Als “ambassadeurs voor Christus” zijn we hier “ten behoeve van Christus”(2Kor. 5:20;SW) – op een goddelijke missie. Als “goede soldaten van Christus” moeten we “kwaad lijden”(2Tim. 2.3), zolang we hier onze taak vervullen.
Dit is niet ons thuisland, want we zijn burgers van de hemelen.
“Want ons burgerschap behoort in de hemelen”
(Filip. 3:20;SW)
Aardse koninkrijken zijn niet onze koninkrijken; het onze is hemels.
“Die … ons overbrengt in het koninkrijk van de Zoon van Zijn liefde”
(Kol. 1:13;SW)
“De Heer zal mij … bewaren in Zijn hemelse koninkrijk”
(2Tim. 4.18;SW)
Aardse heersers zijn niet de onze; Christus is onze Koning!
“onze Heer, Jezus Christus, Die op Zijn tijd zal tonen de blije en enige Potentaat, de Koning van de koningen, en de Heer van de heren”
(1Tim. 6:14,15;SW)
Hoewel in deze wereld, behoren we hier niet. We dienen in het buitenland.
Iedere regering die een officiële vertegenwoordiging heeft in een vreemd land (dwz. ambassadeurs of soldaten), is verantwoordelijk voor hun welzijn en zorg. Werken op vreemde bodem is een eer en voorrecht, maar het vaderland is altijd verantwoordelijk voor waaraan men bloot wordt gesteld bij de uitvoering van diplomatieke of militaire dienst.
Soldaten behoren tot de regering die zij vertegenwoordigen. Ze behoren niet zichzelf toe; ze zijn met een prijs gekocht. Als gevolg daarvan zijn ze niet verantwoordelijk voor hun eigen kostwinning en bevoorrading, want welke man gaat op eigen kosten naar de oorlog?
“Wie oorlog voert voorziet ooit in zijn eigen rantsoenen?”
(1Kor. 9:7;SW)
Soldaten bevinden zich vaak overzees, in conflictgebieden in vijandelijke landen, en hun regeringen zijn voor hen verantwoordelijk zolang ze daar zijn. In feite zouden ze onder zulke zware omstandigheden recht hebben op een extra toelage!
Ambassadeurs, als dienaren van Buitenlandse Zaken, zullen vaak ondervinden dat ze hun “buitenlandse taak” uitvoeren in gevaarlijke situaties op vreemde bodem. Dit hoort er allemaal bij wanneer men leeft en zaken doet, weg van het eigen land, zeker wanneer die plaats van dienst onsympathiek, vijandig en intimiderend is, om maar niet te zeggen gevaarlijk – kort gezegd: een gemeenschap die vijandig staat tegenover de regering die men vertegenwoordigt.
Indien een soldaat of ambassadeur is afgesneden van de bevoorrading door zijn land, en “in het geheim” moet werken als een zogenaamd burger van het land waar hij dient, zal hij noodzakelijkerwijze uit eigen middelen in zijn onderhoud en die van zijn dienst moeten voorzien. Maar zijn persoonlijke uitgaven zullen zeer zeker geheel terugbetaald worden nadat hij zijn taak heeft voltooid.
Mijn schoonzoon werkt voor een bedrijf dat van hem verlangt dat hij vaak op reis gaat, soms zelfs naar het buitenland. Hij heeft geen rekening van het bedrijf voor alle uitgaven die hij doet tijdens zijn reizen ten behoeve van zijn bedrijf. Hij moet al deze uitgaven uit eigen zak betalen. Maar dan is er de dag van afrekening, een dag waarin hij al zijn persoonlijke uitgaven overlegt die nodig waren voor zijn dienst. En dan betaalt zijn bedrijf het allemaal aan hem uit.
Hetzelfde is waar voor onze Vader.
“Want God is niet onrechtvaardig, dat Hij het werk van jullie vergeet en de liefde die jullie tonen in Zijn naam, de heiligen dienend en anderen dienend”
(Hebr. 6:10;SW)
“Daarom, mijn geliefde broeders, weest standvastig, onwrikbaar, overvloedig in het werk van de Heer, altijd wetende dat uw werk in de Heer niet vergeefs is”
(1Kor. 15:58;SW)
“Maar als wij het goede doen zouden we niet moedeloos mogen zijn, want op onze tijd zullen wij oogsten, als wij niet verslappen”
(Gal. 6:9;SW)
“Want ik reken er op dat het lijden van de tegenwoordige tijd niet op kan tegen de heerlijkheid die in ons geopenbaard zal worden”
(Rom. 8:18;SW)
“Want de momentele lichtheid van onze verdrukking bewerkt voor ons, overstijgend in overstijging, een aionisch gewicht van heerlijkheid”
(2Kor. 4:17;SW)
“opdat het testen van jullie geloof, veel kostbaarder dan goud, dat vernietigd wordt, doch door vuur getest zijnde, gevonden moge worden tot lof en heerlijkheid en eer in de openbaring van Jezus Christus”
(1Petr. 1:7;SW)
Het is dan ook geen wonder dat Paulus gebruik maakt van deze twee overeenkomsten: soldaten en ambassadeurs.
“opdat jullie onberispelijke en onvermengde kinderen van God mogen zijn, smetteloos te midden van een verkeerd en verdorven geslacht, onder wie jullie schijnen als hemellichten in de wereld”
(Filip. 2:15;SW)
Lijden kent vele aspecten en afmetingen. Voor het doel van onze studie zullen we lijden onderverdelen in twee basis categorieën: Gewoon en Bijzonder. Er is lijden dat gewoon is voor heel de mensheid en er is lijden dat bijzonder is en uniek voor ons als gelovigen.
We zullen eerst kijken naar het gewone lijden.
“Want wij hebben waargenomen dat de hele schepping, tot nu toe, tezamen kreunt en tezamen zwoegt” (Rom. 8:22;SW)
De gelovige zal, vanwege de taak waartoe hij is geroepen, dezelfde soorten lijden moeten onder ogen zien die alle mensen onder ogen moeten zien. We moeten de pijn verdragen, het ongemak en verlies dat verbonden is met het leven “onder de zon;” want ook wij zijn “aan de vruchteloosheid … onderschikt geworden”(Rom. 8:20). Dit hoort er nu eenmaal bij…
“Want iedereen zal de eigen last dragen” (Gal. 6:5;SW)
Wij worden niet gevrijwaard van alle kennelijke ijdelheden van dit donkere land. Wij hebben ons deel aan de donkere zijde – lijden, pijn, ontmoediging, moeiten, vermoeidheden, druk enzovoorts – maar deze zijn niet tevergeefs. Terwijl we door de verschillende delen van onze aardse levens gaan, kunnen we er het beste van maken, ieder aspect van ons leven offerend voor Zijn heerlijkheid. We doen dat met zelfs die gebieden van ons leven die werelds en algemeen schijnen.
“Of jullie dan eten, of jullie drinken, of jullie iets doen, doet alles voor de heerlijkheid van God!” (1Kor. 10:31;SW)
Alle beproevingen van het leven krijgen een nieuwe betekenis wanneer ze ondergaan worden “als voor de Heer,” “in de naam van de Here Jezus,” “voor de heerlijkheid van God.” Ieder detail van het leven, tot aan de kleinste deeltjes toe, krijgt dan gewicht en
“bewerkt voor ons, overstijgend in overstijging, een aionisch gewicht van heerlijkheid” (2Kor. 4:17;SW)
Met God Die gelegenheid heeft om Zijn eigen buitengewone leven te leven doorheen de alledaagse beproevingen van onze alledaagse levens, wordt er voor ons een blijvende waarde voor alle tijden voortgebracht. Dit is goddelijk leven dat vloeit door de meest gewone noodzakelijkheden van onze levens – een onlosmakelijk deel van de plaats van Zijn lijden in ons.
Door naar deel 8.