Het geheimenis van de liefde - deel 1

door
E.A. Stahl (1926-2011)

"Wie niet liefheeft kent God niet, want God is liefde... Geliefden. Indien God ons zo liefheeft, zijn wij ook verschuldigd elkaar lief te hebben."
(1 Joh. 4:8,11)
"Want God heeft de wereld zo lief, dat Hij Zijn Zoon, de enigverwekte, geeft, opdat elke in Hem gelovende niet verloren zal gaan, maar dat hij aionisch leven zal hebben. Want God vaardigt Zijn Zoon niet af tot in de wereld opdat Hij de wereld zou oordelen, maar opdat de wereld door Hem gered zal worden."
(Joh. 3:16,17)
" In het geval dat ik zal spreken in de talen van de mensen en van de boodschappers, maar ik heb de liefde niet, dan ben ik een weergalmende kopergong geworden of een schel klinkende cimbaal. En in het geval dat ik een profetie zal hebben en ik alle geheimen zal waarnemen en alle kennis, en in het geval dat ik al het geloof zal hebben, zodat ik bergen verplaats, maar ik geen liefde zal hebben, ben ik niets... Maar nu blijft geloof, hoop, liefde en van deze drie is de liefde de grotere."
(1 Kor. 13:1,2,13)
Net als die gevoed zijn geworden en groeien in de koninkrijksboodschap, en de uitverkorenen zijn door roeping (2 Tim.l:9; 1 Pet. 2:9,21; Heb.3:l; Rom. 8:28,30), verheugen wij ons in de openbaring van de oude geheimenissen van het konijkrijk (Rom. 16:25), de universele boodschap en geheimenis van het evangelie (Matt. 24:14), het geheimenis van het zoonschap van de bediening van verzoening (2 Kor. 5:18,19), en het herstel van alle dingen (Hand. 3:21). De diepe dingen van God zijn geheimenissen die Hij, om redenen die alleen Hij kent, heeft gekozen om aan de ogen en oren van een paar te onthullen; aan de anderen zijn het slechts vragen opwerpende enigmas (Luk. 8:10; 1 Kor. 4:1). Ook dat is een geheimenis. Opdat wij, echter, door dit te kennen en te zwelgen in dit wonder, niet te zelfvoldaan worden, moeten we keer op keer 1 Korinthiërs lezen, hoofdstuk 13:2.
"En in het geval dat ik een profetie zal hebben en ik alle geheimen zal waarnemen en alle kennis, .... , maar ik geen liefde zal hebben, ben ik niets"

Indien dan wij werkelijk alle geestelijke geheimenissen begrijpen (Mar. 4:11; Joh. 14:26; 1 Joh. 2:20,21,27), zouden wij dan ook niet het geheimenis van de liefde begrijpen - Gods liefde?

"Hierin is de liefde: niet dat wij God liefhebben, maar dat Hij óns liefheeft en Zijn Zoon afvaardigt, als beschutting aangaande onze zonden. Geliefden. Indien God ons zo liefheeft, zijn wij ook verschuldigd elkaar lief te hebben."
(1Joh. 4:10,11)

God IS liefde. Liefde is de essentie van God! Ware liefde is niet iets dat we kunnen oproepen of manipuleren, het is Gods geschenk aan ons - een deel van Hemzelf. "God is liefde en die in de liefde blijft, blijft in God en God blijft in hem."(1 Joh. 4:16). "Blijft in Mij, zoals Ik ook in jullie." (Joh. 15:4).

"In het geval dat iemand zal zeggen: "Ik heb God lief" en zijn broeder zal hij haten, hij is een leugenaar, want die niet zijn broeder liefheeft, die hij heeft gezien, kan niet God, die hij niet gezien heeft, liefhebben. 21 En dit voorschrift hebben wij vanaf Hem, opdat wie God liefheeft ook zijn broeder zal liefhebben."
(1 Joh. 4:20,21)
"Jij zal de Heer, jouw God, liefhebben met heel jouw hart en met heel jouw ziel en met heel jouw denkwijze. Dit is het grote en eerste voorschrift. Maar het tweede lijkt op haar: Jij zal jouw naaste liefhebben als jezelf. Aan deze twee voorschriften hangt heel de wet en de profeten."
(Matt. 22:37-40)
"Jij zal jouw naaste liefhebben als jezelf.' Groter dan dezen is geen ander voorschrift."
(Mar. 12:31)

Wie is mijn broeder? Wie is mijn naaste? In het 10e hoofdstuk van Lucas werd de zaak van "wie is mijn naaste" door Jezus aangekaart. Volgens de Babylonische Talmoed (Sanhedrin 52B, pagina 356), verbood Mozes alleen overspel met de vrouw van een naaste en (naar de mening van de Farizeeën) waren heidenen geen "naasten," en was het daarom toegestaan heidenen te verleiden. Jezus was, uiteraard, volkomen op de hoogte van de Joodse Talmoedische collectie van de "tradities van mensen" ("tradities van de oudsten, Joodse fabelen," zie Matt. 15:2,3,6,9). En toen, in Lucas 10:25, de wetgeleerde opstond om Jezus te betrappen ("verleiden") werd hij zelf betrapt. In een poging zichzelf te rechtvaardigen zei hij: "en wie is mijn naaste?"

Jezus vertelde toen het verhaal van de man op de weg naar Jericho die door dieven werd overvallen en genegeerd door hen die hem geholpen zouden moeten hebben (de priester, de Leviet) en door een Samaritaan gediend werd (een heiden, geminacht door de Joden), die medelijden met hem had. Jezus zei tot de wetgever: "Wie dan van deze drie, denkt u, is de naaste geworden van die tot in de handen van rovers was gevallen?" Deze nu zei: "Die de ontferming met hem doet!" Jezus nu zei tot hem: "Ga en doe jij evenzo."" (Luc. 10:36,37). Kennelijk was Jezus niet bevlekt met Joodse tradities en door hun pogingen de "wet" te verdraaien naar hun eigen favoriete interpretaties van "naaste."

Houden ook wij alleen van de liefelijken, zij die nauw met ons verbonden zijn, die geloven zoals wij hen geloven die passen bij onze goedgekeurde levensstijl?

" Jullie horen dat werd uitgesproken: 'Jij zal jouw naaste liefhebben en jouw vijand zal je haten.' Maar Ik zeg tot jullie 'Hebt jullie vijanden lief en bidt ten behoeve van die jullie vervolgen,' zodat jullie zonen zullen worden van jullie Vader, Die in de hemelen is, want Zijn zon laat Hij opgaan over boosaardigen en goeden en het regent op rechtvaardigen en onrechtvaardigen. "
(Matt. 5:43-47 - zie ook Lucas 6:27-36)

Of doet de context van het bevel van Christus denken dat "naaste" en "broeder" het hele gamma van Gods menselijke schepping omvat, zonder aanzien van hun huidige geestelijke, religieuze of morele toestand (Luc. 10:29)? Ik vermoed dat de meesten van ons, op z'n best, selectieve liefde betrachten, niet onvoorwaardelijke liefde. Wij houden van wie "normaal" zijn, zonder stigma, sociaal aanvaardbaar, sober, belijdende Christenen (we staan hier met opzet enige bandbreedte toe), zonder beschamende of walgelijke neigingen ten opzichte van zonde, misdaad, en sociale afwijkingen. En wat dan met de rest van Gods schepping? Hebben we schriftuurlijke sanctie om te minachten, en onze rug totaal te keren naar, bijvoorbeeld, hen van de homosexuele levensstijl?

Nu, voordat ik verder ga langs deze ader, wil ik stellen dat ik me volkomen er van bewust ben dat door te verwijzen naar het onderwerp van homosexualiteit, ik mezelf neerzet als een doelwit voor "homofobie." Het zij zo. Ik zou willen denken dat Gods uitverkoren, geroepen, uitgekozen, Geest-verlichte mensen, wijzer zouden zijn dan dat. Gods uitverkorenen zijn geroepen om rechtvaardig te oordelen en onderscheid te maken en onafhankelijk van de orthodoxe stroom van onverzoenlijke mens-gemaakte theologie te dienen, speciaal wanneer het aankomt op de voorspelbare en scherpe reactie op de "homo-beweging." God is niet betrokken bij de "bewegingen" van mensen, of ze nu religieus, denominatie gebonden, politiek, sociaal of levensstijl zijn. Hij is alleen geďnteresseerd in het hart van de individuele mens:  "Zoon, geef Mij jouw hart."

De kerk heeft, in haar homofobische razernij, de twee geboden vergeten waaraan heel de wet en de profeten hangen (Matt. 22:40) en heeft onderweg de homobeweging vrijwel helemaal van zich vervreemd en hen in essentie over het algemeen bestemd om verloren te gaan. "Die wil dat alle mensen gered worden" (1 Tim. 2:4). Daarom is het, als Zijn dienaren van rechtvaardigheid, van het allergrootste belang dat wij mededogen hebben en al Zijn kinderen liefhebben, heel Zijn menselijke schepping, en niet, zoals de priester en de Leviet, hen die nood lijden voorbijgaan door over te steken naar de andere kant van de straat. Onvoorwaardelijke liefde zegt niet: "Ik hou van je, maar..."

"Want Ik had honger en jullie gaven Mij te eten. Ik had dorst en jullie gaven Mij te drinken. Ik was een vreemdeling en jullie namen Mij in huis, naakt en jullie omhulden Mij. Ik was zwak en jullie zagen naar Mij om. Ik was in de cel en jullie kwamen naar Mij toe.' Dan zullen de rechtvaardigen Hem antwoorden, zeggend: 'Heer, wanneer namen wij U honger hebbend waar en voedden wij U? Of dorst hebbend en gaven wij U te drinken?' En wanneer namen wij U als vreemdeling waar en namen wij U in huis? Of naakt en omhulden wij U? En wanneer namen wij U zwak waar of in de cel en kwamen wij naar U toe?' En antwoordend zal de Koning tot hen uitspreken: 'Amen! Ik zeg tot jullie, zoveel als jullie dat doen voor één van dezen, de minsten van Mijn broeders, doen jullie het voor Mij.' Dan zal Hij ook tot die vanuit de linkerkant uitspreken: 'Ga weg van Mij die vervloekt zijn, tot in het aionische vuur,"
(Matt. 25:35-41)

Orthodox of fundamentalistisch, religie heeft lang hartgrondig tegen homosexualiteit gepredikt, de verslagen over Sodom en Gomorra en andere passages gebruikend als bewijs dat God hen haat en dat de hel hun ultieme bestemming is. De nadruk is altijd negatief geweest en zelden heb ik een spreker gehoord of een schrijver gelezen die zelfs maar suggereerde dat God misschien de homosexueel niet minder liefheeft dan Hij de gemiddelde kerkganger liefheeft. Zo nu en dan hoor je de bloedarme, halfzachte verontschuldiging: "We haten ze niet, we haten alleen hun zonde." In de praktijk gaat die holle en on-oprechte uitspraak niet op. Ik weet dat het waar is, want ik hoef alleen maar in mijn eigen hart te kijken.

Dit artikel is niet bedoeld om de homobeweging te verdedigen. Toen ik begon te schrijven over het onderwerp van liefde, bracht de Geest van God deze andere zaak in mijn denken als een voorbeeld van onze Farizeďsche benadering van liefde. Wij hebben selectief lief en delen onze voorwerpen van liefde en vriendschap op in categorieën; en op dezelfde wijze en met hetzelfde gemak maken we ook in ons hoofd een lijst van de zondaren en vijanden van God die ons is geleerd op wettelijke basis te kunnen "haten," omdat God ze haat. Ik weet dat ze zeggen dat ze alleen de zonde van de zondaar haten en de zondaar liefhebben, maar waarom laten ze dan de zondaar voor eeuwig naar de hel gaan; waarom niet alleen hun zonde (als dat alles is wat we haten)? Verwarrend, toch?

Nergens in de Schrift vinden we een rechtvaardiging voor het maken van vijanden uit hen wier zonden wij verachtelijk en kwaad achten. Onze echte vijand is de zonde en het kwaad. Mensen, het maakt niet uit wie zij zijn, zijn in Gods ogen allemaal hetzelfde en Hij ziet hen vanuit het oogpunt van totale verzoening en herstel, deel van Gods familie. Sommige Christenen maken onderscheid in de zwaarte van zonde, en afvalligen en moordenaars worden op één hoop gegooid met hen die, zo zegt men, verdienen naar de hel te gaan, maar de zonde van de vleselijkheid van de Christen, liegen en roddelen, worden voor het gemak in het grijze gebied gewerkt dat "kleine zonden" of "kleine leugentjes" en dergelijke wordt genoemd. God maakt geen onderscheid. Hij zet ze allemaal in dezelfde categorie.  "Allen hebben gezondigd" (Rom. 3:23; Openb. 21:8), en alle zonde zal onderworpen worden aan de schoonmaak en zuivering van de Poel des Vuurs. Als gezegd zou kunnen worden dat God, Die liefde is, in staat is te haten, dan is het de zonde die Hij haat en vernietigt, maar Hij neemt de volle verantwoordelijkheid voor de veiligheid en de bestemming van de zondaar. Het wordt niet aan de zondaar overgelaten te beslissen ("een besluit te nemen"), noch aan de Farizeďsche Christen om in hokjes te duwen, of zij "naar de hemel of de hel gaan."

Goddelijke liefde is onze zekerheid, ondersteund door de Almachtige, Soevereine, Eeuwige God en het is Hij Die onze zekerheid beloofd heeft. Geen enkele van zijn menselijke schepping, vanaf het moment dat Hij zei  "Laat Ons mensen maken in Ons beeld," zal ooit hoeven te vrezen dat hij of zij zijn of haar weg naar huis niet kan vinden. Vader zal bij de deur van dat hemelse familiehuis staan, wachtend op de terugkeer van al Zijn eigenzinnige kinderen, waarin Hij daarna Alles in allen zal zijn. En dat houdt allen van ons in, tot en met de allerlaatste. Ik wil hier niet stellen dat "alle wegen naar God leiden," zoals sommigen leren. De mens zal nooit zijn eigen weg naar God vinden of bedenken. Zijn bestemming is zeker, maar het zal op Gods manier gaan en op Zijn tijd en naar Zij doel, niet door zelf-inspanning, oosterse meditatie, gedachten boven materie, of door kosmische bewustwording, maar veeleer door de ENE WEG en de enige WEG, Jezus Christus, de Heer. Hij is DE DEUR, DE WEG, HET LEVEN, DE WAARHEID.  "Niemand komt tot de Vader dan door Mij" (Joh. 14:6). De eenvoud en het geheimenis van deze uitspraak zal nooit veranderd worden en de Poort van toegang tot God zal nooit verwijderd of gemakkelijk gemaakt worden. Sommigen zullen proberen via een andere weg op te klimmen, maar alleen dieven en rovers proberen zo'n toegang. Er is slechts EEN WEG!

Het werk van het kruis is een voor allen voltooid werk, voor altijd. Daarom zullen allen toegang hebben tot het huis van Vader, maar "ieder in de eigen rangorde" (1 Kor. 15:23), op z'n eigen tijd, op Gods manier, volgens het plan der aionen. Wanneer alles voorbij is zal Hij het op Zijn manier doen, door DE WEG (Christus Jezus), en ieder mens zal vroeger of later zijn knie buigen en belijden dat Jezus Christus Heer is, tot heerlijkheid van God de Vader. Voor sommigen zal het een lange en pijnlijke weg zijn, tot aan de laatste cent betalend (Matt. 5:24,26), maar er zal een dag komen wanneer Zijn huis gevuld en de familie compleet zal zijn en Christus het koninkrijk aan God zal overhandigen en de laatste vijand, de dood, vernietigd zal worden en allen zich onderschikken aan de Vader, inclusief de Zoon Zelf, opdat God zal zijn Alles in Allen (1 Kor. 15:23-28).

Gods wegen zijn de wegen van de liefde, maar niet allen begrijpen Zijn liefde. De meeste Christenen bevinden zich in het gebied van de zintuigen en dienen vanuit het punt van de reactie op menselijke liefde en niet vanuit een onthulling van goddelijke liefde die Gods schepping ziet vanuit Gods oogpunt. De mens neemt zijn toevlucht tot menselijk redeneren en menselijke oplossingen, in een poging geestelijke problemen op te lossen met het verstand van een natuurlijke mens. In recente jaren hebben de zogeheten "extreem rechts" en de "morele meerderheid" beweging een letterlijke oorlog gevoerd tegen de "homobeweging," door middel van de electronische media, seminars, publikaties en speciale wettelijke teams. De privé jets van verscheidene van de bekende fundamentalistische tele-evangelisten hebben het druk gehad als zij hun uiterste best deden deze "vijand" te bestrijden, en hun trouwe tv en kerk publiek is grondig geďndoctrineerd geworden om de "homobeweging" te haten en er bij elke gelegenheid tegen te strijden, op elke mogelijke wijze, verbaal en zelfs fysiek, en het te behandelen - met ieder individu er in - als Gods gemanifesteerde vijand. Christelijke activisten nemen geregeld deel aan anti-homo bijeenkomsten en -parades, posters dragend die "de vijand" afwijzen en belachelijk maken, zoals  "God haat homos," en andere korte hatelijk plakkaten die hellevuur en verdoeming beloven. Daar zit niet veel liefde in! "" Hij die niet liefheeft kent God niet, want God is liefde!"

Er zijn door christelijke schrijvers veel boeken geschreven die de homoseksualiteit en de homobeweging afwijzen en belachelijk maken, de Schrift gebruikend om te "bewijzen" dat God de homoseksueel haat en, in het Oude Testament, zogenaamd duidelijk de straf en bestemming voor deze dwalende zondaren uiteen heeft gezet: tenzij zij zich bekeren en hun levensstijl achter zich laten zal hun lot zijn als dat van Sodom en Gomorra, namelijk het vuur en de zwavel van een eeuwigdurend martelend hellevuur. De geest van deze "kruistocht" is zo wraakzuchtig en zo giftig dat ze alleen als duivels gezien kan worden, goddeloos en godslasterlijk. En het is zeker op geen enkele wijze verbonden met iets wat geestelijk is of met de wil van God en Zijn pan van de aionen. En boeken zijn niet de enige middelen die gebruikt worden. Het internet en websites voorzien in de kant en klare middelen om deze "heilige kruistocht" uit te voeren.

Een van deze haatwebsites wordt gerund door ene pastor Phelps van Westboro Baptist Church. Ik heb zijn website bekeken en was geschokt en walgde van de scheldpartij van hatelijk gekwebbel dat op het scherm werd uitgekotst. Zoek eens "valse profeet" op in het woordenboek, dan zou u zijn foto moeten vinden. Hij weet duidelijk niets van het geheimenis en de heerlijkheid van liefde, Gods liefde. Als ik hem was zou ik dat woord nooit uitspreken, anders zou de bliksem mij treffen. Jammer genoeg heeft zo iemand de misleiding zo diep ingezogen dat hij niet meer in staat is de waarheid en onthulling van het geheimenis van de liefde te ontvangen (2 Thess. 2:11).

Uit deze onbegrensde haatcampagne, geleid door deze predikanten en activisten, is er een giftige bitterheid en afkeer ontstaan onder oprechte kerkgaande Christenen. Ze zijn, bijvoorbeeld, door azijnzure preken en websites onderwezen de homobeweging te vrezen en haten. Het heeft een strijdveldmentaliteit geschapen en een klimaat van bitterheid dat in sommigen het absoluut slechtste naar boven heeft gebracht, van wie het verkeerd gerichte vuur om voor God te strijden soms is uitgelopen op de vernietiging van eigendommen en zelfs het verlies van leven. Homofobie is een aanvaarde en verwachte reactie geworden in de fundamentalistische kerk, en een ieder die er vragen bij durft te stellen is verdacht en wordt stilletjes door sommigen gezien als homo-neigingen hebbend. Deze onderhuidse hysterie (soms zichtbaar) is een woekerende ziekte waar echte Christenen hard nodig hebben om mee in het reine te komen, in de waarheid en het verstaan van Gods liefde.

Webster (een bekend Amerikaans woordenboek) definieert "fobie" als "een hardnekkige, morbide vrees of dreiging." In 1 Johannes 4:18 lezen we: "In de liefde is geen vrees, maar de volmaakte liefde werpt de vrees naar buiten, want de vrees heeft tuchtiging. Maar die vreest is niet tot volmaaktheid in de liefde gebracht." Vrees brengt kwelling voort. De meest zekere manier om van die kwelling verlost te worden is door liefde. Maar wee de natuurlijke mens, er is bij het liefhebben van God veel offer betrokken en bij het liefhebben van de naaste als jezelf. Het houdt het leren in van het offer van geven (Luc. 6:38; Matt. 10:8; 19:21; Luc. 19:8,9), jezelf op de achtergrond houden, onderschikking aan de wil van God, de klemmende, grijpende hand loslatend en het laten gaan van de "dingen" en de geloofssytemen die ons tot slaven maken en ons weerhouden te groeien in God, en onze geheime, zelfzuchtige, private levens open doen die al te lang veel te dicht bij onze boezem gehouden zijn met de greep van de "dood." Onze lichamen presenteren als een levend offer is niet slechts een grootmoedig gebaar van onze kant, maar het is een vereiste (Rom. 12:1). Of we geven het vrijwillig, of anders zal God, vroeger of later, het nemen, hoe dan ook. Hij is een verterend vuur. Wij doen, soms overhaast, beloften: "Wanneer jij een belofte belooft aan Elohim, moet het niet zo zijn dat jij uitstelt deze te voldoen, want er is geen genoegen in dwazen. Wat je belooft, voldoe dat! Het is beter dat jij niet belooft dan dat jij belooft en jij niet voldoet" (Pred. 5:4-7; Num. 30:2; Deut. 23:21).

Ik heb predikanten, tele-evangelisten en Christen-activisten horen zeggen dat wat we nodig hebben is een "grass roots," verenigde, heilige, christelijke kruistocht om de homobeweging te verslaan. Maar ik zeg dat wat we nodig hebben is een omkerende Heilige Geest herleving van liefde en vergeving, van totale toewijding, zelf-opoffering en een bereidheid kwetsbaar, buigbaar en bruikbaar voor God te worden om anderen te dienen, inclusief de homobeweging. De meeste Christenen van vandaag zien "homos" met dezelfde afschuw als mensen als over het algemeen leprozen en hun lepra zagen in de voorbije eeuwen. Leprozen waren toen volkomen uitgestoten. Nu wordt lepra behandeld als een ziekte en het stigma is verdwenen en de fobie is vervangen door kennis en met een liefdevolle behandeling. Ook epilepsie heeft in het verleden angst opgewekt, dreiging en afschuw, en de slachtoffers er van werden gemeden, door sommigen zelfs beschouwd als "bezeten door demonen." Veel lange uren zijn door oprechte zielen besteed, zwetend en kreunend, in een poging de boze geest(en) uit te drijven. Maar vandaag wordt epilepsie behandeld als een ziekte, als een fout functioneren van een deel van de hersenen, doorgegeven aan het nageslacht, of het gevolg van een ontwikkelende hersenpathologie en verkeerd werkende chemische verbindingen. De slachtoffers van al deze drie ziekten hadden weinig of niets van doen met de ontwikkeling van de symptomen van deze abnormaliteiten, en de genen en chromosomen waren er al bij de geboorte, in hun onlosmakelijke imperfectie. Dit grote geheimenis is alleen ten volle bij God bekend, Die ons schiep zoals we zijn -  "Alle dingen zijn uit God."

Het is tijd dat de Farwell's en de Robertson's en de anderen (en wij allen) nog eens het dertiende hoofdstuk van 1 Korinthiërs lezen en de brieven van Johannes, en de betekenis van "broeder" herbevestigen en van "naaste" en een serieus lange blik werpen op Mattheüs 6:14,15. "Want in het geval dat jullie de mensen hun misstappen zullen laten gaan, zo zal ook jullie Vader, de hemelse, jullie laten gaan. Maar in het geval dat jullie de mensen niet zullen laten gaan, zal ook jullie Vader jullie misstappen niet laten gaan" (lees ook Marc. 11:25,26).

Laat me goed begrepen worden. Ik maak het heel duidelijk dat ik absoluut geen "sympathie" heb voor de "alternatieve levensstijl," en elk natuurlijk instinct in mij staat op tegen hun "onnatuurlijke" en dwalende manier van leven. Ik heb geen enkele neiging naar homosexualiteit en het gaat dwars in tegen mijn fysieke en mentale instelling. Om die reden heb ik grote moeite me in te leven in hen die gekweld worden door hun verkeerde werking van de chromosomen. In het natuurlijke ben ik niet in staat hen voor de Heer lief te hebben. Hier is een bovennatuurlijke liefde nodig, een openbaring van liefde. Indien ik poog hen in het natuurlijke te dienen zal ik het lot van de zonen van Sceva ondergaan, zoals in Handelingen 19:14-16.

Onze broeder en onze naaste liefhebben als onszelf is, in het natuurlijke, doorspekt met complexiteiten die ons vermogen er mee om te gaan of te begrijpen te boven gaan. We doen ons best om het bevel van Christus te beamen, omdat we weten dat het waar is, omdat Hij het zei en omdat Hij onze gehoorzaamheid vereist. Maar in de dagelijkse praktijk vermijden we de zaak door gewoonweg de mensen te mijden die de kern zijn van Christus' precieze en bondige opdrachten.

"Ik roep dan eerst op van alles te doen: smeekbeden, gebeden, bepleitingen, dankzeggingen, ten behoeve van alle mensen, ten behoeve van koningen en voor allen die in superioriteit zijn, opdat wij een gematigd en rustig levensonderhoud zullen doorbrengen, in alle eerbiedigheid en eerbaarheid, want dit is goed en welkom in het zicht van God, onze Redder, Die wil dat alle mensen gered worden en komen tot besef van de waarheid. Want er is één God en ook één Middelaar van God en van mensen: de Mens Christus Jezus, Die Zichzelf geeft als een overeengekomen loskoopsom ten behoeve van allen (het getuigenis in de eigen perioden)"
(1 Tim. 2:1-6)
" Zoals de Vader Mij liefheeft, heb ook Ik jullie lief. Blijf in de liefde, de Mijne! In het geval dat jullie Mijn voorschriften zouden bewaren, zullen jullie in Mijn liefde blijven, zoals Ik de voorschriften van Mijn Vader heb gehouden en Ik in Zijn liefde blijf. ... Dit is Mijn voorschrift: heb elkaar lief zoals Ik jullie liefheb."
(Joh. 15:9,10,12)

Alle dingen zijn uit God (2 Kor. 5:18). God is liefde. Zijn liefde omvat heel het universum dat Hij geschapen heeft. Hij schiep alle dingen met een doel (Openb. 4:11). Hij schiep een wijd spectrum aan mensen - verschillende kleuren, vormen, maten, mentaliteiten, mentale verschillen, chemische samenstelling, en sommigen worden geboren met hebbelijkheden van aard en abnormale, niet functionerende lichamen. De homoseksueel is slechts een van deze "onbeminde" kinderen van Hem. Hij maakte ze allemaal! Afwijkend van het "normale" en al. Hij is een God van eindeloze variatie. Hij houdt niet alleen van de perfecte massa-types die (net als Elia) heimelijk geloven dat zij de enigen zijn die God over heeft om de Zijne te noemen. Alle dingen en alle mensen zijn van God. Hij maakte ze zoals ze zijn. Het was niet de een of andere interventie of een "andere god" die ziekte, afwijkingen, lijden en eenzaamheid voortbracht.

Alle verschillen die we zo verachtelijk en bedenkelijk vinden in de mensheid (zoals homoseksualiteit) zijn van God. Ja, dat zijn ze! Maar ze zijn slechts een voorbij gaand, vluchtig iets op de weg naar het huis van Vader, hoewel in het proces er onderweg een grote hoeveelheid lijden is. "Want wij hebben waargenomen dat de hele schepping, tot nu toe(Rom. 8:22), wachtend op de vervulling van het Grote Plan van God. "Wanneer wij namelijk samen lijden, dan is dat opdat wij ook samen verheerlijkt zouden worden. Want ik reken er op dat de lijdenssmarten van de huidige periode niet waardig zijn naar de heerlijkheid die op het punt staat in ons onthuld te worden" (Rom. 8:17,18).

"En oordeel toch niet en jullie zullen niet geoordeeld worden; en verklaar toch niet schuldig en jullie zullen niet schuldig verklaard worden; laat vrij en jullie zullen vrijgelaten worden" (Luc. 6:37). Hoe kunnen wij oordelen wie geestelijk is en wie niet? ALLEN zullen vroeg of laat God lofprijzen, of men nu een zondaar van de ergste soort is, seksueel afwijkend, schijnheilig en zelfrechtvaardig, of dat men tevreden zeker is van een plaats aan het hoofd van de tafel. Werd Farao, die gekozen was om de kwelgeest van de Israelieten te zijn (Gen. 7:3; 10:1; 14:4), voor zijn daden bestemd voor de hel? De orthodoxe theologie leert dat hij dat is. Of zal hij, aan het einde, net als anderen (Jer. 25:9), voor het grote hof van assizen zijn beloning ontvangen voor het zijn van Gods "dienaar" in het Grote Plan van de aionen? Zal de homoseksueel die in God gelooft (en er zijn er velen van hen die geloof in Christus belijden), zelfs wanneer hij, in zijn eenzaamheid, worstelt met zijn abnormaliteit en de vervreemding van familie en vrienden, ook zijn beloning en lof van God ontvangen en een uitleg over waarom de Heer hem koos om die route te nemen door het klaslokaal dat leven wordt genoemd? Alle dingen zijn uit God. God heeft een reden en een doel voor alle dingen. Wij zien alleen het voor de hand liggende en we reageren op het natuurlijke met ons natuurlijke verstand. We gruwen van de homoseksueel en alles wat zijn levensstijl meebrengt - en wij verwerpen hem totaal en hartgrondig, schijnheilig de Schrift citerend om te bewijzen dat de homoseksueel op weg is naar de hel. Hoe is hij erger dan een leugenaar, een bedrieger, een overspelige, een aan alcohol verslaafde, iemand die zijn vrouw slaat, enz.? Ik heb naar Christenen geluisterd die klaar staan om president Clinton te vergeven voor zijn schaamtevol en openlijk vertoon van een afwijkende heteroseksuele levensstijl, maar die met geen mogelijkheid de homoseksueel diens levensstijl willen vergeven.

Zoals ik eerder al stelde, er is een aantal tele-evangelisten en rondreizende predikanten die hun best doen om van homoseksualiteit een vijandelijk doel te maken en hun strijd er tegen is een normale instelling van denken geworden onder oprechte, kerkgaande, fundamentalistische Christenen. Hersenspoeling komt in subtiele vormen. Deze predikers zijn zo vurig in hun kruistocht dat zij zichzelf heel wat toestaan. Bedillerig preken is niet altijd naar waarheid, en door overdrijving raakt men soms het zicht kwijt in de golf van vurig spreekgedrag. Ik vind het moeilijk iets van de haat en de harde woorden te begrijpen die uit de mond van belijdende Christenen komen, in het bijzonder uit de monden van zogeheten "gezalfde" predikers. Ik veracht veel van waar deze zogeheten homo-levensstijl voor staat, maar ik veracht ook vals getuigenis, een slaande tong (Jac. 1:26; 3:5,6), toverij, valse profeten (Hand. 8:9-11), afgoderij, hypocrisie, vermeende religie (Gal. 6:3), en in het bijzonder leugenaars. Waarom wordt dan homoseksualiteit uitgezonderd als de zwaarste vorm van zonde? ALLEN zullen hun deel hebben in het meer van zuiverend vuur (inclusief de leugenaar - Openb. 21:8). Onze God is een verterend vuur en absoluut niets zal ontsnappen; al het hout, hooi en stoppels en de onzuiverheden van het leven zullen, wanneer alles voorbij is, verdwijnen, en we zullen allen samenkomen in het huis van de Vader.

Wie zijn wij dat wij, in Christus, beslissen wie lief te hebben en wie niet lief te hebben? Indien wij alleen de perfecten liefhebben sluiten we zelfs onszelf buiten, want: "ALLEN hebben gezondigd..." Het is niet slechts het type zonde dat bepaalt wie wij lief kunnen hebben, want ALLEN hebben gezondigd. Er is geen diepte van zonde denkbaar die voor God te groot is om te vergeven (en reeds is vergeven - Luc. 23:34). Dus, als Hij de homoseksueel vergeeft, wie zijn wij dan om te oordelen? "Oordeel niet, opdat jullie niet geoordeeld zullen worden. Want met welk oordeel jullie oordelen zullen jullie geoordeeld worden en met welke maat jullie meten zal het aan jullie gemeten worden" (Rom. 7:1,2).

Alle oordeel is overgedragen aan de Zoon (Joh. 5:22) en het is Zijn Woord, dat Hij gesproken heeft, dat ons in de laatste dag zal oordelen (Joh. 12:48). En toch:

"De geestelijke mens, echter, beoordeelt inderdaad alle dingen, maar hij zelf wordt door niemand beoordeeld. Want wie kende het denken van de Heer? Zal die Hem instrueren? Maar wij hebben het denken van Christus"
1 Kor. 2:15,16).
"Laat een mens ons zo rekenen, als assistenten van Christus en beheerders van geheimen van God. Hier wordt het overigens gezocht in de beheerders: opdat iemand betrouwbaar gevonden zal worden. Nu is het voor mij het minste dat ik door jullie beoordeeld zal worden, of door de menselijke dag. Maar ik beoordeel mijzelf ook niet. Want van niets ben ik mij bij mijzelf bewust, maar niet in dit werd ik gerechtvaardigd. Maar die mij beoordeelt is Heer. Daarom: oordeel niets vóór de periode, totdat ook maar de Heer zal komen, Die ook de verborgen dingen van de duisternis aan het licht zal brengen en de raadslagen van de harten openbaar zal maken; en dan zal een ieder vanaf God de lof krijgen."
(1 Kor. 4:1-5)

Oordeel en veroordeling komen voor de natuurlijke mens zo van nature (Rom. 2:1). De "oude mens" voelt zich in zijn religie gerechtvaardigd vuur naar beneden te roepen over Gods "vijanden"(Luc. 9:54-56). Maar Jezus zei: "Jullie weten niet van welke geest je bent. Want de Zoon des mensen is niet gekomen om levens van mensen te vernietigen, maar om ze te redden." Het kerksysteem heeft ons geleerd de zondaar te veroordelen, terwijl Jezus leefde en stierf en weer opstond om de zondaar te vergeven. "En in het geval dat iemand de uitspraken van Mij zou horen en ze niet zou onderhouden, oordeel Ik hem niet. Want Ik kwam niet opdat Ik de wereld zou oordelen, maar opdat Ik de wereld zou redden" (Joh. 12:47).

Ware liefde kent geen veroordeling. Liefhebben is vergeven. Het complement van de wet is liefde. "Jij zal jouw naaste liefhebben als jouzelf. Liefde werkt geen kwaad tegen zijn naaste; daarom is liefde de vervulling van de wet" (Rom. 13:10; Matt. 22:40). "Vader, laat gaan aan hen, want zij hebben niet waargenomen wat zij doen" (Luc. 23:34). Stefanus riep, te midden van een stortbui aan stenen: "Heer! U zou deze zonde niet tegen hen doen staan" (Hand. 7:60). Ook wij worden opgeroepen hen te vergeven die tegen ons staan en hen te zegen die ons zegenen, zegen en vervloek niet. "Gelukkig zijn die zich ontfermen, want zij zullen ontferming verkrijgen" (Matt. 5:7)

De volgende woorden van Paul Mueller spreken luid over dit onderwerp: "Het basisprincipe van mededogen in het Koninkrijk van God wordt duidelijk gesteld: de genadegevers zullen genade ontvangen. Zij die geen genade kennen, die de wetteloze, niet volhardende levensstijlen van anderen veroordelen en hen buiten de genade en het mededogen van de Heer stellen, zullen voor zichzelf geen mededogen ontvangen. Veel van het Christendom is verwikkeld in vleselijke, politieke inspanningen om hen te isoleren en oordeel over hen te brengen die leven volgens hun standaarden. Het is duidelijk te zien dat zij zelf een basisprincipe van het Koninkrijk van God overtreden. Wanneer zij voor de Grote Rechter van allen zullen staan zal hun genadeloze houding ten opzichte van anderen een oogst aan oordeel teweeg brengen. Maar de oordelen van de Heer zijn altijd getemperd door Zijn overvloedige mededogen (Jac. 2:13).

Zeer zeker is wat de meeste Christenen geloven ver verwijderd van de basisprincipes van het Koninkrijk van God. Een goede vriend vertelde mij jaren geleden dat de enige waarheid die de meeste Christenen kennen de waarheid is dat Jezus voor hen stierf. Al het andere dat zij geloven en onderwijzen is of een mengsel van menselijke gedachten, of het is totale vergissing. Maar dit is een nieuwe dag van reformatie en herstel tot volle verlossing. De Heer is bezig de waarheid voor Zijn uitverkorenen te herstellen, door de Geest. Wij zijn gezegend deel uit te mogen maken van een andere, belangrijke, geestelijke reformatie. Deze keer worden we niet geleid deze Koninkrijkswaarheden te nagelen aan de deuren van kerken, zoals Maarten Luther dat deed, maar de Vader schrijft ze op de tafels van onze harten, door de Geest, waar het het meeste goed zal doen.

Allen die iets van de redding van de Heer ontvangen en Zijn huis binnengaan, doen dat door de overvloedige genadegaven van de Heer. De Psalmist schreef: "En ik, in de uitgebreidheid van Uw vriendelijkheid zal ik Uw huis binnengaan. Ik zal bidden naar de tempel van Uw heiligheid, in Uw vreze" (Psa. 5:7). En allen die voortdurend in Zijn huis verblijven zijn omgegeven door Zijn goedheid en mededogen. David zei: "Ja, goedheid en vriendelijkheid zullen mij achtervolgen, alle dagen van mijn leven. En ik verblijf in het huis van JAHWEH tot in lengte van dagen" (Psa. 23:6). Het basisprincipe van het Koninkrijk van God en van het huis van God is genade. Allen die in het Koninkrijk en het huis van de Heer komen, kunnen alleen komen vanwege Gods goedheid, genade en mededogen. Maar als Christenen een genadeloze houding tonen naar anderen is dat een staan in de doorgang naar het Koninkrijk, zoals de Schriftgeleerden en de Farizeeën dat deden. Jezus zei tot hen: "Want jullie komen niet binnen, noch laten jullie de binnenkomende binnenkomen" (Matt. 23:13).

De Heer heeft mededogen gehad met Zijn uitverkorenen in Zion. Daarom zouden wij mededogen met anderen moeten hebben. De Psalmist profeteerde: U, U zal opstaan, U zal mededogen hebben met Zion, want het is de era om haar genadevol te zijn, want de afgesproken tijd is gekomen" (Psa. 102:13). Wij zijn de werken van Zijn handen! En wij weten dat in Zijn mededogen, de Heer zeker zal voltooien wat Hij in ons voor Zijn heerlijkheid is begonnen. - einde citaat.

Ik vraag me af, verstaan wij werkelijk hoe belangrijk, op Gods agenda, de zaak van mededogen en elkaar vergeven is (Efe. 4:32; Kol. 3:13,14)? Zijn beloften in deze zijn altijd voorwaardelijk - als wij anderen vergeven zal Hij ons vergeven. Als wij dat niet doen zal Hij het niet doen (Matt. 6:15). In Mattheüs 18:21,22 vroeg Petrus de Heer: "Heer, hoeveel malen zal mijn broeder tegen mij zondigen en zal ik hem laten gaan? Tot zeven keer? Jezus zegt tot hem: "Ik zeg niet tot jou 'Tot zeven keer', maar tot zeventig keer zeven." (Dit is een verwijzing naar de Jubeljaren. 490 jaren spreken van het grote Jubeljaar. "Het aanvaardbare jaar van de Heer," wanneer ALLE mensen worden gered, ALLE schuld afgeschaft zal worden - niemand kan te ver in schuld van zonde gaan zodat hij niet bij het Grote Jubeljaar losgemaakt kan worden.  "Dan zal hij uitgaan in het Jubeljaar, zowel hij als zijn kinderen met hem."). Jezus ging dan verder Petrus en de discipelen de gelijkenis van de onrechtvaardige dienaar te vertellen (Matt. 18:32-35), die afsluit met: "Dan, hem tot zich roepend, zegt zijn heer tot hem: 'Boosaardige slaaf! Al het verschuldigde heb ik voor jou laten gaan omdat jij mij opriep. Was het voor jou niet bindend ook ontferming te hebben met jouw medeslaaf, zoals ik ook met jou ontferming had?' En boos wordend levert zijn heer hem over aan de folteraars, totdat hij aan hem al het verschuldigde zal betalen. Zo zal ook Mijn hemelse Vader met jullie doen, in het geval dat ieder van jullie zijn broeder niet vanuit jullie harten zal laten gaan" (Matt. 18:32-35).

Liefhebben betekent vergeven uit een zuiver hart. Vergeven betekent een geestelijke vrijheid ervaren die gewoonweg niet uitgelegd kan worden. Het heeft wijdse gevolgen, zoals de rimpelingen in een vijver. Het reikt uit en doet allen aan, in alle richtingen. Bovenal ervaart de vergever een genezing van denken en geest die de vrije uitstroom van Gods openbaring van waarheid opent. Een vergevende geest veegt het puin weg dat het vloeien van vrede en kracht blokkeert, zoals aan de wijnrank blijven de weelderige vruchten van de geest voortbrengt die de geďnspireerde reactie zou moeten zijn van vergeven zijn. "... word vriendelijk tot elkaar, innerlijk welwillend, aan julliezelf genade gevend, zoals ook God in Christus aan jullie genade geeft" (Efe. 4:32; Kol. 2:13,14).

Preston Eby schrijft zo goed over deze zaak van mededogen en vergevingsgezindheid.
"Mijn oprechte gebed tot God is dat al Zijn geliefde zonen deze ene grote waarheid leren: "Oordeelt niet opdat gij niet geoordeeld worde. Want met het oordeel waarmee gij oordeelt zult gij geoordeeld worden; en met welke maat gij meet, zal het u ook gemeten worden." (Matt. 7:1,2). Dit is een wat negatieve manier van zeggen: "Gezegend zijn de genadevollen, want zij zullen mededogen ontvangen." Let op de woorden: "zult geoordeeld worden" - zullen gemeten worden. Er zijn twee soorten oordeel. Eén is van veroordeling, het ander is van mededogen. Het ene is volgens het verschijnen en beschuldiging van kwaad, het ander is een rechtvaardig oordeel en naar waarheid en mededogen. Jezus' geeft opdracht: "Oordeelt niet naar uiterlijk, maar oordeelt met rechtvaardig oordeel." Hij waarschuwt tegen het oordeel dat opkomt uit het vinden van fouten en veroordeling. De waarschuwing is nu juist deze: Je zal geoordeeld worden met je eigen oordeel, en je zal gemeten worden met, of in, je eigen maat. De maat die jij voor anderen gebruikt is dezelfde maat die voor jou gebruikt zal worden - totdat je leert, totdat je een mededogende wordt!

Hoe kostbaar is deze inwerking van Zijn genade waarbij we omgevormd worden om ZIJN GENADEVOLLEN te worden. Hoe lang hebben we gewandeld met God, zonder te leren wat het betekent "mededogen te hebben," een middel of kanaal te worden door welke Zijn mededogen kan worden uitgestort! Er is veel te veel vechten in ons, een eis van recht zoals wij menen hoe recht moet zijn. "en opdat Hij de rijkdom van Zijn heerlijkheid bekend zou maken op voorwerpen van ontferming, die Hij van tevoren gereed maakt tot in heerlijkheid, en die Hij ook roept, ... "(Rom. 9:23,24).

 Genadige priesters! Het priesterlijk hart is bovenal een sympathiek, meelevend en mededogend hart, waarin de liefde van Christus ons dringt Zijn goedheid naar de mens uit te drukken. Indien een seriemoordenaar wordt gepakt of gedood, of de een of andere homoseksuele activist wordt vermoord, is daar die misleidend-rechtvaardige geest binnenin ons die stilletjes oordeelt en zegt: "Goed zo, weer een moordenaar of weer een pervert minder in de wereld." Dat is niet de Geest van God en het is niet het oordeel van een priester van God. Een priesterlijk hart! O, Geest van God, schrijf met onuitwisbare letters op mijn hart het mededogend hart van mijn Hogepriester! Het is mijn diepe overtuiging dat het van meer belang is de aard van Christus te manifesteren in het tegemoet komen aan de nood van een persoon, dan aan mensen te getuigen over het "plan van redding." Christenen zijn zo geconditioneerd op het idee dat zij "niets doen voor God," tenzij zij er op uit gaan en getuigen, vakkundig het Woord van God gebruikend. Maar, mijn kostbare broeder en mijn lieve zuster, wanneer u mededogen hebt en moed en mensen helpt in hun wanhopige nood, dan wordt u voor hen een levend woord dat zegt:  "Ik ben bezorgd en God is bezorgd voor jou!" Jezus spreekt Zijn Woord door ons in daden; wij worden een woord dat voor hen leeft en het is van meer belang dan getuigen, de Schrift citeren, onderwijzen of preken. In plaats van getuigen worden wij het getuigenis van Wie en Wat onze Vader werkelijk is." - Einde citaat.

"En zoals beaamd wordt, groot is het geheim van de eerbiedigheid, dat openbaar werd gemaakt in vlees, werd gerechtvaardigd in geest, werd gezien door boodschappers, werd geproclameerd in de natiën, werd geloofd in de wereld, werd opgenomen in heerlijkheid"
(1 Tim. 3:16)
"Wie niet liefheeft kent God niet, want God is liefde. Hierin werd de liefde van God in ons openbaar gemaakt, dat God Zijn Zoon, de Enigverwekte, tot in de wereld afgevaardigd heeft, opdat wij door Hem zouden leven. Hierin is de liefde: niet dat wij God liefhebben, maar dat Hij óns liefheeft en Zijn Zoon afvaardigt, als beschutting aangaande onze zonden. Geliefden. Indien God ons zo liefheeft, zijn wij ook verschuldigd elkaar lief te hebben. Niemand heeft ooit God gadegeslagen. In het geval dat wij elkaar zullen liefhebben, blijft God in ons en is Zijn liefde in ons tot volmaaktheid gebracht."
(1 Joh. 4:8-12)

GOD IS LIEFDE en toch is het Christendom lange tijd gehersenspoeld geweest om te geloven dat God een ontzagwekkende, stuurse, stuitende, onverzoenlijke, veeleisende God is, Wiens regels geschreven staan in koude, grijze steen; een God Die te vrezen valt en die meestentijds boos op ons is vanwege onze zonde. Hij is zo boos, zegt men, en zo "rechtvaardig," dat Hij gedwongen is rechtvaardige wraak uit te oefenen op allen die niet overeenkomen met Zijn "doctrines." Het georganiseerde kerksysteem heeft geprobeerd deze "doctrines" te definiëren en ze als wapen te gebruiken, een simplistische maat om iemands bestemming vast te leggen: hemel of hel.

Slechts zelden prediken zij in een dienst over de "Liefde van God." In feite heeft het orthodoxe fundamentalisme stuurs gekeken bij het prediken van "liefde," omdat het voor hen rook naar universalisme en een "sociaal evangelie," en het nam de effectieve beet en prikkel weg uit de hellevuur en zwavel prediking, die de laatste eeuwen de leidende teneur is geweest van orthodoxe "evangelieprediking." Zondaren werden de hemel in gepreekt door de super beeldende en volkomen walgelijke en onschriftuurlijke beschrijving van een boze God die hen bedreigt met een altijd brandend, kwellend hellevuur voor iedereen die niet "de beslissing voor Christus" maakt, een kaart tekent bij de strafbank of belooft zich te houden aan alle kerkdoctrines. Predikanten die zich specialiseren in hellevuur preken maken gebruik van een grote hoeveelheid van "oratorische vrijmoedigheid "(overdrijving). Ik heb een paar hersenverschrikkende beschrijvingen gelezen van "wat de hel werkelijk is." Om de een of andere reden zijn hoofdstuk en vers geen vereisten voor dit soort preken. Een levendige verbeelding is al wat nodig is.

Spurgeon's beroemde preek  "Zondaren in de handen van een boze God," is een klassiek voorbeeld van de belangrijke nadruk die op de leerstelling van een eeuwigdurende brandende hel is geplaatst, en, zo meent men, Gods zware onverbiddelijke toorn en vergelding die Hij toemeet aan onbekeerlijke zondaren. Lieve God, wat deden deze predikanten toen (en nu) met 1 Korinthe 13 en met Johannes 3:16 en met 1 Johannes, enz.? Zulke een abjecte blindheid! Ze hebben ogen, maar ze zien niet, oren, maar ze horen niet. Lieve Heer, dank U voor het toepassen van de zalf van onthulling op onze ogen, zodat we nu de onthulling van het geheimenis van Uw Goddelijke Liefde mogen zien en horen, onthuld in al haar schoonheid, wonderlijkheid en heerlijkheid - de eeuwigdurende Liefde van Vader voor Zijn kinderen; de grote Herder van de schapen Die niet tevreden is totdat elk "verloren" schaap is gevonden en terug in de kudde is gebracht. Hallelujah! (Efe. 1:10; Kol. 1:20; Rom. 11:32; Psa.22:27; Luc. 15:4).

"De liefde valt nooit uit... Maar nu blijft geloof, hoop, liefde en van deze drie is de liefde de grotere." (1 Kor. 13:8,13).

"Moge ontferming en vrede en liefde aan jullie vermeerderd worden!" (Judas 2).

E. Al Stahl

===============================================================

P.S.
Bij het afsluiten van dit artikel kwam het bij mij op dat sommigen zullen vragen:  "Waarom haalt hij homosexualiteit er uit, waarom niet overspeligen, kindermisbruikers, moordenaars en rovers?

Ik begon met een plan om voornamelijk te schrijven over het geheimenis van de liefde, Gods liefde. De Heer bleef echter de zaak van de animositeit (gebrek aan liefde) onder mijn aandacht brengen, die bestaat tussen het fundamentalistisch Christendom en de "homobeweging." Christenen schijnen in staat te zijn om te gaan, en te weten hoe om te gaan, met zaken als overspeligen, kindermisbruikers, moordenaars, rovers, enz, maar wanneer het aankomt op de "homobeweging" vliegen ze overal heen en verliezen ze alle perspectief en zelfcontrole, volkomen alle preken en de vermaning vergetend die zij jarenlang gehoord hebben aangaande de vrucht van de Geest - "liefde, vreugde, vrede, lankmoedigheid, zachtmoedigheid, goedheid, geloof, ootmoed, gelijkmatigheid... indien we in de Geest leven, laten we ook wandelen in de Geest." En zij vergeten: "deze dingen waren sommigen van jullie" (1 Kor. 6:11). De lange lijst in de verzen 9 en 10 omvat allerlei soorten van zonde en maakt geen enkel onderscheid -  "allen hebben gezondigd", en allen zondigen, en alle zondaren zullen gelijke ontvangers zijn van de liefde van de Rechtvaardige Rechter Die ons ziet, niet als smerige zondaren, maar als kinderen, door de ogen van de Vader van allen. Dat gebeurt niet op hetzelfde moment; sommigen nu, sommigen later, sommigen véél later - "ieder mens in zijn eigen volgorde". De Rechter van Allen zal doen wat juist is (Gen. 18:25) en op de dorsvloer van Zijn grote Plan van de Tijden zal Hij het koren (al Zijn kinderen) scheiden van het kaf en het kaf zal Hij verbranden met onuitblusbaar vuur (met goddelijke finaliteit, om nooit meer een probleem te zijn). Onze God is een verterend vuur. Het is ons ultieme verlangen, dat zou het tenminste moeten zijn, verteerd (gezuiverd) te worden in het vuur van Zijn Liefde. Het is ook ons erfdeel.

Zoals ik al zei, het Christendom heeft, over het algemeen gesproken, geen probleem met het in vakjes opdelen van de zonden als overspel, moord en dergelijke, en staat bij het minste of geringste klaar om deze snoodaarden (zondaren) te dienen en "ze te redden" en ze op weg naar de hemel te helpen. Maar waar het aankomt op homosexualiteit en de "homobeweging," is er plotseling een andere dimensie als een sluier van quarantaine en isolatie en doordringt een onverklaarbare, verlammende vrees de atmosfeer. Rubber handschoenen en maskers zijn (metaforisch gesproken) aan de orde van de dag.

Gods Liefde overwint vrees. De enige hoop die Christenen hebben om ooit geestelijk om te gaan met de zaak van de "homobeweging" is door onthulling van liefde. Het is een zaak die aangepakt dient te worden, in het bijzonder door hen van de Koninkrijks Waarheid roeping. En de enige manier waarop het begrepen en uitgewerkt kan worden voor Gods heerlijkheid, is door een onthulling en openbaarmaking, door de Geest van God. Als Koningen en priesters van de Levende God worden we allen geroepen met Hem te heersen in genade en in rechtvaardig oordeel (Openb. 1:6; 20:6). Er zal op ons een beroep gedaan worden in genade te dienen aan ALLEN in Gods mensenschepping, en we zouden maar beter nu gaan leren hoe er mee om te gaan en hoe, in de Geest van God, als een priester van God, hen lief te hebben die in het natuurlijke niet lief te hebben zijn en wiens manier van leven een antithese is van wat wij geloven.

Heer, geeft ons een priesterlijk hart, zacht in mededogen, traag in oordeel, en een bediening van de geestelijke kracht van openbaring die uitgaat van de troon van God. "Ontferming wil Ik, en geen offer. Want Ik kwam niet om rechtvaardigen te roepen, maar zondaars" (Matt. 9:11-13).

Wij leven in een tijd van "onthulling," en we zijn getuige van onthulling na onthulling. "Kennis zal toenemen" (Dan. 12:4) - het komt in meerdere golven en dit is niet de tijd om te rusten of, God verhoede het, een uiltje te knappen (Matt. 25:5.6).  "Zie, de Bruidegom komt, ga om Hem te ontmoeten." Het is tijd om onze olievoorraad te controleren, onze lampen bij te stellen, de hoge grond te vinden en de wachter te zijn die Zijn komst aankondigt.

Naar deel 2




© www.hetbestenieuws.nl