Heeft God de hel geschapen? door
Jacques Ellul

Ik pak hier een fundamenteel thema op dat ik ergens anders al heb behandeld, maar dat zo essentieel is, zodat ik niet hoef te aarzelen om mijzelf te herhalen. Het is de erkenning dat alle mensen, vanaf het begin der tijden, gered zijn door God in Christus Jezus, dat zij allen ontvangers zijn van Zijn genade, ongeacht hetgeen ze hebben gedaan.

Dit is een aanstootgevende stelling. Het schokt ons natuurlijke gevoel van gerechtigheid. De schuldigen moeten worden gestraft. Hoe kunnen Hitler en Stalin tussen de geredden zijn? De rechtvaardige moet als zodanig worden erkend en de goddelozen moeten worden veroordeeld.

Maar in mijn opinie is dit puur menselijke logica, waaruit simpel blijkt, dat er geen begrip is van verlossing door genade of van de betekenis van de dood van Jezus Christus. De stelling staat ook haaks op de bijna unanieme mening van de theologie. Sommige vroege theologen verkondigden universele redding, maar bijna alle anderen hebben het uiteindelijk verworpen. Grote debatten hebben plaatsgevonden over voorkennis en voorbestemd zijn, maar in al deze debatten is het als vanzelfsprekend aangenomen dat goddelijke verwerping normaal is.

Een derde en het meest ernstige bezwaar tegen de stelling is, dat het wordt uitgedragen door de Bijbelteksten zelf. Veel Bijbelteksten spreken over veroordeling, hel, verbanning in de buitenste duisternis en de straf van rovers, hoereerders, afgodendienaars enz. Als we verder gaan, dan moeten we deze obstakels overwinnen. We moeten de theologische redenen onderzoeken die mij leiden tot het geloof in universele redding. We moeten de teksten die dat lijken tegen te spreken, onderzoeken en een mogelijke oplossing vinden.

Maar ik wil benadrukken dat ik spreek over geloof in universele redding. Dit is voor mij een geloofsovertuiging. Ik maak er geen dogma of een basisprincipe van. Ik kan alleen maar vertellen wat ik geloof. Ik pretendeer niet om de stelling dogmatisch te onderwijzen als waarheid.

God is liefde.

Mijn eerste eenvoudige stelling is dat als God God is, de Almachtige, de Schepper van alle dingen, de Alomtegenwoordige, dan kunnen we concluderen dat er geen plaats voor enig bestaan is buiten Hem. Want als er een plaats was buiten Hem, dan zou God niet zijn alles-in-allen, de Schepper van alle dingen. Hoe kunnen we denken dat Hij een plaats of bestaan creëert waar Hij niet aanwezig is? En hoe zit dat dan met de hel? Of het is in God, in dat geval zou Hij niet volkomen goed zijn, of het is buiten Hem; hel wordt vaak gedefinieerd als een plaats waar God niet is. Maar het laatste is compleet ondenkbaar. Men kan eenvoudig zeggen dat de hel slechts "het niets" is. De verdoemden zijn diegenen die vernietigd zijn. Maar hierin schuilt ook een moeilijkheid. "Het niets" bestaat niet in de Bijbel. Het is een filosofisch en wiskundig begrip. We kunnen het alleen uitbeelden met een wiskundig teken. God schiep niet ex nihilo, uit het niets. Genesis 1:2 spreekt van tohu wabohu (verlatenheid en woestenij, vormloos en ledig) of van tehom (de diepte). Dit is niet "niets".

Daarnaast, het dichtstbijzijnde van "het niets" lijkt de dood te zijn. Maar de Bijbel spreekt over vijanden, dat is, de grote slang, de dood en de afgrond. Dit zijn de agressoren tegen Gods schepping en ze zoeken een manier om die te verwoesten. Dit zijn de aanvallers tegen wie God Zijn schepping beschermt. Hij kan niet toestaan dat hetgeen Hij heeft geschapen en Hij "goed" heeft genoemd, wordt verwoest, tot chaos gebracht, opgeslokt en wordt verslagen. Deze schepping van God kan niet terugkeren naar "het niets". De dood kan niet uitmonden in "het niets". Dit zou een verloochening zijn van God Zelf en daarom lijkt mij het eerste aspect doorslaggevend. De schepping ligt onder constante dreiging en wordt voordurend beschermd.

Hoe zou God Zich, ondanks alles, kunnen overgeven aan "het niets" en aan de vijand die Hij trotseert? Hoe kan Hij een kracht van verwoesting en vernietiging toestaan in Zijn schepping? Als Hij geen tegenstand kan bieden aan de kracht van "het niets", dan zullen we bepaald worden bij het dualisme (een goede God en een slechte God, in conflict en gelijkwaardig), tot het zoroastrisme. Velen zijn heden ten dage geneigd tot dualisme. Maar als God uniek is, als Hij alleen leven heeft in Zichzelf, dan kan Hij deze bedreiging van de voorwerpen van Zijn Liefde niet toelaten.

Maar het is noodzakelijk dat "de tijden worden voltooid", de momenten waarop we in het nauw worden gedreven en we moeten dienen, of de onmacht van de God van Liefde, of de kracht van de verwoesting en vernietiging. We zullen moeten wachten totdat de mensheid zijn geschiedenis en de schepping heeft doorlopen en alle mogelijkheden heeft onderzocht. Dit impliceert echter niet alleen, dat aan het einde van de tijd de krachten van verwoesting, dood, de grote slang, satan, de duivel vernietigd zullen worden, maar veel meer dan dat. Hoe kunnen we spreken over "het niets" als we de openbaring van deze God ontvangen, dat Hij zal zijn "alles-in-allen"? "Wanneer alle dingen Hem onderworpen zijn, dan zal de Zoon Zelf Zich ook aan Hem onderwerpen, die Hem alles onderworpen heeft, opdat God zij alles-in-allen" (1Cor. 15-28).

Als God bestaat, dan is Hij alles-in-allen. Dan is er geen plaats meer voor "het niets". Dat woord is een leeg woord. Voor Christenen is het net zo leeg als het woord verondersteld wordt aan te duiden. Filosofen spreken tevergeefs over iets dat ze zich alleen maar kunnen inbeelden of dat ze kunnen gebruiken als een bouwsteen, maar hetgeen op geen enkele manier een werkelijkheid is. (1).

Het tweede en evenzo essentiële feit is, dat we, na Jezus Christus, weten dat God Liefde is. Dit is de belangrijkste openbaring. Hoe kunnen we het bevatten, als Hij, die liefde is, ophoudt met het liefhebben van één van Zijn schepselen? Hoe kunnen we denken, dat God kan ophouden met het liefhebben van de schepping, die Hij gemaakt heeft naar Zijn eigen beeld? Dit zou een contradictio in terminis (met elkaar in tegenspraak) zijn. God kan niet ophouden om liefde te zijn.

Als we de twee stellingen combineren, dan zien we direct dat niets kan bestaan buiten Gods liefde, want God is alles-in-allen. Het is ondenkbaar dat er een plaats zou bestaan van lijden, van kwelling, van overheersing van het kwaad, van wezens die hoofdzakelijk haten, omdat hun enige functie is om te martelen. Het is verbazingwekkend, dat de christelijke theologie niet in een oogopslag zou hebben gezien hoe onmogelijk dit idee is. God, liefde zijnde, kan de schepping, die Hij zo liefheeft dat Hij Zijn enige Zoon gaf, niet naar de hel sturen. Hij kan ze niet verwerpen, omdat het Zijn schepping is. Dit zou zijn alsof Hij Zichzelf afsneed.

Een hele theologische beweging bepleit het aannemelijke denkbeeld, dat God liefde is maar ook rechtvaardig. Hij redt de uitverkorenen om Zijn Liefde te manifesteren en veroordeelt de verworpenen om Zijn gerechtigheid te manifesteren. Mijn grootste angst is, dat dit denkbeeld niet eens overeenkomt met ons idee van rechtvaardigheid en dat het alleen maar voldoet aan onze wens, dat mensen die we als verderfelijk beschouwen gestraft moeten worden in de volgende wereld. Deze visie maakt deel uit van de verkeerde theologie, die betuigt dat de goeden ongelukkig op aarde zijn, maar gelukkig zullen zijn in de hemel terwijl de goddelozen succesvol zijn op aarde maar gestraft zullen worden in de volgende wereld. Ongelovigen hebben alle reden om deze uitleg te verwerpen als een verzonnen uitvlucht om mensen te laten aanvaarden hetgeen op aarde gebeurt. Het koninkrijk van God is geen compensatie voor deze wereld.

Een andere moeilijkheid is, dat ons gevraagd wordt om God te zien met twee gezichten, alsof Hij een soort van Janus (Romeinse god) is, die twee verschillende kanten heeft. Zo'n God kan niet de God zijn van Jezus Christus, die slechts één gezicht heeft. Cruciale teksten veroordelen sterk de mensen met twee gezichten, die twee verschillende kanten hebben. Dit zijn diegenen die Jezus Christus hypocriet noemde.

Wanneer God een tweeledig karakter heeft, dan is er huichelachtigheid in Hem en is Hij een hypocriet. We moeten kiezen: Hij is of liefde of rechtvaardig. Hij is niet beiden. Als Hij de rechtvaardige rechter is, de meedogenloze Justiciar, dan is Hij niet de God die Jezus Christus ons geleerd heeft om lief te hebben. Bovendien is deze opvatting een pure en eenvoudige ontkenning van Jezus Christus. Want de geloofsleer is krachtig, dat Jezus Christus, de Zoon van God, stierf en bereid was om te sterven voor de menselijke zonde om ons allemaal te verlossen: "Ik, wanneer ik ben verhoogd van de aarde, dan zal ik alle mensen tot mij trekken" (Joh. 12:32), en om te voldoen aan de goddelijke gerechtigheid. Al het kwaad dat op aarde gedaan is vanaf Adams breuk met God moet ongetwijfeld berecht en bestraft worden. Maar al ons onderwijs aangaande Jezus is er om ons eraan te herinneren dat de toorn van God volledig op Hem werd gelegd, op God in de persoon van de Zoon. God past Zijn gerechtigheid toe op Zichzelf; Hij heeft Zelf de veroordeling van onze goddeloosheid op Zich genomen. Wat zou dan het nut zijn van een tweede veroordeling van individuen?

Was het aan Jezus opgelegde vonnis onvoldoende? Was de prijs die werd betaald - de straf van de Zoon van God - te laag om aan de eisen van Gods rechtvaardigheid te voldoen? Deze gerechtigheid is voldaan in God en door God, voor ons. Vanaf dit punt, dan, kennen we alleen het gezicht van de liefde van God.

Deze liefde is geen sentimentele berusting. "Het is vreselijk om te vallen in de handen van de levende God" (Heb. 10:31). Gods liefde is veeleisend, jaloers, totaal en ondeelbaar. Liefde heeft een streng gezicht, geen zacht gezicht. Niettemin, het is liefde. En in ieder geval sluit deze liefde verschillende voorbestemmingen uit, sommigen tot redding, anderen tot verderf. Het is ondenkbaar dat de God van Jezus Christus, die Zichzelf in Zijn Zoon gaf om ons te redden, sommige mensen geschapen zou hebben die gewijd aan het kwaad en verdoemenis.

Er is inderdaad een voorbestemming, maar het kan alleen de enige voorbestemming tot redding zijn. In en door Jezus Christus zijn alle mensen voorbestemd om gered te worden. Onze vrije keuze wordt in deze kwestie uitgesloten. We hebben vaak gezegd, dat God vrije mensen wil. Ongetwijfeld wil Hij dat, behalve met betrekking tot deze laatste en definitieve beslissing. We zijn niet vrij om te beslissen en te kiezen voor verdoemenis. Het is dwaas om te zeggen dat God ons het goede bericht van het evangelie toont en vervolgens onze vrije wil uiteindelijk laat kiezen om het te accepteren en gered te worden of het af te wijzen en verloren te gaan. Vanuit dit gezichtspunt zouden wij het zelf zijn, die uiteindelijk als eigen rechter beslissen over onze eigen redding.

Deze visie weerspreekt een bekende stelling door te beweren dat God voorstelt en de mens beschikt. Zonder twijfel kennen we allemaal onnoemelijk veel gevallen van mensen die de goddelijke openbaring verwerpen. Velen doen dat heden ten dage. Maar hebben zij enige werkelijke kennis van de goddelijke openbaring? Als ik kijk naar ontelbare verkondigingen van het Woord van God door de kerken, dan kan ik zeggen dat de kerken vele ideeën en geboden verkondigen die niets van doen hebben met de goddelijke openbaring. Het verwerpen van deze dingen, menselijke geboden, is niet hetzelfde als het verwerpen van de waarheid. En zelfs als de verklaring en de verkondiging van het evangelie getrouw is, het zal ons niet dwingen om een keuze te maken.

Als mensen de waarheid erkennen, dan moeten ze ook het innerlijke getuigenis van de heilige geest hebben ontvangen. Deze twee zaken zijn essentieel, de getrouwe verkondiging van het evangelie, het goede nieuws, door een mens, en de innerlijke getuigenis in de luisteraar door de heilige geest, die verzekert dat het de waarheid van God is. Het ene volstaat niet zonder het andere. Dus wanneer de luisteraars onze boodschap weigeren, dan kunnen we nooit zeggen dat zij hebben gekozen om God ongehoorzaam te zijn.

Alleen als Jezus spreekt, dan zijn de menselijke en de goddelijke handelingen één en hetzelfde. Toen Jezus zijn luisteraars vertelde om niet ongelovig te zijn maar gelovig; als zij weigerden, dan werden zij verworpen. Echter bij onze verkondiging kunnen we niet zeggen dat er tegelijkertijd een handeling van de heilige geest is. Dit is misschien wel het punt bij de bekende tekst over de enige zonde die niet vergeven kan worden, de zonde tegen de heilige geest (Matt. 12:31-32). Maar we kunnen nooit weten of iemand deze zonde heeft begaan. Hoe het ook zij, het is zeker dat gered worden of verloren gaan niet afhankelijk is van onze eigen vrije beslissing.

Ik geloof dat alle mensen ingesloten zijn in de genade van God. Ik ben van mening dat alle vormen van theologie waarin verdoemenis en hel een grote rol spelen, ontrouw zijn aan de theologie van de genade. Want als er voorbeschikking is om ten verderve te gaan, dan is er geen redding door genade. Redding door genade wordt nu juist verleend aan hen, die zonder genade verloren zouden zijn. Jezus kwam niet om de rechtvaardigen en de heiligen te zoeken, maar de zondaren. Hij kwam om hen te zoeken, die volgens strikte rechtvaardigheid veroordeeld zouden moeten worden.

Een theologie van genade impliceert universele redding. Wat zou genade voor betekenis hebben als die alleen verleend werd aan enkele zondaren en niet aan anderen, volgens een willekeurige verordening, die totaal in tegenspraak is met de natuur van onze God? Als genade verleend wordt, afhankelijk van veel of weinig zonden, dan is niet langer genade - het is juist het tegenovergestelde. Paul is de enige die ons eraan herinnert dat de enorme omvang van de zonden geen obstakel is voor de genade: "waar zonde toeneemt wordt de genade des te overvloediger" (Rom. 5:20). Dit is de sleutel stelling. Hoe groter de zonde, des te meer zal Gods liefde zich openbaren en is deze ver boven enige veroordeling of evaluatie van ons. Deze genade bedekt alle dingen. Het is dus effectief universeel.

Ik denk niet dat we met betrekking tot deze genade het schoolse onderscheid kunnen maken tussen voorafgaande genade, aanstaande genade, voorwaardelijke genade enz. Dergelijke bijvoeglijke naamwoorden verzwakken de kracht van de genade-om-niet van de absolute Soevereine. Zij vloeien alleen voort uit de grote moeite, die wij hebben met het geloven dat God alles heeft gedaan. Maar dit betekent, dat niets in Zijn schepping uitgesloten wordt of verloren gaat.

(1) Dit is waarom boeken als Satre's "Being and Nothingness" en H. Carre's "Point d'appui pris sur le neant" zo zwakjes zijn.




© www.hetbestenieuws.nl