| |
(Ga met de muis op een tekstverwijzing staan, dan ziet u de tekst)
1 Paulus en Timotheüs, slaven van Christus Jezus, aan al de heiligen in Christus Jezus, die in Filippi zijn, samen met de toezichthouders en dienaren.
2 Genade aan jullie en vrede van God, onze Vader, en van de Heer, Jezus Christus.
[Rom. 1:7]
3 Ik dank mijn °God bij iedere herinnering aan jullie,
[Rom. 1:8]
4 altijd, in elk verzoek van mij voor allen van jullie, met blijdschap het verzoek makend
5 voor jullie °bijdrage aan het evangelie, van de eerste dag tot nu,
6 dit vertrouwend, dat Die in jullie goed werk begint*, het zal volbrengen tot de dag van Christus Jezus,
[Filip. 2:13] -
[Filip. 2:16]
7 zoals het juist voor mij is zo gezind te zijn over jullie allen, omdat jullie allen, mij in het hart hebbend, zowel in mijn banden, als in de verdediging, als in bevestiging van het evangelie, gezamenlijk deelnemers zijn van mijn °genade,
8 want °God is mijn getuige hoe ik verlang naar jullie allen in mededogen van Christus Jezus.
[Rom. 1:9]
9 En dit bid ik: dat de liefde van jullie steeds meer en meer overstijgend moge zijn in bovenkennis en alle fijngevoeligheid,
10 zodat jullie testen wat van belang is, dat jullie oprecht mogen zijn en geen obstakel in de dag van Christus,
[Hebr. 5:14]
11 gevuld met de vrucht van rechtvaardigheid, welke is door Jezus Christus, tot heerlijkheid en lof van God.
[Joh. 15:8
12 Maar ik wil dat jullie weten, broeders, dat wat mij overkomt meer tot vooruitgang van het evangelie is geworden,
[2Tim. 2:9]
13 zodat mijn °banden in Christus kenbaar zijn geworden* in heel het praetorium1) en aan heel de rest,
[Efe. 3:1]
14 en de meerderheid van de broeders in de Heer, vertrouwen hebbend door mijn °banden, hadden meer overvloedig de moed om onbevreesd het woord te spreken.
15 Sommigen verkondigen inderdaad de Christus uit jaloersheid en twist, maar anderen ook uit genoegen,
16 dezen inderdaad uit liefde, waargenomen hebbend dat ik aangesteld ben tot verdediging van het evangelie,
17 maar zij die uit partijschap de Christus niet zuiver verkondigen, naar ik vermoed om verdrukking op te wekken in mijn °banden.
18 Wat dan? In ieder geval wordt met elke methode, of het nu met een voorwendsel is of naar waarheid, Christus aangekondigd. Ook in dit verheug ik mij en zal ik mij ook verheugen.
19 Want ik ben mij bewust dat dit voor mij zal uitlopen op redding door jullie °verzoek en de toelevering van de geest van Jezus Christus,
[2Kor. 1:11]
20 naar mijn °waarschuwing en verwachting, opdat ik in niets beschaamd zal worden, maar met alle vrijmoedigheid, zoals steeds, ook nu Christus groot gemaakt zal worden in mijn lichaam, hetzij door leven, hetzij door dood.
[1Petr. 4:16]
21 Want voor mij is het levend zijn Christus en het stervend zijn gewin.
[Gal. 2:20]
22 Maar indien dit levend zijn in het vlees voor mij vrucht van werk is, waar zal ik de voorkeur aan geven? Ik maak het niet bekend!
23 Ik wordt gedwongen door de twee, het verlangen hebbend naar de losmaking* en samen met Christus te zijn, want dat is verreweg het beste.
[2Kor. 5:8]
24 Maar het blijven in het vlees is meer noodzakelijk vanwege jullie,
25 en dit vertrouwen hebbend, heb ik waargenomen dat ik zal blijven en volhouden voor jullie allen voor de vooruitgang van jullie en de blijdschap van het geloof,
26 opdat jullie °roem overstijgend moge zijn in Christus Jezus in mij door mijn °aanwezigheid opnieuw bij jullie.
27 Alleen: weest burgers, waardig het evangelie van °Christus, opdat hetzij komend* en jullie waarnemend*, hetzij afwezig zijnd, ik over jullie moge horen dat jullie vast staan in één geest, één ziel, samen strijdend voor het geloof van het evangelie,
[Efe. 4:1] -
[Filip. 4:3]
28 en in niets verrast zijnd door de tegenstanders, wat voor hen een bewijs van vernietiging is, maar voor jullie van redding, en dit uit God,
29 want aan jullie is het genadevol gegeven* voor Christus, niet alleen in Hem te geloven, maar ook voor Hem te lijden,
30 dezelfde strijd hebbend die jullie waarnamen in mij, en nu horen in mij.
[Hand. 16:22] -
[Filip. 1:13]
1) Praetorium: was aanvankelijk de benaming voor het hoofdkwartier van een Romeins leger. Het praetorium was het stafkwartier in een Romeinse versterkte legerplaats, een castra of castellum. Later werd praetorium de benaming voor de residentie van de procurator (stadhouder of gouverneur) van een Romeinse provincie, en de benaming voor het keizerlijk hoofdkwartier.(bron: Wikipedia)
Terug naar de index.
Naar Filippenzen 2
|
|