| |
(Ga met de muis op een onderstreepte naam of tekstverwijzing staan, dan ziet u de tekst)
1 En , koning van , zendt zijn dienaren naar , want hij hoorde dat men hem tot koning zalfde in plaats van zijn vader, want hield van al de dagen.
2 En zendt naar , zeggend:
3 "U weet dat , mijn vader, niet in staat was een huis te bouwen voor de Naam van Jahweh, zijn Elohim, vanwege de oorlogen die hem omringden totdat Jahweh ze onder zijn voetzolen gaf.
4 En nu gaf Jahweh, mijn Elohim, mij rust; rondom is er geen tegenstander en er is geen aankomend kwaad.
5 En zie!, ik zeg dat ik een huis wil bouwen voor de Naam van Jahweh, mijn Elohim, zoals Jahweh sprak tot , mijn vader, zeggend: Jouw zoon, die Ik zal geven in jouw plaats op jouw troon, hij zal het huis voor Mijn Naam bouwen. [2Sam. 7:12,13]
6 En nu, geef opdracht! Zij zullen voor mij ceders van de hakken en mijn dienaren zullen met uw dienaren zijn; en de huur voor uw dienaren zal ik aan u geven, naar al wat u zeggen zal. Want u weet dat er onder ons niemand is die weet hout te hakken zoals de Sidoniërs."
7 En het gebeurt als de woorden van hoort, dat hij zich buitengewoon verheugt en hij zegt: "Jahweh zij gezegend vandaag, Hij Die aan een wijze zoon gaf over dit grote volk."
8 En zendt aan , zeggend: "Ik hoorde wat u tot mij zond. Ik zal al uw verlangen doen in verband met het cederhout en met het dennenhout.
9 Mijn dienaren zullen ze afbrengen van de naar de zee en ik zal ze op vlotten plaatsen in de zee tot aan de plaats die u mij zal aanwijzen en ik spreid ze daar uit. En u zal ze opnemen en u zal mijn verlangen doen, om brood te geven van mijn huishouding."
10 En het gebeurt dat aan cederhout en dennenhout geeft, geheel naar zijn verlangen.
11 En gaf aan twintigduizend tarwe, al voor zijn huishouding, en twintig gestoten olie. Zo geeft aan jaar na jaar.
12 En Jahweh gaf wijsheid aan , zoals Hij tot hem sprak. En er komt vrede tussen en tussen en zij snijden een verbond, zij twee.
13 En zet een schatplichtdienst op in heel en de schatplichtdienst wordt dertigduizend man.
14 En hij zendt ze naar de , tienduizend per maand, aflossend; een maand was men in de , twee maanden in zijn huis. En was over de schatplichtdienst.
15 En er komen voor zeventigduizend die een last dragen en tachtigduizend die hakken in de berg,
16 naast de leiders die door aangesteld waren, die over het werk zijn: drieduizend en tweehonderd, die de heerschappij hadden over de mensen die het werk doen.
17 En de koning geeft opdracht en zij verplaatsen grote stenen, kostbare stenen, om het fundament van het huis te maken, passend gemaakte stenen.
18 En de bouwers van en de bouwers van en de Gebalieten beeldhouwen en zij bereiden het hout en de stenen voor om het huis te bouwen.
Terug naar de indexpagina
Naar 1 Koningen 6
|
|