| |
(Ga met de muis op een tekstverwijzing staan, dan ziet u de tekst)
1 En ik nam* een ander teken waar in de hemel, groot en verbazend: zeven boodschappers, hebbende de zeven laatste slagen, want in hen wordt de furie van °God voleindigd*.
2 En ik nam* iets waar als een glazen zee, gemengd met vuur, en die de overwinning hebben over het wilde beest en over zijn °beeld en over het getal van zijn °naam, staande op de glazen zee, hebbende de lieren van °God.
3 En zij zingen het lied van Mozes, de slaaf van °God en het lied van het Lammetje, zeggende: "Groot en verbazend zijn Uw °werken, Heer, God Almachtig! Rechtvaardig en waar zijn Uw wegen, de Koning van de natiën!.
4 Wie zou U niet vrezen*, Heer, en Uw naam verheerlijken? Want U alleen bent goed. Want al de natiën zullen komen en zij zullen voor U aanbidden, want Uw rechtvaardig handelen is openbaar geworden*."
5 En na deze dingen nam* ik waar en de tempel van de tabernakel van het getuigenis in de hemel werd geopend*.
6 En uit de tempel kwamen* de zeven boodschappers, hebbende de zeven slagen, gekleed zijnde in schoon, blinkend linnen en rond de borsten omgord zijnde met gouden gordels.
7 En een van de vier levende wezens geeft* aan de zeven boodschappers zeven gouden schalen, boordevol van de furie van °God, de Levende voor de aionen van de aionen.
8 En de tempel is* vol van de rook van de heerlijkheid van °God en van Zijn kracht en niemand was in staat de tempel binnen te gaan*, totdat de zeven slagen van de zeven boodschappers voleindigd* zou zijn.
Terug naar de index.
Naar Openbaring 16
|
|