| |
(Ga met de muis op een tekstverwijzing staan, dan ziet u de tekst)
1 Nu over wat jullie schrijven*. Het is het beste voor een man om niet een vrouw aan te raken.
2 Maar, vanwege de prostituties, laat ieder zijn eigen vrouw hebben en laat ieder haar eigen man hebben.
3 Laat de man tot de vrouw de verplichting leveren en zo ook de vrouw tot de man.
4 De vrouw heeft geen rechtsgezag over het eigen °lichaam, maar haar man; en zo ook heeft de man geen rechtsgezag over zijn eigen °lichaam, maar de vrouw.
5 Onthoudt elkaar niet, tenzij, uit overeenkomst, voor een periode, opdat jullie vrije tijd hebben* voor het gebed en jullie opnieuw hetzelfde zouden zijn, opdat de Satan jullie niet zou beproeven door jullie gebrek aan zelfbeheersing.
6 Maar dit zeg ik als tegemoetkoming, niet als bevel.
7 Want ik wil dat alle mensen zijn als ikzelf, want ieder heeft zijn eigen genadegeschenk uit God, de een inderdaad zus, maar de ander zo.
8 Maar ik zeg tot de ongehuwden en tot de weduwen dat het goed voor hen zou zijn indien zouden blijven* zoals ik.
9 Maar indien zij zich niet kunnen controleren, laten zij trouwen*! Want het is beter te trouwen* dan te branden.
[1Tim. 5:14]
10 Maar de gehuwden beveel niet ik, maar de Heer, dat een vrouw niet van haar man mag scheiden.
11 Maar als zij ooit ook zou scheiden*, laat haar ongehuwd blijven of laat haar naar de man verzoend zijn*, en de man moet de vrouw niet verlaten.
[Matt. 5:32]
12 Maar tot de rest zeg ik, niet de Heer: indien een broeder een ongelovige vrouw heeft en zij keurt goed met hem samen te wonen, laat hij haar niet verlaten!
13 En een vrouw, die een ongelovige man heeft en deze keurt goed met haar samen te wonen, laat zij niet de man verlaten!
14 Want de ongelovige °man is geheiligd geworden in de vrouw en de ongelovige °vrouw is geheiligd geworden in de broeder, want anders zijn immers jullie kinderen onrein. Maar nu zijn zij heilig.
[Rom. 11:16]
15 Maar indien de ongelovige scheidt, laat hem scheiden! De broeder of de zuster is in deze niet gebonden. °God heeft jullie tot vrede geroepen.
[Rom. 14:19]
16 Want vrouw, wat hebben je waargenomen? Dat jij de man zou redden? Of man, wat heb je waargenomen? Dat jij de vrouw zou redden?
[1Petr. 3:1]
17 Als niet de Heer ieder toebedeelt? Zoals °God een ieder heeft geroepen, laat hem zo wandelen. En zo schrijf ik het in alle °ecclesias voor.
18 Was iemand geroepen* als besnedene, laat hem niet onbesneden worden. Werd iemand geroepen als onbesnedene, hij late zich niet besnijden.
19 De besnijdenis is niets en de onbesnedenheid is niets, maar het houden van de geboden van God.
[Rom. 2:25]
20 Laat een ieder in deze blijven in de roeping waarin hij werd geroepen*.
21 Werd jij als slaaf geroepen*, maak je daar geen zorgen over! Maar als je ook vrij kunt worden*, gebruik* het dan.
22 Want de in de Heer geroepen* slaaf is de bevrijde van de Heer. Zo ook is degene die als vrije werd geroepen* slaaf van Christus.
[Efe. 6:6]
23 Jullie zijn gekocht* met een prijs. Weest dan geen slaven van mensen.
24 Iedereen, broeders, blijve in deze toestand waarin hij werd geroepen*, voor God.
25 Maar voor de maagden heb ik geen bevel van de Heer, maar ik geef mijn mening als zijnde begenadigd door de Heer om trouw te zijn.
[1Tim. 1:12,13]
26 Ik veronderstel dan dat het goed is bij iemand te behoren vanwege de huidige nood, dat het voor de mens goed is zo te zijn.
27 Werd jij verbonden aan een vrouw, zoek geen scheiding. Ben jij bevrijd van een vrouw, zoek geen vrouw.
28 Maar ook wanneer jij zou trouwen, dan zondigde* jij niet en wanneer de maagd zou trouwen, dan zondigde* zij niet. Maar het vlees zal verdrukking hebben. En dat bespaar ik jullie.
29 Maar dit verzeker ik jullie, broeders: de tijd is beperkt. Dat de rest, die wel vrouwen hebben, moge zijn als niet hebbend,
[Rom. 13:11]
30 en de klagenden als niet klagenden en de verheugden als niet verheugden en de kopenden als niet bezittenden,
31 en de deze wereld gebruikenden als niet op-gebruikenden. Want het uiterlijk van deze °wereld gaat voorbij.
[1Joh. 2:17]
32 En ik wil dat jullie onbezorgd zijn. De ongehuwde wijdt zijn zorgen aan de dingen van de Heer, hoe hij de Heer zou behagen*.
33 Maar de gehuwde* wijdt zijn zorgen aan de dingen van de wereld, hoe hij de vrouw zal behagen*
34 en is verdeeld. En de vrouw, de ongehuwde en de maagd, wijdt haar zorgen aan de dingen van de Heer, opdat zij heilig moge zijn, én naar het lichaam én naar de geest. Maar de gehuwde* wijdt zorgen aan de dingen van de wereld, hoe zij de man zou behagen*.
35 Maar ik zeg dit voor jullie eigen °belang, niet dat ik jullie een strik om zou werpen, maar voor het fatsoenlijke en de onverdeelde toewijding aan de Heer.
36 Maar indien iemand onfatsoenlijk is tegen zijn °maagd; indien iemand beweert: zij wordt op jaren, en zo moet het gebeuren; laat hem doen wat hij wil! Hij zondigt niet. Laten zij trouwen!
37 Maar wie vast staat in zijn °hart heeft geen noodzaak; want hij heeft gezag over de eigen wil en heeft aldus geoordeeld in het eigen hart: dat hij beter zal doen weg te blijven van de maagd.
38 Zo doet ook degene die zijn °maagd uithuwelijkt goed, en degene die niet uithuwelijkt zal beter doen.
39 De vrouw is gebonden zolang haar °man leeft. Maar indien de man is ontslapen is zij vrij om getrouwd te worden met wie zij wil, mits in de Heer.
40 Toch is zij gelukkiger indien zij, naar mijn °mening, zo zou blijven. En ik meen ook geest van God te hebben.
Terug naar de index.
Naar 1 Korinthe 8
|
|