Zullen miljarden mensen voor eeuwig verloren gaan?
---
Hoofdstuk 5
DIEP VERDRIET EN ONUITSPREKELIJKE VREUGDE

door J. van A.

   

De hoofdstukken 9, 10 en 11 van de Romeinenbrief zijn in het bijzonder gewijd aan het vraagstuk Israel.

De apostel spreekt in de eerste verzen van hoofdstuk 9 van zijn bewogenheid en verdriet om al zijn volksgenoten, die onder het oordeel van de verharding liggen. Hij spreekt van zijn grote smart en zijn voortdurende hartzeer.

En als we dat in gedachten houden, dan vragen we ons verbaasd af, hoe het kan zijn, dat diezelfde apostel twee hoofdstukken verder zo uitbundig de wegen van God gaat bejubelen. (11:33-36)

Hij was toch niet overgegaan op een ander onderwerp, dat hem minder aanleiding gaf tot zorg en verdriet? Nee, zeker niet. Paulus is drie hoofdstukken lang de wonderlijke wegen van God met Israel en de volken aan het uitleggen en hij komt aan het einde van zijn onderwijzing tot een conclusie, die hem vervulde met aanbidding en blijdschap.

Pas wanneer we gaan geloven, wat Paulus ons wil duidelijk maken, zonder pogingen in het werk te stellen zijn woorden zo te kneden en te masseren dat ze tenslotte in overeenstemming zijn met de traditie, gaat ons het licht op en stemmen we in met zijn jubel.

Een ingrijpende samenhang

De traditie, die ons leerde dat de grote massa van de mensheid niet gered zou worden, stond bij de uitleg van o.a. Romeinen 11:26 en 32 voor grote problemen.

Als "geheel Israel" namelijk inderdaad het hele volk Israel zou betekenen, dan zou dat de leer van de altijddurende straf onmogelijk maken. De zg. eeuwige straf, die over Israel ligt, zou dan toch ooit eindigen.

Geen uitlegger van de bijbel zal aannemen, dat God wel het totale Israel zal behouden en van de andere volken maar een deel.

Dat is dan ook de reden, waarom men in het algemeen heeft vastgehouden aan de gedachte, dat God bedoelde te zeggen, dat alleen de laatste generatie van zijn volk gered zou worden

OOK DAT STAAT IN DE BIJBEL

Maar wat nu met de vele miljoenen Joden, die in de loop van vele eeuwen onder ongehoorzaamheid besloten waren?

Van hen wordt in Johannes 12:39, 40 gezegd:

"Hierom konden zij niet geloven, omdat Jesaja gezegd heeft: Hij heeft hun ogen verblind en hun hart verhard, dat zij met hun ogen niet zien, met hun hart verstaan en zich bekeren en Ik hen zou genezen."

Ook dat staat in de bijbel. Dat is die verharding en dat besloten zijn in ongehoorzaamheid. En dat oordeel van verharding en beslotenheid is uiteraard een gevolg van Israels verwerping van de genade in Christus.

En nu is het zo, dat de vragen, die zich voordoen, pas worden beantwoord, als we ons wenden tot dat woord uit de Romeinenbrief waar we lezen in 11:32

"God heeft allen onder ongehoorzaamheid besloten, om zich over allen te ontfermen."

Het is toch meer dan duidelijk, wat het doel is van God met dat oordeel over allen. Het is niet om allen te verderven in de hel, maar integendeel om allen te laten delen in de ontferming,

Maar dan kan het toch niet anders dan dat dit bijbelwoord ons wil zeggen, dat werkelijk het hele nageslacht van Jacob van de Here genade tot behoud zal ontvangen. En dat is in volkomen overeenstemming met het verdere getuigenis van de Schriften o.a. in Jesaja 45:25:

"In de Here wordt het gehele nakroost van Israel gerechtvaardigd en zal het zich beroemen."

Dat is toch gans Israel: én het verharde deel én het zg. overblijfsel, dat tot geloof kwam/komt, voordat de dag van de terugkeer van de Here daar is.

Daarmee is niet gezegd, dat er geen oordeel zal zijn, maar door dat oordeel heen zal er voor de allen in Israel ontferming zijn. De barmhartigheid roemt tegen het oordeel (Jakobus 2:13).


Naar hoofdstuk 6

Naar de indexpagina

   


© www.hetbestenieuws.nl