| |
(Ga met de muis op een tekstverwijzing staan, dan ziet u de tekst)
1 En de vijfde boodschapper trompettert*. En ik nam een ster waar, gevallen zijnde uit de hemel op de Aarde. En hem werd* de sleutel gegeven van de bron van de afgrond.
[Openb. 20:1]
2 En hij opent* de bron van de afgrond en rook steeg* op uit de bron als de rook van een grote oven. En de zon en de lucht zijn verduisterd* door de rook van de bron.
[Gen. 19:28]
3 En uit de rook kwamen* sprinkhanen op de Aarde en hen werd volmacht gegeven* zoals schorpioenen volmacht hebben over de Aarde.
[Ex. 10:12,15]
4 En hen werd gezegd* dat zij niet alle gras op de Aarde en alle groen zouden beschadigen, noch enige boom, maar alleen de mensen die niet het zegel van °God op hun voorhoofden hebben.
[Eze. 9:4]
5 En het werd* hen gegeven, niet dat zij hen zullen doden, maar dat zij vijf maanden gekweld zullen worden, en hun kwelling is als de kwelling van een schorpioen, wanneer hij een mens zou steken*.
6 In die °dagen zullen de mensen de dood zoeken en zij zullen hem niet vinden en zij zullen verlangen te sterven* en de dood vlucht van hen.
[Job 3:21]
7 En de vorm van de schorpioenen is als paarden, gereed gemaakt zijnde voor de strijd, en op hun °hoofden waren dingen als kransen van goud en hun °gezichten waren als de gezichten van mensen,
[Joel 2:4,5
8 en zij hadden haren als haren van vrouwen en hun *tanden waren als van leeuwen.
9 En zij hadden borstplaten als ijzeren borstplaten en het geluid van hun °vleugels was als het geluid van strijdwagens met vele paarden, rennend naar de strijd.
[Joel 1:6]
10 En zij hebben staarten als schorpioenen en angels, en hun °volmacht zit in hun staarten om de mensen vijf maanden te beschadigen*.
11 Zij hebben een koning over zich, de boodschapper van de afgrond. Zijn Hebreeuwse naam is Abaddon en in het Grieks heeft hij de naam Apollion.
12 Het ene wee ging* voorbij, zie* na deze komen nog twee weeën.
13 En de zesde booschapper trompettert*. En ik hoor* de stem van een van de vier horens van het gouden °altaar dat voor °God is,
[Ex. 30:1-3]
14 zeggend tot de zesde boodschapper die de trompet heeft: "Laat* de vier boodschappers los die gebonden zijn aan de grote °rivier de Eufraat."
15 En de vier boodschappers werden losgelaten*, die gereed gemaakt zijn voor het uur en de dag en de maand en het jaar, opdat zij het derde van de mens zullen doden.
[Openb. 8:7,12]
16 En het aantal van de troepen van de cavalerie was tweemaal tienduizenden van tienduizenden. Ik hoor* hun aantal.
17 En zo nam* ik de paarden waar in het gezicht en die op hen zitten hebben vurige en amethiste en zwavelachtige borstplaten, en de hoofden van de paarden waren als hoofden van leeuwen en uit hun °monden komt vuur en rook en zwavel.
18 Door deze drie slagen werd het derde van de mensen gedood*: door het vuur en door de rook en door de zwavel, die uit hun °monden kwam.
19 Want de volmacht van de paarden is in hun °mond en in hun staarten, want hun °staarten zijn als van slangen die hoofden hebben en daarmee beschadigen zij.
20 En de rest van de mensen, die niet gedood waren* in deze °slagen, zij bekeren* zich nog niet van de werken van hun °handen, zodat zij niet de demonen en de afgoden zullen aanbidden, de gouden en de zilveren en de koperen en de houten, die niet in staat zijn waar te nemen, noch te horen, noch te wandelen.
[Deut. 32:17] -
[Psalm 115:4-7]
21 En zij bekeren* zich niet van hun moorden, noch van hun °drugs, noch van hun °prostitutie, noch van hun *stelen.
Terug naar de index.
Naar Openbaring 10
|
|