| |
(Ga met de muis op een onderstreept woord of tekstverwijzing staan, dan ziet u de tekst)
1 En had een bekende van haar man, een man geweldig van dapperheid, uit de familie van en zij naam was .
2 En , de Moabitische, zegt tot : "Ik zal, alstublieft, gaan naar het veld en ik zal de aren lezen achter bij wie ik gunst vind in zijn ogen." En zij zegt tot haar: "Ga, mijn dochter." [Lev. 19:9,10]
3 En zij gaat en zij komt en zij leest in het veld achter hen die oogsten. En haar geluk is dat een deel van het veld van was, die van de familie van Elimelech is.
4 En zie!, komt uit en hij zegt tot die oogsten: "Jahweh met jullie!" En zij zeggen tot hem: "Jahweh zal u zegenen!"
5 En zegt tot zijn jongeman die aangesteld was over hen die oogsten: "Bij wie behoort dit meisje?"
6 En de jongeman die aangesteld was over hen die oogsten, antwoordt en hij zegt: "Het meisje is een Moabitische, die terugkeerde met Naomi uit het veld van .
7 En zij zei: Ik zal, alstublieft, lezen en ik verzamel in schoven achter die oogsten. En zij komt en zij bleef vanaf toen de morgen tot nu toe; ze zat weinig in dit huis."
8 En zegt tot : "Hoorde jij niet, mijn dochter? Het moet niet zo zijn dat jij gaat om in een ander veld te lezen; en ook zal jij niet doorgaan van dit. En zo zal jij volgen met mijn meiden.
9 Jouw ogen zijn in het veld dat zij oogsten, en jij gaat achter hen. Heb ik de jongemannen niet opdracht gegeven jou niet aan te raken? En ben jij dorstig, dan ga jij naar de vaten en drink jij van wat de jongemannen zullen putten."
10 En zij valt op haar aangezicht en zij buigt zich naar het land, en zij zegt tot hem: "Om welke reden vond ik gunst in uw ogen, dat u mij herkent, want ik ben een vreemde."
11 En antwoordt en hij zegt tot haar: "Er werd mij zeker verteld al wat jij deed met de moeder van jouw echtgenoot, na de dood van jouw man. En jij verlaat jouw vader en jouw moeder en het land van je kindertijd en jij gaat naar een volk dat jij drie dagen voor gisteren niet kende.
12 Jahweh zal jouw daden terugbetalen. En het zal jouw billijk loon worden van Jahweh, Elohim van Israel, bij Wie jij kwam om onder Zijn vleugels toevlucht te vinden."
13 En zij zegt: "Ik zal gunst vinden in uw ogen, mijn heer, want u troostte mij. En u sprak tot het hart van uw dienares. En ik, ik ben niet als een van uw dienaressen."
14 En zegt tot haar, tijdens het eten: "Kom hier dichtbij en eet van het brood en doop jouw brok in de azijn." En zij zit aan de kant van hen die oogsten en hij reikt haar geroosterd graan aan. En zij eet en zij is bevredigd en ze heeft over.
15 En ze staat op om te lezen. En geeft zijn jongemannen opdracht, zeggend: "Zelfs tussen de schoven zal zij lezen en jullie zullen haar niet in de war brengen.
16 En bovendien zullen jullie zeker iets van wat de sikkel grijpt voor haar laten vallen; en jullie laten het en zij leest en jullie zullen haar niet berispen."
17 En zij leest in het veld tot de avond en zij slaat wat zij las en het was ongeveer een gerst.
18 En zij draagt en zij komt in de stad. En de moeder van haar echtgenoot ziet wat zij gelezen had. En zij brengt het binnen en zij geeft aan haar wat zij over had van haar bevredigende maal.
19 En de moeder van haar echtgenoot zegt tot haar: "Waar las jij vandaag en waar werkte jij? Gezegend zal zijn wie jou herkende!" En zij vertelt aan de moeder van haar echtgenoot bij wie zij werkte en zij zegt: "De naam van de man bij wie ik vandaag werkte is ."
20 En zegt tot haar schoondochter: "Gezegend zij hij door Jahweh, Die Zijn vriendelijkheid niet verliet met de levenden en met de doden." En Naomi zegt tot haar: "De man is een naaste van ons; hij is een van onze verlossers." [Lev. 25:25]
21 En Ruth, de Moabitische, zegt: "Hij vertelde me zelfs: Met de jongelingen die van mij zijn zal jij volgen, tot zij klaar zijn met heel de oogst die van mij is."
22 En zegt tot , haar schoondochter: "Het is goed, mijn dochter, dat jij optrekt met zijn dienaressen, opdat zij niet tegen jou komen in een ander veld."
23 En zij gaat achter de dienaressen van aan, om te lezen tot de oogst van de gerst en de oogst van het tarwe klaar was. En zij verblijft bij de moeder van haar echtgenoot.
Terug naar de indexpagina
Naar Ruth 3
|
|