| |
(Ga met de muis op een tekstverwijzing staan, dan ziet u de tekst)
1 En het gebeurt in de achtste dag dat Mozes Aäron en zijn zonen en de ouden van Israel riep.
2 En hij zegt tot Aäron: "Neem voor jezelf een stierkalf van het grootvee als zondeoffer en een ram als opstijgoffer, smettelozen, en breng ze naderbij voor het aangezicht van Yahweh.
3 En jij zal tot de zonen van Israel spreken, zeggend: 'Neemt een harige van de geiten als zondeoffer en een kalf en een mannelijk lam, zonen van een jaar, smettelozen, als opstijgoffer,
4 en een stier en een ram als vredeoffers, om te offeren voor het aangezicht van Yahweh, en een geschenkaanbieding dat vermengd is met olie, want vandaag verschijnt Yahweh aan jullie.'"
5 En zij brengen wat Mozes opdroeg voor de tent van de afspraak, en heel de vergadering komt naderbij en zij staan voor het aangezicht van Yahweh.
6 En Mozes zegt: "Dit is wat Yahweh opdroeg dat jullie zullen doen, en de heerlijkheid van Yahweh zal aan jullie verschijnen."
7 En Mozes zegt tot Aäron: "Kom naderbij naar het altaar en breng jouw zondeoffer en jouw opstijgoffer en maak een verzoenende bedekking over jou en over het volk, en breng het naderingsgeschenk van het volk en maak over hen een verzoenende bedekking, zoals Yahweh opdroeg." [Hebr. 5:3] [Hebr. 7:27]
8 En Aäron komt naderbij naar het altaar en hij doodt het kalf van het zondeoffer, dat voor hem was.
9 En de zonen van Aäron brengen het bloed naar hem. En hij doopt zijn vinger in het bloed en hij doet het op de horens van het altaar. En het bloed goot hij uit op het fundament van het altaar.
10 En het vet en de nieren en de lob van de lever van het zondeoffer deed hij roken op het altaar, zoals Yahweh Mozes opdroeg.
11 En het vlees en de huid verbrandde hij in het vuur, buiten het kamp.
12 En hij doodt het opstijgoffer en de zonen van Aäron presenteren hem het bloed en hij sprenkelt het op het altaar, rondom.
13 En zij presenteerden hem het opstijgoffer met zijn stukken en het hoofd, en hij doet ze roken op het altaar.
14 En hij wast de binnenzijde en de schenkels, en hij doet ze roken op het opstijgoffer op het altaar.
15 En hij brengt het naderingsgeschenk van het volk naderbij en hij neemt de harige geit van het zondeoffer dat voor het volk is, en hij doodt hem en hij maakt hem tot een zondeoffer, zoals de eerste.
16 En hij brengt het opstijgoffer naderbij en hij doet er mee naar de gewoonte.
17 En hij brengt de geschenkaanbieding naderbij en hij vult zijn handpalm er mee. En hij doet het roken op het altaar, naast het opstijgoffer van de morgen.
18 En hij doodt de stier en de ram, het offer van de vredeoffers die voor het volk zijn. En de zonen van Aäron presenteren het bloed aan hem en hij sprenkelt het op het altaar, rondom. [Lev. 3:3-5]
19 En de stukken vet van de stier en van de ram, de vette staart en het bedekkende vet en de nieren en de lob van de lever,
20 en zij plaatsen de vette stukken op de borstkassen en hij doet de vette stukken roken op het altaar.
21 En de borstkassen en het rechterbeen bewoog Aäron als een beweegoffer voor het aangezicht van Yahweh, zoals Hij Mozes opdroeg.
22 En Aäron tilt zijn handen op naar het volk en hij zegent hen. En hij daalt af om het zondeoffer en het opstijgoffer en de vredeoffers te brengen. [Num. 6:24-26]
23 En Mozes en Aäron gaan de tent van de afspraak binnen. En zij komen naar buiten en zij zegenen het volk. En de heerlijkheid van Yahweh verschijnt aan heel het volk.
24 En vuur ging uit van het aangezicht van Yahweh en het verteert het opstijgoffer en de vette stukken op het altaar en heel het volk ziet het. En ze zijn opgetogen en ze vallen op hun aangezichten.
Terug naar de indexpagina
Naar Leviticus 10
|
|