| |
(Ga met de muis op een tekstverwijzing staan, dan ziet u de tekst)
1 Na deze zaken kwam het woord van Jahweh tot in een visioen, zeggend: "Jij moet niet bang zijn, ! Ik ben jouw Schild, jouw buitengewoon toenemend Loon."
2 En zegt: "Mijn Heer Jahweh, wat zult U aan mij geven, want ik ben zonder erfgenaam, en de zoon die rond mijn huis rent is , van ?"
3 En zegt: "Zie! Aan mij gaf U geen zaad, en zie, een zoon uit mijn huishouding zal het mijne bezitten."
4 En zie, het woord van Jahweh komt tot hem, zeggend: "Deze zal het jouwe niet bezitten, maar hij die uit jouw ingewanden zal voortkomen, hij zal het jouwe bezitten."
5 En Hij brengt hem naar buiten en Hij zegt: "Kijk alstublieft naar de hemel en tel de sterren, als je in staat bent ze te tellen!" En Hij zegt tot hem: "Zo zal jouw zaad worden!" [Gen. 22:17]
6 En hij geloofde in Jahweh en Hij rekende het hem tot rechtvaardigheid. [Rom. 4:3]
7 En Hij zegt tot hem: "Ik ben Jahweh, Die jou uit der heeft gebracht om aan jou dit land tot bezit te geven.
8 En hij zegt: "Mijn Heer Jahweh, hoe zal ik weten dat ik het zal bezitten?"
9 En Hij zegt tot hem: "Neem voor Mij een vaars, drie jaar oud, en een geit, drie jaar oud, en een ram, drie jaar oud, en een tortelduif en een nestvlieder."
10 En hij neemt voor Hem al deze en hij hakte ze doormidden, en hij legde elk gescheiden deel tegenover het bijhorende deel. En de vogels deelde hij niet.
11 En de roofvogels dalen neer op de kadavers en stuurt ze weg.
12 En bij het ondergaan van de zon viel een diepe slaap over . En zie, de vrees van diepe duisternis valt op hem.
13 En Hij zegt tot : "Weet zeker dat jouw zaad bijwoner zal worden in een land dat niet van hen is. En zij dienen hen en zij vernederen hen, vierhonderd jaren. [Hand. 7:6]
14 En bovendien; de natie die zij dienen zal Ik berechten en daarna zullen zij uittrekken met grote goederen. [Hand. 7:7]
15 En jij, jij zal in vrede tot jouw vaderen komen. Jij zal begraven worden op een goede grijze haren leeftijd.
16 En het vierde geslacht zal tot hier terugkeren, want de verdorvenheid van de Amoriet is tot op heden niet terugbetaald."
17 En het gebeurt dat de zon onder gaat en het werd schemerig, en zie!, een rokende vuurpot, en een vuurtoorts gaat tussen deze gescheiden delen door.
18 In die dag sneed Jahweh met een verbond, zeggend: "Aan jouw zaad geef Ik dit land, van de rivier van tot zo ver als de grote rivier, de rivier , [Hand. 7:5]
19 de Keniet, en de Keniziet, en de Kadmoniet,
20 en de Hittiet, en de Periziet, en de Refaïm,
21 en de Amoriet, en de Kanaäniet, en de Girgasiet en de Jebusiet. [1Kon. 4:21]
Terug naar de indexpagina
Naar Genesis 16
|
|