O.K. zijn met NIET O.K. zijn
Gods ontwerp voor u omarmen
en iedereen die u kent (en niet kent)


Hoofdstuk 18 - Echte aanbidding

door Clyde L. Pilkington, Jr.

“wij zijn de besnijdenis, degenen die, in geest van God, goddelijk dienstbetoon bieden en roemen in Christus Jezus”
– Paulus, de apostel(*1)

Leven moet aanbidding zijn. Alles er van – iedere dag, op iedere plaats, onder alle omstandigheden – is waar echte aanbidding moet plaatsvinden. Het is niet beperkt tot bepaalde tijden, specifieke plaatsen of tot speciale omstandigheden.

God kan gemakkelijk aanbeden worden voor Zijn toevoer van voedsel, kleding, huisvesting en andere voorzieningen, alhoewel maar weinigen zelfs dat zelden doen. Hij kan zeer zeker aanbeden worden voor Zijn rijke voorziening van verlossing, redding, rechtvaardiging, ook al doen velen dat niet regelmatig. Maar de grootste hoogte van aanbidding wordt niet in deze dingen aangetroffen.

Het ware toppunt van aanbidding zit ‘m niet in de context van de “goede” dingen die in onze levens komen, maar in de schijnbare “kwade.” Het is één ding God te aanbidden wanneer alles naar onze verlangens gaat, maar het is iets heel anders Hem echt te aanbidden wanneer de dingen helemaal niet goed gaan, wanneer de omstandigheden schijnen alsof ze “kwaad” zijn, zelfs wanhopig.

Onze harten buigen in nederige, oprechte, onderschikkende aanbidding voor Hem, zelfs wanneer heel ons wezen – onze zintuigen, onze verlangens, onze passies, ons verstaan en onze harten – kreunen en ineen krimpen onder ons huidig lot: dit is het toppunt van ware aanbidding.

We zien dit duidelijk in het verslag in de Schrift over Job. Ineens gingen de omstandigheden in Zijn leven verschrikkelijk de verkeerde kant op. Zijn gezondheid, bezit en kinderen waren allemaal verdwenen. Zijn vermoeide denken, lichaam en hart – ieder kerndeel van Hem – moet een dwingend “Nee!” geëist hebben. Iedere vezel van zijn wezen moet actief in protest geweest zijn. Maar iets veel groter dan dit alles was ook in Jobs hart: geloof in de trouwe, soevereine Schepper. Hij wist dat God GOD was in al die heerlijke dingen in zijn leven, net als in al die van zijn rampspoeden. Hij wist dat het uiteindelijke allemaal uit Gods hand was, het “goede” en ook het schijnbaar “kwade.”

“zullen wij het goede ontvangen van de Elohim en zullen wij het kwade niet ontvangen?” (*2)

“JAHWEH gaf en JAHWEH nam, de naam van JAHWEH zal gezegend zijn”(*3)

Daar is nu de grootste hoogte van aanbidding: God aanbidden in alles – het “goede” en het “kwade,” het “geven” en het “wegnemen.” De aanbidding van God, iedere dag, overal, onder alle omstandigheden – dat is de ware aanbidding. Wanneer wij onder het “kwade” en het “wegnemen” met Job leren de naam van JAHWEH te zegenen, dan zullen ook wij de ware betekenis van echte aanbidding te weten komen.

“Ik zal JAHWEH zegenen in ieder seizoen; Zijn lof is voortdurend in mijn mond” (*4)





Noot.
1. Filippenzen3:3;SW
2. Job 2.10;SW
3. Job 1:21-22;SW
4. Psalm 34:1;SW



Terug naar de index.



Dit artikel is hier geplaatst met de toestemming van Clyde L. Pilkington Jr.
© www.hetbestenieuws.nl