| |
(Ga met de muis op een tekstverwijzing staan, dan ziet u de tekst)
1 En tot Mozes zei Hij: "Klim op naar Jahweh, jij en Aäron, Nadab en Abihu en zeventig van de ouden van Israel, en jullie buigen je van verre.
2 En alleen Mozes komt dichtbij Jahweh, maar zij zullen niet dichtbij komen. En het volk zal niet met hen opklimmen."
3 En Mozes komt en hij vertelt aan het volk alle woorden van Jahweh en alle oordelen. En heel het volk antwoordt met één stem, zeggend: "Alle woorden die Jahweh sprak zullen wij doen."
4 En Mozes schrijft alle woorden van Jahweh op. En hij staat vroeg in de morgen op en hij bouwt een altaar onderaan de berg en twaalf monumenten voor de twaalf stammen van Israel.
5 En hij zendt de jongeren van de zonen van Israel en zij brengen opstijgoffers, en zij offeren jonge stieren als vredeoffers voor Jahweh.
6 En Mozes neemt de helft van het bloed en hij doet het in bekers. En de helft van het bloed sprenkelde hij over het altaar.
7 En hij neemt de rol van het verbond en hij leest in de oren van het volk. En zij zeggen: "Al wat Jahweh sprak zullen wij doen en wij zullen luisteren."
8 En Mozes neemt het bloed en hij sprenkelt het over het volk en hij zegt: "Zie! het bloed van het verbond dat Jahweh met jullie snijdt in verband met al deze zaken." [Matt. 26:28]
9 En Mozes klimt op met Aäron, Nadab en Abihu en zeventig van de ouden van Israel.
10 En zij zien de Elohim van Israel, en onder Zijn voeten is als een handwerk van bedekking door de saffier, zoals de hemelen zijn in puurheid.
11 En naar de uitverkorenen van de zonen van Israel strekte Hij Zijn hand niet uit. En zij nemen de Elohim waar. En zij eten en zij drinken.
12 En Jahweh zegt tot Mozes: "Klim naar Mij op, de berg op en wees daar. En Ik zal jou de stenen tabletten geven en de wet en de aanwijzing die Ik schreef om hen richting te geven." [2Kor. 3:3]
13 En Mozes staat op met Jozua, die hem diende, en Mozes klimt de berg van de Elohim op. [Num. 27:18]
14 En tot de ouden zei hij: "Zit voor ons totdat wij bij jullie terugkeren. En zie!, Aäron en Hur zijn bij jullie. Wie zaken heeft zal naar hem gaan."
15 En Mozes klimt de berg op. En de wolk bedekt de berg.
16 En de heerlijkheid van Jahweh tabernakelde*1) over de berg van Sinaï. En de wolk bedekt hem zes dagen. En Hij roept tot Mozes in de zevende dag uit het midden van de wolk.
17 En het uiterlijk van de heerlijkheid van Jahweh was, voor de ogen van de zonen van Israel, als een verterend vuur op de top van de berg.
18 En Mozes gaat binnen in het midden van de wolk en hij klimt de berg op. En Mozes bleef veertig dagen en veertig nachten op de berg. [Deut. 9:9]
*1) Tabernakelen. Een tabernakel is een tijdelijke woning. Denk aan de tijdelijke tempel in de wildernis in de vorm van een tent. Hier verbleef God tijdelijk op de berg, het was niet zijn vaste verblijfplaats.
Terug naar de indexpagina
Naar Exodus 25
|
|