| |
(Ga met de muis op een onderstreept woord of tekstverwijzing staan, dan ziet u de tekst)
1 En ging op naar de poort en hij zit daar. En zie!, de verlosser ging voorbij, over wie sprak. En hij zegt: "Wijk af, zit hier, ." En hij wijkt af en hij zit.
2 En hij neemt tien stervelingen van de ouden van de stad, en hij zegt: "Zitten jullie hier." En zij zitten.
3 En hij zegt tot de verlosser: ", die terugkeerde uit het veld van , verkoopt een deel van het veld dat van onze broeder is.
4 En ik zei: Ik zal aan jouw oor onthullen, zeggend: Verkrijg het voor die zitten en voor de ouden van mijn volk. Indien jij verlost, verlos! En indien jij niet zal verlossen, vertel het mij, dan zal ik het weten, want er is niemand behalve jij om te verlossen, en ik ben na jou." En hij zegt: "Ik zal verlossen."
5 En zegt: "In de dag dat jij het veld verkrijgt uit de hand van , verkrijg jij ook , de Moabitische, de vrouw van de dode, om voor de dode een naam op te richten op zijn lotdeel."
6 En de verlosser zegt: "Ik ben niet in staat het voor mij te verlossen, anders verniel ik mijn lotdeel. Verlos jij voor jezelf mijn verlossing, want ik ben niet in staat om te verlossen."
7 En dit is tevoren in Israel voor verlossing en voor de uitruil, om de een of andere zaak te bevestigen: een man trok zijn sandaal uit en hij gaf die aan zijn naaste. En dit was het getuigenis in Israel.
8 En de verlosser zegt tot : "Verkrijg het voor jezelf," en hij trekt zijn sandaal uit.
9 En zegt tot de ouden en tot al het volk: "Jullie zijn vandaag getuigen dat ik alles wat had verkrijg en al wat en hadden, uit de hand van .
10 En bovendien verkrijg ik , de Moabitische, vrouw van , tot vrouw, om een naam op te richten voor de dode op zijn lotdeel. En de naam van de dode zal niet worden afgesneden van zijn broeders en van de poort van zijn plaats. Jij zijn vandaag getuigen."
11 En al het volk dat in de poort is en de ouden, getuigen: "Jahweh zal de vrouw geven die komt tot jouw huis, zoals en zoals , die beiden het huis van Israel bouwden, en doe jij naar vermogen in en verkondig een naam in .
12 En jouw huis zal worden als het huis van , die baarde voor , van het zaad dat Jahweh aan jou zal geven van deze dienares."
13 En neemt en zij wordt voor hem tot vrouw. En hij komt tot haar en Jahweh geeft aan haar zwangerschap; en zij baart een zoon.
14 En de vrouwen zeggen tot : "Gezegend zij Jahweh die vandaag de verlosser niet deed ophouden. En zijn naam zal genoemd worden in Israel!
15 En hij wordt voor jou als iemand die de ziel herstelt om jouw grijze haar te ondersteunen; want jouw schoondochter, die van jou houdt, die beter is dan zeven zonen, baarde voor hem."
16 En neemt de jongen en zij zet hem op haar schoot; en zij wordt hem tot pleegmoeder.
17 En de vrouwen uit de buurt geven hem een naam, zeggend: "Er werd aan een zoon geboren!" En zij noemen hem . Hij is de vader van , de vader van .
18 En dit zijn de documenten van : verwekte .
19 En verwekte en verwekte .
20 En verwekte en verwekte .
21 En verwekte en verwekte .
22 En verwekte en verwekte .
Terug naar de indexpagina
Naar 1Samuël 1
|
|