| |
(Ga met de muis op een onderstreepte naam of tekstverwijzing staan, dan ziet u de tekst)
1 In jaar drie van het regeren van , koning van , kwam , koning van , naar , en hij belegert haar. [Kon. 24:1]
2 En Jahweh geeft mijn heer, , koning van , in zijn hand, en aan het eind de voorwerpen van het huis van de Elohim. En hij brengt ze naar het land van , in het huis van zijn elohim. En de voorwerpen bracht hij in het schathuis van zijn elohim.
3 En de koning zegt tot , oudste van zijn eunuchs, om van de zonen van te brengen en van het zaad van het koninkrijk en van de hooggeborenen,
4 jongens in wie geen enkele smet is en goed van uiterlijk en met verstand van alle wijsheid en bekend met kennis en die kennis overdenken en die kracht in zich hebben om te staan in het paleis van de koning, om hen te onderwijzen in het schrift en de taal van de Chaldeeën. [2Kon. 20;17,18]
5 En de koning wijst hen het menu van de dag toe in zijn dag, van de lekkernijen van de koning en van de wijn van zijn feesten, en om hen drie jaren te laten opgroeien; en aan het einde daarvan zullen zij staan voor het aangezicht van de koning.
6 En onder hen waren van de zonen van : , , en .
7 En de oudste van de eunuchs geeft hen namen. En hij geeft aan , en aan , en aan , en aan .
8 En legt op zijn hart dat hij zich niet zal bezoedelen met de lekkernijen van de koning en met de wijn van zijn feesten. En hij verzoekt aan de oudste van de eunuchs dat hij zich niet hoeft te bezoedelen.
9 En de Elohim geeft aan de vriendelijkheid en het mededogen voor het aangezicht van de oudste van de eunuchs. [Psalm 106;45,46]
10 En de oudste van de eunuchs zegt tot : "Ik vrees mijn heer, de koning, die jullie voedsel en jullie drank toewees. Waarom zal hij jullie gezichten zien, triester dan van de jongens die van jullie leeftijdsgroep zijn? Dan maken jullie mijn hoofd schuldig bij de koning!"
11 En zegt tot de bediende die de oudste van de eunuchs over , , en had aangesteld:
12 "Probeer, alstublieft, uw dienaren tien dagen. En men zal ons geven van de zaden en wij zullen eten, en water, en wij zullen drinken.
13 En onze verschijningen zullen voor uw aangezicht gezien worden en de verschijningen van de jongens die eten van de lekkernij van de koning. En naar wat u ziet, doe met uw dienaren."
14 En hij luistert naar hen in deze zaak en hij beproeft hen tien dagen.
15 En aan het einde van tien dagen was te zien dat hun verschijning beter en voller van vlees was dan van welk van de jongens die aten van de lekkernij van de koning.
16 En de bediende droeg hun lekkernij en de wijn van hun drank weg en geeft hen zaden.
17 En deze jongens, de vier, aan hen gaf de Elohim kennis en verstand van ieder schrift en wijsheid. En begreep ieder gezicht en droom.
18 En aan het einde van de dagen, waarvan de koning zei ze te brengen, brengt de oudste van de eunuchs hen voor het aangezicht van .
19 En de koning spreekt met hen en er werd onder hen allen niemand gevonden als , , en . En zij staan voor het aangezicht van de koning.
20 En iedere zaak van wijsheid van verstand die de koning van hen verzocht, vindt hij tien handen hoger dan alle heilige horoscopisten, de magiërs, die in heel het koninkrijk zijn.
21 En bleef tot aan het eerste jaar van , de koning.
Terug naar de indexpagina
Naar Daniël 2
|
|