Gods redding van hen die op dit moment
nog niet in Christus zijn

door Jim Rodgers

   
Want dit is het verbond, waarmede Ik Mij verbinden zal aan het huis Israels na die dagen, spreekt de Here: Ik zal mijn wetten in hun verstand leggen, en Ik zal die in hun harten schrijven, en Ik zal hun tot een God zijn en zij zullen Mij tot een volk zijn.
11 En niet langer zullen zij een ieder zijn medeburger, en een ieder zijn broeder leren, zeggende: Ken de Here, want allen zullen zij Mij kennen, van de kleinste tot de grootste onder hen.
12 Want Ik zal genadig zijn over hun ongerechtigheden, en hun zonden zal Ik niet meer gedenken.

(Hebr. 8:10-12;NBG)

Het woord, dat Jesaja, de zoon van Amoz, aanschouwd heeft over Juda en Jeruzalem.
2 En het zal geschieden in het laatste der dagen: dan zal de berg van het huis des Heren vaststaan als de hoogste der bergen, en hij zal verheven zijn boven de heuvelen. En alle volkeren zullen derwaarts heenstromen
3 en vele natiŽn zullen optrekken en zeggen: Komt, laten wij opgaan naar de berg des Heren, naar het huis van de God Jakobs, opdat Hij ons lere aangaande zijn wegen en opdat wij zijn paden bewandelen. Want uit Sion zal de wet uitgaan en des Heren woord uit Jeruzalem.
4 En Hij zal richten tussen volk en volk en rechtspreken over machtige natiŽn. Dan zullen zij hun zwaarden tot ploegscharen omsmeden en hun speren tot snoeimessen; geen volk zal tegen een ander volk het zwaard opheffen, en zij zullen de oorlog niet meer leren.

(Jes. 2:1-4;NBG)

zo zal hij vele volken doen opspringen, om hem zullen koningen verstommen, want wat hun niet verteld was, zien zij, en wat zij niet gehoord hadden, vernemen zij.
(Jes. 52;15;NBG)

Zo zegt de Here der heerscharen: Wederom zullen er volken komen en inwoners van vele steden,
21 en de inwoners van de ene zullen zich begeven naar die van de andere, en zeggen: Laten wij toch heengaan om de gunst des Heren af te smeken en om de Here der heerscharen te zoeken; ook ik wil gaan.
22 Ja, vele natiŽn en machtige volken zullen komen om de Here der heerscharen te Jeruzalem te zoeken en de gunst des Heren af te smeken.
23 Zo zegt de Here der heerscharen: In die dagen zullen tien mannen uit volken van allerlei taal vastgrijpen, ja vastgrijpen de slip van een Judeese man, en zeggen: wij willen met u gaan, want wij hebben gehoord, dat God met u is.

(Zach. 8:20-23;NBG)

Hier ben ik weer, bezig met het omzetten van de preek van jongstleden zondag in een Mega Message. Jammer genoeg gaat dit wel af van mijn studie-tijd. Maar het geeft me wel de kans een tweede blik te werpen op wat ik tot mijn gemeente(sommigen waren afwezig) heb gezegd, en bovendien kan ik de lijst met Schriftplaatsen geven die ik gebruikte en veel meer. De Mega Messages staan toe de studie te verbreden voor anderen die interesse in dit onderwerp hebben. Wie heeft zich niet afgevraagd: als God alle mensen gaat redden, welk proces zal Hij daarvoor gaan gebruiken? Hoe (of wanneer) gaat Hij Moslims, Hindoes, Boeddisten en allen van al die andere religies redden, die op dit moment Christus niet als hun Redder kennen of misschien wel nooit van Hem hebben gehoord? Moeten we ook niet de Joden daarbij insluiten, die God verblind heeft(Rom. 1:17) en daarom hun Messias niet kennen? Terwijl ik een groot aantal artikelen over dit onderwerp las, voelde ik dat er een algemeen misverstaan en een grote verwarring was over Gods doelstelling in de komende Millennium heerschappij (en koninkrijk) van Christus en de nieuwe Hemelen en Aarde aion, ook bekend als de Nieuwe Schepping. Ik geeft toe dat deze studie, zo te zeggen, met een "brede kwast" is geschilderd, alleen speciale nadruk leggend op strategische Schriftgedeelten en andere gevend zodat u die kun lezen als "vulling". Zoals onze titel al stelt, dit is niet een studie over hen die nu al in Christus zijn, maar over het herstel van Israel en de eventuele redding van de volkeren op Aarde.

De nieuwe Hemelen en Aarde aion worden specifiek in drie Schriftgedeelten onder onze aandacht gebracht: in Jesaja 65:17-25 en 66:22 in het Oude Testament(Hebreeuwse Schrift) en in Openbaring, de hoofdstukken 21 en 22 in het Nieuwe Testament(Griekse Schrift). Een van de eerste dingen die de serieuze Bijbelstudent zal opvallen, is dat doorheen Jesaja's schrijven(en ook bij sommige andere Oud Testamentische schrijvers), hij geen onderscheid maakt tussen de milleniale heerschappij, die VOORAF GAAT aan de Nieuwe Schepping, en de Nieuwe Schepping zelf. Johannes' Nieuw Testamentische Openbaring scheidt de twee; de eerste in hoofdstuk 20 en de tweede in de hoofdstukken 21 en 22. Alsof we naar een gigantische legpuzzel kijken, zo helpt dit onderscheid ons een paar andere Schrift "stukjes" op hun juiste plaats te leggen.

Doorheen Gods Woord kan een veelheid aan Schriftplaatsen gevonden worden over de scheiding, reiniging en verheerlijking van Israel gedurende de Millennium aion(Openb. 20:1-10), beginnend met de terugkeer van de Messias op de Olijfberg(Zach. 14:4), vanwaar Hij ook vertrok(Hand. 1:8-12) en hun pijnlijke herkenning van "die zij doorstoken hebben"(Zach. 12:10-14). In Jeremia 31:31-40 zien we niet alleen Gods belofte van volledige vergeving en reiniging van Israel, maar de de verfraaiing van het land. U kunt er meer over lezen in Jesaja, de hoofdstukken 35, 49, 51, en 52 en ook vanaf 59:20 tot en met hoofstuk 62. Hoofdstuk 62 vers 4 is waar de uitdrukking en liederen over "Beulah Land" vandaan komen. We zouden ook Ezechiël 20:33-44, 34:11-31 en heel hoofdstuk 37 moeten insluiten. Maar laten we ook Maleachi, hoofdstuk 4 en Romeinen 11:26-27 niet vergeten! Al deze Schriftgedeelten kunnen ingelijfd worden in "Het evangelie van het koninkrijk van de hemelen" dat Johannes de Doper in Mattheüs 3:1-12 introduceerde, Jezus in hoofdstuk 4, beginnend bij vers 23 en in Luacas 4, beginnend bij vers 14. In Mattheüs 10 gaf Jezus Zijn discipelen de opdracht dit aan Israel te verkondigen.

In Openbaring 19, beginnend bij vers 11, wordt Christus' afdaling gesymboliseerd als een komen op een wit paard, niet slechts om hen te slaan die tegen hem in slagorde staan opgesteld, maar om over de natiën te heersen. Mattheüs 25's "Heerlijkheids Troon" is NADAT de Heer Zijn koningschap heeft gevestigd en Hij begint met heersen en de natiën te oordelen op basis van hun behandeling van Zijn "broeders", de Joden. Het Gehennavuur (in de King James vertaling met "hel" vertaald in Matt. 5:22,29-30. Zie ook Jesaja 31:9 en 66:24), zal branden om af te komen van de lichamen van hen die de doodstraf verdienen. Denk er aan: geen van deze mensen is de eerste dood gestorven en zij die hier eerste dood ondergaan, zullen ook de tweede dood sterven. Volgens Jesaja 65:20 schijnt in die aion 100 jaren oud de leeftijd van "een jongeling" zijn, maar zij die het evangelie van die dag gehoorzamen, kunnen de hele 1000 jaren leven.

Hoe nu met de Nieuwe Hemelen en Aarde? Zoals we eerder al zeiden, zien we enige verschillen tussen Jesaja 65:17-25's "Nieuwe Hemelen en Aarde", die eerder de milleniale heerschappij schijnen te beschrijven dan de Nieuwe Schepping, en Openbaring 21 en 22's feitelijke Nieuwe Hemelen en Aarde. Maar ik denk dat Jesaja schreef vanuit inspiratie en niet door toeval, zelfs al schijnt hij de Oude en Nieuwe Scheppingen samen te kneden in een bal. Wanneer we inzoomen op hun overeenkomsten in het Nieuwe Testament, zullen we zien dat Jesaja schreef om beide te laten passen. Let er op dat de Tegenstander(de duivel) in beide gevallen tevoren wordt gebonden. Vergelijk Openbaring 20:1-3 met vers 10. Let er ook op hoe Openbaring 6:12-17, dat vooraf gaat aan de milleniale heerschappij, past bij Openbaring 20:11, dat de Nieuwe Schepping inleidt. 2Petrus 3:10-13 weidt meer uit over de overeenkomsten dan Openbaring dat doet. Vergelijk nu het oordelen van de Heer over de NOG LEVENDEN voor de Heerlijkheidstroon(Matt. 25:31-46), met het daaraan verbonden Gehennavuur van Matt. 25:22,29,30, met hen die gestorven zijn en opgewekt tot tijdelijk leven, om te verschijnen voor de Grote Witte Troon met de daaraan verbonden Poel des Vuurs van Openbaring 20:11-15. Waarom zouden wij denken dat DEZELFDE Heer hen anders zou oordelen?

Jesaja 52:15 en 66:19 bevestigen dat zij die niet gezien of gehoord hebben, dat ZULLEN doen. Tijdens Gods Grote Missionaire Bewegingen, beschreven in Jesaja 2:1-4, Zacharia 8:20-23, Mattheüs 28:19-20 en Hebreeën 8:8-13, zal er meer dan voldoende tijd zijn voor de levenden, zelfs van andere religies, en zelfs voor hen die verdienen opnieuw te sterven, tevoren over Christus onderwezen te worden, zodat wanneer de dood is afgeschaft(1Kor. 15:26), ALLEN Hem al kennen.

   


© www.hetbestenieuws.nl