De kennis van goed en kwaad
door William B. Screws
? - 1961

The Pilgrim's Messenger

"Have a pattern of sound words which you hear from me, in faith and love
which are in Christ Jesus."--11 Timothy 1:13
Published Monthly By W. B. SCREWS, Glennville, Georgia
Twenty-five Cents a Year

Volume XVI

May, 1937

Number 10.

Entered at the postoffice at Glennville, Ga., as second-class matter.

Het oordeel voor de grote witte troon wordt, in theologische discussies, geschilderd in andere kleuren dan die in de Schrift te vinden zijn, en er worden woorden gebruikt die niet in het Schriftverslag te vinden zijn. Een paar voorbeelden; het is een witte troon; Christus, die Ene Die stierf voor hen die geoordeeld worden (2 Kor. 5:15) is de rechter(Joh. 5:22); het woord "straf" is niet in het verhaal te vinden (Openb. 20:11-15); en het woord "oordeel" betekent gewoon "dingen recht zetten", en houdt niet noodzakelijk boosheid van de kant van de Rechter in.

Er staat niets in de Schrift dat zegt dat iemand op dat moment gestraft zal worden, of in enig moment tussen het heden en het oordeel. Duizend jaren voor het oordeel dat we nu bezien, zullen natin die nadelig beoordeeld worden weg gaan naar een aionische kastijding - niet naar een eeuwige bestraffing (Matt. 25:46). Het woord dat gebruikt wordt is kolasis, niet timoria. Het laatste wordt in geen enkele passage gevonden die verband houdt met de toekomst. Het komt in Hebreen 10:29 voor, in verband met de Besnijdenisgelovige die de Zoon van God vertrapt en het bloed waardoor hij geheiligd is gewoontjes acht, en de geest van genade heeft beledigd. Dit werd in het verleden gedaan, maar zelfs in die passage wordt niet gezegd dat hij gestraft zal worden; er wordt alleen gesproken over hoe veel erger bestraffing hij waardig is dan zij die de wet van Mozes afwezen.

Er zijn twee redenen waarom God niet zal straffen. Eerst: het woord betekent "waarde-heffen," en, omdat de mensheid deel uitmaakt van Gods schepping, zou hen straffen inhouden dat ze geen waarde hebben. Dit zeggen zou zijn alsof Hij een verwijt zou brengen tegen Zichzelf als de Schepper. In de tweede plaats wordt bestraffing opgelegd om degene die de straf uitvoert te bevredigen. Indien God zou proberen bevrediging te verkrijgen door het lijden van niet meer dan een mens, zou Hij het lijden van Christus afwijzen, dat geacht wordt Hem tevreden gesteld te hebben. Christus is het offer dat God voorbereidde, en als Hij niet een offer kan leveren dat Hemzelf zal tevreden stellen, is Hij niet Zijn Naam waardig.

Kastijding (kolasis) wordt toegepast ten voordeel van degene die gekastijd wordt. Dat is ook het gebruikt in Matthes 25:46. Maar zelfs dit woord wordt niet gevonden in het verhaal over het oordeel voor de witte troon. De hardste woorden daar gebruikt zijn "geoordeeld," "veroordeeld" en "dood."

Christus gaat zeker niet de waarde van Zijn eigen bloed kleineren, door te eisen dat iedereen bij het oordeel "de straf voor zonde zal betalen." God zal het niet van hem vragen. Indien dit wel het geval zou zijn, dan zou de gezegende Rechter Zelf terecht staan, en zou veroordeling volgen. Indien Zijn bloed, Zijn dood, Zijn lijden van geen nut zijn, en zondaren voor hun eigen zonden moeten lijden, dan zou Hij in schaamte Zijn hoofd moeten buigen en daar zitten,in diskrediet gebracht voor het universum.

Het was Gods bedoeling dat de mens kwaad zou kennen, als voorwaarde om goed te kennen. Dit is waarom Hij de boom van de kennis van goed en kwaad in de Hof plantte en het toneel klaar maakte voor de overtreding van de mens. Met dit in gedachten kunnen we begrijpen waarom gelovigen niet in het gericht komen (Joh. 5:24). Ons geloof toont ons de zwartheid van zonde, en we voelen ons verontwaardigd over onszelf; ja, we zijn furieus op onszelf terwijl we lijden onder droefheid en spanning omdat we zondaren zijn. Zelfs als heiligen raken we niet van de zonde af terwijl we hier leven. Maar God is niet verontwaardigd over ons; Hij is niet furieus op ons; Hij lijdt niet onder droefheid en spanning omdat wij zo imperfect zijn. Wij zijn degenen die verontwaardigd, furieus, droef en gespannen zijn, terwijl Hij ons beschouwt als heilig en foutloos in Christus (Efe. 1:4). Nu we de diepten van het kwaad geleerd hebben, is er voor ons geen noodzaak om in het oordeel gebracht te worden. Het zou geen goed doel kunnen dienen. We hebben al een diepgaand respect voor Gods goedheid, en in de heerlijkheid zullen het volledig respecteren en antwoord geven op Zijn liefde, op een wijze die Zijn hart zal bevredigen.

Maar ongelovigen zijn in een andere toestand. Zij gaan gewillig door met in zonde te leven, omdat zij nog niet de afschuwelijkheid er van geleerd hebben. God is goed voor hen, maar zij hebben er nog geen waardering voor. Terwijl ze blind door het leven strompelen, zijn de woorden van Christus betreffende de Jood, uitgebracht aan het kruis, waar voor hen. Ze zijn zich niet bewust van wat ze doen.

Dit is waarom ze voor het gericht gebracht moeten worden. Oordeel zal voor hen doen wat geloof voor ons deed. Wanneer zij geoordeeld zijn overeenkomstig hun werken, en veroordeeld zijn overeenkomstig hun werken, zal God hen met "toorn en woede, verdrukking en benauwdheid" betalen (Romeinen 2:9;SW). Niet dat God toornig en woedend tegen hen zal zijn, net zo min als Hij in verdrukking en benauwdheid zal zijn. Deze emoties zullen door hen gevoeld worden, niet door God! Zij zullen een onuitspreekbare verontwaardiging tegen zichzelf voelen, vanwege het leven in zonde, nu zij weten wat zonde werkelijk is. Ze zullen woedend zijn op zichzelf. Ze zullen verdrukt zijn, ze zullen benauwd zijn.

Met andere woorden, het grote witte troon oordeel, in plaats van dat het een vreselijke gebeurtenis is die nooit z'n gelijke had, zal precies zijn wat heiligen hebben ervaren sinds hun geesten werden aangeraakt door de geest van Christus. Er is geen aanleiding te geloven dat er in die tijd veel groter lijden zal zijn dan ik meemaakte toen God mij de verschrikking van zonde liet zien, en dat sinds die tijd heb verdragen, telkens wanneer ik me bewust werd van iets verkeerds van mijn kant. Ik ben regelmatig verontwaardigd over mezelf. Ik ben vaak furieus op mezelf. Dit brengt mij in verdrukking en benauwdheid.

De tweede dood is voor allen in dat oordeel wiens namen niet in het boek des levens staan. Wel, dat is gewoon dood - het soort dood dat Ik zal sterven als de Heer in de komend jaren Zijn komst uitstelt. Over de tweede dood wordt niet gesproken als zijnde een bestraffing. En precies zoals ik vanuit de dood zal komen tot levendmaking wanneer de Heer komt in de lucht, zo zullen zij die in de tweede dood zijn tot levendmaking komen wanneer de dood wordt afgeschaft (1 Kor. 15:22-28). En precies zoals Gods handelen met mij mij zal voorbereiden om het goede ten volle te waarderen wanneer ik in heerlijkheid in Zijn aanwezigheid ben, zo zal Zijn handelen met ongelovigen hen voorbereiden om het goede te waarderen wanneer ook zij levend gemaakt worden bij de voleinding van de aionen.

Het Christendom denkt over God als proberend, door Christus heen, een situatie te herstellen die tegen Zijn bedoeling tot stand is gekomen, en als hen eeuwig straffend of eeuwig vernietigend die Hij niet in staat is te redden. De Schrift onthult Hem als werkend in het universum in overeenstemming met de raad van Zijn wil (Efeze. 1:11). Lang voordat er enige zonde was, werd aan Christus de genade gegeven om zondaren te redden, en werd Gods doelstelling in Hem gevormd. Dit was vr aionische tijden (2 Tim. 1:9). Zijn woord zegt dat Hij allen opsluit in ongehoorzaamheid, opdat Hij genadig kan zijn voor allen (Rom. 11:32). Allen omvat ook Adam. Hier is dezelfde reden voor zijn overtreding. Het Christendom weet dat de wereld in zonde is, maar begrijpt niet het belang van het woord "ongehoorzaamheid." Het woord betekent in het Grieks "niet te overtuigen." Dit niet wetend probeert "de kerk" te doen wat alleen God kan. Het is onmogelijk dat een mens "overtuigd" wordt. Alleen God ontsluit, door geloof, de deur voor hen die gered worden vr het grote witte troon oordeel; Hij ontsluit de deur voor de anderen door het oordeel.

"Want uit Hem en door Hem en tot Hem is het al" (Rom. 11:36;SW). Hij is de Bron, het Kanaal en het Doel van alles. Zonde, wanneer gezien als een aanval tegen God en een overtreding van Zijn gebod, is slecht. Zonde, wanneer gezien als noodzakelijk om zo Gods goedheid ten volle te waarderen door Zijn schepping, is te rechtvaardigen. Laten wij er aan denken dat nooit gezegd wordt dat God degene rechtvaardigt die zonder zonde is; Hij rechtvaardigt de oneerbiedige (Rom. 4:5).
En omdat Hij het universum doet werken naar de raad van Zijn wil, zal er geen ziertje zonde meer zijn dat niet zal uitlopen op Zijn heerlijkheid. Hij zal het rechtvaardigen; Hij zal het verwerpen; en door een kennis er van zal Hij, door Zijn genade, de mensheid voorbereiden om het goede ten volle te waarderen.

En niets wat Hij doet is zonde; niets wat Hij doet is een vergissing; Hij zal nooit het doel missen.



www.hetbestenieuws.nl