De plaats van de ecclesia in Gods plan - deel 6.
Het complement van Christus.

door John H. Essex

We hebben eerder in deze serie gesteld dat de vorm die de bediening door de ecclesia aan zou nemen al voor de aionen begonnen door God was bepaald; en zoals de vrouw, als het complement van de man, de vorm van de mensheid handhaaft doorheen al de geslachten, zo handhaaft de ecclesia, als het complement van Christus, de vorm van de bediening van de genade, waaraan God begonnen is in Christus, zodat God Zelf heerlijkheid zal vinden in de ecclesia en in Christus Jezus doorheen alle geslachten van de aion der aionen(Efe. 3:21).

Christus Zelf voorziet in de kracht voor deze bediening. Hij is het leven, de drijvende kracht er achter. Maar God heeft de zaken zo opgezet, dat het onze rol is er op toe te zien dat er geen afwijking komt van de vorm die deze bediening zal aannemen. Het is een bediening van genade - vasthoudende genade, voortdurende genade, onverdunde genade - want genade is de basis voor de uiteindelijke redding en het pad naar de complete verzoening.

Er zijn in feite twee bedieningen die dateren van voor-aionische tijden: de bediening van Christus(als Gods complement) en de bediening van de ecclesia(als Christus' complement). De bediening van Christus is er een van leven, in overeenstemming met de belofte van leven, gedaan in Hem vóór aionische tijden(Titus 1:2). Christus, als complement van God, vervult Zijn belofte van Leven, want al Gods beloften zijn "Ja!" in Christus(2Kor. 1:20). Hij wijkt nooit af van Zijn missie als Gever van Leven. De belofte van leven is in Hem geconcentreerd. Hij is de Opstanding en het Leven - de Weg, de Waarheid en het Leven - het Brood des Levens. "Want evenals in Adam allen sterven, zo zullen ook in Christus allen levend gemaakt worden"(1Kor. 15:22).

Al voor de aionische tijden begonnen had God bepaald dat allen Leven zouden hebben, want voor Hem is het God zijn van doden onaanvaardbaar en ondenkbaar(bv. Matt. 22:32), en Hij benoemde Zijn Zoon om het middel te zijn waardoor Zijn belofte van Leven bereikt zou worden. Op Golgotha zei Jezus: "Het is volbracht!" Zelfs in Zijn dood geeft Hij Leven! Ja, het Leven is nu voor allen gegarandeerd, zozeer zelfs dat Paulus, als hij in 1Korinthe 15:20 aankondigt dat Christus is opgewekt uit de doden, onmiddellijk verder kan gaan met te verklaren dat God Alles in allen zal zijn(1Kor. 15:28). Dat wil zeggen dat toen Christus eenmaal uit de doden was opgewekt, er geen kracht in het universum is die kan voorkomen dat Gods ultieme doel bereikt zal worden, want alle soevereiniteit en autoriteit is aan Christus gegeven. De apostel sluit hier nadrukkelijk God Zelf uit van de onderschikking, om aan te tonen dat verder allen zijn inbegrepen. Verder wordt verklaard dat de dood zelf onttroond zal worden. Zo effectief en zo compleet is de bediening van Christus!

Maar God heeft ook bepaald(en opnieuw: vóór aionische tijden) dat de basis voor de uiteindelijke redding Zijn eigen genade zal zijn, en niet de werken van het schepsel; en zo wordt de ecclesia benoemd tot Christus' complement, om de bediening van Leven aan te vullen die Christus aan het uitvoeren is. Daarom, vanaf Golgotha af aan, begint God Zijn genade te tonen - Zijn absolute genade, eerst aan de leden van de ecclesia zelf, omdat zij een voor een geroepen worden uit de zonen der mensheid, en dan, door de ecclesia, naar heel de schepping. Want het is een bediening die niet is beperkt tot de Aarde, maar in de komende aionen te zien zal zijn te midden van de hemelingen.

De bediening van genade.

De bediening van de ecclesia -deze bediening van genade- is er niet een die plotseling bedacht werd door God om over te nemen waar andere bedieningen tekort schieten, hoewel het dat feitelijk wel doet, zoals we nu zullen zien. Nee, het is de vroegst geplande bediening in het universum, afgezien die van Christus Zelf. Ze dateert zelfs uit de tijd dat alleen God bestond, want Hij bracht Zijn Zoon voort als Zijn eigen complement, Hij bedacht dat Christus ook een complement zou hebben, de ecclesia; en zo, in die betekenis van het woord, is de ecclesia net zou oud als Christus, en is haar bediening gedefinieerd in het geschenk dat aan haar werd gegeven in Christus Jezus, vóór de aionen ook maar begonnen.

Wat is het heerlijk dat de hele toekomst van het universum afhangt van die allereerste beslissingen van God, om leven te geven aan Zijn Zoon en genade te tonen door de ecclesia! Het is voor ons gewoon onmogelijk de volle omvang te begrijpen van de eer die God heeft gegeven aan ons, leden van die ecclesia!

Maar wat is deze bediening van genade? Kunnen we het verder definiëren? Dat kunnen we zeker, want het wordt duidelijk uiteengezet in Efeze 2, de verzen 8 tot 10:

"8 Want in genade zijt gij behouden, door het geloof, en dat niet uit uzelf: het is een gave van God;
9 niet uit werken, opdat niemand roeme.
10 Want zijn maaksel zijn wij..."

(Efe. 2:8-10;CV)
Dit is de definitie van absolute redding. Hierin heeft het vlees geen plaats; de wet heeft geen plaats; werken hebben geen plaats. Met al deze is afgerekend en van hen werd, in de eerste hoofdstukken van Romeinen, Korinthiërs en Galaten, aangetoond dat ze vijandig staan ten opzichte van het evangelie der genade. In Romeinen 8:20 wordt aangetoond dat alle inspanningen van schepselen niet anders zijn dan ijdelheid en vruchteloosheid. Hier, in Efeze 2, is alles gericht op Gods handelen. Redding wordt afhankelijk gemaakt van Hem en Hem alleen. We worden Zijn maaksel, en wij mogen de allesoverstijgende rijkdommen van Zijn genade(die al aan ons geschonken zijn) tonen aan heel de schepping, zodat de rest ook uiteindelijk Zijn maaksel zal worden, geschapen in Christus Jezus.

Geen blijvend alternatief voor redding in genade.

Wat is het alternatief voor deze redding in genade? Er is er geen! Paulus wist dat in het vlees geen goeds huist; hij wist dat zij die in het vlees zijn God niet kunnen behagen(Rom. 7:18; 8:8). Hij wist ook dat de perfecte wet van God, heilig en rechtvaardig als ze was, geen redding kon voortbrengen, want door werken der wet wordt geen vlees gerechtvaardigd(Rom. 3:20). Er is geen uitweg uit de zonde als het via de wet moet, want de wet bracht alleen maar toenemende erkenning van zonde. En alle inspanning van de zijde van een schepsel buiten God om is alleen maar ijdelheid, vruchteloosheid, en Paulus zegt dat de hele schepping daaraan onderschikt is.
Waar is dan de uitweg, de weg naar de redding? Is die in het Koninkrijk te vinden, dat opgezet zal worden in Israël onder leiding van de Here Jezus, de 1000 jarige heerschappij van Christus? Veel Christenen denken dat dit de oplossing is voor al hun problemen en het doel van al hun verlangens. Maar de 1000 jarige heerschappij van Christus eindigt in een gigantische opstand, zodra Satan ook maar voor even is losgelaten - wanneer hij "zal uitgaan om de volkeren aan de vier hoeken der aarde te verleiden, Gog en Magog, om hen tot de oorlog te verzamelen, en hun getal is als het zand der zee"(Openb. 20:8).

En wanneer we bij de nieuwe hemelen en de nieuwe Aarde van Openbaring 21 komen, wat vinden we dan? De verzen 7 en 8 van dat hoofdstuk vertellen ons dat, terwijl sommigen hun lotdeel genieten, anderen, beschreven als ongelovigen, overspeligen en soortgelijken, hun deel zullen vinden "in de poel, die brandt van vuur en zwavel: dit is de tweede dood". Dit klink niet niet bepaald als universele redding, en inderdaad komt er in het boek Openbaring, dat het laatste boek is van de Besnijdenisgeschriften, zelfs geen hint voor van een opstanding uit de tweede dood. Alleen uit de brieven van Paulus kunnen we afleiden dat er zo'n opstanding moet zijn; hoewel hij de tweede dood niet noemt, verklaart hij met kracht dat "in Christus allen levend gemaakt[zullen] worden"(1Kor. 15:22).

Even terzijde: het is interessant het gebruik van het woord vrede op te merken in Openbaring. Het komt er maar twee maal in voor: in de openingsgroet, "vrede van Hem, die is en die was en die komt"(Openb. 1:4) en in Openbaring 6:4, waar we lezen: "en hem, die erop zat, werd gegeven de vrede van de aarde weg te nemen"(6:4). Er is in dit boek zelfs geen suggestie te vinden dat de vrede op Aarde hersteld zal worden. Hiervoor moeten we naar Paulus kijken; vrede wordt gemaakt door het bloed van het kruis van Christus(Kol. 1:20).

De vooruitgang in het onderwijs van Paulus.

Er wordt wel eens beweerd dat de laatste verzen van Efeze 1 aangeven dat de ecclesia hetzelfde werk zal uitvoeren te midden van de hemelingen, dat aan Israël is opgedragen op Aarde, zodat door hen samen het hele universum onder beheer van Christus zal worden gebracht.

Nu kan er geen enkele twijfel over bestaan dat de soevereiniteit over de Aarde gegeven zal worden aan Israël, en dat zij gebruikt zullen worden om de Aarde onder het beheer van Christus te brengen. Openbaring 22:5 stelt duidelijk dat Gods slaven gedurende de aionen der aionen zullen regeren, dat wil zeggen, tijdens de laatste twee aionen.

Maar er zijn twee factoren in de geschriften van Paulus die met de Aarde verband houden zowel als met de hemelen - die niet in het boek Openbaring genoemd worden, of bij wie van de andere schrijvers van de Griekse Schrift dan ook - die buiten en voorbij de bediening van Israël om lijken te gaan. Waar, bijvoorbeeld, wordt er, buiten Paulus dan, iets gezegd over verzoening en wederzijdse verzoening? De vrede die komt door de verzoening is gemaakt door het bloed van het kruis van Christus, maar waar, buiten Paulus' geschriften, wordt er iets gezegd over het woord van het kruis? Of over sterfelijkheid? Of zelfs over een nieuwe mensheid?

Waar vinden we in de Griekse Schrift God afgebeeld als de Redder van alle mensen? Alleen in de geschriften van Paulus(1Tim. 2:3,4 en 4:10). Inderdaad, Paulus is de enige die er over spreekt dat heel Israël gered zal worden(Rom. 11:26). Waar, buiten Paulus geschriften, vinden we zulke thema's als rechtvaardiging door geloof buiten werken om, en een nieuwe schepping in Christus Jezus? Deze maken deel uit van het evangelie van de genade dat aan Paulus toevertrouwd was. Zij hebben geen plaats in de Besnijdenisgeschriften, of in welke bediening dan ook van Israël die gebaseerd is op die geschriften, maar zij zijn ingelijfd in de bediening van de ecclesia, die het lichaam is van Christus. Wanneer werken en de wet en zelfs de heerschappij van Christus tijdens het 1000jarig rijk er niet in slagen een volkomen redding te brengen, wat is er dan nog over? Alleen het evangelie van pure genade, die zowel voorafgaat als uitstijgt boven al deze! Want wet en regel worden opgelegd van buitenaf, en zijn alleen effectief zolang ze van kracht zijn en gehandhaafd worden, terwijl de genade werkzaam is door Gods Geest, die in de schepping is geplaatst, en zich richt op het ideaal van God Die Alles in allen zal zijn.

Alles in allen.

De zinsnede "Alles in allen" komt zowel in Efeze 1:23 en in 1Korinthe 15:28 voor. In het laatste geval is het "opdat God zij alles in allen." Nu is het zo dat dit op drie verschillende manieren gezegd kan worden, het is maar net waar we de nadruk leggen, en elke versie zal verschillende reacties in ons denken teweeg brengen.

Als we bijvoorbeeld de nadruk willen leggen op de grootheid en heerlijkheid van God, dan zullen we zeggen "Dat God moge zijn Alles in allen." Door het benadrukken van God, laten we zien dat Hij de Ene is met Wie allen verzoend zullen worden, en zo benadrukken wij de absoluutheid van Zijn Godheid.

Maar we kunnen de passage ook citeren als "Dat God moge zijn Alles in allen." In dit geval benadrukken we de compleetheid van Zijn inwoning in ieder van Zijn schepselen, geen ruimte latend in hun harten voor enig andere controlerende factor.

Of we kunnen de nadruk leggen op het "allen" en zeggen: "Dat God moge zijn Alles in allen." In dit geval benadrukken wij het "allen" - zo het karakter van de voleinding omarmend; geen enkel schepsel wordt uitgesloten van de finale analyse; geen schepsel wordt uitgesloten van de ultieme zegen.

Op exact dezelfde wijze, zo lijkt het ons toe, kunnen we laatste zinsnede van Efeze 1 op drie verschillende wijzen uitdrukken.

We kunnen de nadruk leggen op het woord complement en door dat te doen geven we de heerlijkheid aan Christus, en laten we zien dat we slechts een middel zijn waar doorheen Zijn werk van het verzoenen van het al met God bewerkstelligd zal worden.

Of we kunnen de nadruk leggen op het eerste "allen," wat letterlijk "het al" is. Er staat in het Grieks een lidwoord voor dit "al". Door de nadruk hier te leggen laten we zien dat, wanneer de bediening van de ecclesia volbracht is, er niets meer bereikt hoeft te worden in wie dan ook, en voor wie dan ook, die we bediend hebben.

Maar we kunnen ook de nadruk leggen op het laatste "allen," dat heel de schepping omvat. In Efeze 1:10 verklaart Paulus Gods voornemen om

"10 om, ter voorbereiding van de volheid der tijden, al wat in de hemelen en op de aarde is onder een hoofd, dat is Christus, samen te vatten,
11 in Hem, in Wie wij ook het erfdeel ontvangen hebben, waartoe wij tevoren bestemd waren krachtens het voornemen van Hem, Die in alles werkt naar de raad van Zijn wil,
12 opdat wij zouden zijn tot lof Zijner heerlijkheid, wij, die een eerdere verwachting in de Christus hebben."

(Efeze 1:10-12;CV)

Allen samenvatten in de Christus, zowel al wat in de hemelen als al wat op de Aarde is. Het is als Hoofd over allen(al wat in de hemelen en wat op de Aarde) dat Christus aan de ecclesia is gegeven die Zijn lichaam is, het complement waardoor alles in allen(zowel in de hemelen als op de Aarde) compleet gemaakt wordt.

Is het niet het zo dat heel de schepping besloten is in dit laatste allen, en dat heel de schepping, of dat nu in de hemelen of op de Aarde is, het nodig heeft op de een of andere manier voordeel te krijgen van de bediening van de ecclesia? Kreunt en steunt tot op heden niet heel de schepping, in afwachting van het openbaar worden van de zonen Gods(Rom. 8:18-22)? De boodschap van genade kan geen van hen bereiken, totdat de ecclesia compleet is en openbaar gemaakt om die genade om die genade te tonen. Alhoewel het waar is dat onze bediening hoofdzakelijk te midden van de hemelingen zal zijn(want zij vormen het grootste deel van de schepping), is het ook niet waar dat de gift van de genade, namelijk rechtvaardigheid, er is "voor alle mensen tot rechtvaardiging ten leven"(Rom. 5:18)?

De apostel Paulus is degene die het Woord van God completeerde(Kol. 1:25). Hij maakte het in alle opzichten compleet. Alleen in de geschriften van Paulus vinden we levendmaking voor heel de mensheid, en verzoening met God voor allen in zowel de hemelen als op de Aarde(Kol. 1:20). Alleen in Paulus' geschriften wordt van God gezegd dat Hij Alles in allen zal zijn.

Paulus completeert het Woord van God. De ecclesia, als complement van Christus, completeert de doelstelling van God, de "Alles in allen." Wanneer de bediening van de ecclesia haar loop volbracht zal hebben, dan zal God "Alles in allen" zijn.

Erkennen van het Hoofd.

Tenslotte is het van het hoogste belang dat ieder individueel lid van de ecclesia Christus herkent en erkent als zijn of haar Hoofd, want Hij is ons als Hoofd over allen gegeven. Kolossenzen bevestigt Hem ook als ons Hoofd:

"Hij is het hoofd van het lichaam, de gemeente. Hij is het begin, de eerstgeborene uit de doden"
(Kol. 1:18)

Door Hem te erkennen als ons Hoofd, werken we het werk van de Tegenstander tegen. De oorspronkelijk opstand onder de hemelingen, die leidde tot de nederwerping, was, en daar zijn we zeker van, tegen het hoofdschap van Christus. Het is fascinerend te overwegen dat, toen Christus het wezen inbracht dat de Tegenstander zou zijn, Hij wist dat Hij een uitdager aan het scheppen was voor Zijn eigen hoofdschap van het universum en degene die Hem daar tijdelijk uit zou ontzetten. Toch wist Hij ook dat Hij nog steeds in zichzelf datgene vasthield dat Hem vasthoudend zou verheerlijken als Hoofd, namelijk: de ecclesia, die Zijn lichaam is. De ecclesia, gekozen voor de nederwerping, heeft Zijn hoofdschap nooit ontkend; ze heeft het eerder ondersteunt, hoewel individuele leden van tijd tot tijd te verwijten valt dat ze Hem niet als Hoofd belijden. De ecclesia is de door God gegeven belofte aan Christus van Zijn blijvende hoofdschap; als Zijn complement handhaaft de ecclesia het hoofdschap van Christus doorheen alle geslachten, totdat alles in Hem is samengevat, want in Hem wordt alle geslacht in hemel en op Aarde genoemd(Efe. 3:15).

De ecclesia, we herhalen het, is de belofte die aan Christus is gegeven(zelfs voordat Hij begon met het in werking stellen van God plan) dat Zijn Hoofdschap over allen hersteld en erkend zou worden. Want niet alleen geeft de ecclesia een voortdurende tentoonspreiding van genade, maar ze handhaaft ook een ononderbroken getuigenis van het hoofdschap van Christus. Dit zijn de twee aspecten van de functie van de ecclesia als het complement van Christus - twee samenwerkende en voortgaande kenmerken van haar bediening, die volkomen bevredigend zijn in hun gevolgen en in hun resultaat. De een verheerlijkt God, de ander verhoogt Zijn Zoon.

We sluiten deze serie studies over de plaats van de ecclesia in Gods plan af met het gebed van Paulus in Efeze 3;14-21.

"14 Om die reden buig ik mijn knieen voor de Vader,
15 naar Wie alle geslacht in de hemelen en op de aarde genoemd wordt,
16 opdat Hij u geve, naar de rijkdom Zijner heerlijkheid, met kracht gesterkt te worden door Zijn Geest in de inwendige mens,
17 opdat Christus door het geloof in uw harten woning make. Geworteld en gegrond in de liefde,
18 zult gij dan, samen met alle heiligen, in staat zijn te vatten, hoe groot de breedte en lengte en hoogte en diepte is,
19 en te kennen de liefde van Christus, die de kennis te boven gaat, opdat gij vervuld wordt tot alle volheid Gods.

20 Hem nu, die blijkens de kracht, welke in ons werkt, bij machte is oneindig veel meer te doen dan wij bidden of beseffen,
21 Hem zij de heerlijkheid in de gemeente en in Christus Jezus tot in alle geslachten, van eeuwigheid tot eeuwigheid! Amen. "




© Grace and Truth Magazine