Lijden, Gods vergeten geschenk
---
Deel 5

door
Clyde L. Pilkington Jr.

Waarom het Lichaam van Christus lijdt

“ten behoeve van Christus… “
(2Kor. 5:20;SW)

Jezus Christus was een Dienaar Die Zich identificeerde met hen die Hij diende; maar Hij is niet langer hier in het vlees. Nee, Hij is gezeten aan de rechterhand van God, de Vader. Wij kennen Hem niet langer “naar het vlees”(2Kor. 5:16). Alhoewel Hij ook vandaag nog de wereld dient, doet Hij dat door het instrumentarium van de gelovigen, de ecclesia, die Zijn Lichaam vormen – Het Lichaam van Christus.

“Jullie nu zijn het lichaam van Christus, en de leden zijn daarvan deel”
(1Kor. 12:27)

“omdat wij leden van Zijn lichaam zijn”
(Efe. 5:20;SW)

Ook al hebben wij een positie in Christus, gezeten in hemelse gewesten (Efe. 2:6), gezegend met alle geestelijke zegen in hemelse gewesten (Efe. 1:3) en gezamenlijk lotdeelgenieters met Christus (Rom. 8:17), we zijn hier als Zijn ambassadeurs van genade!

“Want de liefde van Christus dringt ons, dit oordelende: dat één ten behoeve van allen stierf, dus zijn zij allen gestorven. En Hij stierf ten behoeve van allen, opdat de levenden niet meer voor zichzelf zouden leven, maar voor Die welke ten behoeve van hen sterft en opgewekt wordt, zodat wij, vanaf het nu, niemand waarnemen naar het vlees, maar zelfs indien wij Christus naar het vlees gekend hebben, kennen wij hem nu niet meer. Daarom: indien iemand in Christus is, die is een nieuwe schepping. Het oude ging voorbij. Neem waar! Het is nieuw geworden! En dit alles is uit God, Die ons met Zich verzoent door Christus en ons de bediening van de verzoening geeft, hoe dat God in Christus de wereld verzoenende was naar Zichzelf, aan hen niet hun overtredingen toerekenend en in ons het woord van de verzoening plaatsend. Ten behoeve van Christus dan zijn wij ambassadeurs, als van God, uitnodigend door ons. Wij moedigen jullie ten behoeve van Christus aan: Weest verzoend naar God! Want Degene die geen zonde kent, maakt Hij ten behoeve van ons zonde, opdat wij gerechtigheid van God mogen worden in Hem”
(2Kor. 5:14-21;SW)

Paulus sprak in de voorgaande hoofdstukken over zijn eigen lijden(2Kor. 4:8,9, 16,17). Hij sprak van “het licht van het heerlijk evangelie”, dat een “schat in aarden vaten” was (met andere woorden, dat Christus in ons woont!). Deze verwijzing naar de aarden vaten doet ons denken aan Gideon (Richt. 7) en aan de potten die gebroken werd om zo het licht te doen stralen (Richt. 7:18,19). Zo is het ook met het Lichaam van Christus; we zijn gebroken zodat “het leven van Jezus ook openbaar zou worden in ons stervend vlees”.

“altijd het sterven van Jezus in het lichaam meedragend, opdat het leven van Jezus ook in ons lichaam openbaar zou worden. Want wij, die leven, worden in de dood overgeleverd, omwille van Jezus, opdat het leven van Jezus ook openbaar zou worden in ons stervend vlees”
(2Kor. 4:10,11;SW)


Op missie

“Daarom zal ik een welbehagen hebben in zwakheden, in schandelijkheden, in gebreken, in vervolgingen, in benauwenissen, alles ten behoeve van Christus”
(2Kor. 12:10;SW)

Wij die Christus vertrouwen zijn burgers van de hemelen (Filip. 3:20). Wij zijn hier op vreemde bodem – op missie. Indien we in ons eigen land zouden zijn, zouden we niet onderworpen zijn aan welke zorg of verdriet van dit leven dan ook; maar als ambassadeurs voor en in een wereld die voortdurend in vijandschap leeft met God, lopen we voortdurend tegen de lasten van zo’n goddelijke opdracht aan.

“opdat niemand zou wankelen in deze verdrukkingen van ons, want jullie hebben waargenomen dat wij daartoe zijn bestemd
(1Thess. 3:3;SW)

Wij zijn hier om ons volle aandeel te leveren in de beproevingen waaronder “de hele schepping, tot nu toe, tezamen kreunt en tezamen zwoegt”(Rom. 8:22;SW). Ieder van ons is deel van waarover Job sprak

“Want de mens is geboren om te zwoegen en de zonen van de hete wind gaan omhoog om te vliegen”
(Job 5:7;SW)

Wij, in identiteit met Christus, lijden, zodat anderen mogen weten van Zijn wonderlijke en volle genade. Naast onze redding zouden we als ons grootste verlangen moeten hebben dat God ons zou gebruiken als Zijn instrumenten van barmhartigheid. Wij lijden ten behoeve van Hem de gevaren van een gebroken mensheid.

“Zoals geschreven werd: dat wij vanwege U de hele dag gedood worden; wij worden gerekend als slachtschapen”
(Rom. 8:36;SW)

Elke dag dat Hij vrije genade verlengt aan de mensheid, is alleen maar een andere dag van verlenging van onze “missietijd”, maar Hij zal het goed met ons maken.

“Maar als wij het goede doen zouden we niet moedeloos mogen zijn, want op onze tijd zullen wij oogsten, als wij niet verslappen”
(Gal. 6:9;SW)
“Daarom, mijn geliefde broeders, weest standvastig, onwrikbaar, overvloedig in het werk van de Heer, altijd wetende dat uw werk in de Heer niet vergeefs is”
(1Kor. 15:58;SW)

Als we ons terugvinden

“in zwakheden, in schandelijkheden, in gebreken, in vervolgingen, in benauwenissen, alles ten behoeve van Christus
(2Kor. 12.10;SW),
laten we dan niet vergeten dat wij “daartoe zijn bestemd”(1Thess. 3:3;SW).

Denk aan onze vererende bestemming; we zijn op een goddelijke missie!




Door naar deel 6.



Dit artikel is hier geplaatst met de toestemming van Clyde L. Pilkington Jr.
© www.hetbestenieuws.nl