| |
(Ga met de muis op een tekstverwijzing staan, dan ziet u de tekst)
1 En Jahweh spreekt tot Mozes in de wildernis van de Sinaï in het tweede jaar van hun uitgaan uit het land van Egypte, in de eerste maand, zeggend:
2 "De zonen van Israel zullen het pascha houden op de bepaalde tijd, [Exo. 12:1-6] [Exo. 12:7-11] [Exo.12:12,13]
3 in de veertiende dag van deze maand, tussen de avonden, zullen jullie het houden op zijn bepaalde tijd; met al zijn verordeningen en met al zijn gewoonten zullen jullie het houden."
4 En Mozes spreekt tot de zonen van Israel dat zij het pascha houden.
5 En zij houden het pascha in de eerste maand, in de veertiende dag van de maand, tussen de avonden, in de wildernis van de Sinaï, naar alles wat Jahweh aan Mozes opdroeg. Zo deden de zonen van Israel.
6 En het gebeurt dat stervelingen onrein werden door de ziel van een mens*1), en zij waren niet in staat het pascha te houden in die dag. En zij naderen tot Mozes en tot Aäron in die dag.
7 En de stervelingen zeggen tot hem: "Wij zijn onrein door een ziel van een mens. Waarom zouden wij nadeel hebben omdat wij er niet in slagen het naderingsgeschenk van Jahweh aan te bieden in de bepaalde tijd, te midden van de zonen van Israel?"
8 En Mozes zegt tot hen: "Wacht! Dan zal ik horen wat Jahweh voor jullie zal opdragen."
9 En Jahweh spreekt tot Mozes, zeggend:
10 "Spreek tot de zonen van Israel, zeggend: Wanneer iemand van jullie of van jullie generaties onrein wordt door een ziel, of onderweg is, ver weg, dan houdt hij het pascha voor Jahweh.
11 In de tweede maand, in de veertiende dag, tussen de avonden, zullen zij het houden. Over ongezuurde broden en bittere kruiden zullen zij het eten.
12 Er zal niets van over blijven tot de morgen en een bot zullen zij niet breken. Naar iedere verordening van het pascha zullen zij het houden. [Exo. 12:46] [Joh. 19:36]
13 En de man die rein is en die niet onderweg is, maar nalaat het pascha te houden, deze ziel wordt afgesneden van zijn volken, want hij bracht het naderingsgeschenk van Jahweh niet naderbij in de daarvoor bepaalde tijd. Deze man zal zijn zonde dragen.
14 En wanneer een bijwoner bij jullie bijwoont en hij houdt het pascha van Jahweh naar de verordeningen van het pascha en naar de gewoonte er van, dan zal hij zo doen. Één verordening zal er zijn voor jullie en voor de bijwoner en voor de ingeborene van het land."
15 En in de dag van het opzetten van de tabernakel bedekte de wolk de tabernakel, de tent van de afspraak. En in de avond was hij boven de tabernakel als een verschijnsel van vuur, tot de morgen. [Exo. 40:34-38]
16 Zo was het voortdurend. De wolk bedekte hem en in de nacht was er het verschijnsel van vuur.
17 En op bevel werd de wolk opgeheven van boven de tent. En daarna reisden dan de zonen van Israel. En in de plaats waar de wolk tabernakelde, daar legerden de zonen van Israel zich.
18 En op bevel van Jahweh reizen de zonen van Israel en op bevel van Jahweh legeren zij zich. Alle dagen waarin de wolk tabernakelde boven de tabernakel, legeren zij zich.
19 En wanneer de wolk langer bleef boven de tabernakel, vele dagen, dan hielden de zonen van Israel de wacht van Jahweh en reizen zij niet.
20 En het gebeurde dat de wolk een aantal dagen boven de tabernakel was. Op bevel van Jahweh legeren zij zich en op bevel van Jahweh reizen zij.
21 En het gebeurde dat de wolk er was van de avond tot de morgen, en de wolk opgenomen werd in de morgen; dan reisden zij. Of het nu dag was of nacht, wanneer de wolk werd opgenomen, dan reisden zij.
22 Of het nu twee dagen was, of een maand, of vele dagen, wanneer de wolk voortging over de tabernakel te tabernakelen, dan legeren de zonen van Israel zich en reizen zij niet. Maar wanneer hij opgenomen wordt reizen zij.
23 Op bevel van Jahweh legeren zij zich en op bevel van Jahweh reizen zij. Zij houden de wacht van Jahweh op bevel van Jahweh door de hand van Mozes.
*1) - ziel van een mens: een dode.
Terug naar de indexpagina
Naar Numeri 10
|
|