Dit is een eigen Het Beste Nieuws vertaling van
Marcus
Hoofdstuk 1

[Commentaar - Inleiding]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

Markus maakt ons bekend met het model van de Dienaar. Het verslag presenteert een scene van intense activiteit. Is eenmaal een daad gedaan, dan volgt er regelrecht een andere. De Dienaar wordt zonder genealogie geïntroduceerd, want Zijn daden zijn afdoende bewijs. Zijn geboorte, Zijn kindertijd en Zijn jeugd worden overgeslagen, want toen was Hij niet uitgerust voor dienstbetoon. Het verslag begint met Zijn installatie in actieve dienst door de voorloper, Johannes de Doper.

In Mattheüs wordt Zijn koninklijke relatie met de koninklijke natie benadrukt. Zij moeten de andere natiën regeren. Lukas’ verslag is weidser in haar sympathiën en brengt zegen aan heel de mensheid door het uitverkoren volk. Het bereik van Markus is nog veel breder, want het reikt naar heel de schepping. Wanneer er werk gedaan moet worden staat Hij klaar met onvermoeibaar vuur en nederige gehoorzaamheid. Zelden wordt Hij “Heer” genoemd, want hier neemt Hij de plaats van een dienaar in.

Wij zijn niet zo zeer met Hem betrokken als wel met Zijn werk. Ons wordt verteld wat Hij deed en waarom en hoe. Zijn eigen gevoelens zijn direct betrokken met de gevolgen van Zijn daden. Het wordt algemeen verondersteld dat Markus de schrijver is van dit verslag. Indien dat zo is, is het een opvallend voorval van God’s genade en wijsheid, want Markus, zelf een dienaar, was de meest opvallende mislukking van de volgelingen van onze Heer. Hoewel de zoon van een zeer godsdienstige moeder, in wiens huis in Jeruzalem de discipelen bijeen kwamen voor aanbidding en gebed (Hand. 12.12) en de neef van Barnabas (Kol. 4:10), en mogelijk een bekeerling van Petrus (1Petr. 5:13) en eens uitgekozen om Barnabas en Paulus te vergezellen op hun zendingsreis, verliet hij hen in Perga en keerde terug naar Jeruzalem. Toen hij voorstelde mee te gaan op hun tweede reis, wilde Paulus hem niet hebben en verkoos liever te scheiden van Barnabas dan hem mee te nemen(Hand. 15:26-38). Zo vertelt de verraderlijke belastinginzamelaar Mattheüs ons van de Koning, de zelfzuchtige Johannes geeft ons de liefhebbende Zoon, de onsuccesvolle arts Lukas beeldt de sympathieke Genezer uit en de in diskrediet gebrachte Markus stelt ons de ware en trouwe Dienaar van Jahweh voor ogen.

Maar we moeten voorbij Markus’ falen kijken om het ware belang er van te zien. Het werd door God gebruikt om Paulus te scheiden van verbindingen met Jeruzalem. Toen zij weer bevriend raakten vertegenwoordigde Markus het Besnijdenislichaam van gelovigen (Kol. 4.10,11), die toen met de Onbesnedenheid werden verenigd om een gezamenlijk lichaam te vormen(Efe. 3:6-13), dat door Paulus werd geïntroduceerd, dat voorbij gaat aan alle lichamelijk onderscheid, en dat de waarheid is voor de huidige tijd.

Dit verslag, dan, presenteert onze Heer als een Dienaar van de Besnijdenis ten behoeve van de waarheid van God; om overeen te komen met de vaderlijke beloften (Rom. 15:8). Hij verlaat nooit het land. Hij geeft het brood van de kinderen niet aan de hondjes (7:27). Slechts weinig kruimels vallen van de tafel voor het voeden van hen die buiten het beperkte gebied van Israel zijn. En toch door hen, na Zijn opstanding, reikt Hij met zegen uit naar heel de schepping.

Markus’ verslag wordt gekenmerkt door enkele belangrijke weglatingen. Behalve bij twee speciale gelegenheden wordt de Dienaar nooit als Heer aangesproken. Pas na Zijn opstanding wordt Hij zo neergezet (16:19,20). Het woord “wet” komt niet voor, want hoewel Zijn dienstbetoon overeenkomt met de wet, wordt die er niet door gemeten, maar overstijgt alle wettelijke vereisten. De Dienaar brengt niet het manifesto van het koninkrijk naar voren, zoals in Mattheüs 5-7, en kent niet het “Gebed van de Heer”. Er zijn minder gelijkenissen. Passages die de majesteit en heerlijkheid van de Heer naar voren brengen zijn weggelaten of kort weergegeven.

Het terugdeinzen door de Dienaar van publieke aandacht is duidelijk in Markus aanwezig in passages als 1:38, 7:24,36 en 8:26. Dit wordt schitterend naar voren gebracht in 9:16-25. Van de bewondering door de onder de indruk zijnde menigte, die nog iets van de nagalmende heerlijkheid van de transformatie op de berg waarnemen, keert Hij naar de niet ophoudende bezigheid van het kinderlijke dienen om de jongen te genezen, voordat een grote menigte bijeen komt, en dan snel Zich terug trekt in de privacy van het huis. In dit verslag is Zijn grootste heerlijkheid Zijn nederigheid, Hem de perfecte Dienaar van Jahweh makend.


   
(Ga met de muis op een tekstverwijzing staan, dan ziet u de tekst.
Klik op "Commentaar" en u krijgt een stukje tekst dat slaat op dit vers)


1 Het begin van het evangelie van Jezus Christus, Zoon van God.
2 Zoals is geschreven in Jesaja de profeet: "Zie*, Ik zend Mijn °boodschapper voor Uw gezicht, Die de weg voor U zal bereiden. [Mal. 3:1] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

2-3

Vergelijk met Maleachi 3:1; Jesaja 40:3; Mattheüs 3:3; Lukas 3:4-6; Johannes 1:15-23.


3 De stem van iemand die smeekt in de wildernis: 'Maakt* de weg gereed van de Heer. Maakt Zijn °paden recht!'", [Jes. 40:3]
4 was* Johannes de Doper in de wildernis en verkondigt de doop van bekering tot vergeving van zonden. [Hand. 13:24] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

4-8

Vergelijk met Mattheüs 3:1-12; Lukas 3:1-18.

[Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

4

Johannes de Doper was de zoon van een priester, zodat hij het recht had het ambt van priester uit te oefenen en alle voorrechten er van te genieten, die hem een leven van gemak en comfort verzekerden. Toch, onder de drang van de heilige Geest, die hem al vulde voordat hij geboren was, gaf hij dit alles op voor een nederig en sober leven van een Nazarener (Num. 6:2-7). Het was hem niet toegestaan iets te eten dat van de wijnstok kwam, het symbool van dat wat het hart van God en mens blij maakt(Richt,. 9:13). Net als Samson liet hij zijn haar lang groeien, een symbool van zwakte en oneer (1Kor. 11:14). In plaats van de linnen efod, droeg hij ruw kamelenhaar. In plaats van te leven van het altaar en het beste van de offers te eten, overleefde hij op sprinkhanen en wilde honing.

Johannes de Doper was een voortdurend contrast met de Heer. Christus was geen Nazarener. Hij dronk wijn, kleedde zich zoals anderen deden, droeg nooit lang haar en verbleef bij zijn ouders tot de tijd voor Zijn bediening was aangebroken. Johannes kwam in de geest van Elia, maar toen de discipelen van de Heer vuur van de hemel wilden laten neerdalen en de Samaritanen vernietigen die hen beledigden, zoals Elia had gedaan met de mensen die tegen hem gezonden waren(2Kon. 1:10-12), berispte Hij hen. Christus kwam in die tijd niet in de geest van Elia. Elia was een sobere verkondiger van rechtvaardigheid. Christus’ boodschap vermengde genade met waarheid. Hij kwam, niet om zondaren te veroordelen, maar om hen te redden. In Hem werd veroordeling gekoppeld aan mededogen.


5 En heel de provincie Judea ging uit tot hem en al de Jeruzalemieten, en zij werden door hem gedoopt in de rivier de Jordaan, hun °zonden belijdend.
6 En °Johannes was gekleed in kameelharen kleding en een lederen gordel en at sprinkhanen en veldhoning. [2Kon. 1:8] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

6

Zie Leviticus 11:22


7 En hij verkondigt, zeggend: "De sterkere dan mij komt na mij, van Wie ik niet waard ben om, buigend*, de riem van Zijn °sandalen los te maken*. [Hand. 13:25] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

7

Vergelijk met Johannes 1:15,26,27.


8 Ik doop* jullie in water, doch Hij zal jullie in heilige geest dopen."
9 En het gebeurde* in die °dagen, dat Jezus kwam* van Nazareth in °Galilea, en door Johannes gedoopt* wordt in de Jordaan. [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

9-11

Vergelijk met Mattheüs 3:13-17; Lukas 3:21-22; Johannes 1:32-34.


10 En onmiddellijk, opstijgend uit het water, nam* Hij de hemelen waar, gespleten zijnd, en de geest neerdalend als een duif op Hem. [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

10

De duif is een symbool van vrede, van voorbij oordeel (Gen. 8:12) en van offer, Dit is een index van de bediening waarvan het de introductie was. In tegenstelling tot Johannes’ krachtige aanklachten van oordeel, ging Hij rond als een zachtmoedig, gevaarloos, Zich niet verzettend slachtoffer, totdat Hij tenslotte aan God werd geofferd. Het was hierin dat God een genoegen kon vinden. Hij was Zijn Zoon, niet alleen door geboorte, maar door Zijn gelijkenis met Zijn Vader.


11 En een stem kwam* uit de hemelen: "Jij bent Mijn °Zoon, de Geliefde. In Jou heb* Ik een genoegen." [Psalm 2:7]
12 En de geest dreef Hem regelrecht in de wildernis. [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

12-13

Vergelijk met Mattheüs 4:1-11; Lukas 4:1-13.

[Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

12

De beproeving in de wildernis was in het bijzonder bedoeld om Zijn loyaliteit aan God te testen in verband met Zijn claims op David’s troon en als de gehoorzame Mens. Daarom weiden Mattheüs en Lukas er over uit. Aangezien het geen verslag van dienstbetoon aan anderen is, merkt Markus het maar terloops op.


13 En Hij was veertig dagen in de wildernis, beproefd wordend door de Satan. En Hij was met de wilde beesten en de boodschappers dienden Hem.
14 Na het overleveren nu van °Johannes, kwam °Jezus in °Galilea, het evangelie van °God verkondigend, [Matt. 4:12-17] - [Joh. 3:24] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

14-15

Vergelijk met Mattheüs 4:12-17.

[Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

14

Tot dan had onze Heer wonderen verricht, zoals die bij het huwelijk in Kana in Galilea, en had Hij een schare van volgelingen verzameld, maar Hij wachtte tot Johannes’ bediening was beëindigd door zijn gevangenneming, voordat Zijn eerste evangeliserende rondgang begon.


15 en zeggend: "De tijd is vervuld geworden en het koninkrijk van °God is nabij gekomen. Bekeert jullie en gelooft in het evangelie!" [Gal. 4:4] - [Matt. 3:2] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

15

De era van de heerschappij van de natiën over Israel liep tegen het einde, zoals voorzegd door Daniël, de profeet,. Bijna vier honderd en tachtig jaren waren voorbij gegaan sinds Daniël voorzegd had dat vier honderd en negentig jaren “uitgesneden” zouden worden voor de vervulling van zijn visioen (Dan. 9:24). Normaal gesproken zouden niet meer dan tien jaren hen in het koninkrijk brengen, maar dit hing af van de houding van de natie.

Het is waar dat Daniël de era in periodes sneed, en dat er zeer duidelijke enig uitstel was na de negen en zestigste heptade, waarin de Messias afgesneden moest worden. Maar er wordt geen aanduiding gegeven dat dit een aanzienlijke lengte van tijd zou zijn. Daarom mogen we overwegen dat de bediening van onze Heer als geheel, vanuit profetische gezichtspunt, op iets meer dan zeven jaren van het koninkrijk was. Dit is de kracht van de vaak herhaalde uitdrukking die de last was van Zijn verkondiging: “Het koninkrijk van God is nabij gekomen.” De negen en zestigste heptade van Daniël eindigde met Zijn triomfantelijke intrede (11:8). Slechts nog zeven profetische jaren bleven over die beginnen met de bevestiging van het verbond met de komende prins (Dan. 9:27). Dat het niet kwam weerlegt niet in het minst het feit dat het nabij was. Epafroditus is de dood nabij (Filip. 2.30), maar hij stierf niet op dat moment. Dit woord is zeer zorgvuldig gekozen. De Heer voorzegde zeker niet dat het koninkrijk er aan kwam, zodat het binnen korte tijd er zou zijn, maar veeleer dat er een weinig tijd nodig was om het een realiteit te maken.


16 En voorbij gaand langs de zee van °Galilea, nam* Hij Simon en Andreas, de broer van Simon, waar, netten werpend in de zee, want zij waren vissers. [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

16-20

Vergelijk met Mattheüs 4:18-22; Lukas 5:1-11.


17 En °Jezus zei* tot hen: "Komt achter Mij en Ik zal maken dat jullie vissers van mensen zullen worden*. [Luc. 5:10]
18 En direct de netten verlatend*, volgen* zij Hem.
19 En een stukje voortgaand* nam* Hij Jacobus, de zoon van °Zebedeüs, en Johannes, zijn °broer, waar. Ook zij waren in een schip, de netten aanpassend. [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

19

Voordat een net wordt gebruikt is het van belang dat het niet erg in de war zit. Het werk van deze vissers is een beeldend commentaar op de uitdrukking “in orde brengen,” dat weergegeven wordt met woorden als maken, perfect, passend, perfect passend, herstellen, voorbereiden [in de oude Engelse vertalingen – vert.]. Wij hebben “in orde brengen”, “aanpassen” en “regelen” gebruikt.


20 En direct roept* Hij hen, en hun °vader, Zebedeüs, in het schip met de huurlingen verlatend*, gingen* zij weg, achter Hem.
21 En zij gaan Capernaüm binnen, en direct, op de sabbatten, binnengaand* in de synagoge, onderwijst Hij. [Luc. 4:16] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

21-23

Vergelijk met Mattheüs 4:13-16; Lukas 4:31,32.


22 En zij waren verbaasd over Zijn °onderwijs, want Hij onderwees hen als een gezaghebbende en niet zoals de Schriftgeleerden. [Matt. 7:28,29]
23 En direct was in hun °synagoge een man met een onreine geest en hij schreeuwt* het uit, [Mar. 5:2] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

23-28

Vergelijk met Lukas 4:33-37.


24 zeggend: "Wat gaat het ons en jou aan, Jezus de Nazarener? Kwam jij om ons te vernietigen? Ik heb jou waargenomen wie jij bent: de Heilige van °God!" [Mar. 5:7] - [Joh. 6:69] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

24

Het wordt gewoonlijk verondersteld dat boze geesten de laatsten zouden zijn om de Heer te erkennen, of Hem bekend te maken en dat wij alle tussenpersonen zouden moeten verwelkomen als zij maar getuigen van de waarheid. Maar onze Heer wilde niet het getuigenis van demonen hebben en gebiedt ze stil te zijn. Het is geen test van een kwade geest als die Hem kent en erkent. Een weinig later (vers34) wordt ons verteld dat Hij de demonen niet liet spreken vanwege hun onwetendheid over Hem, maar omdat zij zich bewust waren dat Hij de Christus is.

Het is verbazingwekkend hoeveel demonenbezetenheid er in de tijd van de Heer in het land was. We worden verleid te veronderstellen dat er een ongebruikelijke activiteit was in de ongeziene wereld vanwege Zijn aanwezigheid en de nabijheid van het koninkrijk. Een speciale uitbarsting van demonen is te verwachten in de laatste dagen en in ongetwijfeld nu al bij ons aanwezig. Hun tactieken zijn dezelfde. Zij ontkennen Christus niet, maar proberen zich veeleer met Hem te verbinden. Daarom hebben ze duidelijke inbreuken gedaan in de huishouding van het geloof, onder de vermomming van de heilige Geest van God. Laten we oppassen voor iedere onthulling of leiding die het woord van God vervangt of in de minste graad uit harmonie is met Zijn geschreven onthulling.


25 En °Jezus berispt hem, zeggend: "Wees stil en ga uit hem!"
26 En hem verkrampend* kwam* de onreine °geest, roepend* met een luide stem, uit hem. [Mar. 9:26]
27 En allen kregen ontzag*, zodat zij onder elkaar discussieerden, zeggend: "Wat is deze nieuwe leer? Hij gelast met gezag ook de onreine °geesten en zij gehoorzamen Hem!" [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

27

Het gezag van de Heer over onreine geesten, zelfs nog meer dan Zijn controle over ziekte, was het wonder van het volk en het middel van het verspreiden van Zijn faam doorheen Galilea. Geen van hun leraren had iets gelijksoortigs gedaan.


28 En de berichten over Hem kwamen* direct naar buiten, overal, in heel het land rondom °Galilea. [Matt. 4:24]
29 En direct, uit de synagoge komend*, kwamen* zij in het huis van Simon en Andreas, met Jacobus en Johannes. [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

29-34

Vergelijk met Mattheüs 8:14-17; Lukas 4:38-41.


30 De schoonmoeder nu van Simon lag neer, koortsig zijnde, en direct vertellen zij Hem over haar.
31 En naderend* wekt* Hij haar op, haar hand vasthoudend*. En de koorts verlaat* haar en zij diende Hem. [Matt. 9:25]
32 Het nu avond wordend*, toen de zon onderging*, brachten zij allen die ziekten hadden en de gedemoniseerden tot Hem. [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

32

De intense hitte van de oosterse dag was snel voorbij zodra de zon onder was gegaan. Dan komt de stad tot leven, de vrouwen gaan uit naar de bron voor water en de mannen komen terug van het werk. Bij deze gelegenheid wachtten ze mogelijk tot de sabbat voorbij was bij de zonsondergang, voordat zij de zieke bij Hem brachten.


33 En heel de stad was verzameld bij de deur.
34 En Hij geneest* velen die het zwaar hebben met verschillende ziekten en Hij werpt* vele demonen uit. En Hij liet de demonen niet spreken, omdat zij Hem waargenomen hadden. [Mar. 3:12]
35 En in de morgen, toen het nog nacht was, opstaand*, kwam* Hij naar buiten en ging* weg naar een verlaten plaats, en daar bad Hij. [Matt. 14:23] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

35-39

Vergelijk met Lukas 4:42-44


36 En Simon en die met hem volgen* Hem.
37 En zij vonden Hem* en zeggen tot Hem: "Iedereen zoekt U!"
38 En Hij zegt tot hen: "Laten we elders gaan, naar de volgende steden, opdat Ik ook daar zou verkondigen*, want daarvoor ben Ik uitgegaan*." [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

38

Mogelijk trok nieuwsgierigheid velen aan om Hem te zien op de ochtend nadat Hij zoveel wonderlijke daden deed. Toch kwam onze Heer niet om aangestaard te worden, maar om te dienen. Daarom misleidt Hij hen. Terwijl het nog nacht is verlaat Hij de stad voor privé omgang met God in voorbereiding op de taken van de dag. En Hij keert ook niet daarheen terug om toejuichingen van de menigte in ontvangst te nemen. Hij gaat verder naar nieuwe werkgebieden.


39 En Hij kwam* in hun °synagogen in heel °Galilea, verkondigend en demonen uitwerpend. [Matt. 9:35]
40 En tot Hem komt een lepralijder, Hem smekend en op de knieën vallend en tot Hem zeggend: "Indien U zou willen, bent U in staat mij te reinigen*." [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

40-45

Vergelijk met Mattheüs 8:2-4; Lukas 5:12-16.

[Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

40

Het zou normaal zijn te veronderstellen dat de eerste inspanningen van de Heer om het koninkrijk te verkondigen, onder de priesters in Jeruzalem zouden zijn. Zij waren de religieuze leiders en waren ook van grote politieke invloed. Met hun verkregen steun mocht Hij hopen om de kleinere lichten te bereiken en het gewone volk. Dat zou de weg van de mens zijn. Maar onze Heer begon met het volk. Hij scheen de priesters bijna te negeren. Maar dit voorval toont de manier waarop Hij tot hen getuigde. Vele melaatsen werden door Hem en Zijn discipelen genezen. Ze zouden allen verslag uitbrengen bij de priesters en het verhaal vertellen van hun genezing.

Aangezien melaatsheid een type van zonde is, en de priesters voortdurend bezig waren met de (typische) bedekking van zonden, zou het van hen maar een weinig geestelijk inzicht vereisen om Degene te herkennen Die de melaatsen genas als het ware Offer Dat de zonde totaal zou uitschakelen. De Heer liet de priesters in het geheel niet achter zonder een getuige, ook al verrichtte Hij persoonlijk niet veel wonderen in Jeruzalem.


41 En mededogen hebbend*, Zijn °hand uitstrekkend*, raakt* hem aan en zegt tot hem: "Ik wil het, wees gereinigd."
42 En direct kwam* de lepra van hem af en is hij gereinigd*.
43 En tot hem mompelend*, stuurt* Hij hem direct weg,
44 en zegt tot hem: "Zie, je zult tot niemand iets zeggen*, maar ga weg, toon* jezelf aan de priester en breng* betreffend jouw °reiniging wat Mozes gebiedt*, tot een getuigenis voor hen." [Matt. 9:30] - [Lev. 14:2] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

44

Zie Leviticus 14:1-32

We kunnen er niets aan doen dat we sympathiseren met het vuur van de genezen melaatse. Hij kende Christus als Zijn Redder, maar nauwelijks als zijn Heer. Hij heeft veel volgelingen die vurig zijn, maar zonder kennis. Ze zeggen: “Wat kunnen we er aan doen in het buitenland te vertellen wat voor ons zo kostbaar is? De Heer zal toch zeker niet ontstemd zijn, ook al heeft Hij het verboden!” Wat was het gevolg? De Heer kon de steden niet binnen gaan zoals Hij gepland had, maar moest buiten blijven, voor hun ongemak en Zijn verdriet. Ach, dat wij Hem zo dom dienen als dank voor Zijn genade!


45 Deze nu, begint*, uitgaand*, veel te verkondigen en het woord rond te bazuinen, zodat Hij niet langer meer in staat is openbaar de stad binnen te komen*, maar buiten, in de verlaten plaats was. En zij kwamen tot Hem van overal.



Terug naar de index.
Naar Marcus 2
   


© www.hetbestenieuws.nl
U mag deze tekst voor eigen gebruik en studie-doeleinden zonder toestemming vermenigvuldigen.
Citeren van deze tekst mag alleen met bronvermelding.
Vermenigvuldiging voor commercieel gebruik alleen met toestemming van de uitgever.