Gods Aionische Doelstelling
Hoofdstuk 4

De aionen en de bedelingen
door Adlai Loudy

"Zo zal het zijn bij het einde van de wereld" (Matt. 13:49)

"doorheen alle tijden, een wereld zonder einde" (Efe. 3:21)

Er is hier geen ruimte voor spitsvondigheden. Er staat absoluut dat iets gaat gebeuren bij het "einde van de wereld," die een "wereld zonder einde" is. Dit brengt ons oog in oog met een onbuigzame tegenstelling in de Bijbel. Verontschuldiging is onmogelijk. Het feit is gesteld en de vraag die voor ons ligt ter oplossing, is: Is het uit God of de mens?

Een verward Christendom

Liefhebbers van de waarheid zijn vandaag in een wildernis van verwarring vanwege gebrek aan STANDAARDEN in onze vertalingen en door het verwarren van Schriftuurlijke termen, zoals "aionen" (tijden) en "bedelingen" (dispensaties). Konden we maar de heiligen van God aanmoedigen zich te houden aan Paulus' aanmoediging aan Timotheüs - "Heb een patroon van gezonde woorden, die jij van mij hoort, in geloof en liefde die in Christus Jezus is" (2 Tim. 1:13;SW) - dan zou een heerlijke reformatie ten behoeve van de waarheid in korte tijd plaatsvinden. De vertalers van onze Bijbel gebruikten geen systeem en vertaalden het Griekse woord aion met de woorden wereld, altijd, voor altijd, eeuwigdurend, eeuwig, enz., die alle tegen het denken van de Inspiratie zijn. De heiligen zijn, uiteraard, aan hun genade overgeleverd en volgen hun leiding, sprekend van "tijden" en "dispensaties" als gelijke termen. Hoe vaak horen we niet uitdrukkingen als "de patriarchale tijd," "Mozaïtisiche dispensatie," "de evangelietijd," of "de Christelijke dispensatie." Hoe verder zulk geen onderscheid makend werk is doorgevoerd, des te erger verward zal de zaak worden. Daarom doe ik een beroep op Schriftuurlijke termen door een "patroon van gezonde woorden," met een zorgvuldig onderscheid van die dingen die verschillen.

Aion gedefinieerd

Zonder twijfel is nu de meest bovenliggende vraag in ons denken: Wat is de betekenis van de term "aion"? De woorden die door de Inspiratie worden gebruik zijn olam in het Hebreeuws en aion in het Grieks. Onze woordenboeken definiëren deze termen gewoonlijk met "een oneindige, lange periode van tijd; een tijd," Met deze definitie in gedachten heeft de the theologie een van de grootste blunders begaan die maar in te denken is, door de betekenis op te rekken in termen als "voor altijd," "altijd durend," "eeuwig," "eeuwigheid" enz.

Vele jaren lang kwam het niet in mij op om te twijfelen aan de "autoriteiten" of de weergaven die zij in onze Bijbel er van maakten. Maar tijdens de loop van mijn zoektocht naar waarheid, werd ik er toe gebracht de studie van het origineel op te nemen en na een persoonlijke kennismaking en nauwkeurig onderzoek van het gebruik van de termen door goddelijke inspiratie buiten de "autoriteiten" om, vond ik tot mijn verrassing dat er in heel de originele Schrift geen woord was dat de gedachte aan "eeuwigheid" of "eeuwig" in de zin van tijd overbracht. Nogmaals herhaal ik dat er in heel het Boek van God geen enkel woord is dat accuraat en volhardend vertaald kan worden met de betekenis van "eindeloze tijd." Bovendien zouden predikanten en leraren, voordat ze opstaan en gaan dwepen met deze woorden, bevestigend dat God "voor altijd" en "eeuwig" bedoelde, hen vervloekend die weigeren Zijn karakter te bevuilen door dit soort leer, een eerlijk hart moeten hebben, oprechtheid van doel en trouw aan inspiratie om te zitten en een persoonlijk onderzoek in te stellen naar het Schriftuurlijk gebruik van de termen. Het zal niet alleen hun schatten aan kennis en wijsheid doen toenemen over wat God werkelijk heeft onthuld, maar het zal het middel zijn van verrijking van hun geestelijk waarnemingsvermogen van Hem en Zijn veelzijdige liefde.

Nu stellen we de definitie voor aan onze lezers om de concordante methode voor van het afleiden van de ware betekenis van de in het Griekse origineel gebruikte termen, buiten menselijke opinie om. Het is gebaseerd op het woordenboeksysteem, waarvan de complete informatie te vinden is in de Inleiding tot de CONCORDANT VERSION OF THE SACRED SCRIPTURES.

Een nauwkeurig onderzoek van het Schriftuurlijk gebruik van de term onthult dat deze gewoonlijk verwijst naar een periode van tijd tussen twee grote fysieke en morele rampspoedoordelen van de aarde en haar bewoners. Met andere woorden, er wordt in de Schrift verwezen naar vijf aionen, die gescheiden worden door vier grote fysieke en morele veranderingen, de geschiedenis van het menselijk ras en de aarde waarop zij wonen punctuerend, namelijk de Nederwerping, de Zondvloed, de Dag van Verontwaardiging en het Grote Witte Troon oordeel, samengebonden door het begin en, in de toekomst, de Voleinding. Vergelijk dit met de kaart van de Goddelijke kalender(Klik hier).

Hoewel de term verwijst naar de langste segmenten van tijd in de Schrift, is er toch altijd een begin en een einde.

Aion, liever dan tijd

Soms vraagt iemand: "Waarom gebruikt u het woord aion en niet tijd?" Wat al is gepresenteerd maakt duidelijk dat de gedachten die gewoonlijk verbonden zijn met "tijd," in veel belangrijke bijzonderheden verschillen van dat wat ons voorgesteld is door het originele woord aion. Het woord tijd vertegenwoordigt niet alleen een ander woord in het Grieks, maar de vele on-Schriftuurlijke begrippen die er aan vastkleven zouden verwarrend werken als we poogden het te gebruiken om de nieuwe begrippen er bij in te voegen, wat een grondige studie van het Schriftuurlijk gebruik van de aionen zal oogsten. Het woord aion is dan wel nieuw, maar niet moeilijk te leren en is niet besmet met on-Schriftuurlijke gedachten.

Schriftuurlijke leer van de aionen

In de eerste plaats wil ik aandringen op een diepgaande overtuiging, het gevolg van vele jaren van studie van Gods woord, dat alleen een helder begrip van de Schriftuurlijke leer van de aionen de deur zal ontsluiten van de grote schatten van wijsheid en kennis die Hij met genoegen onthulde. En laat het herinnerd zijn dat wanneer ik spreek van de Schriftuurlijke leer van de aionen, ik niet het een of ander doorwrochte systeem van theologie bedoel, maar een heldere, positieve uitleg van de feiten van het interne bewijs van het woord van waarheid in al zijn zuiverheid, zonder menselijke traditie.
Zonder zulke kennis is de Bijbel min of meer een heterogeen rommeltje, een boek van mysteriën! Zoals iemand heeft gezegd: Het is als wandelen aan de kust, hier en daar een steentje optillend, terwijl de uitgebreide oceaan met al zijn schatten ononderzocht en ongekend voor ons ligt, tenzij we Gods "doelstelling van de aionen die maakt in Christus Jezus, onze Heer" kennen. Daarom doe ik, ten behoeve van de nadruk, nogmaals een beroep op de lezer om ijverig een helder verstaan te zoeken van wat de Schrift echt leert over de aionen, als men echt verlangt naar de volle zekerheid in heel de wil van God en de hartbevredigende bewustwording in Zijn liefde die alle kennis te boven gaat.

Tijdverdelingen

Bij het bestuderen van de Goddelijke Kalender(Klik hier) zal men zien dat de tijd door de Schrift verdeeld is in drie grote verdelingen, die gekenmerkt kunnen worden als de Pré-Aionische tijden, de Aionische tijde en de Post-Aionische tijden.

De Pré-Aionische tijden

Over die tijd "vóór de aionen" is de Schrift helder en stelling in haar zuiverheid, geen ruimte latend voor verwarring. Paulus, schrijvend aan Timotheüs, maakt het feit bekend dat ...

"Die ons redt en roept met een heilige roeping, niet naar onze werken, maar naar Zijn voornemen en genade, die ons is gegeven in Christus Jezus vóór aionische tijden"
(2 Tim. 1:9;SW)

Aan Titus drukt hij opnieuw dezelfde gedachte uit van Gods uitverkorenen...

"in verwachting van aionisch leven, dat de niet liegende God beloofd heeft vóór aionische tijden"
(Titus 1:2;SW)

Het wordt verder bevestigd aan de Korinthische heiligen, als er gesproken wordt van ...

"maar wij spreken wijsheid van God in een geheim, dat God tevoren beschikt had, vóór de aionen, voor onze heerlijkheid. Geen van die belangrijk zijn in deze aion heeft dit geweten, want indien zij wisten, kruisigden zij nooit de Heer van de heerlijkheid"
(1 Kor. 2:7,8;SW)

Deze Schriftdelen stellen het feit van een tijd vóór de aionen, wat een zeer belangrijk punt in onze studie vastlegt, namelijk, dat de aionen in het verleden niet eeuwig waren, maar een beslist begin hadden.

Aionen begonnen in Christus

Na uit de Schriften vastgesteld te hebben dat er een tijd was vóór de aionen, is onze volgende zoektocht die naar hun begin. In het eerste hoofdstuk was ik bezig met "Het begin van Gods schepping," waar we vonden dat "Gods creatieve origineel" niemand anders was dan de "Amen," de "Trouwe en Ware Getuige," het "Beeld van de onzichtbare God," de "Eerstgeborene van heel de schepping" - Christus Jezus, de Heer van heerlijkheid. De Schrift onthult dat ...

"Die het beeld is van God, de Onzichtbare, Eerstgeborene van heel de schepping. Want in Hem is geschapen het al in de hemelen en op de Aarde, het zichtbare en het onzichtbare, hetzij tronen, hetzij heerschappijen, hetzij soevereiniteiten, hetzij autoriteiten, het al is door Hem en tot Hem geschapen"
(Kol. 1:15-17;SW)

Dit is de meest bevredigende en volledige opsomming van het waarom en waartoe van de schepping die men zich maar kan wensen. Zo simpel gesteld, maar zo groots en allesomvattend in z'n uitdrukking, dat we niet hoeven te zoeken naar verdere kennis over de zaak te midden van de chaotische theorieën van wetenschappelijke hypothesen. We zouden een ander getuigenis hieraan kunnen toevoegen, van de apostel Johannes, die Christus presenteert als de Logos, het Woord, verzekerend dat ...

" In het begin was het woord en het woord was op God gericht, en God was het woord. Dit was in het begin op God gericht. Alles kwam er door tot stand en buiten dit om kwam zelfs niet één ding tot stand dat tot stand is gekomen."
(Joh. 1:1-3;SW)

Dit Schriftdeel maakt ons bekend dat alles tot stand kwam door de Logos, en buiten die om er niets tot stand kwam dat tot stand gekomen is, en daarom zijn we er van verzekerd dat de aionen door het Woord werden gemaakt. Aan de Hebreeën onthult God hoe de aionen begonnen, zeggend ...

"In vele delen en op vele manieren spreekt God, vanouds sprekend tot de vaders in de profeten, in deze laatste van de dagen tot ons in de Zoon, Die Hij stelt tot lotdeelgenieter van alle dingen, door Wie ook Hij de aionen maakt"
Hebr. 1:1,2;SW)

En in die grootse Efezebrief zegt Paulus ...

"Aan mij, de minder dan de minste van alle heiligen, werd de genade gegeven dit aan de natiën te evangeliseren: de onnaspeurlijke rijkdom van Christus, en allen opheldering te geven over wat de bediening van het geheim inhoudt, dat verborgen was in de aionen in God, Die het al schept, dat nu bekend zou worden aan de overheden en de gezaghebbers te midden van de hemelingen, door de ecclesia, de veelkleurige wijsheid van God. naar het doel van de aionen dat Hij maakt in Christus Jezus, onze Heer"
(Efe. 3:8-11;SW)

Deze Schriftdelen onthullen beslist en ondubbelzinnig dat de aionen hun begin hadden in Christus Jezus, onze Heer.

Voleinding van de aionen

Na in de Schrift vastgesteld te hebben dat de aionen een begin hadden, is de volgende vraag die vanzelfsprekend en logisch zal komen: Zullen de aionen een voleinding of einde hebben?

Zoals eerder verondersteld, hebben traditie en theologie in Gods woord en Zijn heiligen de gedachte binnengesmokkeld van "voor altijd," "eeuwig," enz., waar God spreekt van beperkte perioden van tijd. Niets minder dan oneerbiedigheid voor Gods woord en trouw aan traditie waren er de oorzaak van dat onze vertalers het karakter van God van liefde door deze termen uitgewist werd. Het is helemaal niet nodig een kennis van de originele talen te hebben (hoewel dat een heerlijke hulp is), noch om een student van de filosofie te zijn, om te zien dat de woorden die met "voor altijd," "voor eeuwig en eeuwig," "eeuwig," en "altijd durend" in onze Bijbel onmogelijk de betekenis van deze woorden kunnen overdragen. Dit kan zonder twijfel geverifieerd worden door een paar vergelijkingen te maken in de Schrift, genomen uit de King James Bijbel met oogverblindende tegenspraken.

I. In de eerste plaats zal men vinden dat onze vertalers niet consistent zijn geweest met hun woorden, maar het Griekse woord aion met verschillende woorden vertaald hebben, schijnbaar in overeenstemming met hun eigen meningen. Bijvoorbeeld:
1. tijden, Efe.2:7; Kol.1:26
2. loop, Efe.2:2.
3. wereld, Matt.12:32; 13:22,39,49; Rom.12:2; 1 Tim.16:17, enz.
4. eeuwig, Efe.3:11; 1 Tim.1:17.
5. voor altijd, Matt.21:19; Mark 11:14; Luke 1:55; Joh. 6:51,58, etc.
6. nooit (met een negatief), Mark 3:29; John 4:14; 8:51,52; 10: 28; 11:26; 13:8.
7. altijd, Heb.7:24.
8. voor eeuwig, Heb.7:28.
9. terwijl de wereld staat, 1 Kor.8:13.

Er valt duidelijke te zien dat als het Griekse woord aion "voor altijd" of "eeuwig" zou betekenen in de absolute zin, dat dan deze verschillende vertalingen niet nodig zouden zijn. Er is iets fout.

II. In de tweede plaats is kennis van de originele taal niet nodig om te zien dat als het woord aion in het enkelvoud "voor altijd" of "eeuwig" zou betekenen, de meervoudsvorm een onmogelijkheid zou zijn geweest. Toch is die meervoudsvorm nogal vaak gebruikt. Bijvoorbeeld:

"Dat in de toekomende eeuwen Hij de allesoverstijgende rijkdommen van Zijn genade zou tonen in Zijn vriendelijkheid naar ons in Christus Jezus"
(Efe.2:7; vertaald uit de King James

Hier nemen we waar dat "tijd", in het enkelvoud, niet "voor altijd" kan betekenen in het absolute, anders is het gebruik van de meervoudsvorm zonder betekenis. Verder bewijs is te vinden in Kolossenzen 1:26, waar we lezen:

"Zelfs het geheimenis dat in tijden en geslachten verborgen is geweest, maar bekend is gemaakt aan Zijn heiligen..."

Dit zou nonsens worden als we het zouden vertalen met "voor altijd," want dan zou het geheimenis nooit bekend gemaakt kunnen worden.

III. In de derde plaats: als het woord aion "voor altijd" of "eeuwig" zou betekenen, dan zou er geen begin en geen einde aan zijn. Maar in 1 Korinthe 2:7 lezen we:

"een geheim, dat God tevoren beschikt had, vóór de aionen, voor onze heerlijkheid."

Het woord dat hier met het enkelvoudige woord "wereld" wordt vertaald, is het meervoudige "aioonoon", aionen, in het origineel. Hier hebben we opnieuw een daad van oneerbiedigheid. Bovendien, als het woord in andere plaatsen "voor altijd" of "eeuwig" betekent, waarom zou het dan hier niet dezelfde waarde hebben? Hetzelfde idee wordt uitgedrukt in 2 Timotheüs 1:9 en Titus 1.2, en leest in onze King James Bijbel "vóór de wereld begon." Het woord "wereld" is hetzelfde woord, in de bijvoegende vorm, aioonioon, aionisch, gebonden aan het meervoudige chronoon, tijden, wat aionisiche tijden betekent, en laat duidelijk zien dat de term relatief en tijdgebonden is, een begin had, en niet "eeuwig" kan betekenen. Het American Standard Revision Committee maakte de onzinnige blunder door deze passages te vertalen met "voor eeuwige tijden." Slecht een paar momenten van nadenken over deze weergave onthult het feit dat zij geen idee hadden van wat zij probeerden uit te drukken. "Eeuwige tijden," die geen begin of einde van bestaan hebben, kunnen niets vóór zich hebben.

IV. Bovendien toont de Schrift duidelijk aan dat de aionen niet alleen een begin hebben, maar ook een einde. In Mattheüs 13:39 leest onze gewone vertaling: "De oogst is het einde van de wereld." Hier is opnieuw het woord dat met "wereld" wordt vertaald het Griekse aioon. Indien onze vertalers volhardend waren geweest, dan zouden ze het weergegeven hebben met "De oogst is het einde van het voor altijd."

In 1 Korinthe 10:11 lezen we "tot wie de voleindingen van de wereld zijn gekomen." Hier wordt medegedeeld dat de "wereld" meer dan één einde heeft. En laat me de aandacht richten op het feit dat het enkelvoudige woord "wereld" hier een vertaling is van het meervoudige Griekse woord aioonoon. Dit zou beslissend bewijs moeten zijn dat de aionen niet alleen een einde, maar vele einden zouden hebben, en niet geen enkel!

In Hebreeën 9:26 lezen we: "aangezien Hij dan vele malen moet lijden vanaf de nederwerping van de wereld. Maar nu één maal, bij het einde van de wereld, tot vergeving van de zonden, door Zijn offer, is Hij openbaar geworden." Het eerste woord "wereld" in dit citaat is correct vertaald vanuit het Griekse kosmos, terwijl het tweede vertaald is van het meervoudige aioonioon in het origineel, en bewijst dat onze vertalers niet trouw waren aan de heilige tekst. Bovendien weten we dat de "wereld" niet eindigde toen de Heer verscheen, en noch deden dat de aionen of tijden. Het woord is meervoudig in het Grieks, en het laatste deel van de zinsnede geeft, concordant weergegeven: "aangezien Hij dan vele malen moet lijden vanaf de nederwerping van de wereld. Maar nu één maal, bij de afsluiting van de aionen, tot vergeving van de zonden, door Zijn offer, is Hij openbaar geworden"(SW).

Dit citaat is een ander positief bewijs dat de aionen een afsluiting hebben, of einde, en daarom niet "voor altijd" duren. Het wijst ook de veronderstellende theorie van mensen af dat er een eindeloze serie van tijden is, want het spreekt van het einde van de aionen.

V. In de vijfde plaats. Voor allen die staan op de eeuwigheid van het woord aion, doen wij het voorstel dat zij de volgende drie zinsneden uit de heilige Schrift overwegen, en afzien van een uiteindelijke overtuiging tot zij in staat zijn de verschillen tussen hen uit te leggen over zulk een veronderstelling.

ton aiona tou aionos (Heb.1:8).
DE aion VAN-DE aion
tou aionos ton aionon (Efe.3:21).
VAN-DE aion VAN-DE aionen
tous aionos ton aionon (Gal.1:5).
DE aionen VAN-DE aionen

Indien de eerste zinsnede, ton aioona tou aioonos, in elk voorkomend geval enkelvoudig, "voor altijd en altijd" betekent, dan zouden we, als we consistent blijven, de tweede zinsnede met "voor altijd en altijden" moeten weergeven en in de derde "voor altijden en altijden!" Deze zinsneden laten een onweerlegbaar bewijs zien dat de aionen beperkt zijn in omvang en onderscheiden van karakter en door de heilige Geest gebruikt werden om waarheid over te brengen die gerelateerd is aan Gods aionische doelstelling waarvan onze vertalers nooit droomden. Moge Hij ons de genade geven niet dat aan hen op te leggen war tegengesteld is aan de goddelijke Auteur!

VI. Het laatste argument dat we presenteren is een vergelijking van de Engelse uitdrukking "for ever" met "for ever and ever." Een overdenking van deze uitdrukkingen zal ieder weldenkend mens er toe brengen te zien dat hier iets niet goed is. Indien "for ever" z'n ware betekenis meedraagt - "doorheen de eeuwigheid" - dan is het tegen alle taalwetten, en ook rede, om "and ever" toe te voegen. We zijn ons bewust van de vergezochte uitleg, dat dit een poging is om het superlatieve of oneindige van eeuwigheid uit te drukken. Zo'n uitleg is zo in het oog springend oppervlakkig, dat commentaar overbodig is. Het is net zo juist om te zeggen "zwartste en zwartste," "langste en langste," of "verste en verste," als het is "for ever and ever" te zeggen. Het zou weergegeven moeten worden met "voor de aionen van de aionen," iets waarvan het belang later verklaard zal worden.

In Openbaring 22:13 wordt Gods aionische doelstelling, die Hij maakte in Christus Jezus, onze Heer, als volgt opgesomd: "Ik ben de Alfa en de Omega, de Eerste en de Laatste, het Begin en de Voleinding"(SW). Dit zou het einde moeten zijn voor alle waarheidliefhebbers, want dit Schriftdeel vertelt ons niet alleen dat Christus de oorsprong van Gods doelstelling met de aionen is, maar dat Hij ook de Omega, het einde, is, de Voleinding van dat grootse doel. Daarom laat dit bewijs afdoende zien dat de aionen niet alleen een begin hebben, maar een voleinding. Christus is "het Begin" en "de Voleinding" van Gods aionische doelstelling.

De symmetrie van de aionen

Al Gods handwerk is harmonieus en symmetrisch. Natuur en openbaring zijn beide perfect in evenwicht. Indien we voor ons een kaart zouden hebben die maar op grove wijze de grote lijnen van de universele geschiedenis laat zien, zou die de aangeboren schoonheid en bevalligheid er van onthullen.

Zoals al eerder gesteld, spreekt de Schrift over vijf aionen in de aionische tijden, van elkaar gescheiden door vier grote fysieke en morele rampgerichten. Wij wensen echter het feit te benadrukken dat het kruis, en de daar aan verbonden tragedie, de crisis is van alle aionen. Het staat precies in het centrum van "de huidige boze aion", die gebonden is in het verleden door de Zondvloed en in de toekomst door de Dag van Toorn. "De dagen van de Zoon van de mensheid" zijn slechts het antitype van de "dagen van Noach"(Matt. 24:39). Tussen deze twee grote gerichten ligt de aion waarin wij nu leven, in de Schrift gekenmerkt als "de huidige boze aion"(Gal. 1:4). Het is de middelste van de vijf aionen van de aionische tijden. Raadpleeg de kaart van de Goddelijke Kalender(Klik hier). Het is de aion van menselijk regeren. De mens is het recht gegeven om over zijn medemens te heersen. Hierin verschilt ze van alle andere aionen. Maar het verkeerde heersen van de mens zal uiteindelijk de "dag van toorn" teweeg brengen, de weg vrijmakend voor de komst van Christus, wanneer de koninkrijken van de wereld het Koninkrijk van onze Heer en Zijn Messias zullen worden, en Israel tot een "koninkrijk van priesters" gemaakt zal worden, de andere natiën regerend en lerend in de kennis van de heerlijkheid van de Heer.

Een aion verder aan beide zijden hebben we de "nederwerping" (Gen. 1:2) in het verleden, en "het grote witte troon gericht" (Openb. 20:11-15) in de toekomst. Deze zijn ook de grenzen van de huidige aarde. In het ene geval verwoestte water de aarde, in het andere zal de aarde omgevormd worden door vuur (2Petr. 3:6,7).

Dan een aion verder gaand aan beide zijden, hebben we het "begin" in het verleden en de "voleinding" in de toekomst. Het "begin" wijdde in wat de "voleinding" afsluit. Deze zijn de grenzen die God goed vond te onthullen. We kunnen er niet aan voorbij gaan. Zo vinden we de aionen van de Schrift symmetrisch gegroepeerd en draaiend op het kruis. Daarop komen alle dingen samen; er uit vloeien alle zegeningen voort.

De eerste en de laatste aionen komen overeen. In het diepe verleden omringden de zonen van God de verwoesting er van (Gen. 1:1,2). In de heerlijke toekomst zal de Zoon van God alles herstellen tot meer dan aanvankelijke heerlijkheid (Hebr. 1:8).

De "tweede" en de "vierde" aion zijn aanvullend. Het falen van de eerste mens, Adam, in de tweede aion, zal herwonnen worden door de Laatste Adam, Christus, in de vierde aion.

De Zoon van de Mensheid heerst in de vierde aion, terwijl de vijfde, of laatste, aion onder het beheer staat van de "Zoon van God"(Hebr. 1:8).

De huidige, middelste, aion, wordt, in tegenstelling tot wat mensen zeggen, namelijk dat de wereld beter wordt, in de Schrift bestempeld als de "de huidige, boze aion"(Gal. 1:4). Het is de enige die onder menselijke heerschappij staat, die werd opgedragen aan Noach, toen hij bij het begin er van uit de ark kwam. De doodstraf, in die tijd overgedragen aan de mens voor het bewaren van rechtvaardigheid en het uitvoeren van het recht op de aarde, leidde naar de meest onrechtvaardige daad van alle aionen - de moord op Gods eigen Zoon! Maar Zijn kruis, subliem alleen staand in het hart en centrum van alles, werd de achtergrond voor het vertoon van Gods alles overstijgende genade voor het uitwerken van Zijn grootse aionische doelstelling.

Verdelingen van de aionen

De vijf aionen van de Schrift zijn verdeeld in twee groepen - drie en twee. De eerste groep bestaat uit de eerste drie aionen, terwijl de tweede groep de laatste twee aionen omvat. Over de laatste groep wordt gesproken als "de toekomende aionen" (Efe. 2:7) en "de aionen van de aionen"(Gal. 1:5); Filip. 4:20; Openb. 1:6; enz.). Deze zinsnede komt vaak voor.

De eerste aion van de laatste groep wordt in de Schrift aangewezen als de "komende aion"(Matt. 10:30; Luk. 18:30). De tweede aion van de laatste groep, die de laatste aion is van Gods aionische doelstelling, wordt aangewezen als "de aion van de aion"(Hebr. 1.8) en "de aion van de aionen"(Efe. 3:21).

Het precieze gebruik van de zinsneden "de aion van de aion," "de aion van de aionen," en "de aionen van de aionen" in de Schrift is bewijs van hun inspiratie en beschaamd de wijsheid van de mens, getoond door hun verwarrende vertalingen en onvermogen hun belang op te lossen. De sleutel voor hun betekenis ligt in hun grammaticale vorm, die eerder naar relatie dan naar eeuwigheid wijst. "De aion van de aion" wijst naar de relatie van een aion met de voorafgaande aion. "De aion van de aionen! ziet een aion in relatie met alle voorafgaande aionen. "De aionen van de aionen" spreekt van twee aionen in hun relatie met de aionen voor hen.

Vergelijking met de tabernakel

De hieronder gegeven citaten zijn uit 1916, toen de broeder die dit schreef, zelf nog een ontwikkeling in zijn denken doormaakte. Latere studie heeft op bepaalde punten ander inzicht gegeven.

"De tabernakel en de tempels zijn typen van toekomstige geestelijke werkelijkheden, en wijzen naar de weg van toegang tot de aanwezigheid van een drievoudig heilige God. De tabernakel typeerde de Pinkster bedeling, beschreven in het boek Handelingen. Salomo's heiligdom was een voor-afbeelding van de Koninkrijks bedeling in de Dag van de Heer van de komende aion, terwijl Ezechiëls tempel wijst naar de "bedeling van het complement van de eras" op de nieuwe aarde in de Dag van God, waar rechtvaardigheid woont. Toch verandert hun algemene ordening niet. Elk heeft een hof, een heilige plaats, en een heiligste van alle. In hun gewone systeem schijnen we een type of illustratie te hebben van de verschillende werelden of systemen, en de overeenkomende aionen van de Schrift, die helder begrepen kunnen worden door een studie van de kaart van de Goddelijke Kalender(Klik hier).

"Ja, de tabernakel is absoluut verbonden met de kosmos, of wereld, want we lezen van een "werelds heiligdom" of heilige plaats (Hebr. 9:1). Dezelfde vorm van de zinsnede wordt gebruikt voor de twee heilige plaatsen, net zoals we vinden in verband met de aionen. Beiden worden samen "de heiligen van de heiligen"(Hebr. 9:25; letterlijk) genoemd. Het binnenste heiligdom wordt het "heilige der heiligen(Hebr. 9:3) genoemd. Zij zullen niet alleen dienen om deze zinsneden te verklaren, maar veronderstellen een meer intieme relatie.

"Het tabernakel- en tempelsysteem verdeelt de wereld van ruimte in delen die in getal en karakter overeenkomen met de werelden en aionen. Er zijn er vijf in elk en in dezelfde volgorde, die gemarkeerd zijn met opvallende kenmerken van overeenkomst. Beiden geven ons de weg naar God, één voor de individuele zondaar, de andere voor het ras. Alles wordt, uiteraard, beperkt tot het aardse gezichtspunt, want geen tabernakel of tempel kan mogelijk de onmiddellijk en ongehinderde toegang illustreren die de bediening van de verzoening en de genade van de huidige geheime bedeling kenmerkt.

Verdelingen van het tabernakelsysteem

De vijf verdelingen die essentieel zijn voor het tabernakelsysteem zijn:

1. buiten het kamp.
2. binnen het kamp.
3. de hof.
4. de heilige plaats.
5. het heilige van het heilige (de meest heilige plaats).

Deze verdelen echt in twee en drie, want alleen de laatste twee zijn in de tabernakel zelf, en worden "de heiligen van het heilige" genoemd, net zoals de laatste twee werelden (of aionen) onderscheiden zijn door feitelijke ingang in het gebied van Gods aanwezigheid, en "de aionen van de aionen" worden genoemd.

"Er wordt inderdaad erg weinig gezegd over de wereld buiten het kamp. Hetzelfde is waar over de eerste aion. Net als de uitgebreide ruimte van het gebied dat het kampement van het uitverkoren volk omringde, ligt het lange uitzicht van tijd dat de eerste wereld en aion vormde. Er zijn nog steeds stille hinten die ze samenbinden. Wij zijn uitverkoren in Christus vóór de nederwerping van de wereld (Efe. 1:4), dat wil zeggen, in de eerste wereld en aion, want de nederwerping was aan het einde er van. Zie de kaart van de Goddelijke Kalender (Klik hier). Onze plaats is buiten het kamp van Israel. In ruimte en tijd wordt langs heel andere lijnen met ons omgegaan."

"Het tabernakel- en tempelsysteem reikte nooit terug naar de eerste aion. Het is altijd weg van de nederwerping (vertaald met "foundation" - grondlegging - in de King James Bijbel). Daarom had het geen rechtsbevoegdheid buiten de grenzen van het kamp. Het is in essentie, in zowel tijd als ruimte, een exclusieve, beperkte ordening, net zoals Israels plaats in de aionische tijden."

"De tweede wereld en aion, vanaf de 'nederwerping' tot aan de 'vloed,' is het toneel van zonde, zonder de middelen om te bedekken of te reinigen. Daarom was het kamp bevolkt met zondaren, wiens enige toevlucht het was er doorheen te gaan in de heilige omheining, als zij God wensten te benaderen of om een regeling te treffen voor hun zonden."

"De derde, of centrale, verdeling is de hof van de tabernakel, die zeker de meest suggestieve is voor de huidige wereld en aion. Het bronzen altaar, dat hoogste type van de dood van Christus, herinnert ons er aan dat deze huidige wereld en aion geheiligd is door het grote offer, wat het ook mogelijk maakt binnen te gaan in de verderop liggende heilige plaatsen. In deze aion, boos als die is, is het ware wasbekken er voor de reiniging van alle bevuiling. Het is waar, het volle effect van het altaar en wasbekken wordt nog niet gevoeld, maar dat is omdat we tot op heden nog niet zijn binnen gegaan in de heilige plaatsen. Deze beelden de toekomstige werelden en aionen uit."

"De heerlijkheid van God wordt niet in de hof onthuld, maar is achter een gordijn en bedekkingen. Ook heeft God Zijn heerlijkheid niet onthuld aan deze wereld of aion. Maar in het Millennium, de Koninkrijksbedeling in de komende aion, zal er tenminste een gedeeltelijke onthulling van Zijn pracht zijn. De meubelen van de heilige plaats, de kandelaar, de tafel van de toonbroden, en het gouden altaar, zijn prachtige typen van Christus Zelf in die aion, en van het deel dat genoten zal worden door de heiligen van die gezegende dag."

"Er zal licht zijn - goddelijk licht, geheel het tegendeel van het heden, waarin diepe duisternis de aarde bedekt, en mensen geen licht kennen anders dan dat van de zon. De kennis van God zal de harten van Zijn volk vullen en de aarde bedekken. Daaraan doet de zevenarmige kandelaar in de heilige plaats denken."

"De tafel met z'n twaalf broden is zo totaal anders dan het heden met al z'n verdelingen en gebrek aan geestelijk onderhoud. Dan zal de verenigde natie van Israel genieten van Gods voorzienigheid in Zijn aanwezigheid."

"Het gouden altaar van aanbidding zal z'n zoete wierook omhoog sturen doorheen die aion van zegen, zoals nooit tevoren is gekend. De psalmen van lof zullen hun volle uitdrukking vinden wanneer Davids grote Zoon heerst en leiding geeft als de grote Priester van Zijn volk."

"De heilige plaats is niet de heiligste. Er is nog een ander gordijn dat alle majesteit verbergt die gereserveerd is voor de allerhoogste manifestatie van God in dit systeem. Hetzelfde is waar voor de overeenkomende aion. Het Millennium, of "de toekomende aion," is zeker niet de laatste van de aoinen, of de heerlijkste. Dat is waar voor de volgende, de laatste aion, in de dag van God. En het meest opmerkelijke kenmerk van die overtreffende era is de aanwezigheid van God Zelf, net zoals het de kronende heerlijkheid is van "het heilige der heiligen" in de tabernakel en in de tempel."

"Het pad naar de aanwezigheid van God is het algemene doel van denken in de schikking van de aionen en het tabernakeltype. Het onderscheid tussen hen is als het verschil tussen de titels Elohim en YAHWEH. De een houdt zich bezig met het probleem vanuit het standpunt van de tijd, en de andere ziet het in de ruimte. YAHWEH is de aionische God. Hij maakte de aionen, de snelweg van de tijd die het ras leidt naar de aanwezigheid van de Shekinah. Elohim schikt een waarneembaar, materieel systeem met de tabernakelstructuur in het midden, om dezelfde waarheid te leren. Geen wonder dat er een zo opmerkelijke overeenkomst tussen beide is!"

Een oplossing van de "altijden"

"Een zeer belangrijke les kan geleerd worden uit de termen die gebruikt worden om de 'heilige plaatsen' te beschrijven. Wanneer we bezig zijn met de aionen, wordt ons vaak verteld dat 'de aionen van de aionen' een poging is om oneindigheid uit te drukken, 'aion die buitelen over aionen,' 'tijden op tijden,' enz. Maar indien we deze uitdrukkingen willen overzetten van tijd naar ruimte, zien we al snel hoe weinig grond er is voor dit soort verklaringen. 'Het heilige van het heilige' moet niet verstaan woorden als 'heilige plaatsen tuimelend over heilige plaatsen,' maar als heilige plaatsen die bij uitstek heilig gemaakt werden in relatie tot andere heilige plaatsen. Alles binnen het hof was heilig, maar de twee plaatsen binnen het gebouw waren 'heilige van de heiligen' - het allerheiligste."

"'Het heilige van het heilige' wordt gewoonlijk, en terecht, verstaan als een enkele heilige plaats. Waarom zou dan 'de aion van de aionen' niet een enkele aion zijn? De voorrang van het 'heilige van de heiligen' zit hem in de relatie er van met andere heilige plaatsen. Zo zit de voorrang van de 'aion van de aionen' hem in het zijn van de vrucht en oogst van de voorafgaande aionen. De verwarrende vertalingen en verklaringen die de waarheid van de aionen voor ons verbergen, zouden nooit getolereerd mogen worden als zij toegepast werden op zulke tastbare voorwerpen als de tabernakel en de tempel."

"We lezen dat de Hogepriester het 'heilige van de heiligen' binnen ging(Hebr. 9:25). De meeste manuscripten lezen gewoon 'de heiligen' of heilige plaatsen. Alleen de bewerker van het Sinaïticus manuscript handhaaft deze lezing. Zo'n ongewone en moeilijke lezing zou men gemakkelijk kunnen laten vallen, zodat maar zeer weinig bewijs nodig is om het te vestigen. Wanneer we deze zinsnede vergelijken met de parallelle van de aionen - 'de aionen van de aionen' - kunnen we niet anders dan verbaasd staan over de gepastheid er van. Net zoals de twee laatste aionen 'van de aionen' zijn, zo zijn de twee heilige plaatsen 'van de heiligen'. Ze zijn de meest heilige van alle heilige plaatsen, waaronder we zeker de hof moeten rekenen, misschien wel het kamp, dat een mate van heiligheid had, waarin bepaalde offers met betrekking tot zonde verbrand werden buiten de grenzen." (Citaten van A.E. Knoch in U.R. Magazine, september 1916).

De bedelingen

Na de Schriftuurlijke leer over de aionen voorgesteld te hebben, richten we nu onze aandacht op de bedelingen (ook wel dispensaties genoemd). Deze moeten niet verward worden met de aionen, die we bestudeerd hebben. Veel van de grotere werken over "dispensationele waarheid" verwarren de twee, ondanks het feit dat volgens de Schrift, een aion één of meer bedelingen kan hebben. Dit kan waargenomen worden door de aanwijzingen in de Goddelijke Kalender te overwegen(Klik hier). Laat mij er op aandringen dat de Goddelijke Auteur hen onderscheidde door in het origineel verschillende woorden te gebruiken om de twee ideeën uit te drukken. Moge Hij ons de genade en eerbied schenken om in onze studie gehoor te geven aan wat staat geschreven.

De definitie van een bedeling

We leerden het oorspronkelijke belang van het Griekse woord aion door het gebruik en het woordenboeksysteem; laten we daarom op gelijke wijze voortgaan met ons onderzoek van het Griekse woord voor bedeling (dispensatie). Het originele woord is oikonomia, en valt op natuurlijke wijze in twee elementen uiteen, die, met hun standaard vervangers, aldus geïllustreerd kunnen worden:

Origineel Grieks woord: oikonomia
Verdeeld in elementen: oiko-nomia
Standaard vervangwoord: HUIS-WET

Deze uitdrukking, HUIS=WET, geeft ons een zeer suggestief concept van het doel van God, in het bijzonder wanneer gezien in relatie met het huis en de opvoeding van kinderen. Het doel van het huis is begint met kinderen in hun onschuld en, door systematisch onderwijs en training, hen op te voeden in kennis en wijsheid naar de volwassenheid van man zijn en vrouw zijn. En zo doet God het ook, in het uitwerken van Zijn grootse doelstelling van de aionen. Hij begint met de mensheid in onschuld, en de voleinding is wanneer mensen hun volwassenheid en volle zekerheid hebben in heel Zijn wil. Dit komt overeen met het volgende Schriftdeel:

"Het werd geschreven in de profeten: 'En zij zullen allen door God onderwezen zijn.' Iedereen die hoort van de Vader en leert, komt tot Mij."
(Joh. 6:45;SW)

Paulus zegt:

"En Deze geeft zowel de apostelen, als de profeten, als de evangelisten, als herders en leraars, tot aanpassing van de heiligen in het werk van bediening, tot opbouw van het lichaam van Christus, met als doel dat wij alles zouden verkrijgen in de eenheid van het geloof en van de bovenkennis van de Zoon van God, tot een volgroeide man, tot een maat van gestalte van het complement van de Christus"
(Efeze 4:11-13;SW)

Opnieuw lezen we:

"Die wij verkondigen, ieder mens terechtwijzend en ieder mens onderwijzend in alle wijsheid, opdat wij ieder mens volwassen in Christus zouden presenteren"
(Kol. 1:28;SW)

Uit dit alles mogen we begrijpen dat oikonimia, HUIS-WET, de gedachte bevat van uitdelen, maar het is niet beperkt tot geven of uitdelen. Het volle belang er van is te vinden in de woorden "economie," "bedeling," of "dienaarschap," en heeft te maken met uitdelen, aankondigen, berispen, en onderwijzen, opdat iedereen volwassen voorgesteld kan worden in Christus Jezus - het gewenste einde, in verband met Gods aionische doelstelling.

Twaalf bedelingen

De Schrift onthult dat God de zaken van Zijn aionische doelstelling uitwerkt in een serie van twaalf onderscheiden bedelingen. Ze kunnen Onschuld, Geweten, Regering, Belofte, Wet, Vleeswording, Pinksteren, Overgang, Geheim, Verontwaardiging, Recht en Liefde genoemd worden - de bedeling van het complement van de eras. Elk begint met een nieuwe bedeling en vrijwel alle eindigen in een gericht. Maar de belangrijke les die ik op de harten van mijn lezers wil drukken is dat Gods school van kennis en wijsheid ordelijk is en progressief van het begin tot aan de voleinding. En hoe sneller de heiligen van God zich deze waarheid bewust worden en de eerste inzettingen van het woord van Christus achter zich laten en doorduwen naar volwassenheid, des te sneller zullen hun levens gevuld worden met lof en dankzegging in de bewustwording en volle zekerheid in heel Zijn wil.

De heerlijkheid van het kruis

Laat mij, ter afsluiting, opnieuw het kruis aanwijzen als de crisis van Gods aionische doelstelling. Het is het steunpunt waarop de elf bedelingen balanceren en vervulling vinden. Het omringend hebben we die centrale bedeling - de Vleeswording - Christus' aanwezigheid op aarde. Het leven dat Hij leefde, de dood die Hij stierf, schiep een unieke bedeling, waaromheen alle andere zich schikken.

Er voor kwam de bedeling van de wet, en er na kwam de tegenhanger van de wet, de Pinksterbedeling. In beide hielden ongeloof en ijver voor de wet de zegen van hen weg. Zoals hun vaders deden, zo deden zij.

Hieraan voorbij, aan beide zijden, liggen de bedeling van de Belofte en Paulus' afscheiding in de Overgangsbedeling. De Belofte aan Abraham vanwege geloof wordt in deze overgangstijd goed gemaakt aan de gelovige Israelieten en de natiën.

Nog verder aan beide zijden hebben we de bedeling van Regering, toevertrouwd aan Noach, en Paulus' gevangenschap voor de huidige Geheime bedeling (Efe. 3:1-12). De eerste was vóór de dag van Israel en de laatste is nadat Israel terzijde is gesteld in de afsluiting van het boek Handelingen. Beide houden zich bezig met de natiën en in iedere mens die een naam voor zichzelf maakt.

Buiten deze vinden we in elke richting de bedeling van Geweten en Verontwaardiging. Deze worden gekenmerkt door de twee grote gerichten, de Vloed en de Dag van Toorn. In elk spelen boosaardige hemelse menigten een zeer prominente rol en ze worden uiteindelijk gevangen genomen om hen te weerhouden van verder kwaad. "Zoals het was in de dagen van Noach, zo zal het zijn in de dagen van de Zoon van de mensheid" veronderstelt volkomen wat er zal gebeuren.

Nog een bedeling verder aan beide zijden zijn Onschuld en Recht. Beide worden gezegend door het wegnemen van de vloek, en met een man aan het hoofd van alle schepping. Het falen van de eerste men in Onschuld wordt heerlijk herwonnen door de Tweede Mens in de bedeling van Recht, wanneer alle heerschappij onderschikt zal zijn aan Zijn rechtvaardig heersen, en "de kennis van de heerlijkheid van de Heer zal de aarde bedekken zoals de wateren een bedekking vormen op de zee."

Een andere aion aan beide zijden brengt ons naar de oorspronkelijke schepping van "den beginne" en naar de nieuwe schepping van de laatste aion, de "bedeling van het complement van de eras", als voorbereiding voor de Voleinding. In de eerste, toen de hoekstenen van de fundamenten van de aarde werden gelegd, "zongen de morgensterren samen en jubelden de zonen van God in vreugde" (Job. 38:6,7), terwijl in de laatste de Zoon van God de allerhoogste is, heersend door de macht van de liefde, tot alle overgedragen heerschappij ruimte maakt voor zijn perfecte heerschappij en de doodstoestand, als laatste vijand, afgeschaft wordt, en allen levend gemaakt worden in Christus, in dat Koninkrijk van de Vader waaraan geen einde zal komen. "En wanneer Hem het al zal zijn onderschikt, dan zal Hij, de Zoon, worden onderschikt aan Hem die Hem het al Onderschikt, opdat God zij alles in allen" (1 Korinthe 15:28;SW).








Terug naar de Indexpagina



© www.hetbestenieuws.nl