Het leven is een steeds terugkerende serie worstelingen, teleurstellingen, verdriet, lijden en zielepijnen. Toch verkiest Hij onze gebrokenheid om Zijn goddelijke opbeuring te tonen, want, het is waar, onze Vader is de God van alle vertroosting.
Gezegend de God en Vader van onze Heer, Jezus Christus, de Vader van de barmhartigheid en de God van alle vertroosting
(2Kor. 1:3;SW)
En de God van de volharding en de vertroosting
(Rom. 15:5;SW)
Zowel de woorden “volharding” als “vertroosting” worden in de King James Vertaling vertaald van hetzelfde woord, paraklesis. Het is een samengesteld woord van de wortels para, wat “terzijde” betekent, en kaleo, wat “roepen” betekent.
Daarom geeft de Concordant Keyword Concordance ons de betekenis als “terzijde-roeping”, wat door anderen wordt bevestigd:
Een naderbij roepen, iemand roepen naar de eigen zijde – E.W. Bullinger, Critical Lexicon.
Een roepen naar de eigen zijde – W.E. Vine, Expository Dictionary.
Noah Webster geeft de etymologie van het Engelse woord “troosten” weer als:
Rust of kalmte geven, of de betekenis is om te versterken, in welk geval het samenvalt met de stam van “solide”.
Hij gaat verder met het definiëren van het woord:
Opbeuren; het aanmoedigen van het denken in benauwdheid en depressie; verdriet verlichten , en verfrissing geven aan denken of geest; tevredenheid geven.. – American Dictionary of the English Language (1828).
De Vader heeft ons terzijde geroepen, bij Hem Zelf, opdat we echte opbeuring zullen vinden. Waar is een betere plaats dan aan de zijde van de Vader om vertroosting te vinden? Want Hij Die de “God van alle vertroosting” is, is de enige bron van goddelijke “verlichting” (James Strong – Greek Lexicon)
Opbeuring en vertroosting zijn een cruciaal onderdeel van onze Vader’s roeping in onze levens, want Hij heeft ons geroepen met
“Weest bemoedigd!”
(2Kor. 13:11;SW)
Onze Vader, “de God van alle vertroosting” (2Kor. 1:3;SW) troost ons in onze pijn, wanhoop, benauwdheid, verdriet en gebrokenheid, opdat wij mogen leren hoe anderen te troosten die rondom ons pijn lijden. Deze paraklesis, of “terzijde-roeping”, is precies dat: een goddelijk “roepen” van de Vader – onze goddelijke roeping – zodat Hij dezelfde troost kan gebruiken waarmee Hij ons vertroost, om troost te brengen aan de harten en levens van anderen.
“Die ons bemoedigt in al onze verdrukking, zodat wij in staat zijn te bemoedigen die in alle verdrukking zijn, met de bemoediging waarmee wij zelf bemoedigd worden door God”
(2Kor. 1:4;SW)
Dit is onze goddelijke roeping. Dit is de methode om ons voor te bereiden op echte bediening – de bediening van echte vertroosting, precies dezelfde vertroosting die wij van onze Vader hebben ontvangen – aan hen die rondom ons nu soortgelijke problemen ervaren. Wij zijn Vader’s aangewezen kanalen, middelen, instrumenten – Zijn middelen van mededogen – voor het brengen van hoop en vertroosting aan een gebroken wereld.
Dit gaat niet alleen over ons. Ons lijden en Zijn opbeuring en troost zijn voor een VEEL groter en nobeler doel. Ze maken deel uit van Zijn hoge roeping, Zijn hemelse roeping, in onze levens. Zij staan in het middelpunt van Zijn grote wereld in ons.
Geef gehoor aan de “terzijde-roeping.” Omarm het lijden en de altijd blijvende aanwezigheid van Hem daarin. Sta Hem toe door u die “terzijde-roeping” van opbeuring en vertroosting te leven in een pijn lijdende mensheid. Lees alstublieft zorgvuldig de twee volgende verzen en omarm ze:
“want zoals het lijden van Christus in ons overvloeiend is, zo is ook door Christus onze vertroosting overvloeiend. Of wij nu verdrukt worden, het is ten behoeve van jullie bemoediging en redding, of dat wij bemoedigd worden, het is ten behoeve van jullie bemoediging, werkend in de volharding van hetzelfde lijden dat ook wij lijden, en onze verwachting is bevestigd over jullie.”
(2Kor. 1:5,6;SW)
Door naar deel 4.