| |
(Ga met de muis op een tekstverwijzing staan, dan ziet u de tekst)
1 "En jij doet het altaar roken van wierook. Van acaciahout zal jij het maken. [Openb. 8:3]
2 Zijn lengte is een el en zijn breedte is een el. Vierkant zal hij zijn en twee ellen is zijn hoogte. Zijn horens zijn er één mee.
3 En jij overtrekt hem met puur goud, zijn bovenkant en zijn zijkanten, rondom, en zijn horens. En jij maakt voor hem een flens van goud, rondom.
4 En twee ringen van goud zal jij voor hem maken. Onder zijn flens, op zijn twee hoekmuren zal jij ze maken, op zijn twee zijden. En deze worden tot plaats voor de stokken, om hem daarin te dragen.
5 En jij maakt de stokken van acaciahout, en jij overtrekt ze met goud.
6 En jij plaatst hem voor het gordijn dat voor de kist van het getuigenis zal zijn, voor het verzoendeksel dat op de getuigenis zal zijn, daar waar Ik afspraak met jou zal houden.
7 En Aäron zal er wierookspecerijen op doen roken, morgen na morgen, als hij de lampen in orde brengt, zal hij het doen roken,
8 en bij het aansteken van de lampen, tussen de avonden, zal hij voortdurend wierook doen roken voor het aangezicht van Jahweh, doorheen jullie generaties.
9 Jullie zullen er geen vreemde wierook van doen opstijgen of een opstijgoffer of een geschenkaanbieding, en een drankoffer zullen jullie er niet op uitgieten.
10 En Aäron zal één maal per jaar op zijn horens een verzoening doen van het bloed van de zonde offers van het verzoendeksel. Één maal per jaar zal hij op hem verzoening doen voor jullie generaties. Het is heiligheid van heiligheden voor Jahweh."
11 En Jahweh spreekt tot Mozes, zeggend:
12 "Wanneer jij de som van de zonen van Israel opneemt van hen die geteld worden, dan geeft iedere man een bedekkende vrijkoopsom voor zijn ziel aan Jahweh bij het hen tellen, opdat er onder hen geen slag zal komen bij het tellen.
13 Dit zullen zij geven, een ieder die doorgaat naar de getelden: een halve shekel naar de shekel van het heiligdom, die is twintig gerahs per shekel. De halve shekel is een hefoffer voor Jahweh. [Matt. 17:24]
14 Een ieder die doorgaat naar de getelden, van een zoon van twintig jaren en ouder, zal Jahweh's hefoffer geven.
15 De rijke zal niet vermeerderen en de arme zal niet verminderen van de halve shekel, om te geven als Jahweh's hefoffer, om een bedekking te maken voor jullie zielen.
16 En jij neemt het zilver van de bedekkingen van de zonen van Israel en jij geeft het aan de dienst van de tent van de afspraak, en het wordt voor de zonen van Israel tot een herinnering voor het aangezicht van Jahweh, om een bedekking te maken voor jullie zielen."
17 En Jahweh spreekt tot Mozes, zeggend:
18 "En jij maakt een wasvat van koper, met zijn koperen poten, om te wassen. En jij plaatst hem tussen de tent van de afspraak en het altaar. En jij doet er water in. [Exo. 38:8]
19 En Aäron en zijn zonen wassen daaruit hun handen en hun voeten.
20 Bij het binnen gaan van de tent van de afspraak zullen zij wassen (dan zullen zij niet sterven), Of bij het dichtbij komen bij het altaar om te dienen, om rook te maken bij het vuuroffer voor Jahweh.
21 En zij wassen hun handen en hun voeten (dan zullen zij niet sterven) en het wordt voor hen tot een aionische verordening en voor hun zaad, doorheen hun generaties."
22 En Jahweh spreekt tot Mozes, zeggend:
23 "En jij neemt voor jou de belangrijkste geurstoffen: vrije mirre, vijfhonderd shekels, en de helft er van aan geurende kaneel, tweehonderdenvijftig shekels, en geurend riet, tweehonderdenvijftig shekels,
24 en kassie, vijfhonderd shekels naar de shekel van het heiligdom, en een hin olijfolie.
25 En jij maakt het tot een heilige zalfolie, een samengestelde zalf, het handwerk van een samensteller. Het zal een heilige zalfolie zijn. [Exo. 37:29]
26 En jij zal er de tent van de afspraak en de kist van het getuigenis mee zalven,
27 en de tafel en al het toebehoren er van, en de kandelaar en al het toebehoren er van, en het wierookaltaar,
28 en het altaar van het opstijgoffer en al het toebehoren er van, en het wasvat en zijn poten.
29 En jij heiligt ze en ze worden heiligheid van heiligheden. Al wie ze aanraakt zal heilig zijn.
30 En Aäron en zijn zonen zal jij heiligen, en jij heiligt hen om voor Mij priester te zijn.
31 En tot de zonen van Israel zal jij spreken, zeggend: 'Dit zal voor Mij een heilige olie voor zalving worden doorheen jullie generaties.
32 Op het vlees van een mens zal hij niet gewreven worden en naar zijn recept zullen jullie niet maken zoals deze. Het is heiligheid. Het zal voor jullie heiligheid worden.
33 De man die samenstelt zoals deze en die er van geeft aan een vreemdeling, zal afgesneden worden van zijn volken.'"
34 En Jahweh zegt tot Mozes: "Neem voor jou specerijen: storaxgom, zwarte murex schelpen en galbanum, specerijen en pure wierookgom. Bestanddeel bij bestanddeel zal het zijn.
35 En jij maakt er een wierooksamenstelling van, handwerk van een samensteller, gezouten, schoon, heiligheid. [Exo. 37:29]
36 En jij brengt het terug tot een poeder, verpulverd, en jij plaatst daarvan voor het getuigenis in de tent van de afspraak, daar waar Ik afspraak zal houden met jou. Het zal heiligheid van heiligheden voor jullie worden.
37 En de wierook die jij zal maken naar het recept, zullen jullie niet maken voor jezelf. Het zal voor jullie heiligheid zijn, voor Jahweh.
38 De man die zoiets zal maken, om er aan te ruiken, zal afgesneden worden van zijn volken."
Terug naar de indexpagina
Naar Exodus 31
|
|