“O mens! Maar wie ben jij, God tegensprekende? Het geboetseerde zal niet tot de boetserende zeggen: Waarom maak jij mij zo? Of heeft de pottenbakker niet het gezag over de klei, om uit hetzelfde kneedsel het ene te maken tot waardevol voorwerp en het andere tot waardeloos?”
(Rom. 9:20,21;SW)
Hier hebben we de pottenbakker die de klei verwerkt tot een vat. Het beeld dat vaak in ons denken wordt gevormd is dat van een verschrompelde pottenbakker, die aan het ronddraaiende wiel zit, zijn handen gebruikend om de klei de vorm te geven die hij wenst. Ja, dit is een beeld van onze Vader Die in ons aan het werk is; maar we missen vaak “de rest van het verhaal”: de klei moet in een oven geplaatst en onderworpen worden aan de extreme hitte van een intens vuur, om zo de vorm stevig te maken en bruikbaar en nuttig te worden voor de eigenaar.
Aha, daar zit het probleem. We vinden het niet erg om door onze Vader vorm gegeven te worden, maar het is het vuur dat de zaak compleet maakt, dat het proces perfectioneert, het deel dat wij niet willen ervaren om zo de perfectie in ons aan te brengen. De schrijver van Hebreeën sprak de waarheid in deze:
“Nu schijnt voor het heden wel alle tuchtiging niet iets van vreugde te zijn, maar van droefheid, …”
(Hebr. 12:11;SW)
Met deze uitspraak kunnen we van harte instemmen en daarom, wanneer we de beproevingen tegenkomen, de verdrukkingen en het verdriet van dit leven, proberen we aan zulk lijden te ontsnappen om zo de vrede en tevredenheid tot stand te brengen waar we zo wanhopig naar hongeren. Maar door dit te doen missen we opnieuw “de rest van het verhaal,” dat in het tweede deel van het vers wordt geleverd:
“… doch geeft daarna vredige vrucht voor hen die door haar geoefend zijn.”
(Hebr. 12:11;SW)
Let op het woord “geoefend” – een term of een idee dat velen willen mijden vanwege de betrekking van lijden die bij zo’n inspanning betrokken is.
Bovendien missen we, door dit te doen, de geweldige gift die onze Vader voor ons heeft klaar staan door deze ervaring van lijden.
“Geliefden, denk niet vreemd over de brand onder jullie, die een beproeving aan het worden is voor jullie, alsof jullie iets vreemds overvalt. Maar naar mate jullie deelnemen aan het lijden van Christus: verheugt je, opdat jullie ook mogen verheugen, jubelend in de openbaring van Zijn heerlijkheid”
(1Petr. 4:12,13;SW)
Het principe van Gods werk in onze levens is dat lijden vooraf gaat aan heerlijkheid. De vurige brand moet komen vóór onze voorbestemde heerlijkheid. Het woord “brand” is het Griekse woord purosis (Strongs Greek Lexicon #4451), en betekent “smelten.”
Wanhoopt u over wat u doormaakt? Verbaas u niet, de vurige oven is net zo goed deel van Gods doelstelling voor u als het wiel van de pottenbakker. Omdat u Gods klei bent – Zijn werkstuk – is Hij verantwoordelijk voor wie u bent – ook in iedere beproeving. Hij gebruikt ze, net zoals de pottenbakker, naar Zijn eigen wijsheid en naar Zijn eigen oordeel.
Soms lijkt het gemakkelijk wanneer de Pottenbakker Zijn handen aan ons zet – wanneer we op Zijn wiel zijn. Het is wanneer we “verplaatst” worden van het wiel naar de oven dat we ons zo alleen “voelen,” te midden van het vuur; maar zelfs dan is Hij de Pottenbakker.
We zijn blij met de woorden van Arthur P. Adams (1847-1925):
“God heeft mij geschapen met een bepaald doel. Dat doel zal ik uiteindelijk vervullen in Zijn bedeling. Het is een wijs en goed doel, een waarmee ik perfect tevreden zou zijn als ik het maar kon begrijpen. Met dat doel voor ogen ben ik voortdurend in beweging. Alle dingen lijken me in die ene richting te sturen en ik zal er zeker arriveren. Ik zal zeker het doel van mijn schepping vervullen en alles wat ik moet doen is mezelf in Zijn handen te laten, net als klei in de handen van de pottenbakker wordt gevormd naar Zijn wil.”
We zijn ook blij met de woorden van William Mealand (1873-1957):
“Hij vindt genoegen in Zijn eigen werk. De ver reikende doelen er van zijn het vestigen van het genoegen van Gods wil; en dat die uitstekend is zal hemels duidelijk worden boven alle aardse vertoon … Vaten van eer voor en in de hand van de Pottenbakker – niet alleen door Hem, maar voor Hem gemaakt.”
Hij is altijd de Pottenbakker en wij zijn altijd Zijn klei, zelfs in de oven. Dit is “de rest van het verhaal.”
“En het vat, dat hij maakte, werd verdorven, als leem, in de hand des pottenbakkers…”
(Jer. 18:4;SV)
Jeremia zag dat het vat gevormd (de Statenvertaling heeft hier: verdorven) was, maar let op, het vat was “gevormd” in de hand van de pottenbakker!
Natuurlijk was het dat! De klei kan zichzelf niet vorm geven! Indien het vat van klei “gevormd” is, is dat de verantwoordelijkheid van de pottenbakker.
Een reisje naar het huis van de pottenbakker zal de hand van de Pottenbakker in alle dingen tonen, ook in alle dingen van de gebrokenheid van het leven. Uiteindelijk is Hij Degene Die het vat vormt. Het is Zijn werk. Duidelijk en simpel gezegd: ieder vat is wat het is vanwege de Pottenbakker.
Gevormd, maar nog steeds in de hand van de Pottenbakker
Wij zijn in de hand van de Pottenbakker. Hij maakt ons. In welke fase van de vorming van de klei op het wiel ook is, het is altijd in de controlerende hand van de Pottenbakker. Niet alleen is de klei op het wiel in de macht van de Pottenbakker, de klei is ook altijd dichtbij de Pottenbakker – want Zijn handen zijn altijd aan de klei. Dit spreekt over de nauwe band tussen de Pottenbakker en Zijn klei.
Wat een vrede krijgen we als we echt deze woorden overdenken. Het maakt niet uit welk lot we in het leven mogen hebben, of wat de omstandigheden zullen zijn; elk van Zijn vaten rust o zo veilig in Zijn vaardige handen.
“Want in Hem leven wij en bewegen wij en bestaan wij, zoals ook sommige van jullie poëten verklaard hebben: ‘Want ook wij zijn van dat ras’”
(Hand. 17:28;SW)
Dit is de kernwaarheid die ons zal toestaan om hieraan gevolg te geven:
“Weest in niets bezorgd”
(Filip. 4:6;SW)
William Mealand (1873-1957) schreef deze heerlijke waarheid.
“Hoe groot is het als we ons bewust worden in Zijn hand te zijn! Wat een evenwicht en kalmte! Want dan, ook zal zouden slechte omstandigheden of wanhoop dichtbij komen, bevinden we ons nog steeds in die hand. Als onze “trouwe Schepper” wordt Zijn woord aan onze harten bevestigd in alle fijne gradaties: “…Ik heb het gedaan, en Ik zal u opnemen, en Ik zal dragen en redden”
(Jes. 46:4;SV).
Hij maakte het nieuw – een ander vat
“… toen maakte hij daarvan weder een ander vat, gelijk als het recht was in de ogen des pottenbakkers te maken”
(Jer. 18:4;SV)
Jeremia zag ook een proces. Hij zag de pottenbakker de klei steeds weer tot een ander vat maken. Als de klei weer tot een ander vat gemaakt wordt, is dat ook gelijk en geheel de verantwoordelijkheid van de pottenbakker. De pottenbakker is altijd verantwoordelijk voor wat hij maakt.
De Pottenbakker is trouw en zet Zijn werk voort totdat Hij de klei tot een vat van Zijn eigen verlangen en plan heeft gemaakt. Dit is gewoon de werkwijze van de Pottenbakker: de klei wordt gevormd en dan opnieuw gemaakt. We zien het in heel het verhaal van de schepping, want er komt een dag waarin er “nieuwe hemelen en een nieuwe Aarde, waarin rechtvaardigheid woont” zullen zijn (2Petr. 3.13;SW)
Door naar deel 17.