Dit is een eigen Het Beste Nieuws vertaling van
Johannes
Hoofdstuk 6

   
(Ga met de muis op een tekstverwijzing staan, dan ziet u de tekst)

1 Na deze dingen vertrok* °Jezus naar de overzijde van de zee, van °Galilea, van °Tiberias.
2 En Hem volgde een grote menigte, want zij zagen de tekenen die Hij aan de zieken deed. [Matt. 4:25] - [Joh. 2:23] -
3 Jezus nu kwam* op naar de berg en daar zat Hij met Zijn °discipelen. [Matt. 5:1]
4 °Pesach1) nu was nabij, het feest van de Joden. [Luc. 22:1]
5 °Jezus nu, de ogen opheffend* en starend* - want een grote menigte komt naar Hem toe - zegt tot Filippus: "Waar zouden wij broden kopen*, opdat dezen zullen eten*?"
6 °Filippus antwoordde* Hem: "Tweehonderd denari broden is voor hen niet voldoende, dat een ieder een beetje zal krijgen*."
7 Dit nu zei Hij, hem beproevend, want Hij had waargenomen wat Hij op punt stond te gaan doen.
8 Een van Zijn °discipelen, Andreas, de broer van Simon Petrus, zegt tot Hem: [Matt. 4:18]
9 "Er is hier een jongen die vijf gerstebroden en twee vissen heeft. Maar wat zijn deze voor zo velen?" [Matt. 14:17]
10 °Jezus zei*: "Laat* de mensen gaan zitten*", want er was veel gras in die plaats. De mannen dan gaan zitten*; het aantal was ongeveer vijfduizend.
11 °Jezus dan nam* de broden en, dank gevend*, verdeelt* Hij het onder hen die zitten. Op gelijke wijze ook van de vissen, zoveel als zij wilden.
12 Als zij nu gevuld* zijn, zegt Hij tot Zijn °discipelen: "Verzamelt* de overtollige* brokken, zodat niets verloren* zal gaan."
13 Zij dan verzamelen* ze en zij stoppen* twaalf manden boordevol met brokken van de vijf °gerstebroden die overtollig* zijn voor die gevoed waren. [Matt. 14:20]
14 De mannen dan, het teken waarnemend* dat Hij doet*, zeiden: "Dit is echt de Profeet Die komt in de wereld!" [Deut. 18:15]
15 Jezus dan, wetend* dat zij op het punt staan te komen en Hem weg te grissen, zodat zij Hem koning zouden maken*, trekt* Zich weer terug op de berg, alleen. [Joh. 18:33-37] - [Matt. 14:23]
16 Toen het nu avond werd*, daalden* Zijn °discipelen af naar de zee,
17 en in een schip stappend*, kwamen zij aan de overzijde van de zee, in Kapernaüm. En het was al donker geworden en °Jezus was nog niet tot hen gekomen.
18 En de zee was onstuimig geworden door het blazen van een sterke wind.
19 Na dan vijfentwintig of dertig stadiën geroeid te hebben, zien zij °Jezus, wandelend op de zee en dicht bij het schip komend. En zij waren* bang.
20 Doch Hij zegt tot hen: "Ik ben het, weest niet bang!" [Matt. 14:27]
21 Zij dan wilden Hem in het schip nemen*. En onmiddellijk kwam* het schip in het land waar zij naar onderweg waren.
22 De volgende morgen had de menigte, staande aan de overzijde van de zee, waargenomen* dat daar geen ander schip was dan een en dat °Jezus niet samen met Zijn °discipelen in het schip was gegaan*, maar dat Zijn °discipelen alleen vertrokken*.
23 Maar schepen kwamen* vanuit Tiberias naar de plaats waar zij het brood aten*, waarvoor de Heer dankte*. [Joh. 6:11]
24 Toen dan de menigte waarnam* dat Jezus daar niet is, noch Zijn °discipelen, stapten* zij in de schepen en kwamen* zij in Kapernaüm, °Jezus zoekend.
25 En Hem vindend* aan de overzijde van de zee, zeiden* zij tot Hem: "Rabbi, van waar bent U gekomen?"
26 °Jezus antwoordde* hen en zei*: "Amen! Amen! Ik zeg tot jullie: Jullie zoeken Mij, niet omdat jullie tekenen waarnamen*, maar omdat jullie aten* van de broden en verzadigd* werden. [Joh. 6:12]
27 Werkt niet voor het voedsel dat vergaat, maar voor het voedsel dat blijft in aionisch leven, wat de Zoon van de mens jullie zal geven, want dit verzegelt* °God, de Vader." [Joh. 4:14]
28 Zij dan zeiden* tot Hem: "Wat zullen wij doen, zodat wij de werken van °God zullen doen?"
29 °Jezus antwoordde* en zei* tot hen: "Dit is het werk van °God: dat jullie zullen geloven in Die Hij zendt*."
30 Zij dan zeiden* tot Hem: "Welk teken, dan, doet U, dat wij zullen waarnemen* en wij U zouden geloven*? Wat werkt U? [Joh. 2:18]
31 Onze °vaders aten* het manna in de wildernis, zoals het werd geschreven: 'Brood uit de hemel geeft* Hij hen te eten*.'" [Ex. 16:15] - [Neh. 9:15]
32 °Jezus dan zei* tot hen: "Amen! Amen! Ik zeg tot jullie: Niet Mozes heeft jullie het brood uit de hemel gegeven, maar Mijn °Vader geeft jullie het ware °brood uit de hemel,
33 want het brood van °God is Die neerdaalt van de hemel en leven geeft aan de wereld."
34 Zij dan zeiden* tot Hem: "Heer, geef* ons altijd dit °brood!"
35 °Jezus dan zei* tot hen: "Ik ben het brood van het leven. Wie tot Mij komt zou zeker niet hongeren* en wie in Mij gelooft zal zeker niet meer dorsten. [Joh. 4:14]
36 Maar Ik zei* tot jullie dat jullie Mij ook gezien hebben, en jullie geloven niet. [Joh. 20:29]
37 Alles wat de Vader Mij geeft, zal bij Mij aankomen, en wie tot Mij komt zou Ik zeker niet buiten werpen*. [Joh. 17:2,6,9,11,12,24] - [Matt. 11:28]
38 Wan Ik ben neergedaald van de hemel, niet dat Ik Mijn °wil zal doen, maar de wil van Die Mij zendt*. [Matt. 26:39]
39 Dit nu is de wil van Die Mij zendt*, dat van alles wat Hij Mij gegeven heeft, Ik niets daarvan zou verliezen*, maar Ik zal het doen opstaan in de laatste dag. [Joh. 17:12] - [Joh. 11:24]
40 Want dit is de wil van Mijn °Vader, dat iedereen die de Zoon ziet en in Hem gelooft, aionisch leven zal hebben, en Ik zal hem doen opstaan in de laatste dag." [Joh. 3:14-17]
41 De Joden dan mopperden over Hem, omdat Hij zei*: "Ik ben het brood dat neerdaalt* van de hemel."
42 En zij zeiden: "Is dit niet Jezus, de zoon van Jozef, met wiens °vader en °moeder wij bekend zijn? Hoe dan zegt hij: 'Ik ben uit de hemel neergedaald.'" [Matt. 13:55]
43 Jezus antwoordde* en zei* tot hen: "Moppert niet onder elkaar!
44 Niemand kan tot Mij komen*, indien niet de Vader, Die Mij zendt*, hem zou trekken*. En Ik zal hem doen opstaan in de laatste dag. [Joh. 12:32] - [Joh. 11:24]
45 Het werd geschreven in de profeten: 'En zij zullen allen door God onderwezen zijn.' Iedereen die hoort* van de Vader en leert*, komt tot Mij. [Matt. 16:17]
46 Niet dat iemand de Vader heeft gezien, uitgezonderd die van °God is, Deze heeft de Vader gezien. [Joh. 1:18]
47 Amen! Amen! Ik zeg jullie, die gelooft heeft aionisch leven. [Joh. 5:24]
48 Ik ben het Brood van het leven.
49 Jullie vaders aten* het manna in de wildernis en zij stierven*.
50 Dit is het Brood dat neerdaalt uit de hemel, dat iedereen daar van zal eten* en niet zal sterven*.
51 Ik ben het levende Brood, dat uit de hemel neerdaalde*. Indien iemand van dit °Brood zal eten*, zal hij in de aion leven. En het Brood nu dat Ik zal geven ten behoeve van het leven van de wereld, is Mijn °Vlees."
52 Toen vochten de Joden met elkaar, zeggend: "Hoe kan deze ons zijn °vlees geven* om te eten*?"
53 Toen zei* °Jezus tot hen: "Amen! Amen! IK zegt tot jullie: Indien jullie niet het vlees van de Zoon van de mens zullen eten* en jullie Zijn °bloed niet zullen drinken*, hebben jullie geen leven in jullie zelf. [1Joh. 3:15]
54 Die Mijn °vlees kauwt en Mijn bloed drinkt heeft aionisch leven en Ik zal hem doen opstaan op de laatste dag.
55 Want Mijn °vlees is echt voedsel en Mijn °bloed is echte drank.
56 Hij die Mijn °vlees kauwt en Mijn °bloed drinkt, blijft in Mij en Ik in hem. [1Joh. 3:24]
57 Zoals de levende Vader Mij zendt*, leef ook Ik door de Vader. En die Mij kauwt, ook deze zal door Mij leven. [Joh. 14:19]
58 Dit is het Brood dat uit de hemel neerdaalde*. Niet zoals de vaders aten* en stierven*: die dit °Brood kauwen zullen in de aion leven."
59 Deze dingen zei* Hij, onderwijzend in de synagoge in Kapernaüm.
60 Velen van Zijn °discipelen dan, het horend*, zeiden*: "Dit °woord is moeilijk! Wie kan het verstaan?"
61 °Jezus nu, in Zichzelf waargenomen hebbend dat Zijn °discipelen hier over mopperen, zei* tot hen: "Verstrikt dit jullie?
62 Wat dan als jullie de Zoon van de mens zullen zien, opstijgend naar waar Hij tevoren was? [Joh. 3:13]
63 De geest is het die levend maakt. Het vlees doet geen enkel goed. De uitspraken die Ik tot jullie gesproken heb zijn geest en zijn leven. [2Kor. 3:6] - [1Kor. 2:13]
64 Maar er zijn sommigen onder jullie die niet geloven." Want °Jezus had vanaf het begin waargenomen wie het zijn die niet geloven en wie het is die Hem overdraagt. [Joh. 13:11]
65 En Hij zei: "Hierom heb Ik tot jullie verklaard dat niemand in staat is tot Mij te komen*, als het niet aan hem gegeven zal worden door de Vader."
66 Hierom vertrokken* velen van Zijn °discipelen naar achteren en wandelden niet langer met Hem.
67 °Jezus dan zei* tot de twaalf: "Willen jullie ook niet weggaan?"
68 Simon Petrus antwoordde* Hem: "Naar wie zullen wij weggaan? U heeft uitspraken van aionisch leven!
69 Want wij hebben geloofd en wij hebben geweten dat U de Heilige van °God bent." [Luc. 4:34]
70 °Jezus antwoordt* hen: "Kies* niet Ik jullie, de twaalf? En een van jullie is een duivel!" [Luc. 6:13] - [Joh. 13:2,27]
71 Hij nu zei dit van Judas, van Simon Iscariot, want deze, een van de twaalf, stond op het punt Hem over te dragen. [Joh. 13:21]

1) Pesach = Pasen



Terug naar de index.
Naar Johannes 7
   


© www.hetbestenieuws.nl
U mag deze tekst voor eigen gebruik en studie-doeleinden zonder toestemming vermenigvuldigen.
Citeren van deze tekst mag alleen met bronvermelding.
Vermenigvuldiging voor commercieel gebruik alleen met toestemming van de uitgever.