“Nu dan mogen wij tot Hem komen buiten het kamp, Zijn smaad dragend”
(Hebr. 13.13;SW)
We zullen nu gaan kijken naar een paar gebieden van speciaal lijden. Het eerste dat we zullen overdenken is het verlies van religie. Velen die Christus belijden voelen zich, zo schijnt het, zeer comfortabel binnen de perken van de religie. Ze opereren daar, kennelijk, zonder er misselijk te worden. Anderen, echter, moeten hun geweten volgen naar Hem, “buiten het kamp.”
“Daarom leed ook Jezus, opdat Hij het volk zou heiligen door Zijn eigen bloed, buiten de poort. Nu dan mogen wij tot Hem komen buiten het kamp, Zijn smaad dragend”
(Hebr. 13:12,13;SW)
Zij van ons die weggegaan zijn “tot Hem … buiten het kamp” zien dit als een grote zegen van vrijheid; maar toch is het voor ons nog steeds een groot verlies.
We zagen eerder dat Paulus zijn eigen religieus verleden als een “verlies voor Christus” beschouwde.
“Maar al wat voor mij winst was, dezen heb ik vanwege Christus schade geacht.
Maar zeker ook acht ik alles schade te zijn vanwege het superieure van de kennis van Christus Jezus, mijn Heer, door Wie ik het al zuiver, en ik acht het vuilnis, opdat ik Christus zou winnen”
(Filip. 3:7,8;SW)
Paulus verloor de eer, reputatie, achting en het prestige die met zijn religie mee kwamen. Weglopen van iemands religie kan zeker een groot “verlies” zijn. Hoewel bevrijdend buiten alle vergelijk, kan het nog steeds een zeer pijnlijke en benauwende ervaring van verlies zijn: verlies van “plaats,” verlies van “doel,” verlies van “vriendschap,” verlies van “identiteit,” verlies van “verleden,” verlies van “erkenning,” verlies van “voorrecht,” verlies van “bediening,” verlies van “sentimentele zaken.” Alleen iemand die er doorheen is gegaan weet van het grote lijden dat er mee gepaard gaat. Toch kunnen we, met Paulus, zeggen: “ik acht het vuilnis, opdat ik Christus zou winnen.”
Dit is lijden dat hoger en verder gaat en het zal overvloedig overtroffen worden door hemelse weelde, op de passende tijd.
“herinnering hebbend aan jouw tranen”
(2Tim. 1:4;SW)
Zij die Christus’ leven in zich hebben leven, zullen veel emotioneel verdriet te verwerken krijgen, want Hij was zeker…
“een man van smarten en vertrouwd met ziekte…”
(Jes. 53:3;NBG)
Wandelen met onze Heer is emotioneel geen gemakkelijke weg. Er moet een grote emotionele prijs betaald worden om in te gaan in de “gemeenschap aan Zijn lijden”.
Paulus wist heel wel van dit verdriet en ziekte. Luister naar de zware, hartgedragen woorden van onze eigen apostel:
“slavend voor de Heer met alle nederigheid en tranen en beproevingen”
(Hand. 20:19;SW)
“waakt, herinnerend dat drie jaren, nacht en dag, ik niet ophoud met tranen een ieder vermanend”
(Hand. 20:31;SW)
“Want onder veel verdrukking en druk van het hart, schrijf ik jullie door vele tranen”
(2Kor. 2:4;SW)
“want velen van wie ik vele malen tot jullie zei, maar nu zeg ik het ook klagend, wandelen als de vijanden van het kruis van Christus”
(Filip. 3:18;SW)
Paulus betaalde een zware prijs ten behoeve van het Goede Nieuws dat aan hem was toevertrouwd. Het grootste deel van die kosten – die hij dagelijks met zich meedroeg – was dat hij werd blootgesteld aan emotionele pijn: verwerping, verraad, onrecht, laster, bitterheid, haat, vijandigheid, teleurstelling, belachelijk gemaakt en verlaten worden. Dit kwam zelfs van hen die hij probeerde lief te hebben en te dienen, zij aan en voor wie hij zijn leven gaf.
“Maar ik zal met de grootste voldoening uitgeven en failliet gaan ten behoeve van jullie zielen. Hoewel, meer overtreffend jullie liefhebbend, wordt ik steeds minder geliefd”
(2Kor. 12:15;SW)
Wat leed Paulus veel, niet alleen door de handen van zondaren, maar ook door de handen van heiligen. Dit “uitgeven” van Paulus’ leven voor anderen ging verder en hoger dan de normale beproevingen en lijden van het leven. Het was niet anders dan het “leven van Christus” dat in hem bekend werd gemaakt (2Kor. 4:10), de “geest van Christus” die werkzaam was in en door Paulus voor anderen – ongeacht de uitkomst. Het was de belichaming van “het denken van Christus” in hem (Filip. 2:5).
“Want jullie kennen de genade van onze Heer, Jezus Christus, opdat, rijk zijnde, Hij ten behoeve van jullie arm is geworden, opdat jullie door Diens armoede rijk zouden worden”
(2Kor. 8:9;SW)
Emotioneel lijden is niet iets dat uniek was voor onze Heer, Jezus Christus, of voor Paulus, Zijn apostel voor ons. Ja, al Gods heiligen hebben, doorheen de tijd, diepe emotionele pijn en verdrukking moeten lijden.
Luister naar de woorden van Job:
“Mijn naasten zijn het die mij bespotten, mijn oog lekt voor Eloah”
(Job. 16:20;SW)
Of luister naar David:
“Ik ben moe van mijn zuchten. Ik doe heel de nacht mijn slaapbank onderlopen, ik maak mijn divan doornat met tranen. Mijn oog is weg door verdriet. Het is oud door al mijn tegenstanders”
(Psalm 6:6,7;SW)
Niet alleen gaat de Vader met ons door deze pijnlijke beproevingen – om ons te troosten – maar Hij zal op een dag dit verdriet rijkelijk belonen, vriendelijk en rechtvaardig als Hij is.
“Want God is niet onrechtvaardig, dat Hij het werk van jullie vergeet en de liefde die jullie tonen in Zijn naam, de heiligen dienend en anderen dienend”
(Hebr. 6:10;SW)
Denk er aan…
“Die met tranen zaaien, zullen met gejuich maaien. Die het zaad draagt, dat men zaaien zal, gaat al gaande en wenende; maar voorzeker zal hij met gejuich wederkomen, dragende zijn schoven”
(Psalm 126:5,6;SV)
“Want een moment duurt Zijn boosheid, maar een leven lang Zijn goedkeuring. In de avond verblijft de klacht, maar in de morgen is er gejubel”
(Psalm 30:5;SW)
“Tranen glinsteren in het licht van geloof en hoop” . C.H. Spurgeon.
Wanneer de donkere nacht van onze ziel voorbij zal zijn, zullen onze tranen – gebotteld door de Vader (Psalm 56:8), beloond worden. En dan zal Hij …
“iedere traan uitwissen uit hun ogen, en de dood zal niet langer zijn, noch treurnis, noch geschreeuw, noch ellende zal er langer zijn, want de eerdere dingen gingen weg”
(Openb. 21:4;SW)
Door naar deel 13.