“..indien er enige vertroosting is van liefde,”
(Filip. 2:1;SW)
“Want ik heb veel blijdschap gehad en vertroosting door jouw liefde”
(File. :7;SW)
Deze vertroosting die ons door onze Vader wordt gebracht, waarover we in overvloed spreken, is in één woord liefde. Dit is waarom Paulus spreekt van de “vertroosting van liefde” en de “vertroosting door jouw liefde.”
Ja, wat is er meer vertroostend dan liefde? Liefde is de grootste van al, zelfs groter dan geloof en hoop. (1Kor. 13.13). Zonder de liefde hebben we niets en zijn we niets (1Kor. 13:1-3). Liefde is de aard van onze Vader (1Joh. 4:8,16). Wat ook de situatie of toestand is, liefde zal nooit falen (1Kor. 13:8)!
Schrijvend over Paulus’ oproep tot liefde aan de Filippenzen, schreef Albert Barnes:
“Onze blijdschap is vrijwel geheel gericht op liefde. Het is wanneer we houden van een ouder, een echtgenote, een kind, een zus, een buur, dat we het hoogste genot hebben. Het is in de liefde van God, van Christus, van Christenen, van de zielen van mensen dat de verlosten hun hoogste blijdschap vinden. Haat is een passie vol van ellende; liefde een emotie vol van vreugde… Paulus zou gewild hebben dat de liefde in hoogste graad beoefend zou worden …”
De opbeuring en vertroosting van de Vader komt voort uit Zijn grote liefde voor en tot ons. Let in de volgende goddelijke ketting van gebeurtenissen de liefde het eindresultaat is van Gods werking in de gelovige. Het begint allemaal met “verdrukkingen” en eindigt in de “liefde van God.”
“Niet alleen dat, maar wij roemen ook in de verdrukkingen, waargenomen hebbend dat verdrukking volharding voorbrengt, en volharding beproefdheid, en beproefdheid verwachting. En de verwachting maakt niet beschaamd, omdat de liefde van God in onze harten is uitgestort, door heilige geest, die aan ons gegeven wordt”
(Rom. 5:3-5;SW)
Let op de volgorde van werking als gevolg van de liefde van God die breeduit in ons harten wordt gegoten:
- Verdrukking bewerkt geduld
- Geduld bewerkt ervaring
- Ervaring bewerkt verwachting
- Verwachting bewerkt vrijmoedigheid
Daar hebben we dan het goddelijke proces: liefde-verdrukking-geduld-ervaring-verwachting-vrijmoedigheid.
Het is dan ook niet vreemd dat Paulus de liefde zo noemt:
“een band van de volwassenheid”
(Kol. 3:14;SW)
Dit is het eindresultaat van onze goddelijke roeping:
“opdat wij heiligen en vlekkelozen zijn voor Zijn aangezicht, in liefde”
(Efe. 1:4;SW)
“een man van smarten en bekend met ziekte”
(Jes. 53:3;SW)
Jesaja voorzegde de komst van Israels Messias. Zijn beschrijving van Hem in hoofdstuk 53 was dat Hij, onder andere, “een man van smarten en bekend met ziekte” was.
Onze Here Jezus Christus was bekend met wat het betekende om mens te zijn – smarten te lijden en ziek te zijn. Toen Hij hier was in het vlees, hoewel Koning en Meester van Israel, leefde Hij niet als zodanig. Hij leefde en gedroeg Zich veeleer als een nederige dienaar.
“maar Zichzelf leeg maakt, de vorm aannemend van een slaaf, in gelijkenis van mensen is geworden en in uiterlijke vorm gevonden wordend als mens”
(Filip. 2:7;SW)
Als Dienaar van de mensheid ervoer Hij dezelfde zorgen en lijden van het leven als hen die Hij diende. Hij identificeerde Zich met hen aangezien Hij de hele rij aan verdriet en lijden doorstond, want…
“waarlijk, onze ziekten heeft Hij gedragen en onze pijnen heeft Hij verdragen…”
(Jes, 53:4;SW)
Wat een gelijkheid aan deze gebroken mensheid! Hij verdroeg onze ziekten, Hij droeg ons verdriet! Echt, Hij was Iemand Die …
“in staat is mede te leven met onze zwakheden”
(Hebr. 4:15;SW)
Het woord dat hier met “zwakheden” wordt vertaald is het Griekse woord astheneia, dat James Strong definieert met “zwakheden” en in de Concordant Keyword Concordance wordt gegeven als “un-firmness” of “on-stevigheid.” Hij werd ondergedompeld in onze zwakte en gebrokenheid, zodat Zijn armoede onze verrijking zou worden.
“Want jullie kennen de genade van onze Heer, Jezus Christus, opdat, rijk zijnde, Hij ten behoeve van jullie arm is geworden, opdat jullie door Diens armoede rijk zouden worden”
(2Kor. 8:9;SW)
Door naar deel 5.