| |
(Ga met de muis op een onderstreepte naam of op een tekstverwijzing staan, dan ziet u de tekst)
1 En reist met al wat van hem is en hij komt bij . En hij offert offers aan Elohim van zijn vader, .
2 En Elohim spreekt tot in nachtgezichten, en Hij zegt: "! !" En hij zegt: "Zie mij!"
3 En Hij zegt: "Ik ben de El, Elohim van jouw vader. Je moet niet bang zijn om af te dalen naar , want Ik zal jou daar als een groot volk plaatsen.
4 Ik, Ik zal met jou afdalen naar en Ik, Ik zal jou ook zeker doen opgaan. En zal zijn hand op jouw ogen leggen.
5 En staat op van . En de zonen van dragen , hun vader, en hun kleuters en hun vrouwen in de karren die zond om hen te dragen.
6 En zij nemen hun vee en hun goederen die zij in het land van hadden, en zij komen naar , en al zijn zaad met hem, [Hand. 7:15]
7 zijn zonen en de zonen van zijn zonen met hem, zijn dochters en de dochters van zijn zonen, en al zijn zaad bracht hij met zich naar .
8 En deze zijn de namen van de zonen van die naar komen: en zijn zonen; , de eerstgeborene van ,
9 en de zonen van : en en en ,
10 en de zonen van : en en en en en , zoon van een itische,
11 en de zonen van : , en ,
12 en de zonen van : en en en en . En en sterven in het land van , en de zonen van waren en ,
13 en de zonen van : en en en ,
14 en de zonen van : en en ,
15 dezen zijn de zonen van , die zij baarde voor in , en , zijn dochter. Alle zielen van zijn zonen en zijn dochters zijn drieendertig.
16 En de zonen van zijn: en , en , en en .
17 En de zonen van zijn: en en en en , hun zus. En de zonen van zijn: en .
18 Dezen zijn de zonen van , die aan , zijn dochter, gaf. En zij baarde deze voor , zestien zielen.
19 De zonen van , vrouw van , zijn: en .
20 En aan worden in het land van geboren. , dochter van , priester van , baarde voor hem en . [Gen. 41:50-52]
21 En de zonen van zijn: en en , en , en , en en .
22 Dezen zijn de zonen van die aan werden geboren. Alle zielen waren veertien.
23 En de zoon van : .
24 En de zonen van : en en en .
25 Dezen zijn de zonen van , die aan , zijn dochter, gaf. En zij baarde deze voor . Alle zielen waren zeven.
26 Alle zielen die met naar komen, die uit zijn dij voortkomen, afgezien van de vrouwen van de zonen van , alle zielen waren zesenzestig.
27 En de zonen van die aan hem in geboren waren, waren twee zielen. Alle zielen van het huis van die naar komen, waren zeventig. [Hand. 7:14]
28 En zond voor het aangezicht van , om zijn aangezicht naar te richten. En zij komen in het land .
29 En maakt zijn strijdkar klaar en hij trekt op om , zijn vader, te ontmoeten in . En hij verschijnt voor hem en hij valt om zijn nek. En hij huilt langdurig om zijn nek.
30 En zegt tot : "Ik zal onmiddellijk sterven nadat ik jouw gezicht heb gezien, want jij leeft nog!"
31 En zegt tot zijn broers en tot de huishouding van zijn vader: "Ik zal opgaan en ik zal vertellen en ik zal tot hem zeggen: 'Mijn broers en de huishouding van mijn vader, die in het land van waren, kwamen tot mij.
32 En het zijn stervelingen die schaapskudden laten grazen, want de stervelingen zijn veehouders, want hun schaapskudde en hun grootvee en al wat van hen is brachten ze mee.'
33 En het gebeurt dat om jullie zal roepen en hij zegt: 'Wat is jullie beroep?'
34 En jullie zeggen: 'Uw dienaren zijn stervelingen met vee, van hun jeugd tot nu, wij en ook onze vaders,' opdat jullie zullen verblijven in het land van , want tot een afschuw is voor de Egyptenaren een ieder die een schaapskudde laat grazen.
Terug naar de indexpagina
Naar Genesis 47
|
|