| |
(Ga met de muis op een tekstverwijzing staan, dan ziet u de tekst)
1 "En deze zijn de oordelen die jij voor hen zal plaatsten:
2 Wanneer jullie een Hebreeuwse dienaar kopen, zal hij zes jaren dienen, en in het zevende jaar zal hij om niet vrij weggaan. [Lev. 25:39-45]
3 Indien hij alleen komt, zal hij alleen weggaan. Indien hij de bezitter is van een vrouw, dan gaat zijn vrouw weg met hem.
4 Indien zijn heer hem een vrouw geeft en zij baart voor hem zonen en dochters, dan zal de vrouw en haar kinderen van haar heer worden en hij zal alleen weggaan.
5 En indien de dienaar zal zeggen, ja zeggen: 'Ik heb mijn heer en mijn vrouw en mijn zonen lief, ik zal niet vrij weggaan,'
6 dan brengt zijn heer hem bij de Elohim en brengt hij hem dicht bij de deur of bij de deurpost, en zijn heer doorboort zijn oor met de priem. En hij dient hem voor de aion.
7 En wanneer een man zijn dochter verkoopt als dienares, zal zij niet weggaan zoals mannelijke dienaren weggaan.
8 Indien zij een boze is in de ogen van haar heer, en hij haar niet voor zichzelf bestemd heeft, laat haar dan vrijgekocht worden. Hij zal niet beslissen haar aan een vreemd volk te verkopen, omdat hij verraderlijk tegen haar was.
9 En indien hij haar voor zijn zoon bestemt, zal hij met haar doen zoals gebruikelijk is.
10 Indien hij een andere vrouw voor hem neemt, zal hij haar vlees, haar bedekking en haar woonplaats niet afnemen.
11 En indien hij deze drie dingen niet voor haar doet, dan gaat zij om niet weg, zonder geld.
12 Wie een man slaat en hij sterft, zal zeker ter dood gebracht worden. [Lev. 24:17]
13 En indien hij niet opjaagt en de Elohim zijn lot in zijn hand legde, dan plaats Ik een plaats waarheen hij zal vluchten. [Deut. 4:41-43]
14 En wanneer een man arrogant plannen maakt tegen zijn naaste, om hem door sluwheid te doden, zul jij hem van voor Mijn altaar wegnemen om hem te doden.
15 En wie zijn vader slaat en zijn moeder, die zal zeker ter dood gebracht worden.
16 En wanneer een man steelt en hij verkoopt het of het wordt in zijn hand gevonden, hij zal zeker ter dood gebracht worden. [Deut. 24:7]
17 En wie zijn vader en zijn moeder geringschat, hij zal zeker ter dood gebracht worden. [Matt. 15:4]
18 En wanneer stervelingen twisten en een man slaat zijn naaste met een steen of met een vuist en hij niet sterft en hij niet bedlegerig wordt,
19 en hij opstaat en buiten rondwandelt op zijn staf, dan wordt die slaat onschuldig gehouden. Maar hij zal geven voor de onderbreking. Hij zal zeker in orde maken.
20 En wanneer een man zijn dienaar of zijn dienares slaat met een knuppel, en hij sterft onder zijn hand, hij zal zeker gewroken worden.
21 Ja, indien hij een dag of twee dagen staat, zal hij niet gewroken worden, want hij is zijn zilver.
22 En wanneer stervelingen strijden en zij slaan een zwangere vrouw en haar kinderen komen naar buiten, en er gebeurt niets ernstigs, zal hij zeker beboet worden, zoals de bezitter van de vrouw aan hem oplegt. En hij geeft het aan de bemiddelaars.
23 En indien er iets ernstigs gebeurt geef jij ziel in plaats van ziel,
24 oog in plaats van oog, tand in plaats van tand, voet in plaats van voet, [Matt. 5:38,39]
25 verschroeien in plaats van verschroeien, beschadiging in plaats van beschadiging, striem in plaats van striem.
26 En wanneer een man het oog van zijn dienaar slaat of het oog van zijn dienares, en hij vernielt het, dan zal hij hem als vrije wegzenden, in plaats van zijn oog.
27 En indien hij veroorzaakt dat de tand van zijn dienaar of de tand van zijn dienares uitvalt, zal hij hem als vrije wegzenden, in plaats van zijn tand.
28 Wanneer een stier een man of een vrouw met zijn horens stoot en hij sterft, zal de stier zeker gestenigd worden en zijn vlees zal niet gegeten worden, maar de bezitter van de stier is onschuldig.
29 En wanneer een stier al drie dagen aan het stoten is en het aan zijn bezitter wordt getuigd, en hij houdt hem niet binnen, en het veroorzaakt dat een man of vrouw sterft, zal de stier gestenigd worden en bovendien zal zijn bezitter ter dood gebracht worden.
30 Indien hem een bedekkende losprijs wordt opgelegd, dan zal hij zijn ziel als losprijs geven voor alles wat hem is opgelegd.
31 Of hij een zoon doorboort of dat hij een dochter doorboort, naar dit gebruik zal met hem gedaan worden.
32 Indien de stier een dienaar of een dienares doorboort, zal hij dertig shekels van zilver geven aan zijn heer, en de stier zal gestenigd worden.
33 En wanneer een man een waterreservoir opent of wanneer een man een waterreservoir graaft, en hij dekt hem niet af, en er valt een stier of een ezel in,
34 zal de bezitter van het waterreservoir met zilver zijn bezitter vergoeden en wat dood is zal van hem worden.
35 En wanneer de stier van een man de stier van zijn naaste aanvalt en hij sterft, dan verkopen zij de levende stier en zij delen het zilver er van. En bovendien zullen zij het dode dier delen.
36 Of wanneer bekend is dat de stier al drie dagen aan het stoten is en hij hem niet binnen houdt, zal zijn bezitter zeker terug betalen, stier in plaats van stier. En de dode zal van hem worden."
Terug naar de indexpagina
Naar Exodus 22
|
|