Zullen miljarden mensen voor eeuwig verloren gaan?
---
Hoofdstuk 39
HET KIEZEN EN DE GEVOLGEN

door J. van A.

   

Het is meen ik niet nodig om uitvoerig in te gaan op de bepaalde wilsvrijheid, die aan de mens gegeven is. Het gaat ons niet om de vrijheid, die een mens heeft om een beroep, een partner, een vakantiebestemming of een woonplaats te kiezen. Ook de bijbel spreekt van een zekere speelruimte, waarin een mens keuzevrijheid heeft. Daarvan zijn ons ook in de bijbel tal van voorbeelden gegeven.

In Deuteronomium 30:19 wordt de mens voor een vrije keus gesteld:

"Ik neem heden de hemel en de aarde tegen u tot getuigenis: het leven en de dood stel ik u voor, de zegen en de vloek; kies dan het leven, opdat gij leeft en uw nageslacht.."

Deze woorden spreekt Mozes tot het volk Israel, dat op het punt staat het land Kanašn binnen te gaan. En natuurlijk zullen ze de Here moeten kiezen en dienen, willen ze in dat land voorspoed kennen. Hij zegt het volk de Here aan te hangen en naar zijn stem te luisteren, want dat is hun leven en waarborg voor een langdurig wonen in het land. (vers 20) Over hemel en hel spreekt Mozes niet.

Als het echter gaat over onze "eeuwige" bestemming, is het niet ons kiezen, willen of lopen dat ons verblijf in hemel of hel bepalen zal. De Schriften laten er geen twijfel over bestaan, dat het God Zelf is die Zich zal ontfermen over hen, die Hij onder ongehoorzaamheid besloten had.

Jozua, de pessimist?

Later is het Jozua, die het volk voor een keuze stelt. Maar let erop waartussen er gekozen moet worden:

"Welnu, vreest dan de Here en dient Hem oprecht en getrouw, doet weg de goden, die uw vaderen gediend hebben aan de overzijde van de rivier en in Egypte, en dient de Here. Maar als het kwaad is in uw ogen de Here te dienen, kiest dan heden wie gij dienen zult, of de goden die uw vaderen aan de overzijde van de rivier gediend hebben, of de goden van de Amorieten (Ö.) Maar ik en mijn huis, wij zullen de Here dienen. "
(Jozua 24:14)

Inderdaad, hier stelt Jozua het volk niet voor de keuze tussen de Here en de afgoden, maar de Israelieten, die God niet wilden dienen, hadden te kiezen tussen de goden van Egypte en van de Amorieten.

Dat woord "Kies dan heden wie je dienen zult" wordt heel vaak gebruikt om mensen voor de keuze te stellen in de Here Jezus te gaan geloven. En toch blijkt het in de context gelezen op die keuze geen betrekking te hebben.

Het volk antwoordt op die oproep:

"Het zij verre van ons de Here te verlaten en andere goden te dienen. Want de Here is onze God."
(vers 16)

Dan zegt Jozua:

"Jullie zullen niet in staat zijn de Here te dienen."
(vers 19)

Was hij nu zoín zwartkijker, die het altijd somber inzag? Dat was hij zeker niet.

Dat hij met die woorden de waarheid diende, blijkt uit de verdere geschiedenis van het volk met als dieptepunt het antwoord op de vraag van Pilatus, wie hij moet loslaten Jezus of Barnabas.

"Laat ons Barnabas los en Jezus, kruisig Hem, kruisig Hem!!"

Het verbaast ons dan ook niet, dat de apostel Paulus ons leren wil, niet terug te vallen op wat wij ervan terechtbrengen met ons kiezen en willen, maar alleen en uitsluitend ons vertrouwen te stellen op het verlossingswerk van onze Here Jezus Christus.

Theologen hebben zich al zoveel jaren intens beziggehouden met het enorme probleem van de verkiezing en de rol die de menselijke wil speelt in het werk van verlossing,

De reformatorische leer zegt: "God heeft een bepaald aantal mensen uitgekozen, dat zalig wordt en de niet-uitverkorenen zullen voor altijd de hel bevolken."

De evangelischen erkennen wel dat er een uitverkiezing is, maar menen dat de mens toch over een vrije wil beschikt, die de oorzaak zou kunnen zijn, dat hij toch nog verloren gaat, al is hij door God uitverkoren.

Eindeloos is er gediscussieerd, bibliotheken aan boeken zijn er geschreven om de levensgrote vragen, die zich hier voordoen van een antwoord te voorzien.

Maar pas wanneer we de leer van de eindeloze hellestraf verlaten en geloven dat God alle mensen zal behouden, worden de vragen beantwoord en vindt ons hart rust.

HET GEVAAR VAN HET EXTREME

Nu moeten we oppassen, dat we niet doorslaan en vervallen in een evangelie, dat geen blijde boodschap is. Ik bedoel een evangelie dat alles terugbrengt op de zg. uitverkiezing van voor de grondlegging der wereld. Je kunt kiezen wat je wilt, maar als je naam niet op die verborgen lijst van die verkiezing voorkomt, is het voor eeuwig met je gedaan. Je gaat verloren, of je wil of niet. Dat is een boodschap, die tot wanhoop brengt.

Ieder mens, die de redding bij Christus zoekt, mag komen en het water van het leven drinken voor niets. (Openbaring 22:17)

"Komt tot Mij allen die vermoeid en belast zijn en Ik zal je rust geven."
Dit zijn de woorden van Christus, zoals we die vinden in Matteüs 11:28

Er is een weg waarop we kunnen verdwalen

Maar we komen op dwaalwegen terecht, als we menen dat de wil van God om zijn plannen te volvoeren het zal moeten afleggen tegen onze onwil. Eerder al wezen we erop, dat onze God niet experimenteert en nooit mensen een kans geeft om zalig te worden.

God gaat niet tewerk als een zakenman, die een winkel opent. Die heeft niets anders te doen dan af te wachten of er ook klanten zullen komen met het risico, dat de zaak niet zal lopen en het allemaal zal eindigen in een faillissement.

God begint een werk om de wereld te redden, terwijl Hij weet dat er geen "klant" uit zichzelf komen zal.

"Er is niemand, die God ernstig zoekt."
(Romeinen 3:12)

Sterker nog, we lezen in het Woord, dat de mens een afkeer heeft van de boodschap van heil. Afkeer, dat is pure onwil!

Wat nu?

Wat staat God, die een Behouder is van alle mensen, nu te doen? Laat Hij de mens dan maar over aan die afkeer om hem na het leven hier op aarde weg te werpen in de hel in volstrekte hopeloosheid?

Dat zeker niet! Er is oordeel, straf en gericht, maar door dat oordeel heen komt God tot zijn doel, opdat zijn wil gedaan zal worden.


Heeft u een woord gelezen waar u meer over wil lezen, vul het dan hieronder in.




Naar hoofdstuk 40

Naar de indexpagina

   


© www.hetbestenieuws.nl