| |
1 Wat zullen wij dan zeggen? Dat Abraham, onze °voorvader, naar het vlees heeft gevonden?
2 Want als Abraham gerechtvaardigd* werd door werken, dan heeft hij roem, maar niet bij God.
3 Want wat zegt de Schrift? Abraham nu gelooft* °God en het wordt hem toegerekend* als gerechtigheid. [Gen. 15:6]
4 Nu wordt de werker het loon niet toegerekend als gunst, maar als schuld. [Rom. 11:6]
5 Maar hij die niet werkt, maar gelooft Die de oneerbiedige rechtvaardigt, wordt zijn °geloof toegerekend als rechtvaardigheid,
6 net zoals David vertelt van de blijdschap van de mens aan wie °God rechtvaardigheid toerekent buiten werken om.
7 Blij zijn zij van wie de wetteloosheid vergeven is*, en van wie de zonden bedekt* zijn.
8 Blij de man aan wie de Heer geenszins zonde zal toerekenen*. [Psalm 31:1,2]
9 Deze blijdschap dan, is ze voor de Besnijdenis, of ook voor de Onbesnedenheid? Want wij zeggen: Aan Abraham is geloof tot rechtvaardigheid toegerekend*. [Gen. 15:6] - [Gal. 3:6] - [Jac. 2:23]
10 Hoe dan is het toegerekend*? Toen hij in de Besnijdenis of in de Onbesnedenheid was? Niet in de Besnijdenis, maar in de Onbesnedenheid.
11 En hij verkreeg* het zegel van de Besnijdenis, een zegel van de rechtvaardigheid van het geloof, dat was in de Onbesnedenheid, opdat hij vader zou zijn van alle gelovigen door Onbesnedenheid, zodat aan hen rechtvaardigheid toegerekend* zal worden, [Gen. 17:10]
12 én vader van de Besnijdenis. Niet alléén voor hen uit de Besnijdenis, maar ook voor hen die de elementen van het geloof in acht nemen in de voetsporen van onze vader Abraham in de Onbesnedenheid.
13 Want niet door wet is de belofte aan Abraham, of aan Zijn Zaad, dat hij een genieter van het lotdeel van de wereld zal zijn, maar door rechtvaardigheid van het geloof. [Gen. 18:18]
14 Want als zij uit de wet genieters van het lotdeel zijn, dan is geloof nutteloos gemaakt en de belofte teniet gedaan, [Gal. 3:17,18]
15 want de wet brengt toorn voort. Waar nu geen wet is, daar is ook geen overtreding. [Rom. 3:20]
16 Daardoor is het uit geloof, opdat het overeenstemme met de genade, dat de belofte bevestigd wordt aan heel het zaad, niet alleen aan hen uit de wet, maar ook aan hen uit het geloof van Abraham, die vader is van ons allen, [Gal. 3:7]
17 zoals het is geschreven dat "tot vader van vele natiën heb ik benoemd" - dat ziende gelooft* hij het van de God Die de doden levend maakt en het niet bestaande als bestaand roept, [Gen. 17:5] - [Jes 48:13]
18 die, tegen verwachting in, heeft geloofd* in verwachting dat hij vader van vele natiën zou worden*, volgens dat wat hem is gezegd: "Zo zal uw zaad zijn." [Gen. 15:5]
19 En niet zwak zijnde* in °geloof, beschouwt* hij zijn lichaam als reeds verstorven(zijnde ongeveer honderd jaar) en het versterven van de moederschoot in Sara. [Gen. 17:17]
20 Maar de belofte van °God werd niet betwijfeld* door °ongeloof, maar hij werd versterkt* door °geloof, heerlijkheid aan °God gevend,
21 ook ten volle verzekerd* dat wat Hij heeft beloofd, Hij ook in staat is te doen*.
22 En daarom wordt het hem tot rechtvaardigheid toegerekend*. [Gen. 15:6]
23 Nu werd dit niet om hem alleen geschreven*, dat het hem werd toegerekend*,
24 maar ook terwille van ons, aan wie het op punt staat toegerekend te worden, die in Hem geloven Die Jezus, onze °Heer, opwekt* uit de doden, [Rom. 15:4] - [1Petr. 1:21]
25 Die werd overgeleverd* om onze overtredingen en werd opgewekt* om onze rechtvaardiging. [Jes. 53:4,5] - [1Kor. 15:17]
Terug naar de index.
Naar Romeinen 5.
|
|