| |
(Ga met de muis op een tekstverwijzing staan, dan ziet u de tekst)
1 En Elohim zegt tot : "Ga op naar en verblijf daar en maak daar een altaar voor El, Die aan jou verscheen toen je wegrende van het aangezicht van , jouw broer." [Gen. 28:11-17]
2 En zegt tot zijn huishouding en tot allen die met hem zijn: "Neem de elohim weg van de vreemdeling die in jullie midden is en reinig jezelf. En verwissel van kleding.
3 En wij zullen opstaan en wij zullen op gaan naar en ik zal daar een altaar maken voor El, Die mij antwoordde in de dagen van mijn angst. En Hij was met mij op de weg die ik ging."
4 En zij gaven aan alle elohim van de vreemdeling die in hun hand waren en de hangers die in hun oren waren. En begraaft ze onder de eik die bij Shechem is.
5 En zij reizen. En verslagenheid van Elohim komt over de steden die rondom hen waren, en zij achtervolgden de zonen van niet.
6 En komt in de buurt van Luz, in het land van Kanaän (dat is ), hij en al het volk dat met hem was.
7 En hij bouwt daar een altaar en hij noemt de plaats El van , omdat daar de Elohim waren onthuld toen hij wegrende van het aangezicht van zijn broer.
8 En sterft, de voedster van . En zij wordt begraven onderaan , onder de eik. En hij noemt zijn naam: eik van jammerklacht.
9 En Elohim verschijnt opnieuw aan toen hij kwam van en Hij zegent hem.
10 En Elohim zegt tot hem: "Jouw naam is . Niet langer zal jouw naam genoemd worden, maar eerder wordt jouw naam." En Hij noemt zijn naam: .[Gen. 32:28]
11 En Elohim zegt tot hem: "Ik ben El, De Afdoende. Wees vruchtbaar en neem toe. Een natie en een verzameling van natiën zal uit jou komen en koningen zullen uit jouw lendenen voortkomen.
12 En het land dat Ik gaf aan en aan , geef Ik aan jou, en aan jouw zaad na jou geef Ik het land." [Gen 17:4-8]
13 En Elohim stijgt van hem op in de plaats waar Hij met hem sprak.
14 En richt een monument op in de plaats waar Hij met hem sprak, een monument van steen. En hij offert daarop een drankoffer. En hij giet er olie op.
15 En noemt de naam van de plaats, daar waar Elohim met hem sprak: . [Gen. 28:18,19]
16 En zij reizen van , en het was nog een afstand over het land om bij te komen. En baart. En het valt haar zwaar om te baren.
17 En het gebeurt, als zij het zwaar heeft bij het baren, dat de vroedvrouw tot haar zegt: "Je moet niet bang zijn, want ook deze is een zoon voor jou."
18 En het gebeurt, bij het weggaan van haar ziel (want ze stierf), dat zij zijn naam noemt. En zijn vader noemt hem .
19 En sterft, en zij wordt begraven bij de weg naar (dat is ).
20 En plaatst een monument op haar tombe. Het monument op de tombe van is er tot op vandaag.
21 En reist en hij slaat zijn tent op achter de toren van .
22 En het gebeurt als in dat land woont, dat weg gaat en ligt bij , de bijvrouw van zijn vader. En hoort het. En de zonen van waren twaalf.
23 De zonen van waren: , de eerstgeborene van , en en en en en .
24 En de zonen van waren en .
25 En de zonen van , de meid van , waren en .
26 En de zonen van , de meid van , waren en . Dezen waren de zonen van die aan hem in werden geboren.
27 En komt tot , zijn vader, in , bij (dat is ), daar waar en bijwoners waren. [Gen. 13:18]
28 En de dagen van worden honderdentachtig jaren.
29 En blaast de laatste adem uit en hij stierf. En hij wordt verzameld tot zijn volken, oud en bevredigd van dagen. En zij begraven hem, en , zijn zonen.[Gen. 49:31]
Terug naar de indexpagina
Naar Genesis 36
|
|