“En Shadrach, Meshach en Abed-Nego antwoordden en zeiden tot de koning, Nebukadnezzar: "Wij vinden het niet nodig u te antwoorden op dit antwoord. Zou het echt gebeuren, onze Eloah, Die wij dienen, is in staat om ons te verlossen van de gloeiende vlam van de oven en uit uw hand, koning, zal Hij ons verlossen. En indien niet, het zal u bekend zijn, koning, dat wij uw elohim echt niet dienen. En het beeld van goud, dat u oprichtte, zullen wij niet dienen." – Daniël, de profeet(*1)
De “Drie Hebreeuwse Kinderen” zaten, om het zachtjes uit te drukken, in het nauw. Hun levens hingen aan een zijden draadje. De koning hield de macht over hun levens in zijn handen, tenminste, dat dacht hij.
Shadrach, Meshach en Abed-Nego wisten dat de dingen er niet altijd uitzien zoals ze schijnen te zijn, en dat wat zij met hun ogen zagen niet het echte beeld van de situatie was.
Ondanks het feit dat koning Nebukadnessar een aardse monarch was, die schijnbaar hun lot in zijn handen had, wisten zij dat er een hemelse Soeverein was Die alle dingen onze Zijn controle had. Zij kenden de waarheid, omdat we laten in het boek Daniël leren dat…
“de levenden zullen weten dat de Allerhoogste het gezag heeft in het koninkrijk van de sterveling. En Hij geeft het aan wie Hij wil”(*2)
“En U heerst over alle koninkrijken van de natiën. En in Uw hand is kracht en macht en er is bij U niemand die zich tegen U kan”(*3)
Dit is de grote waarheid van Gods soevereiniteit over de zaken van de mensen, geleerd doorheen de Schrift.
“bent U niet Elohim in de hemelen? En U heerst over alle koninkrijken van de natiën. En in Uw hand is kracht en macht en er is bij U niemand die zich tegen U kan stellen.”(*4)
En ook…
“Het hart van een koning is als waterbeekjes in de hand van JAHWEH, Hij doet ze keren waarheen Hij wil.”(*5)
Feitelijk…
“JAHWEH, de Allerhoogste, is te vrezen, een grote Koning over heel het land.”(*6)
Het zijn deze waarheden die de “Drie Hebreeuwse Kinderen” hun kracht en moed gaven. Zij wisten dat God in staat was hen te verlossen! Luister opnieuw naar hun antwoord.
“onze Eloah, Die wij dienen, is in staat om ons te verlossen van de gloeiende vlam van de oven en uit uw hand”
Het kan grote vrede brengen bij iedere beproeving of situatie die we moeten doorstaan, als we in onze harten weten “Onze God … is in staat om ons te verlossen.” Geloof roept ons om dagelijks in deze woorden te leven: “Onze God is in staat.”
Maar geloof is groter dan dit alles! Geloof roept ons verder te leven dan “God is in staat.” Luister naar de rest van hun antwoord.
“En indien niet, het zal u bekend zijn, koning, dat wij uw elohim echt niet dienen. En het beeld van goud, dat u oprichtte, zullen wij niet dienen”
Hier is het principe: “En indien niet”. Net zoals bij de “Drie Hebreeuwse Kinderen” is God in staat ons van al onze beproevingen en problemen te verlossen, hoe groot die ook mogen zijn; maar indien Hij dat niet doet is Hij nog steeds onze God, heeft Hij nog steeds de controle, houdt Hij nog steeds van ons, heeft Hij nog steeds het beste met ons voor, en werkt Hij nog steeds “naar het voornemen van Die alles werkt naar de raad van Zijn wil”(*7) Geloof roept ons tot veel grotere hoogten, om dagelijks in deze woorden te leven: “En indien niet!”
We kunnen niet altijd de grote beproevingen van het leven begrijpen; vanuit ons waarnemingspunt kunnen we niet altijd verstaan wat echt het beste is voor ons en onze geliefden; we kunnen niet altijd het “hele plaatje” zien zoals het werkelijk is – vanuit het eeuwige en hemelse perspectief – maar Vader kan het wel!
Vader is in staat u te verlossen uit uw huidige toestand die op dit moment zo hopeloos mag schijnen; “en indien niet,” is er niets veranderd: Hij is nog steeds onze grote God en Vader, en iets in Zijn grote liefde en wijsheid heeft voor u geen verlossing vastgelegd, maar volharding – en dat door Zijn nooit falende genade.
“God is in staat” ons te verlossen en Hij kan dat ook doen – “en indien niet” – onze Vader heeft, ongeacht de toestanden waarin we ons bevinden, de absolute controle.
Rust daarin.
Noot.
1. Daniël 3:16-18;SW
2. Daniël 4:17,25;SW
3. Daniël 4:35;SW
4. 2 Kronieken 20:6;SW
5. Spreuken 21:1;SW
6. Psalmen 47:2;SW
7. Efeze 1:11;SW