: onze bewapening is de Here Jezus Christus Zelf.
We leren deze eenvoudige waarheid door deze passage te vergelijken met een die eerder door Paulus werd geschreven:
“De nacht vordert en de dag is nabij. Wij zouden dan de werken van de duisternis afleggen en wij zouden de wapens van het licht aandoen. Wij zouden respectabel wandelen, als bij dag, niet in wilde feesten en in dronkenschappen, niet in bedden en in wellust, niet in twist en in jaloezie, maar doet de Here Jezus Christus aan en besteedt niet voorzieningen aan het vlees, zodat lusten worden opgewekt.”
(Rom. 13:12-14;SW)
Paulus zegt de Romeinen de “wapens van het licht” aan te doen. Hij definieert dan deze bewapening door te zeggen “doet de Here Jezus Christus aan.” Het is interessant dat Paulus in onze tekst net tot de Efeziërs had gesproken over het zijn van “kinderen van het licht” (Efe. 5:8:14). Dan gaat hij door naar de bewapening van God.
Simpel gesteld is ‘de Here Jezus Christus aandoen’ de bewapening van het licht aandoen. Ze zijn een en hetzelfde.
Als Paulus zijn discussie met de Efeziërs over de bewapening opent, doet hij dat door hen te vertellen “Wees sterk in de Heer en in de kracht van Zijn macht.” Het vertelde hen niet “Wees sterk VOOR de Heer.” Het is Zijn persoon en identiteit waarmee we bekrachtigd worden tegen de satanische listen en vurige pijlen die strijden tegen ons geestelijk leven.
In dit licht bezien is de bewapening, net als de “vrucht van de geest,” gewoon het leven van Christus, Zijn aard en identiteit in en doorheen ons bekend makend als Zijn lichaam.
(onze “lendenen omgord met waarheid”)
“Jezus zegt tot hem: "Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven. Niemand komt tot de Vader dan door Mij.”
(Joh. 14:6;SW)
“indien tenminste jullie naar Hem luisteren. En in Hem werden jullie onderwezen (zoals de waarheid is in Jezus),”
(Efe. 4:21;SW)
(onze “borstplaat van rechtvaardigheid”)
“Maar jullie zijn uit Hem, in Christus Jezus, Die ons wijsheid van God is geworden, rechtvaardigheid en heiliging en verlossing, opdat, zoals werd geschreven: Die roemt, laat hem in de Heer roemen!”
(1Kor. 1:30,31;SW)
“ja, een rechtvaardigheid van God door het geloof van Jezus Christus, voor allen, en op allen die geloven, want er is geen onderscheid.”
(Rom. 3:22;SW)
“en in Hem gevonden moge worden, niet mijn rechtvaardigheid hebbend, die uit de wet, maar die door het geloof van Christus, de rechtvaardigheid van God, door het geloof,”
(Filip. 3:9;SW)
(“onze voeten geschoeid met de bereidheid van het evangelie van vrede”)
“Wij dan, gerechtvaardigd uit geloof, hebben vrede met God door onze Heer Jezus Christus”
(Rom. 5:1;SW)
“want Deze is onze vrede”
(Efe,. 2:14;SW)
(ons “schild van geloof”)
“die waargenomen hebben dat de mens niet gerechtvaardigd wordt uit werken van de wet, maar door geloof van Jezus Christus, ook wij geloven in Christus Jezus, opdat wij gerechtvaardigd mogen worden uit het geloof van Christus en niet uit werken van de wet, ziende dat uit werken van de wet geen enkel vlees gerechtvaardigd zal worden.”
(Gal. 2:16;SW)
“en in Hem gevonden moge worden, niet mijn rechtvaardigheid hebbend, die uit de wet, maar die door het geloof van Christus, de rechtvaardigheid van God, door het geloof”
(Filip. 3:9;SW)
(onze “helm van redding”)
“want de dommelenden dommelen 's nachts, en die dronken zijn zijn 's nachts dronken.
Maar wij, die van de dag zijn, wij zullen nuchter zijn, het borstharnas van geloof en liefde aandoend en de helm van de verwachting van redding, want God plaatste ons niet tot verontwaardiging, maar tot verkrijging van redding door onze Heer, Jezus Christus, Die voor ons sterft, opdat, of wij nu waken of wij nu dommelen, wij tegelijkertijd samen met Hem zouden leven”
(1Thess. 5:7-10)
“Om deze reden wil ik alles verdragen om wille van de uitverkorenen, opdat ook zij de redding mogen verkrijgen in Christus Jezus, met aionische heerlijkheid.”
(2Tim. 2.10;SW)
(ons “zwaard van de Geest”)
“En het woord werd vlees en sloeg zijn tent op onder ons. En wij staren naar Zijn heerlijkheid, een heerlijkheid als van een eniggeborene van de Vader, vol van genade en waarheid”
(Joh. 1:14;SW)
“Want het woord van God is levend en werkend en vuriger dan ieder twee-snijdend zwaard en doordringend tot deling van ziel en van geest, zowel van de gewrichten als het beenmerg en is een rechter van gevoelens en gedachten van het hart. En er is geen schepsel Hem niet duidelijk voor ogen. Allen nu zijn naakt en ontbloot voor Zijn ogen, tegenover Wie wij ons verantwoorden.”
(Hebr. 4:12,13;SW)
De sleutel naar geestelijke oorlogsvoering en overwinning is niet te vinden in ons eigen vermogen. Noch de strijd, noch de grond, noch de bewapening is van ons. Het gaat allemaal over Hem. Wij rusten volledig in de persoon, het werk, de aard en identiteit van God geliefde Zoon, de Heer Jezus Christus!
“Voor het overige: wordt bekrachtigd in de Heer en in de macht van Zijn kracht.”
(Efe. 6:10;SW)
Naar het volgende deel: 6. De vreugde van de Heer