Voorbeelden van het gebruik van "aion"
in de Griekse literatuur
door Louis Abbott

Oude geschriften, naast de Schrift, tonen hoe aion en aionios gebruikt werden in de dagelijkse gebruiken van die tijdsperiode. In Rome, lang geleden, werden periodieke spelen gehouden. Er werd naar deze verwezen als de "volkse" spelen. Herodianus, die aan het eind van de tweede eeuw na Christus in het Grieks schreef, noemde ze aionios, "aionische" spelen! Op geen enkele manier kunnen we deze spelen als eeuwige spelen betitelen!

Adolph Deissman geeft dit verslag: "Op een loden tablet, gevonden in de Necropolis te Adrumetum, in de Romeinse provincie Africa, in de buurt van Carthago, is in het Grieks de volgende inscriptie gekrast die stamt uit de vroege derde eeuw: 'Ik bezweer U, de grote God, de aionische, en meer dan aionische (epaionion) en almachtige....' Als met aionisch eindeloze tijd werd bedoeld, wat kan er dan meer zijn dan eindeloze tijd?"

In de "Apostolische Constituties", een werk uit de vierde eeuw n.Chr., wordt gezegd: kai touto humin esto nomimon aionion hos tes suntleias to aionos, "En laat dit voor u een aionische opdracht zijn, tot de voleinding van de aion." Blijkbaar was er in de gedachten van deze schrijver geen idee van eindeloze tijd.

Dr. Agar Beet, in zijn artikel "On the Future Punishment of Sin", gepubliceerd in The Expositor, onderzocht nauwkeurig de betekenis van het woord aionios, en de enige passage waarin Dr. Beet kon aanvoeren dat het woordje mogelijk eindeloos kon betekenen, was in Plato's Wetten (p.904 A). Maar het valt te betwijfelen of Plato daar verwees naar eindeloze tijd.

Het zelfstandig naamwoord en bijvoeglijk naamwoord dat we nu bestuderen werden in de Septuaginta herhaaldelijk gebruikt in relatie tot inzettingen en wetten die beperkt waren tot hun tijd. Het controleren van dit gebruik, zoals ze worden gegeven in een concordantie op de Septuaginta, zal aantonen dat er geen enkel voorval is waarbij deze woorden kunnen duiden op eindeloosheid.

Er zijn er die volhouden dat de "bestraffingen" van God "voor altijd en eeuwig" zijn. Het Grieks voor 'straf' en 'bestraffing' komt slechts drie maal voor in het N.T., en iedere keer komt de bestraffing voort door de handen van mensen, niet van God. In het Hebreeuws is er geen woord dat 'straf' of 'bestraffing' betekent. Maar toch vertaalt de meest voorkomende versie [de schrijver doelt hier op de King James vertaling;W.J.] twee Griekse woorden, timoreo, 'straf', en kalazo, 'kastijden', met hetzelfde Engelse woord: 'straf'. Kastijden draagt het idee met zich mee van correctie, met uitzicht op verbetering van iemands vergissingen, terwijl bestraffen een dwingende strafhandeling is. Deze twee woorden werden door Aristoteles gedefinieerd in zijn Rhet. 1, 10, 17 als "kolasis is corrigerend, timoria is de bevrediging van de strafoplegger." Aartsbisschop Trench stelt in zijn synoniemen van het N.T.(p. 23-24): "timoria wijst naar het wrekende karakter van bestraffing; kolasis wijst naar bestraffing daar waar het verband houdt met correctie en verbetering van de overtreder." Kolasin is het woord dat onze Heer gebruikte zoals opgetekend in Matt. 25:46, wat de King James misvertaald met "everlasting punishment(eeuwigdurende bestraffing)." Timoreo wordt in Handelingen 22:5 en 26:11 gebruikt, en timoria in Hebreën 10:29.

In Ex. 15:18, waar de KJAV zegt: "The Lord shal reign forever and ever", geeft de Septuaginta: "kurios basileuon ton aiona kai ap aiona kai eti", ofwel: "De Heer regeert de aion, en voorbij de aion, en langer." De Latijnse Vulgaat geeft hier: "in aeternum et ultra", ofwel: "in de eeuwigheid en daarna." Het Hebreeuws zegt: "Jehovah zal regeren tot de aion en verder". Ons begrip van het Engelse "forever and ever" staat niet toe dat er een tijd "daarna" is.

Sommigen houden vol dat, terwijl het zelfstandig naamwoord in het enkelvoud "tijdperk" betekent, het in het meervoud "altijddurend" of "eeuwig" betekent. Maar kijk eens hoe zowel het enkelvoud als het meervoud in de Septuaginta worden gebruikt. In Micha 4:5(enkelvoud), eis ton aiona kai epekeina, "tijdens de aion en daarna", en in Dan 12:3 (meervoud), eis tous aionas kai eti, "tijdens de aionen en langer." Indien het meervoud "altijddurend", "eeuwigheid", "eindeloze tijd" etc. betekent, dan kan er geen tijd zijn die langer duurt dan dat! In het Boek van Henoch staat er: heos suntelesthê krima tou aionos ton aionon, "tot het gericht van de aion der aionen volbracht moge zijn." Het Griekse woord suntelesthé is een samengesteld woord (sun + telesthé). Zonder het "sun" zien we telesthé in Lucas 12:50, Openb. 10:7; 17;7; 20:3,5 en 7, waar het vertaald zou moeten worden met: "zou volbracht moeten zijn"(of "beëindigd" of "voleindigd"). Het 'heos' hierboven is een samenstelling van tijd, dat het gericht beperkt tot een periode die "de aion der aionen" wordt genoemd. Paulus gebruikt zowel de enkel- als meervoudige vorm in één zin (Efe. 3:21) "Hem zij de heerlijkheid in de gemeente en in Christus Jezus tot alle geslachten van de aion der aionen! Amen."(CV) Begrijp goed dat zolang er "geslachten" zijn, we niet aan het eind aller dingen staan en daarom kan "aion der aionen" niet slaan op eeuwigheid, eeuwigdurend, etc....

In Jesaja 60:15 wordt het bijvoeglijk naamwoord gebruikt "Ik zal u stellen tot een aionische praal..."(CV). Dit wordt gevolgd door "een vreugde voor vele geslachten." Aionisch kan hier niet 'eindeloos' betekenen, want wanneer de aionen sluiten, dan houden de geslachten op te bestaan, want er zal geen voortplanting meer zijn.

Dr. Mangey, een vertaler van de geschriften van Philo, zegt dat Philo aionios nooit gebruikte om eindeloze duur aan te geven.

Josephus laat zien dat aionios niet eindeloosheid betekende, want hij gebruikt het voor de periode tussen het geven van de Wet aan Mozes en diens eigen geschriften; voor de periode van de gevangenschap van de tiran Johannes door de Romeinen, en voor de periode dat de tempel van Herodes er stond. Toen Josephus dit schreef was de tempel al verwoest.

St. Gregorius van Nyssa spreekt over aionios diastêma, "een aionisch interval". Het zou absurd zijn om een interval "eindeloos" te noemen.

St. Chrysostomus, in zijn leerrede over Efe. 2:1-3, zegt: "Satans koninkrijk is aionisch; dat wil zeggen, het zal ophouden te bestaan tezamen met de huidige wereld."

St. Justinus Martyr gebruikte herhaaldelijk het woord aionion, zoals in de Apol.(p. 5): aionion kolasin ...all ouchi chiliontaetê periodon, "aionische kastijding... slechts een periode, niet duizend jaren." Of, zoals sommigen het laatste vertalen: "..maar voor een periode van slechts duizend jaren." Hij beperkt de aionische kastijding tot een periode van duizend jaren, in plaats van eindeloosheid.

In 1 Henoch 10:10 staat een interessante uiteenzetting waarin de Griekse woorden "zoên aionion" worden gebruikt, "aionisch leven", waar de KJAV vertaalt met "everlasting life"(eeuwigdurend leven) (bv. Joh. 3:16 en elders). De hele zin in Henoch is: "hoti elpizousi zêsai zoên aionion, kai hoti zêsetai hekastos auton etê pentakosia", "want zij hopen een aionisch leven te leven en dat een ieder van hen vijfhonderd jaren zal leven." Hier wordt dus aionisch leven beperkt tot vijfhonderd jaren! In het NT is aionisch leven beperkt tot leven gedurende de aionen, waarna de dood vernietigd zal worden door ALLEN levend te maken IN CHRISTUS, onvergankelijk en onsterfelijk.

Dit artikel is een vertaling van Hoofdstuk 9 van een online boek van Louis Abbott: "An Analitical Study Of Words". U kunt het boek vinden op https://www.tentmaker.org/books/asw/





© www.hetbestenieuws.nl