De structuur van EfeziŽrs
Appendix 1
Een nieuwe onthulling


door J. Philip Scranton



   

EfeziŽrs staat bol van onthulling van twee verschillende soorten. Er is N.T. onthulling die verder gaat dan wat in het O.T. werd onthuld over de Messias en Zijn koninkrijk. En daar is ook het geheim dat aan Paulus was onthuld dat het terzijde werpen van IsraŽl inhoudt en redding voor de natiŽn. Als we deze twee categorieŽn van N.T. onthulling kunnen onderscheiden, dan kunnen we Paulus' Efeze-brief beter begrjijpen.

Geestelijke zegeningen

Onder de wet was IsraŽl tijdelijke, lichamelijke zegeningen beloofd voor gehoorzaamheid. Maar nu is Christus voorbij de beperkingen van het Levitische priesterschap gegaan. Hij ging niet met een jaarlijks offer een aardse heilige plaats binnen. Hij ging de hemel zelf en de aanwezigheid van God binnen om Zichzelf als een eens en voor altijd offer ten behoeve van ons te presenteren. Hij is het geestelijk gebied binnen gegaan om de premie van geestelijke zegeningen voor ons te openen.

In de verslagen over het leven van Jezus zijn er vele voorbeelden van Jezus en Zijn discipelen die macht uitoefenen over boze geesten. Deze wonderen illustreren het uitbreidende gebied van gezag voor de mens in God's koninkrijk.

Christus' verhoging in de hemel over het geestelijk gebied geeft ook aanleiding voor het roepen van de heidenen. In Efeze 2:2-3 zien we dat de heidenen in het gebied van Satan's controle waren. Dat de heidenen bevrijd worden van overheersing door boze geesten, speciaal op de schaal van Paulus' evangelie aan de natiŽn, naartoe het leven van Christus, is bewijs voor Christus' opstijging en gezag.

Deze bijzondere zegeningen komen tot gelovigen omdat zij door God gekozen waren in de Messias, vůůr de nederwerping van de wereld. De Vader had de Zoon lief voor de nederwerping van de wereld (Joh.17:24), en Hij koos een lichaam van gelovigen in Hem om met Hem deel te hebben aan het koninkrijk. Om "heilig en smetteloos te zijn in Zijn ogen" is een geestelijke zegen die vereist is en gelovigen in staat stelt deel te nemen aan het beheer van het koninkrijk en binnen te gaan in het hemelse, geestelijke gebied.

Zoonschap voor God

Christus sprak van zoonschap voor IsraŽl(Joh. 10 en Psalm 82:6) en Paulus noemde het een voorrecht dat toebehoorde aan de Joodse natie (Rom. 9:4). Maar terwijl het niet een nieuw iets van onthulling was in Paulus' brieven, legt hij het in veel groter detail uit dan tevoren gekend was. Wat we dus hebben is een progressieve N.T. onthulling.

Deze toestand van "heilig en smetteloos" wordt in de volgende zin versterkt, waar staat: "... in liefde ons bestemmend voor een plaats van een zoon voor Hem, door Christus Jezus." Let er op dat in de liefde van God, voor de nederwerping, gelovigen bestemd waren voor de plaats van een zoon voor God (Efe. 1:4). Dit woord komt uit dezelfde woordfamilie die gebruikt wordt voor Christus's bestemming. Christus was voorbestemd Zoon van God te worden door Zijn opwekking uit de doden (Rom. 1:4). Zijn bestemming was niet tevoren, maar een bestemming in de loop van menselijke geschiedenis en er werd door mensen van getuigd. De Zijne was een bekrachtigd Zoonschap. Hij werd lang tevoren door de Vader lief gehad en Zijn bestemming was tevoren gepland, maar het wachtte op Zijn gehoorzaamheid en lijden voor vervulling.

De bestemming van een gelovige was tevoren en in Christus en in genade. Paulus illustreert dit wanneer hij spreekt van sterven en opgewekt worden met Christus. Ons zoonschap is onlosmakelijk verbonden aan Christus en Zijn werk - het werk dat Zijn Zoonschap verifieerde. Aangezien dit werk van Christus, tot op zekere hoogte, verborgen was (1 Kor. 2:6-8), was ook de leer over het zoonschap van de gelovige deels verborgen, speciaal met het oog op de insluiting van heidenen.

Paulus' brief aan de Romeinen bindt veel van deze gedachten voor ons samen. Gelovigen die naar God's doelstelling geroepen zijn, en zij die geroepen zijn, waren: "Wij nu hebben waargenomen dat voor hen die God liefhebben, God alle dingen doet meewerken tot in het goede voor degenen die overeenkomstig Zijn voornemen geroepenen zijn, omdat wie Hij tevoren kende, Hij ook tevoren bestemt gelijkvormigen te zijn van de afbeelding van Zijn Zoon, tot het Eerstgeborene te zijn onder vele broeders. En wie Hij tevoren bestemt, dezen roept Hij ook, en wie Hij roept, dezen rechtvaardigt Hij ook, en wie Hij rechtvaardigt, dezen verheerlijkt Hij ook!" (Rom. 8:28-30). Als Zijn broeders zullen gelovigen met Hem werken, onder Zijn hoofdschap, in het beheer van het koninkrijk. We merkten op dat het de opstanding was die bestemde dat Christus God's Zoon was. Dit zal ook voor gelovigen zo zijn. Op dit moment genieten wij de voorsmaak, of eerste vrucht, van deze bijzondere zegeningen. Maar in onze levendmaking tot onsterfelijkheid zullen we ook bevestigd worden als zonen van God, zoals Paulus eerder zei: "want het voorgevoel van de schepping wacht de onthulling van de zonen van God af. Want de schepping werd aan zinloosheid onderschikt, niet vrijwillig, maar vanwege Die onderschikt, in de hoop dat ook de schepping zelf bevrijd zal worden vanaf de slavernij van de vergankelijkheid, tot in de vrijheid van de heerlijkheid van de kinderen van God. Want wij hebben waargenomen dat de hele schepping, tot nu toe, samen zucht en samen barensweeŽn heeft. En niet alleen dat, maar ook wijzelf, de eerste vrucht van de oogst van de geest hebbend, ook wijzelf zuchten in onszelf, zoonschap afwachtend, de verlossing van ons lichaam. Want in de hoop werden wij gered. Maar hoop die bekeken wordt is geen hoop, want wie bekijkt ook wat hij hoopt?"(Rom. 8:19-24). Dus de belofte van Yahweh aan Christus, "Mijn Zoon ben Jij, Ik, Ik verwekte Jou vandaag"(Psa. 2:7), komt ook tot gelovigen krachtens het zijn in Christus. En de uiteindelijke vervulling komt in onze verheerlijking.

Efeze 1:6 sluit het couplet van Paulus' lofprijzing aan God af met de gedachten aan God's doelstelling en dat genade de bron is van deze heerlijke zegeningen. Deze zegeningen opsommend: de roeping door God aan gelovigen is dat zij Zijn zonen worden en de voorrechten genieten die komen met het zijn van zonen van God. Dit is precies Paulus' eerste verzoek in zijn gebed voor de EfeziŽrs: zich bewust te zijn van wat de verwachting is van de roeping van de Vader van heerlijkheid. God is de voortbrenger van deze gebeurtenissen en ze komen allemaal tot ons door het kanaal van Christus.

De nederwerping van de wereld

Ik begrijp dat het woord 'wereld' (kosmos) een systeem betekent of de heersende orde van dingen. Christus was tevoren gekend door God als een onbevlekt Lam, vůůr de nederwerping van de wereld, en Zijn dood wordt gezien als effectief vůůr de nederwerping (1 Petr. 1:18-21; Openb. 13:8; 17:8).

Deze verzen maken duidelijk dat de nederwerping van de wereld een gebeurtenis was die vijandschap ten opzichte van God schiep en vroeg om het offer van Zijn Zoon om verzoening te maken. De reiniging die het offer van Christus vereiste was niet beperkt tot de planeet aarde en het menselijk ras, maar de hemelse districten van het geestelijk gebied hadden deze reiniging vanaf de nederwerping van de kosmos ook nodig (Hebr. 9:23-26). Deze verzen tonen ons dat de term nederwerping van de wereld toepasbaar is op een wijdere soort van wezens dan alleen de mensheid. Het kruis van Christus verzoent hen van de hemel en ook hen van de aarde (Kol. 1:20). De HebreeŽn-schrijver vertelt ons dat de werken van de dagen van de schepping, leidend tot de oorspronkelijke sabbat, gebeurden vanaf de nederwerping, de nederwerping daterend te tijde van Genesis 1:2 (Hebr. 4:1-4). De nederwerping was een gebeurtenis die vroeg om heerschappij of regeren om de orde te herstellen. Christus sprak in gelijkenissen, dingen naar buiten brengend die geheim gehouden waren vanaf de tijd van de nederwerping, toen hij de gelijkenissen van het koninkrijk gaf. Het lotdeel van de pacht in het koninkrijk was voorbereid voor gelovigen vanaf de nederwerping (Matt. 13:35; 25:34). God had sinds die tijd profeten uitgezonden, van wie Abel de eerste was (Luk. 11:50). En Paulus vertelt ons in EfeziŽrs 1:4 dat gelovigen gekozen waren vůůr de nederwerping van de wereld.

Deze korte samenvatting over de nederwerping van de wereld laat zien dat het alles te maken heeft met de Messias - de lijdende Messias, het koninkrijk, het geestelijke gebied en de redding van gelovigen. Deze onthulling was net zo belangrijk voor Joden als ze was voor heidenen, omdat het O.T. niet onthult hoe deze gebeurtenis verbonden was met de Messias en de aspecten van God's plan die geheim gehouden werden.

Deze verzen brengen ook een zaak van terminologie ter sprake. In Openbaring 17:8 wordt ons verteld over het boek of de rol des levens vanaf de nederwerping van de wereld. In Openbaring 13:8 is dit het boek of de rol van het leven van het Lam dat gedood werd vanaf de nederwerping van de wereld. In Efeze 1:4 zegt Paulus dat gelovigen in Christus werden gekozen vůůr de nederwerping van de wereld. Is er een verschil in betekenis tussen "het boek van het leven van het Lam" en "gekozen in Christus," of staan de verschillen alleen in verband met de konteksten van verschillende boeken? En waarom wordt er gesproken van "gekozen vůůr" en "in het boek des levens vanaf"?

Mozes sprak ook over een boek van Yahweh waaruit namen uitgewist konden worden (Ex. 32:32,33). Dit echter verwees naar het boek van het verbond dat kort daarvoor was gemaakt (Ex. 24:3-8) - een boek dat niet een boek des levens werd genoemd. Mozes gaf geen informatie over wanneer dit boek werd geschreven, daarom weten we niet of het dateerde van de nederwerping of van het maken van het verbond bij de berg SinaÔ. Het was als een verbond werd gesloten, dat het een normale gang van zaken was dat namen of een soort beschrijving van de betrokken partijen in een document bijgesloten werden. Alleen al de gedachte dat iemand uit dit boek uitgewist kon worden geeft aan dat het geen boek des levens was, maar een boek van voorwaardelijke veroordeling, net als het verbond. Dit boek te beschouwen als het boek des levens is vrijheden uitoefenen die niet door de context gegeven worden.

Het is wel voorgesteld dat het boek des levens een boek met IsraŽlische namen zou zijn. Deze gedachte kan gebaseerd zijn geworden door het feit dat Mozes het boek noemde. Maar Paulus gebruikt de term in Filippenzen met een verwijzing naar mensen die met hem gestreden hebben in het evangelie (4:3). We kunnen er niet zeker van dat iedereen naar wie daar verwezen werd Joods was, hoewel dat wel zou kunnen. Terwijl we een toekomst zien voor een herboren IsraŽl, verwachten we dat hun rol beperkt zal zijn tot de aarde. De rol van het lichaam van Christus in die regering is aan Paulus onthuld om temidden van de hemelingen te zijn. Toch is het ťťn regering, niet twee, ook al zal ze werkzaam zijn in twee gebieden.

Het boek des levens, dat van het gedode Lam, was gebaseerd op het kruis. Dit is hetzelfde kruis waarvan Paulus zei dat het de vijandschap tussen de Jood en de heiden vernietigde. Nog een commentaar: het schijnt nutteloos overbodig te zijn een boek des levens naar voren te brengen bij de grote witte troon als de namen die er in staan alleen van IsraŽlieten zouden zijn die al opgewekt werden bij het begin van het millennium of geboren tijdens de duur daarvan. Onze conclusie heeft twee aspekten: (1) gekozen zijn vůůr de nederwerping en (2) het boek des levens van het Lam dat dateert van de nederwerping. Het zijn beide elementen van N.T. onthulling. Voor nu laten we het daarbij.

Het woord dat hier als 'nederwerping' (katabolE) wordt gegeven, wordt algemeen vertaald met 'fundament' in de bekende versies van het N.T. Dit is ondanks het feit dat in het N.T. het gewone zelfstandig naamwoord (themelios) meer frequent voorkomt dan katabolE en volhardend vertaald wordt met 'fundament'. Kennelijk is een deel van de reden voor dit verwarde weergeven dat de N.T. onthulling slechts spreekt van de nederwerping, zonder het een speciaal verhelderende introductie te geven.

Maar wat helder is is dat 'fundament', als vertaling van katabolE, veel te wensen overlaat. Wat was er onlosmakelijk verkeerd met God's schepping als de dood van het Lam gedateerd wordt met verwijzing naar de fundering er van? Zijn we schuldig als we zeggen dat God Zijn schepping op zonde en falen fundeerde? Waarom moest het Lam vanaf het begin van God's schepping lijden als alles goed geschapen was? Als we vasthouden aan de vertaling van katabolE met fundament, zeggen we dan niet, of op z'n minst insinueren, dat God's schepping scheuren had?

Vaak komt de rechtvaardiging van het weergeven van katabolE met fundament uit 2 MakkabeeŽn 2:13 en 29. De participiŽle vorm van het werkwoord katabolE wordt in 2:13 gebruikt en wordt soms weergegeven met funderen of gefundeerd, sprekend van een bibliotheek (KJV, Knox Vertaling, NRSV, NJB). Maar dit is niet de volhardende weergave voor alle vertalingen. De Douay vertaling zei: "hij maakte een bibliotheek;" De TEV zegt: "hij vestigde een bibliotheek;" de NAB zegt: "hij verzamelde de boeken." Een duidelijk punt dat hier te maken is dat het vestigen of maken of funderen van een bibliotheek iets heel anders is dan het leggen van een structureel fundament voor iets, en de gedachte aan een gebouw ontbreekt in de tekst. Zo'n funderen wordt kennelijk gedaan door boeken te verzamelen (zoals de kontekst toont), of een hoeveelheid geld te geven voor het doel.

Misschien komt de meeste hulp op dit punt voor het verstaan van variatie in het gebruik van het werkwoord, kataballO, uit het feit dat het basis werkwoord, ballO, een wijdse variatie aan het Engels vereist. Gewoonlijk wordt het gebruik van ballO zeer goed vertegenwoordigd met de gedachte aan "gooien" of "werpen." Maar er zijn ook passages waar zo'n weergave belachelijk is. Mensen werpen (ballo) geen nieuwe wijn in oude flessen (Matt. 9:17). Van een verlamde kan gezegd worden dat hij op een bank of bed geworpen (ballo) is. Een beheerder kan het geld van zijn heer naar de bankiers werpen (Matt. 25:27). Het zou dan geen verrassing moeten zijn als we in verschillende konteksten de samenstelling vinden (kataballo), gebruikt in de zin van neerleggen. Maar ik denk dat dit is hoe ver we het kunnen nemen. Men kan zeggen dat iemand een fundament neerlegde en dan blijven we toch binnen de normale betekenis van katabolE. Maar wanneer de vertaler van 'neerleggen' beweegt naar gevonden, of vestigen, dan hebben ze de betekenis van het woord veranderd, ook al zou het schijnen dat het door het onderwerp van de tekst wordt verlangd. Wat mag schijnen als een kleine, gerechtvaardigde variatie in een tekst, kan in een andere tekst een hele en niet-gerechtvaardigde verandering van betekenis zijn.

In 2 MakkabeeŽn 2:29 (of 30, variŽrend in diverse vertalingen) wordt het zelfstandig naamwoord katabolE gebruikt in een kontekst die zich bezig houdt met de constructie van gebouwen. In deze passage wordt het heel bouwproject in contrast gesteld met de uiteindelijke beschildering of decoratie van de structuur. Het gebruik van katabolE lijkt hier veel op het gebruik van het zelfstandig naamwoord 'project' in betrekking tot ons gebruik van het werkwoord projecteren. Mensen projecteren hun plannen voor toekomstige ondernemingen, en wanneer deze projecties voltooid zijn kunnen ze er over spreken als het gehele project. Daarom wordt hier naar het hele neerleggen van hun werk verwezen als naar het hele neerleggen of neerwerpen, KatabolE betekent niet neerwerping.

In het N.T. zijn er 11 plaatsen waar het woord katabolE wordt gebruikt. Eťn daarvan wordt gebruikt in een betekenis die gelijk is aan de passage in MakkabeeŽn. In HebreeŽn 11:11 werd Sara bekrachtigd voor het neerleggen van zaad, maar de andere 10 voorvallen van katabolE zijn verschillend. Ze spreken alle van de katabolE van de kosmos en hun konteksten definiŽren het als een draaipunt in de geschiedenis van de schepping, en een punt in de tijd vanaf waar het kruis een noodzaak werd. We kunnen niet onverschillend of gewillig blind zijn voor het belang van deze gebeurtenis als we de N.T. onthullingen willen begrijpen die onze huidige situatie verklaren.

Het uitstorten van God's Geest

De belofte dat God's Geest uitgestort zou worden over IsraŽl was deel van het evangelie van het koninkrijk. Toen Johannes de Doper begon te preken, riep hij op tot berouw omdat het koninkrijk van de hemel op punt stond te beginnen(Matt. 3:1-20), Dit berouw moest ingewijd worden door dopen - een wassen of reinigen - en gevolgd door een veranderend leven (Matt. 3:6; Marc. 1:4; Luc. 3:3, 7-8, 10-14). De uiterlijke reiniging van het wassen vertegenwoordigde de innerlijke reiniging die bewezen werd door het er op volgende leven. De reiniging was een voorbereiding binnen te gaan in, of het herstellen van, de verbonds-relatie met God. Zo'n reiniging werd ook gedaan bij de berg SinaÔ, toen IsraŽl de wet ontving en dat verbond binnen ging (Exo. 19:10; vergelijk ook Openb 7:13-17). Bij de SinaÔ was het een heiliging en wassen van kledingstukken (Exo. 19:10).

Maar in zijn preken sprak Johannes van een doop die meer doorzoekend en finaal was dan zijn wassen in de rivier de Jordaan. "Want ik doop jullie inderdaad in water, tot in bezinning, maar Die na mij komt is sterker dan ik, van Wie ik niet toereikend ben de schoeisels te dragen. Hij zal jullie dopen in heilige geest en in vuur" (Matt. 3:11). IsraŽl's aanvankelijke binnentreden in de verbonds-relatie met God leverde ook een representatie van deze diepere dopen op. "Want ik wil niet dat jullie onwetend zijn, broeders, dat onze vaders onder de wolk waren en allen doorheen de zee kwamen en allen werden gedoopt tot in Mozes, in de wolk en in de zee" (1 Kor. 10:1,2). Doorheen de zee gaan vertegenwoordigde door water en een symbolisch door de dood gaan dat hen bevrijdde van de slavernij van hun oude leven. Het vertegenwoordigt wat Paulus gedoopt worden in Christus noemde en gedoopt zijn in Zijn dood. Zij waren ook gedoopt in de wolk die hen overschaduwde en die overdag een wolk was en een vuur tijdens de nacht. Jesaja 63 verhaalt de exodus gebeurtenis en identificeert de Heilige Geest met de kolom van wolken en vuur. Daarom kan Paulus' insluiten van de wolk als doop verstaan worden als een figuurlijk vertegenwoordigen van dopen in de Geest. De exodus illustreert de ontsnapping aan slavernij aan de zonde en het binnengaan in de rust die de gelovige vindt. Het toont ook de leiding en het licht aan dat door de Geest van God wordt geleverd. We vatten deze zegening normaler wijze samen met het woord redding.

Wat zijn de zegeningen die verbonden zijn aan de uitstorting van de Geest?

Wanneer de Geest uitgestort wordt over IsraŽl zullen zij zich berouwen van hun ontrouw, opnieuw verzameld worden in hun land en God's Geest zal in hen zijn (Eze. 20:30-44; 37; 39:28-29: Jer. 31:31-34; Zach. 12:10-11).

Wanneer de Geest uitgestort wordt over IsraŽl zullen zij landbouwkundig overvloed hebben. De productiviteit van het land zal zo groot zijn dat de gebieden in de wildernis overvloeiend vruchtbare velden zullen zijn en wat eerder als vruchtbare velden werd beschouwd, in vergelijking aangezien worden als wilde wouden (Jes. 32:15; Joel 2:21-26; 3:18).

Wanneer de Geest uitgestort is over IsraŽl zal rechtvaardigheid en waar recht heersen onder de heerschappij van Christus (Jes. 32:1-18). Gedurende de tijd dat de Geest uitgestort is over IsraŽl, zullen de natiŽn berecht worden voor hun onrechtvaardigheden (JoŽl 3).

Het is duidelijk dat geen van deze zegeningen vandaag over de natie van IsraŽl is. Het feit dat de Geest niet over hen uitgestort was met de gevolgen die in het O.T. geprofeteerd zijn, verifieert dat de verwerping en moord op Johannes de Doper, de verwerping en moord op Christus en de verwerping van de Heilige Geest - geverifieerd met de moord op Stefanus - resulteerde in God's verwerping van hen en het terughouden van de zegeningen van de Geest tot een later moment.

Het geschenk van de Heilige Geest aan gelovigen dat vandaag beschikbaar is, is een andere zegen dan die welke aan IsraŽl beloofd was. Het wordt gegeven door geloof en niet zozeer door berouw (hoewel we niet de verandering van houding ontkennen die geloof vergezelt). In plaats van de volheid van lichamelijke zegeningen ontvangen gelovigen de belofte van hedendaagse en toekomstige hemelse zegeningen.

Toch transformeerde God IsraŽl's verlies aan zegeningen in zegen over de natiŽn. God veranderde IsraŽl's tastbare zegeningen in geestelijke zegeningen voor het lichaam van Christus, geroepen uit alle natiŽn. God veranderde de heerlijkheid en het gezag van een aards koninkrijk in de roeping van de regering van een hemels koninkrijk, zodat het volle koninkrijk - aards en op aarde alsook hemels - in een toekomstige tijd in beide gebieden zal functioneren, in dezelfde tijd en met hetzelfde Hoofd. Dat is de reden waarom Paulus deze Efeze-brief moest beginnen met een lofprijzing aan God. Het feit dat God deze zegeningen tot stand bracht uit de verwerping van en moord op de Messias, vraagt om niets anders dan verbazing, nederigheid en ongebonden lofprijzing.

Daarom is de boodschap die Paulus presenteerde een mengsel van twee dingen: (1) ze bevat veel nieuwe onthulling die niet in het O.T. was gegeven. Dit is onthulling die gedeeld en ook gegeven was door Christus en Zijn apostelen. (2) Ze bevat ook nieuwe onthulling aangaande het geheim van God's doel om een lichaam van Christus te hebben dat in het hemelse gebied zal functioneren. De gelijkheid van heidenen en Joden in dit lichaam, die geheim gehouden was, is een kenmerkend verschil tussen wat Paulus het evangelie van de Besnijdenis en het evangelie van de onbesnedenheid noemde. Het evangelie van de onbesnedenheid wordt zo genoemd omdat het in niets afhankelijk is van het vlees of IsraŽl's verbond - zelfs voor hen van Joodse afkomst. Paulus sprak herhaaldelijk van de onthullingen die in verband zijn evangelie aan hem gegeven waren (Rom. 16:25-26; 1Kor. 2:6-10; 9:17; 2 Kor. 12:1-7; Gal. 1:10-2:10; Efe. 3:1-11; Kol. 1:23-2:3; 2 Tim. 1:8-11).

Door naar Appendix 2...

Terug naar de index.


Heeft u een woord gelezen waar u meer over wil lezen, vul het dan hieronder in.

   


© www.hetbestenieuws.nl