| |
(Ga met de muis op een tekstverwijzing staan, dan ziet u de tekst)
1 En er komt een hongersnood in het land, een andere dan de eerdere hongersnood die in de dagen van was. En gaat naar , koning van de Filistijnen, in de richting van .
2 En Jahweh verschijnt aan hem en Hij zegt: "Jij moet niet afdalen in de richting van ! Woon in het land dat Ik jou zeggen zal.
3 Wees bijwoner in dit land en Ik zal met jou zijn en Ik zal jou zegenen. Want aan jou en al jouw zaad zal Ik al deze landen geven. En Ik voer de eed uit die Ik aan jou vader heb gezworen. [Lev. 26:42]
4 En Ik doe jouw zaad toenemen als de sterren van de hemelen en Ik geef aan jouw zaad al deze landen. En zij zegenen zichzelf in jouw zaad, alle natiën van het land,
5 omdat luisterde naar Mijn stem en hij Mijn opdracht, Mijn instructies, Mijn verordeningen en Mijn wetten houdt."
6 En woont in .
7 En de stervelingen van de plaats vragen naar zijn vrouw en hij zegt: "Zij is mijn zus," want hij was bang om te zeggen: "Mijn vrouw, anders doden de stervelingen van de plaats mij om " Want zij had een goed voorkomen. [Gen. 12:13]
8 En het gebeurt dat zijn dagen daar lang waren. En , koning van de Filistijnen, staart door het venster en hij kijkt. En zie! heeft plezier met , zijn vrouw.
9 En roept tot en hij zegt: "Ja! Zie! Zij is jouw vrouw! En waarom zei jij: 'Zij is mijn zus'?" En zegt tot hem: "Ik zei dat opdat ik niet vanwege haar zal sterven."
10 En zegt: "Waarom deed je ons dit aan? Het scheelde maar weinig of een van het volk was bij jouw vrouw gaan liggen en had jij schuld over ons gebracht."
11 En draagt heel het volk op, zeggend: "Wie deze man en deze vrouw aanraakt zal zeker ter dood gebracht worden."
12 En zaait in dat land en hij vindt in dat jaar honderdvoud. En Jahweh zegent hem.
13 En de man groeit groot. En hij gaat voort groter te groeien, totdat hij buitengewoon groot was.
14 En het gebeurt bij het verwerven van een schaapskudde en het verwerven van een kudde grootvee en vele dienstknechten, dat de Filistijnen jaloers op hem zijn.
15 En alle bronnen die de dienaren van zijn vader delfden in de dagen van , stopten de Filistijnen en zij vullen hen met grond.
16 En zegt tot : "Ga bij ons weg, want jij bent buitengewoon sterk voor ons geworden!"
17 En gaat van daar en hij kampeert bij de waterloop van en hij woont daar.
18 En keert terug en hij graaft de waterbronnen die zij delfden in de dagen van , zijn vader, want de Filistijnen stopten ze na de dood van . En hij geeft ze namen zoals de namen die zijn vader aan hen gaf.
19 En de dienaren van graven in de waterloop en zij vinden daar een levende waterbron.
20 En de herders van en de herders van twisten met elkaar, zeggend: "Dit water is van ons!" En hij noemt de naam van de bron , want zij toonden zichzelf buitensporig met hem.
21 En zij graven daar een andere bron en zij twisten bovendien daarover. En hij noemt de naam er van .
22 En hij verplaatst van daar en hij graaft een andere bron en zij twisten daar niet over. En hij noemt de naam er van . En hij zegt: "Want nu maakt Jahweh voor ons ruimte en wij zijn vruchtbaar in het land."
23 En hij trekt van daar op naar .
24 En Jahweh verschijnt aan hem in die nacht en Hij zegt: "Ik ben Elohim van , jouw vader. Jij moet niet bang zijn, want Ik ben met jou en Ik zegen jou en Ik doe jouw zaad toenemen, omwille van , Mijn dienstknecht."
25 En hij bouwt daar een altaar en hij roept de naam van Jahweh aan. En hij strekt zijn tent daar uit en de dienstknechten van graven daar een bron.
26 En ging van naar hem toe met Ahuzzat, zijn verwante en ficol, de leider van zijn menigte. [Gen. 21:22]
27 En zegt tot hem: "Wat is de reden dat u tot mij komt? Want jij, jij haat mij en jij zond mij van u weg!"
28 En zij zeggen: "Om te zien. Want wij zien dat Jahweh met jou is en wij zeggen: Er zal, alstublieft, een eed tussen ons komen, tussen ons en tussen jou. En wij zullen een verbond met jou snijden.
29 Jij zou ons geen kwaad moeten doen als wij jou niet aanraken en als wij jou niet anders dan goed doen en wij jou wegzenden in vrede. Jij bent nu gezegend door Jahweh."
30 En hij maakt voor hen een feest en zij eten en zij drinken.
31 En zij staan vroeg in de morgen op en zij zweren, de man tot zijn broeder. En zendt hen weg en zij gaan van hem weg in vrede.
32 En het gebeurt in die dag dat de dienstknechten van komen en zij vertellen hem over het geval van de put die zij delfden. En zij zeggen tot hem: "Wij hebben water gevonden."
33 En hij noemt haar . Daarom is de naam van de stad tot op deze dag.
34 En was een zoon van veertig jaren en hij neemt tot vrouw, dochter van , de Hittiet, en , dochter van , de Hittiet. [Gen. 36:2]
35 En zij worden tot bitternis van geest voor en voor .
Terug naar de indexpagina
Naar Genesis 27
|
|