| |
(Ga met de muis op een onderstreepte naam of tekstverwijzing staan, dan ziet u de tekst)
1 En daar was een man van waardeloosheid en zijn naam was , zoon van , een man van Benjamin. En hij blaast in de trompet en hij zegt: "Er is voor ons geen deel in en is er voor ons geen lotdeel in de zoon van Jesse. Een ieder naar zijn tenten, !" [1Kon. 12:16]
2 En alle man van gaat weg van achter , achter , zoon van . Maar de mannen van kleefden aan hun koning, van de tot zo ver als .
3 En gaat naar zijn huis in , en de koning neemt de tien vrouwen, concubines, die hij achter liet om het huis te bewaren en hij doet ze in een huis van bewaring. En hij onderhoudt ze, maar hij kwam niet tot hen. En zij werden opgesloten tot de dag van hun sterven, een weduwschap voor een levende. [2Sam. 16:22]
4 En de koning zegt tot : "Roep voor mij de mannen van bijeen, over drie dagen. En jij, sta hier."
5 En gaat om bijeen te roepen, maar hij treuzelt met de afgesproken tijd die hij met hem afsprak.
6 En zegt tot : "Nu zal , zoon van , ons meer kwaad doen dan . Neem de dienaren van jouw heer en ga achter hem aan, anders vindt hij voor zichzelf versterkte steden en redt hij zich van ons oog."
7 En de stervelingen van gaan achter hem aan, en de Kerethiet en de Peletiet en alle dapperen. En zij gaan uit van om , zoon van , te achtervolgen.
8 Zij waren bij de grote steen die in is en kwam voor hun aangezicht en is omgord met zijn jas en zijn kleding en daarop is een gordel. Een zwaard is verenigd op zijn middel, in zijn schede. En hij kwam uit en het valt er uit.
9 En zegt tot : "Gaat het goed met u, mijn broeder?" En de rechterhand van houdt de baard van vast, om hem te kussen.
10 En was niet op zijn hoede voor het zwaard dat in de hand van is. En hij slaat hem er mee in de vijfde rib. En zijn ingewanden gieten uit op het land. En het wordt bij hem niet herhaald, want hij sterft. En en achtervolgden , zoon van . [1Kon. 2:5]
11 En een man stond bij hem, van de jongemannen van , en hij zegt: "Wie heeft een genoegen in en wie is er voor ? Achter aan!"
12 En rolt zich in het bloed, in het midden van de hoofdweg. En de man ziet dat al het volk stil stond. En hij brengt weg van de hoofdweg, naar het veld, en hij werpt een mantel over hem, toen hij zag dat een ieder van hen die bij hem kwam stil stond.
13 Toen hij van de hoofdweg verwijderd was, ging iedere man voort achter , om achter , zoon van , aan te gaan.
14 En hij ging voort door alle stammen van , naar en en alle Berieten. En zij worden verzameld en ook zij komen achter hem.
15 En zij komen en zij belegeren hem bij , in de buurt van . En zij storten een grondwerk tegen de stad en het staat tegen een bolwerk. En al het volk dat met is, verwoest om de muur neer te halen.
16 En een wijze vrouw uit de stad roept: "Hoort! Hoort! Zegt, alstublieft, tot : Kom naderbij, tot hier, en ik zal tot u spreken."
17 En hij komt dicht bij haar en de vrouw zegt: "Bent u ?" En hij zegt: "Ik ben het." En zij zegt tot hem: "Hoor de woorden van uw dienares." En hij zegt: "Ik luister."
18 En zij spreekt, zeggend: "Zij spraken vroeger, zeggend: Zij zullen zeker in vragen en zo voltooiden zij.
19 Ik ben van de vreedzamen, trouwen van . U probeert een stad ter dood te brengen en een moeder in . Waarom zou u het lotdeel van Jahweh opslokken?"
20 En antwoordt en hij zegt: "Het zij verre, het zij verre van mij dat ik opslok en dat ik verniel.
21 De zaak is niet zo. Want een man uit het gebergte van , , zoon van , is zijn naam, verhief zijn hand tegen de koning, tegen . Geeft hem, alleen hem, en ik zal van de stad weg gaan." En de vrouw zegt tot : "Zie, zijn hoofd zal naar u over de muur heen geworpen worden."
22 En de vrouw komt tot al het volk in al haar wijsheid en zij snijden het hoofd van , zoon van , af en zij werpen het naar . En hij blaast in de trompet. En zij verspreiden zich van de stad, een ieder naar zijn tenten. En keerde terug naar , naar de koning.
23 En is over heel de menigte van , en , zoon van , over de de Keretiet en over de Peletiet.
24 En is over de dwangarbeid en , zoon van , was de secretaris.
25 En is de schrijver en en zijn priesters.
26 En ook , de Jairiet, was priester voor .
Terug naar de indexpagina
Naar 2Samuël 21
|
|