| |
(Ga met de muis op een onderstreepte naam of tekstverwijzing staan, dan ziet u de tekst)
1 En zegt: "Is er nog iemand die over is van het huis van ? Dan zal ik met hem vriendelijkheid doen, omwille van ." [1Sam. 20:15-17]
2 En van het huis van is er een dienaar en zijn naam is . En men roept hem naar en de koning zegt tot hem: "Ben jij ?" En hij zegt: "Uw dienaar."
3 En de koning zegt: "Is er nog iemand van het huis van ? Dan zal ik met hem vriendelijkheid van Elohim doen." En zegt tot de koning: "Er is nog een zoon van , geslagen aan beide voeten." [2Sam. 4:4]
4 En de koning zegt tot hem: "Waar is hij?" En zegt tot de koning: "Zie!, hij is in het huis van , zoon van , in ."
5 En de koning, , zendt en men neemt hem uit het huis van , zoon van , uit .
6 En , zoon van , zoon van Saul, komt naar en hij valt op zijn aangezicht en hij buigt zich neer. En zegt: "?" En hij zegt: "Zie!, uw dienaar."
7 En zegt tot hem: "Het moet niet zo zijn dat jij bang bent, want ik zal zeker vriendelijkheid met jou doen omwille van , jouw vader, en ik geef aan jou al het veld terug van , jouw vader, en jij zal voortdurend brood eten aan mijn tafel."
8 En hij buigt zich neer en hij zegt: "Wat is uw dienaar, dat u keert naar de stervende hond, zoals ik?"
9 En de koning roept om , de jongeman van , en hij zegt tot hem: "Al wat van was en heel zijn huishouding, geef ik aan de zoon van jouw heer.
10 En jij dient voor hem de grond, jij en jouw zonen en jouw dienaren, en jij brengt binnen. En het wordt brood voor de zoon van jouw heer en hij eet het. En , zoon van jouw heer, zal voortdurend brood eten aan mijn tafel." En heeft vijftien zonen en twintig dienaren.
11 En zegt tot de koning: "Al wat mijn heer de koning opdraagt aan zijn dienaar, zo zal uw dienaar doen." "En eet aan mijn tafel," zei de koning, "als een van de zonen van de koning."
12 En heeft een kleine zoon en zijn naam is ; en allen die verblijven in de huishouding van zijn dienaren van . [2Sam. 16:1]
13 En verblijft in , want hij eet voortdurend aan de tafel van de koning. En hij is lam aan zijn twee voeten.
Terug naar de indexpagina
Naar 2Samuël 10
|
|