Dit is een eigen Het Beste Nieuws vertaling van
Johannes
Hoofdstuk 1

   
(Ga met de muis op een tekstverwijzing staan, dan ziet u de tekst)

1 In het begin was het woord en het woord was op God gericht, en God was het woord1). [Openb. 19:13]
2 Dit was in het begin op God gericht. [1Joh. 1:1,2]
3 Alles kwam* door Hem tot stand en buiten Hem om kwam* zelfs niet één ding tot stand dat tot stand is gekomen. [1Kor. 8:6]
4 Daarin was leven en het leven was het licht van de mensen. [Joh. 5:26
5 En het licht verschijnt in de duisternis en de duisternis greep* het niet. [Joh. 3:19]
6 Er kwam* een man, van God gezonden. Zijn naam was Johannes. [Matt. 3:1]
7 Deze kwam* tot een getuigenis, opdat hij zou getuigen* over het licht, zodat allen er door zouden geloven*.
8 Deze was niet het licht, maar hij kwam opdat hij zou getuigen* van het licht.
9 Het was het ware °licht, dat iedere mens verlicht, komend in de wereld.
10 Hij was in de wereld en de wereld kwam door Hem tot stand, en de wereld kende Hem niet. [Kol. 1:15-17] - [Joh. 17:25]
11 Hij kwam* tot het Zijne en het Zijne aanvaardde* Hem niet.
12 Doch wie Hem aannemen*, aan hen geeft* Hij het recht kinderen van God te worden*, aan die in Zijn naam geloven, [1Joh. 3:1]
13 die niet uit bloed, noch uit de wil van het vlees, noch uit de wil van een man, maar uit God geboren* werden. [Jac. 1:18]
14 En het woord werd* vlees en sloeg* zijn tent op onder ons. En wij staren* naar Zijn °heerlijkheid, een heerlijkheid als van een eniggeborene van de Vader, vol van genade en waarheid. [Rom. 1:3] - [Jes. 60:1,2]
15 Johannes getuigt van Hem en heeft geroepen, zeggend: "Deze was van wie ik zei*: 'Die na mij komt, is vóór mij gekomen,'" want Hij was eerder. [Matt. 3:11]
16 Want uit het Hem vullende verkregen* wij allen ook genade voor genade. [Kol. 2:10]
17 Want de wet werd door Mozes gegeven*. De genade en de waarheid kwam* door Jezus Christus. [Ex. 31:18]
18 Niemand heeft ooit God gezien. De eniggeboren God, Die is in de schoot van de Vader, Die ontvouwt* Hem. [1Tim. 6:16] - [Luc. 10:22]
19 En dit is het getuigenis van °Johannes, toen de Joden uit Jeruzalem priesters en Levieten tot hem zonden*, zodat zij hem zouden vragen*: "Wie bent u?"
20 En hij belijdt* en hij loochent* niet, en belijdt*: "Ik ben de Christus niet." [Joh. 3:28]
21 En zij vragen* hem: "Wat dan? Bent u Elia?" En hij zegt: "Ik ben het niet." "Bent u de profeet?" En hij antwoordde*: "Nee." [Matt. 11:14] - [Deut. 18:15,18]
22 Zij dan zeggen* tot hem: "Wie bent u? - zodat wij antwoord zullen geven* aan die ons zenden*. Wat zegt u over uzelf?"
23 Hij beweerde: "Ik ben de stem van de smekende in de wildernis: 'Maakt* de weg van de Heer recht', zoals de profeet Jesaja zei*." [Jes. 40:3]
24 En die gezonden waren, waren uit de Farizeeën.
25 En zij vragen* hem en zij zeggen* tot hem: "Waarom dan doopt u als u niet de Christus bent, noch Elia, noch de profeet?" [Matt. 21;25]
26 °Johannes antwoordde* hen, zeggend: "Ik doop in water. Te midden van jullie heeft gestaan Die jullie niet hebben waargenomen,
27 Die na mij komt, van Wie ik niet waard ben dat ik de riem van Zijn °sandaal zou losmaken*." [Hand. 13:25]
28 Deze dingen gebeurden* in Bethanië*2), aan de andere zijde van de Jordaan, waar Johannes was, dopend. [Matt. 3:13]
29 De volgende morgen ziet hij °Jezus tot hem komen en zegt: "Zie*, het Lam van °God, die de zonde van de wereld wegneemt. [Gen. 22:8] - [Kol. 1:20]
30 Deze is over wie ik zei*: 'Na mij komt een man Die voor mij is gekomen,' omdat Hij eerder was dan ik.
31 En ik had Hem niet waargenomen. Maar opdat Hij aan °Israel geopenbaard* zou worden, daarom kwam* ik, dopend in water."
32 En Johannes getuigt*, zeggend: "Ik heb gestaard naar de geest, als een duif neerdalend uit de hemel en hij bleef* op Hem. [Matt. 3:16]
33 En ik had Hem niet waargenomen, maar Die mij zendt* om te dopen in water, Deze zei* tot mij: 'Op wie ook jij de geest zal waarnemen*, neerdalend en op Hem blijvend, Deze is Die doopt in heilige geest.' [Luc. 1:17,77] - [Matt. 3:11]
34 En ik heb het gezien en heb getuigd dat Deze de Zoon is van °God." [Matt. 3:17]
35 De volgende morgen stond Johannes opnieuw, en twee van zijn °discipelen.
36 En kijkend* naar °Jezus, Die wandelde, zegt hij: "Zie*, het Lam van °God!"
37 En de twee discipelen horen* hem spreken, en zij volgen* °Jezus.
38 °Jezus nu, omgedraaid* zijnde, staart* naar hen die volgen. Hij zegt tot hen: "Wat zoeken jullie?" Dezen nu, zij zeggen* tot Hem: "Rabbi (wat vertaald wil zeggen: Leraar), waar verblijft U?"
39 Hij zegt tot hen: "Komt en ziet." Zij dan komen* en nemen* waar waar Hij verblijft en zij blijven* die dag bij Hem. Het was rond het tiende uur.
40 Andreas, de broer van Simon Petrus, was een van de twee die Johannes horen* en Hem volgen*. [Matt. 4:18-20]
41 Deze eerste vindt de eigen °broer, Simon, en zegt tot hem: "Wij hebben de Messias gevonden" (dat is, vertaald, Christus). [Joh. 4:25,29]
42 Hij leidde* hem tot °Jezus. Hem aankijkend* zei* °Jezus: "Jij bent Simon, de zoon van Johannes. Jij zal Cephas genoemd worden" (dat is, vertaald, Petrus). [Matt. 10:2a]
43 De volgende morgen wil* Hij vertrekken* naar °Galilea en Hij vindt Filippus. En °Jezus zegt tot hem: "Volg Mij!"
44 °Filippus nu was van Bethsaïda, uit de stad van Andreas en Petrus. [Joh. 12:21]
45 Filippus vindt °Nathaniël en zegt tot hem: "Wij hebben gevonden van Wie Mozes in de wet schrijft* en de profeten: Jezus, de zoon van °Jozef, Die uit Nazareth!" [Deut. 18:18]
46 En Nathaniël zei* tot hem: "Kan iets goed zijn uit Nazareth?" °Filippus zegt tot hem: "Kom en zie!" [Joh. 7:41,42,52]
47 °Jezus nam* °Nathaniël waar, tot Hem komend en Hij zegt over hem: "Zie*! Werkelijk, een Israeliet in wie geen bedrog is!" [Psalm 32:2]
48 Nathaniël zegt tot Hem: "Vanwaar kent U mij?" Jezus antwoordde* en zei* tot hem: "Voordat °Filippus jou opriep*, zijnde onder de vijgenboom, nam* Ik jou waar!"
49 Nathaniël antwoordt* Hem: "Rabbi, U bent de Zoon van °God. U bent koning van °Israel!" [Psalm 2:7] - [Zef. 3:15]
50 Jezus antwoordt* en zei* tot hem: "Geloof je omdat Ik jou zei* dat Ik jou waarnam* onder de vijgenboom? Jij zal grotere dingen dan deze zien!"
51 En Hij zegt tot hem: "Amen! Amen! Ik zeg tot jou: jij zal de hemel zien, geopend, en de boodschappers van °God opstijgend en neerdalend op de Zoon van de mens." [Openb. 19:11]



1). "God was het woord." Hier moeten we niet denken dat het om een en dezelfde persoon gaat. Het werkwoord "was" geeft hier in de Griekse zinstructuur niet een gelijkheid aan, maar een representatie. Het woord vertegenwoordigt hier God.
2) - Bethanië - volgens Westcott-Hort. De Textus Receptus heeft hier "Bethabara".



Terug naar de index.
Naar Johannes 2
   


© www.hetbestenieuws.nl
U mag deze tekst voor eigen gebruik en studie-doeleinden zonder toestemming vermenigvuldigen.
Citeren van deze tekst mag alleen met bronvermelding.
Vermenigvuldiging voor commercieel gebruik alleen met toestemming van de uitgever.